Tot wijziging van diverse wetten en decreten met het oog op de toepassing van het begrip gezagsfunctie in de rechtspositieregeling van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid (opschrift gewijzigd door de commissie: ... tot wijziging van de regelgeving met het oog op de toepassing van het begrip gezagsfunctie in de rechtspositieregeling van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid) #2002
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 7 feb 2024. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
| 17 | b) een afgifte tegen ontvangstbewijs; | 17 | b) een afgifte tegen ontvangstbewijs; |
| 18 | c) elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze, waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld; | 18 | c) elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze, waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld; |
| 19 | 4° gewestelijke entiteit: de subentiteit van het Vlaams Ministerie van Omgeving, die de Vlaamse Regering aanwijst om de alternatieve bestuurlijke geldboete of de exclusieve bestuurlijke geldboete op te leggen; | 19 | 4° gewestelijke entiteit: de personeelsleden van het Departement Omgeving die de Vlaamse Regering of haar gemachtigde aanwijst om overeenkomstig artikel 16.4.25 een bestuurlijke geldboete op te leggen; |
| 20 | 5° gemachtigde ambtenaar : de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar of ambtenaren; | 20 | 5° gemachtigde ambtenaar : de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar of ambtenaren; |
| 21 | 6° referentiemeetmethode : geschreven en publiek toegankelijke werkwijze die voor een bepaalde meting dient te worden toegepast. Worden in elk geval beschouwd als referentiemeetmethode en worden in geval van onderlinge tegenstrijdigheden toegepast in de hierna voorziene volgorde : | 21 | 6° referentiemeetmethode : geschreven en publiek toegankelijke werkwijze die voor een bepaalde meting dient te worden toegepast. Worden in elk geval beschouwd als referentiemeetmethode en worden in geval van onderlinge tegenstrijdigheden toegepast in de hierna voorziene volgorde : |
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | In deze titel wordt verstaan onder : | 1 | In deze titel wordt verstaan onder : |
| 2 | 1° gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur: het personeelslid dat belast is met de uitvoering van de handhaving van de ruimtelijke ordening, vermeld in deze titel, bevoegd voor het grondgebied van een of meer gemeenten die het college of de colleges van burgemeester en schepenen van de gemeente of de gemeenten in kwestie daarvoor als zodanig hebben aangesteld zoals vermeld in artikel 1.4.9, tweede lid; | 2 | 1° gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur: het personeelslid dat belast is met de uitvoering van de handhaving van de ruimtelijke ordening, vermeld in deze titel, bevoegd voor het grondgebied van een of meer gemeenten die het college of de colleges van burgemeester en schepenen van de gemeente of de gemeenten in kwestie daarvoor als zodanig hebben aangesteld zoals vermeld in artikel 1.4.9, tweede lid; |
| 3 | 2° gewestelijke entiteit: de subentiteit, die de Vlaamse Regering aanwijst om de alternatieve en bestuurlijke geldboete of de exclusieve geldboete op te leggen zoals bedoeld in artikel 16.1.2, 4°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid; | 3 | 2° gewestelijke entiteit: de personeelsleden van het Departement Omgeving die de Vlaamse Regering of haar gemachtigde aanwijst om overeenkomstig artikel 6.2.7 een bestuurlijke geldboete op te leggen; |
| 4 | 3° gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur: het gewestelijke personeelslid dat belast is met de uitvoering van de handhaving van de ruimtelijke ordening, vermeld in deze titel, bevoegd voor het geheel of voor onderdelen van het grondgebied van het Vlaamse Gewest, die de Vlaamse Regering als zodanig heeft aangesteld als gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur zoals vermeld in artikel 1.4.9, tweede lid; | 4 | 3° gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur: het gewestelijke personeelslid dat belast is met de uitvoering van de handhaving van de ruimtelijke ordening, vermeld in deze titel, bevoegd voor het geheel of voor onderdelen van het grondgebied van het Vlaamse Gewest, die de Vlaamse Regering als zodanig heeft aangesteld als gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur zoals vermeld in artikel 1.4.9, tweede lid; |
| 5 | 4° Handhavingscollege : het administratief rechtscollege, vermeld in artikel 16.4.19 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid; | 5 | 4° Handhavingscollege : het administratief rechtscollege, vermeld in artikel 16.4.19 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid; |
| 1 | Als de kinderopvanglocatie georganiseerd wordt zonder een vergunning van het agentschap als vermeld in artikel 4, of als de vergunning wordt opgeheven, geeft het agentschap een sluitingsbevel aan de organisatormet vermelding van de datum waarop de sluiting ingaat. In geval van een imminent en ernstig gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de kinderen kan de sluiting onmiddellijk worden opgelegd. | 1 | Als de kinderopvanglocatie georganiseerd wordt zonder een vergunning van het agentschap als vermeld in artikel 4, of als de vergunning wordt opgeheven, geeft het bevoegde personeelslid van het agentschap een sluitingsbevel aan de organisator, met vermelding van de datum waarop de sluiting ingaat. In geval van een imminent en ernstig gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de kinderen kan de sluiting onmiddellijk worden opgelegd. |
| 2 | Als de uitoefening van de kinderopvang opgeschort moet worden of als een kinderopvanglocatie moet sluiten, licht het agentschap zo spoedig mogelijk de burgemeester van de gemeente van de kinderopvanglocatie daarover in. | 2 | Als de uitoefening van de kinderopvang opgeschort moet worden of als een kinderopvanglocatie moet sluiten, licht het agentschap zo spoedig mogelijk de burgemeester van de gemeente van de kinderopvanglocatie daarover in. |
| 3 | De burgemeester gaat na of de opschorting of het sluitingsbevel wordt nageleefd. Als dat niet het geval is, gaat de burgemeester over tot sluiting van de kinderopvanglocatie. Die maatregel wordt op kosten en op risico van de organisator uitgevoerd. De burgemeester informeert het agentschap over zijn vaststellingen. | 3 | De burgemeester gaat na of de opschorting of het sluitingsbevel wordt nageleefd. Als dat niet het geval is, gaat de burgemeester over tot sluiting van de kinderopvanglocatie. Die maatregel wordt op kosten en op risico van de organisator uitgevoerd. De burgemeester informeert het agentschap over zijn vaststellingen. |
| 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering wijst de personeelsleden van het agentschap aan die bevoegd zijn om de beslissingen overeenkomstig de bepalingen van dit artikel te nemen en bepaalt de nadere regels. |
| 1 | Het agentschap kan een bestuurlijke geldboete van 100 tot 100.000 euro opleggen als de organisator : | 1 | Het bevoegde personeelslid van het agentschap kan een bestuurlijke geldboete van 100 tot 100.000 euro opleggen als de organisator : |
| 2 | 1° het door of krachtens dit decreet geregelde toezicht door de private toezichthouder verhindert; | 2 | 1° het door of krachtens dit decreet geregelde toezicht door de private toezichthouder verhindert; |
| 3 | 2° kinderopvang organiseert zonder vergunning als vermeld in artikel 4; | 3 | 2° kinderopvang organiseert zonder vergunning als vermeld in artikel 4; |
| 4 | 3° de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan niet naleeft. | 4 | 3° de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan niet naleeft. |
| 5 | De bestuurlijke geldboete kan worden opgelegd binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de dag dat het agentschap het verslag van vaststelling van de toezichthouder ontvangt, en op voorwaarde dat de betrokken organisator de kans heeft gehad om gehoord te worden over de vermeende inbreuk en over de hoogte van de geldboete. De organisator mag zich daarbij laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat of een derde. Als een bestuurlijke geldboete wordt opgelegd, vermeldt de beslissing het bedrag, de wijze waarop en de termijn waarin die moet worden betaald. De kennisgeving van de beslissing aan de betrokkene vermeldt de wijze waarop en de termijn waarbinnen beroep ingesteld kan worden tegen de beslissing. | 5 | De bestuurlijke geldboete kan worden opgelegd binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de dag dat het bevoegde personeelslid van het agentschap het verslag van vaststelling van de toezichthouder ontvangt, en op voorwaarde dat de betrokken organisator de kans heeft gehad om gehoord te worden over de vermeende inbreuk en over de hoogte van de geldboete. De organisator mag zich daarbij laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat of een derde. Als een bestuurlijke geldboete wordt opgelegd, vermeldt de beslissing het bedrag, de wijze waarop en de termijn waarin die moet worden betaald. De kennisgeving van de beslissing aan de betrokkene vermeldt de wijze waarop en de termijn waarbinnen beroep ingesteld kan worden tegen de beslissing. |
| 6 | De betrokkene kan, op straffe van verval van het recht tot het instellen van het beroep, binnen een termijn van een maand vanaf de kennisgeving van de beslissing waarbij hem een bestuurlijke geldboete wordt opgelegd tegen die beslissing beroep aantekenen met een verzoekschrift bij de Raad van State. Dat beroep schorst de uitvoering van de beslissing. | 6 | De betrokkene kan, op straffe van verval van het recht tot het instellen van het beroep, binnen een termijn van een maand vanaf de kennisgeving van de beslissing waarbij hem een bestuurlijke geldboete wordt opgelegd tegen die beslissing beroep aantekenen met een verzoekschrift bij de Raad van State. Dat beroep schorst de uitvoering van de beslissing. |
| 7 | Als de betrokkene weigert de bestuurlijke geldboete te betalen, wordt ze bij dwangbevel ingevorderd. Een dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling. | 7 | Als de betrokkene weigert de bestuurlijke geldboete te betalen, wordt ze bij dwangbevel ingevorderd. Een dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling. |
| 8 | De vordering tot voldoening van de bestuurlijke geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de beslissing, vermeld in het tweede lid, of, in geval van beroep, vanaf de datum van de in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, bepaald in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. | 8 | De vordering tot voldoening van de bestuurlijke geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de beslissing, vermeld in het tweede lid, of, in geval van beroep, vanaf de datum van de in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, bepaald in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. |
| 9 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het opleggen en het betalen van de bestuurlijke geldboete. | 9 | De Vlaamse Regering wijst de personeelsleden van het agentschap aan die overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling bevoegd zijn om bestuurlijke geldboeten op te leggen, en bepaalt de nadere regels voor het opleggen en het betalen van de bestuurlijke geldboete. |
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de opgelegde administratieve geldboete en de mogelijk te hanteren marges. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van de inbreuk en, in voorkomend geval, met verzachtende omstandigheden. | 2 | De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de opgelegde administratieve geldboete en de mogelijk te hanteren marges. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van de inbreuk en, in voorkomend geval, met verzachtende omstandigheden. |
| 3 | § 2. Het EVA stelt een inbreuk vast. De vaststellingen gelden tot bewijs van het tegendeel. | 3 | § 2. Het EVA stelt een inbreuk vast. De vaststellingen gelden tot bewijs van het tegendeel. |
| 4 | De Vlaamse Regering wijst het departement of intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheidaan die de administratieve geldboete oplegt. Een administratieve geldboete kan alleen worden opgelegd binnen de termijn van twee jaar nadat een inbreuk is vastgesteld. | 4 | De Vlaamse Regering of haar gemachtigde wijst bij het departement of het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid, vermeld in artikel 39, §1, derde lid, de personeelsleden aan die de administratieve geldboete opleggen. Een administratieve geldboete kan alleen worden opgelegd binnen de termijn van twee jaar nadat een inbreuk is vastgesteld. |
| 5 | Een administratieve geldboete kan pas opgelegd worden nadat : | 5 | Een administratieve geldboete kan pas opgelegd worden nadat : |
| 6 | 1° de betrokken inburgeraar van het EVA een schriftelijke aanmaning heeft ontvangen om zich in regel te stellen; | 6 | 1° de betrokken inburgeraar van het EVA een schriftelijke aanmaning heeft ontvangen om zich in regel te stellen; |
| 7 | 2° de betrokken inburgeraar zich niet in regel heeft gesteld binnen een door de Vlaamse Regering te bepalen termijn; | 7 | 2° de betrokken inburgeraar zich niet in regel heeft gesteld binnen een door de Vlaamse Regering te bepalen termijn; |
| 8 | 3° de betrokken inburgeraar, al dan niet bijgestaan door een raadsman, de kans heeft gekregen om gehoord te worden door het departement of intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid, aangewezen door de Vlaamse Regering . | 8 | 3° de betrokken inburgeraar, al dan niet bijgestaan door een raadsman, de kans heeft gekregen om gehoord te worden door de personeelsleden van het departement of het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid dat de Vlaamse Regering of haar gemachtigde overeenkomstig het tweede lid heeft aangewezen. |
| 9 | De betrokkene wordt van de beslissing op de hoogte gebracht met een ter post aangetekende brief of met een brief tegen ontvangstbewijs. De kennisgeving vermeldt de wijze waarop tegen de beslissing beroep kan worden ingesteld. | 9 | De betrokkene wordt van de beslissing op de hoogte gebracht met een ter post aangetekende brief of met een brief tegen ontvangstbewijs. De kennisgeving vermeldt de wijze waarop tegen de beslissing beroep kan worden ingesteld. |
| 10 | Tegen de beslissing waarbij hem een administratieve geldboete is opgelegd, kan de betrokkene bij verzoekschrift een beroep instellen bij de politierechtbank. Op straffe van verval wordt het beroep ingediend binnen vijftien dagen vanaf de derde werkdag na de dag waarop de brief, vermeld in het vierde lid, aan de postdiensten overhandigd is. Met werkdag wordt elke dag behalve zaterdag, zondag of een wettelijke feestdag bedoeld. Tegen het vonnis van de politierechtbank kan hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Het beroep bij de politierechtbank, alsook in voorkomend geval het hoger beroep bij de rechtbank van eerste aanleg, schorst de uitvoering van de beslissing. | 10 | Tegen de beslissing waarbij hem een administratieve geldboete is opgelegd, kan de betrokkene bij verzoekschrift een beroep instellen bij de politierechtbank. Op straffe van verval wordt het beroep ingediend binnen vijftien dagen vanaf de derde werkdag na de dag waarop de brief, vermeld in het vierde lid, aan de postdiensten overhandigd is. Met werkdag wordt elke dag behalve zaterdag, zondag of een wettelijke feestdag bedoeld. Tegen het vonnis van de politierechtbank kan hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Het beroep bij de politierechtbank, alsook in voorkomend geval het hoger beroep bij de rechtbank van eerste aanleg, schorst de uitvoering van de beslissing. |
| 35 | 26° erfgoedwaarde : de archeologische, architecturale, artistieke, culturele, esthetische, historische, industrieel-archeologische, technische waarde, ruimtelijk-structurerende, sociale, stedenbouwkundige, volkskundige of wetenschappelijke waarde waaraan onroerende goederen en de cultuurgoederen die er integrerend deel van uitmaken hun huidige of toekomstige maatschappelijke betekenis ontlenen; | 35 | 26° erfgoedwaarde : de archeologische, architecturale, artistieke, culturele, esthetische, historische, industrieel-archeologische, technische waarde, ruimtelijk-structurerende, sociale, stedenbouwkundige, volkskundige of wetenschappelijke waarde waaraan onroerende goederen en de cultuurgoederen die er integrerend deel van uitmaken hun huidige of toekomstige maatschappelijke betekenis ontlenen; |
| 36 | 27° gebruiker : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die houder is van een zakelijk of persoonlijk recht, met uitsluiting van de eigenaar, blote eigenaar, erfpachthouder, opstalhouder of leasinggever; | 36 | 27° gebruiker : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die houder is van een zakelijk of persoonlijk recht, met uitsluiting van de eigenaar, blote eigenaar, erfpachthouder, opstalhouder of leasinggever; |
| 37 | 27°/1 gewestelijke entiteit: de gewestelijke entiteit, vermeld in artikel 16.1.2, 4°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid; | ||
| 37 | 27°/1 gewestelijke entiteit: de personeelsleden van het Departement Omgeving die de Vlaamse Regering of haar gemachtigde aanwijst om overeenkomstig artikel 11.2.5, §2, een bestuurlijke geldboete op te leggen; | ||
| 38 | 28° handelingen : werkzaamheden, wijzigingen of activiteiten met gevolgen voor erfgoedwaarden; | 38 | 28° handelingen : werkzaamheden, wijzigingen of activiteiten met gevolgen voor erfgoedwaarden; |
| 39 | 28°/1 ingreep in de bodem: elke wijziging van de eigenschappen van de ondergrond door de verwijdering of toevoeging van materie, de verhoging of verlaging van de grondwatertafel, of het samendrukken van de materialen waaruit de ondergrond bestaat. Voor de berekening van de totale oppervlakte van de ingreep in de bodem wordt rekening gehouden met de oppervlakte van de vergunningsplichtige werken of handelingen zoals opgenomen in de vergunningsaanvraag; | 39 | 28°/1 ingreep in de bodem: elke wijziging van de eigenschappen van de ondergrond door de verwijdering of toevoeging van materie, de verhoging of verlaging van de grondwatertafel, of het samendrukken van de materialen waaruit de ondergrond bestaat. Voor de berekening van de totale oppervlakte van de ingreep in de bodem wordt rekening gehouden met de oppervlakte van de vergunningsplichtige werken of handelingen zoals opgenomen in de vergunningsaanvraag; |
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.