Tot wijziging van de regelgeving over duaal leren, de aanloopfase en het stelsel van leren en werken #1249
Gemerged Vlaamse Regering voegde 7 artikels samen in decreet-2008-07-10decreet-2016-06-10 · 21 april 2022 Alle checks geslaagd
20 artikels gewijzigd
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 9 jun 2022. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
| 2 | 1° personeelsomkadering, zoals hierna bepaald; | 2 | 1° personeelsomkadering, zoals hierna bepaald; |
| 3 | 2° het werkingsbudget als vermeld in de codificatie betreffende het secundair onderwijs; | 3 | 2° het werkingsbudget als vermeld in de codificatie betreffende het secundair onderwijs; |
| 4 | 3° aanvullende werkingsmiddelen die worden toegekend op basis van het aantal dagen dat de jongeren effectief gepresteerd hebben binnen de fase arbeidsdeelname of de aanloopcomponent tijdens het voorafgaande schooljaar. De Vlaamse Regering legt de overeenkomstige financieringsof subsidiebedragen vast en kan bijkomende voorwaarden bepalen. | ||
| 4 | 3° aanvullend werkingsbudget dat wordt berekend op basis van het aantal regelmatig ingeschreven leerlingen in het deeltijds beroepssecundair onderwijs in het centrum op de teldatum van 1 februari van het voorafgaande schooljaar. | ||
| 5 | Het bedrag dat toegekend wordt per leerling wordt bekomen door het beschikbare krediet te verdelen door het totaal aantal regelmatig ingeschreven leerlingen in de centra voor deeltijds onderwijs op dezelfde teldatum van 1 februari van het voorafgaande schooljaar. De Vlaamse Regering bepaalt het beschikbare krediet. | ||
| 5 | § 2. Voor de toepassing van de financierings- en subsidiëringsnormen geldt als datum voor de telling van het aantal jongeren dat in het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs is ingeschreven, 1 februari van het voorafgaande schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna als de voormelde datum op een vrije dag valt, met uitzondering van het in artikel 89, § 1, tweede lid, gestelde. | 6 | § 2. Voor de toepassing van de financierings- en subsidiëringsnormen geldt als datum voor de telling van het aantal jongeren dat in het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs is ingeschreven, 1 februari van het voorafgaande schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna als de voormelde datum op een vrije dag valt, met uitzondering van het in artikel 89, § 1, tweede lid, gestelde. |
| 6 | Als een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt opgericht door fusie van bestaande centra of door afsplitsing van een of meer vestigingsplaatsen van een bestaand centrum, of als een centrum toetreedt tot of uittreedt uit een scholengemeenschap, dan wordt voor de berekening van de financiering of subsidiëring, respectievelijk de fusie, de afsplitsing, de toetreding of de uittreding geacht op de voormelde datum te hebben plaatsgevonden. Als een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs niet langer verbonden is aan een instelling met voltijds gewoon technisch of beroepssecundair onderwijs en autonoom wordt, dan wordt die omschakeling geacht op de voormelde datum te hebben plaatsgevonden. | 7 | Als een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt opgericht door fusie van bestaande centra of door afsplitsing van een of meer vestigingsplaatsen van een bestaand centrum, of als een centrum toetreedt tot of uittreedt uit een scholengemeenschap, dan wordt voor de berekening van de financiering of subsidiëring, respectievelijk de fusie, de afsplitsing, de toetreding of de uittreding geacht op de voormelde datum te hebben plaatsgevonden. Als een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs niet langer verbonden is aan een instelling met voltijds gewoon technisch of beroepssecundair onderwijs en autonoom wordt, dan wordt die omschakeling geacht op de voormelde datum te hebben plaatsgevonden. |
| 4 | 3° een opleidingsverstrekker. | 4 | 3° een opleidingsverstrekker. |
| 5 | In afwijking van het eerste lid, 2°, kan een overeenkomst worden gesloten met een onderneming die is gevestigd buiten de Vlaamse Gemeenschap en die aldaar door de betrokken bevoegde instantie is erkend als werkplek in het kader van een gelijkwaardig opleidingssysteem van alternerend leren en werken. | 5 | In afwijking van het eerste lid, 2°, kan een overeenkomst worden gesloten met een onderneming die is gevestigd buiten de Vlaamse Gemeenschap en die aldaar door de betrokken bevoegde instantie is erkend als werkplek in het kader van een gelijkwaardig opleidingssysteem van alternerend leren en werken. |
| 6 | In afwijking van het eerste lid, kan een overeenkomst als vermeld in artikel 3, worden gesloten door een leerling die is ingeschreven in een onderwijs- of opleidingsinstelling, gevestigd in de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België of in het buitenland en aldaar erkend door de betrokken bevoegde instantie als lesplek in het kader van een gelijkwaardig opleidingssysteem van alternerend leren en werken. Deze overeenkomst wordt gesloten tussen de leerling, de betrokken onderwijs- of opleidingsinstelling en een overeenkomstig artikel 7, §1 tot en met §3, erkende onderneming. | ||
| 3 | a) van onberispelijk gedrag is zoals dat blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgegeven; | 3 | a) van onberispelijk gedrag is zoals dat blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgegeven; |
| 4 | b) ten volle 25 jaar oud is en ten minste vijf jaar praktijkervaring heeft in het beroep; | 4 | b) ten volle 25 jaar oud is en ten minste vijf jaar praktijkervaring heeft in het beroep; |
| 5 | c) een mentoropleiding moet volgen ; | 5 | c) een mentoropleiding moet volgen behalve als hij daarvan wordt vrijgesteld; |
| 6 | 2° zij moet op het vlak van de organisatie en de bedrijfsuitrusting voldoen om de opleiding op de werkplek van een leerling mogelijk te maken overeenkomstig het opleidingsplan; | 6 | 2° zij moet op het vlak van de organisatie en de bedrijfsuitrusting voldoen om de opleiding op de werkplek van een leerling mogelijk te maken overeenkomstig het opleidingsplan; |
| 7 | 3° zij moet voldoende financiële draagkracht hebben om de continuïteit van de onderneming te waarborgen; | 7 | 3° zij moet voldoende financiële draagkracht hebben om de continuïteit van de onderneming te waarborgen; |
| 6 | De leerling die met toepassing van het eerste lid, 1° of 2°, wordt opgeleid tijdens een schoolvakantie, moet deze opleidingsdagen recupereren tijdens de lesweken op dagen waarop hij volgens het uurrooster in de onderneming moet worden opgeleid en dit binnen hetzelfde schooljaar. | 6 | De leerling die met toepassing van het eerste lid, 1° of 2°, wordt opgeleid tijdens een schoolvakantie, moet deze opleidingsdagen recupereren tijdens de lesweken op dagen waarop hij volgens het uurrooster in de onderneming moet worden opgeleid en dit binnen hetzelfde schooljaar. |
| 7 | De vakantiedagen zijn onbetaald met uitzondering van de vakantiedagen die de leerling opbouwt conform de regelgeving inzake betaalde vakantie die op hem van toepassing is. | 7 | De vakantiedagen zijn onbetaald met uitzondering van de vakantiedagen die de leerling opbouwt conform de regelgeving inzake betaalde vakantie die op hem van toepassing is. |
| 8 | De in het derde lid vermelde betaalde vakantiedagen moeten worden opgenomen tijdens de schoolvakanties. | 8 | De betaalde vakantiedagen, vermeld in het derde lid, moeten worden opgenomen in de volgende gevallen: |
| 9 | 1° tijdens de schoolvakanties; | ||
| 10 | 2° tijdens de lesweken op dagen dat de leerling niet kan worden opgeleid in de onderneming door collectieve sluiting wegens jaarlijkse vakantie en na uitputting van de recuperatie, vermeld in het tweede lid. | ||
Art. 22. In artikel 20 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 5 april 2019, wordt voor het eerste lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
“In afwijking van artikel 17, §2, eerste lid, is de onderneming in de volgende gevallen geen leervergoeding verschuldigd voor het volgen van de lessen en de activiteiten die gelijkgesteld zijn met lessen:
1° tijdens het facultatief gedeelte van het pre- en postnataal verlof als de leerling de lescomponent volgt maar niet de werkplekcomponent;
2° bij profylactisch verlof van de leerling tijdens de werkplekcomponent;
3° bij tijdelijke gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid waarbij de leerling niet geschikt wordt bevonden om opgeleid te worden tijdens de werkplekcomponent, maar wel tijdens de lescomponent en na eventuele uitputting van de gewaarborgde leervergoeding.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (plaats van invoeging niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | Alle bepalingen van hoofdstuk 3 zijn van toepassing op de stageovereenkomst alternerende opleiding met uitzondering van artikel 11, 4°, artikel 17, artikel 18, tweede lid, artikel 19, eerste lid, 3°, artikel 20, en artikel 26, § 3, derde lid. | 1 | Alle bepalingen van hoofdstuk 3 zijn van toepassing op de stageovereenkomst alternerende opleiding met uitzondering van artikel 9, artikel 11, 4°, artikel 17, artikel 18, tweede lid, artikel 19, eerste lid, 3°, artikel 20, en artikel 26, § 3, derde lid. |
Art. 24. Artikel 29 van hetzelfde decreet, opgeheven door het decreet van 5 april 2019, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
“Art. 29. De stageovereenkomst alternerende opleiding wordt gesloten voor minstens 28 uur per week en maximaal de gemiddelde wekelijkse voltijdse arbeidsduur die van toepassing is in de onderneming. De overeenkomst heeft betrekking op het volledige leertraject, zowel de lescomponent als de werkplekcomponent.
Voor de berekening van het aantal uren binnen de overeenkomst telt een les of een activiteit die gelijkgesteld is met een les, mee voor zestig minuten.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.