Tot wijziging van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, en het Mestdecreet van 22 december 2006 #160
Gemerged 




cd&v, N-VA, Vooruit voegde 27 artikels samen in decreet-2003-07-18mestdecreet · 10 december 2024 4 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
ingediend op160 (2024-2025) – Nr. 2
18 december 2024 (2024-2025)
verzendcode: LEE
Amendementen
op het voorstel van decreet
van Bart Dochy, Arnout Coel, Kris Verduyckt,
Andy Pieters, Jurgen Callaerts, Maxim Veys en Stijn De Roo
tot wijziging van het decreet van 18 juli 2003
betreffende het integraal waterbeleid,
gecoördineerd op 15 juni 2018,
en het Mestdecreet van 22 december 2006
Documenten in het dossier:
: Voorstel van decreet
AMENDEMENT Nr. 1
voorgesteld door Dries Devillé, Stefaan Sintobin, Leo Pieters,
Bart Claes, Carmen Ryheul en Chris Janssens
Artikel 11
Voor punt 1°, dat punt 1°/2 wordt, een nieuw punt 1° en 1°/1 invoegen,
die luiden als volgt:
“1° in paragraaf 2 worden in tabel 2 (Stikstofbemestingsnormen voor teeltgroepen) en tabel 3 (Stikstofbemestingsnormen voor teeltcombinaties) telkens de
kolommen “kg N uit dierlijke mest/ha” opgeheven;
1°/1 in paragraaf 2, eerste en tweede lid, wordt de bepaling “respectievelijk in kg
N uit dierlijke mest per hectare en per jaar en” opgeheven.”.
VERANTWOORDING
Deze kolommen leggen de maximale stikstofbemesting per hectare vast, wat betreft stikstof afkomstig
van dierlijke mest in functie van het teelt- en grondtype.
Bovenop deze stikstofbemesting afkomstig van dierlijke mest, kan een landbouwer aanvullend nog een
stikstofbemesting met kunstmest uitvoeren zolang de hoeveelheid werkzame stikstof per hectare niet
wordt overschreden.
Het doel van dit amendement is om de maximale stikstofbemesting per hectare, wat betreft stikstof
afkomstig van dierlijke mest, op te heffen.
Op die manier wordt aan de Vlaamse landbouwers de mogelijkheid tot maximale afzet van dierlijke
mest op hun landbouwgronden geboden om zo de maximale hoeveelheid werkzame stikstof per hectare te bereiken die nodig is in functie van hun teelten en het grondtype. Dat is ook milieukundig
een verantwoorde goede landbouwpraktijk die het gebruik van CO2-nadelige kunstmest significant zal
verminderen.
Op dit ogenblik kampen tal van landbouwers door deze beperking wat betreft het opbrengen van
dierlijke mest immers enerzijds met mestoverschotten – overschotten die zij tegen betaling naar mestverwerkers of in burenregeling moeten afvoeren – , anderzijds worden zij verplicht om duur kunstmest
aan te kopen – kunstmest waarvan de productie zeer belastend is voor het leefmilieu en die de Vlaamse
landbouw zeer afhankelijk maakt van (niet-Europese) kunstmestproducenten – om hun landbouwgronden alsnog van de benodigde stikstof te kunnen voorzien.
Met dit amendement kunnen de huidige dierlijke mestoverschotten in de landbouwsector drastisch
worden teruggedrongen, ontstaat er voor de landbouwers een gezonder financieel model, kan de
zeer milieubelastende productie van kunstmeststof teruggedrongen worden, en vooral ook worden de
Vlaamse landbouwers in tijden van geopolitieke crisis veel minder afhankelijk van buitenlandse (niet-
Europese) kunstmestproducenten.
**
Vlaams Parlement160 (2024-2025) – Nr. 2 3
AMENDEMENT Nr. 2
voorgesteld door Dries Devillé, Stefaan Sintobin, Leo Pieters,
Bart Claes, Carmen Ryheul en Chris Janssens
Artikel 11
In de voorgestelde tekst van punt 5°, het derde lid en vierde lid vervangen
door wat volgt:
“Op een individueel perceel landbouwgrond mag op jaarbasis een hoeveelheid
stikstof uitgedrukt in kg werkzame stikstof per hectare opgebracht worden, die
maximaal gelijk is aan 150% van de hoeveelheid stikstof, uitgedrukt in kg werkzame
stikstof per hectare die op dat perceel mag opgebracht worden, overeenkomstig de
bepalingen van dit decreet.”;”.
VERANTWOORDING
Zie de verantwoording bij amendement nr. 1.
**