Tot instemming met de overeenkomst tussen het Koninkrijk België en Oekraïne inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door bepaalde gezinsleden van het diplomatiek en consulair personeel, ondertekend te Brussel op 10 februari 2021 #970
Gemerged Vlaamse Regering wijzigt geen gevolgde wet · 20 oktober 2021 1 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
verzendcode: BUI
ingediend op 17 november 2021 (2021-2022)
Verslag
namens de Commissie voor Buitenlands Beleid,
Europese Aangelegenheden, Internationale Samenwerking
en Toerisme
uitgebracht door Johan Deckmyn en Bart Tommelein
over het ontwerp van decreet
tot instemming met de overeenkomst
tussen het Koninkrijk België en Oekraïne
inzake het verrichten van betaalde
werkzaamheden door bepaalde
gezinsleden van het diplomatiek
en consulair personeel, ondertekend
te Brussel op 10 februari 2021
Samenstelling van de Commissie voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Internationale
Samenwerking en Toerisme:
Voorzitter: Cathy Coudyser.
Vaste leden:
Cathy Coudyser, Maarten De Veuster, Philippe Muyters, Joris Nachtergaele, Karl Vanlouwe;
Johan Deckmyn, Carmen Ryheul, Kristof Slagmulder;
Karin Brouwers, Vera Jans;
Emmily Talpe, Bart Tommelein;
Staf Aerts, Tine Van den Brande;
Annick Lambrecht.
Plaatsvervangers:
Maaike De Vreese, Andries Gryffroy, Sofie Joosen, Steven Vandeput, Manuela Van Werde;
Adeline Blancquaert, Stefaan Sintobin, Anke Van dermeersch;
Orry Van de Wauwer, Loes Vandromme;
Jean-Jacques De Gucht, Marino Keulen;
Chris Steenwegen, Jeremie Vaneeckhout;
Steve Vandenberghe.
Toegevoegde leden:
Jos D'Haese.
In de Commissie voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Internationale Samenwerking en Toerisme lag op 9 november 2021 een ontwerp van decreet
voor tot instemming met de overeenkomst tussen het Koninkrijk België en
Oekraïne inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door bepaalde gezinsleden van het diplomatiek en consulair personeel, ondertekend te Brussel op
10 februari 2021.
(Deze vergadering werd georganiseerd als hybride vergadering.)
1. Inleidende uiteenzetting door Jan Jambon, minister-president van de
Vlaamse Regering, Vlaams minister van Buitenlandse Zaken, Cultuur,
Digitalisering en Facilitair Management
1.1. Inhoud van de overeenkomst
Bij de aanvang van zijn uiteenzetting wijst minister-president Jan Jambon erop dat
de status van het diplomatieke en consulaire personeel en van hun gezinsleden
wordt geregeld respectievelijk door het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek
verkeer (1961) en het Verdrag van Wenen inzake consulair verkeer (1963). Veruit
de meeste landen, waaronder ook België en Oekraïne, zijn partij bij deze basisverdragen. De verdragen in kwestie voorzien niet in een verbod voor gezinsleden om
betaalde werkzaamheden te verrichten in het land waar ze naartoe zijn gestuurd.
Maar in de praktijk is hun status, en de daaruit voortvloeiende voorrechten en
immuniteiten, onverenigbaar met het uitoefenen van een beroep. In de meeste
staten is de toegang van buitenlanders tot bezoldigde arbeid trouwens beperkt.
De voorliggende overeenkomst heeft dan ook tot doel het verrichten van betaalde
werkzaamheden – hetzij als loontrekkende, hetzij als zelfstandige – door bepaalde
gezinsleden van de ambtenaren en andere personeelsleden van diplomatieke zendingen en consulaire posten te vergemakkelijken. Op die manier draagt deze overeenkomst bij aan een betere combinatie van een diplomatieke loopbaan en een
gezinsleven, en aan gelijke kansen voor mannen en vrouwen op dit vlak.
1.2. Gemengd karakter van de overeenkomst
Het Vlaamse Gewest is betrokken partij bij deze overeenkomst, omdat het bevoegd
is voor de regelgeving inzake beroepskaarten, waar de federale overheid enkel
bevoegd is voor vrijstellingen van beroepskaarten verbonden aan de specifieke
verblijfssituatie van de betrokken personen. In het kader van de voorliggende
overeenkomst wordt echter geen dergelijke vrijstelling van beroepskaarten toegekend, maar dienen de betrokken personen die opteren voor een zelfstandige beroepsactiviteit wel degelijk een beroepskaart aan te vragen.
Afsluitend geeft de minister-president nog mee dat deze overeenkomst uiteraard
ook van toepassing is op vertegenwoordigers van de Vlaamse overheid in de diplomatieke posten die er in Oekraïne zijn, of die daar in de toekomst zouden worden
geaccrediteerd. Hij verzoekt de commissieleden dan ook om het voorliggende ontwerp van instemmingsdecreet te willen goedkeuren.
2. Bespreking
Bart Tommelein stelt vast dat er al soortgelijke akkoorden werden gesloten met
diverse andere landen. Hij noemt in dat verband Colombia, Montenegro, Armenië,
Argentinië, Zuid-Afrika en Israël. Van de minister-president had hij graag vernomen of er plannen zijn om gelijkaardige akkoorden af te sluiten met nog andere
landen. Wat zit er in dit verband met andere woorden nog in de pijplijn?
Minister-president Jan Jambon deelt in dit verband mee dat er luidens zijn administratie hic et nunc maar één soortgelijk dossier meer op komst is. Het betreft
meer bepaald een overeenkomst met het Groothertogdom Luxemburg. De overeenkomst in kwestie vormt een uitzondering op de regel, aangezien er binnen de
Europese Unie normaal gezien geen dergelijke overeenkomsten meer worden afgesloten. Het Groothertogdom Luxemburg doet zulks echter wel nog vis-à-vis België, en vraagt in dezen dan ook reciprociteit. Deze overeenkomst zal getekend
worden op de BLEU-topontmoeting (BLEU: Belgisch-Luxemburgse Economische
Unie) die doorgaat op 17 november 2021.
3. Stemming
Ter stemming gelegd, worden de twee artikelen evenals de integraliteit van het
ontwerp van decreet tot instemming met de overeenkomst tussen het Koninkrijk
België en Oekraïne inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door bepaalde gezinsleden van het diplomatiek en consulair personeel, ondertekend te
Brussel op 10 februari 2021, aangenomen met unanimiteit van 14 stemmen.
Cathy COUDYSER,
voorzitter
Johan DECKMYN
Bart TOMMELEIN,
verslaggevers