§ flandrepo

Tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat een verbod op de plaatsing of vervanging van een stookolieketel betreft #813

Gemerged Andries GryffroyRobrecht BothuyneWillem-Frederik SchiltzInez De ConinckTinne RomboutsPiet De Bruyn N-VA, cd&v, Open Vld voegde 3 artikels samen in energiedecreet · 21 mei 2021 Alle checks geslaagd
Amendementen
4 oktober 2021 · 9 blz.
813/5 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier: : Voorstel van decreet – Nr. 2: Advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens – Nr. 3: Advies van de Raad van State – Nr. 4: Advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit 28 september 2021 (2021-2022) Amendementen op het voorstel van decreet van Andries Gryffroy, Robrecht Bothuyne, Willem-Frederik Schiltz, Inez De Coninck, Tinne Rombouts en Piet De Bruyn tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat een verbod op de plaatsing of vervanging van een stookolieketel betreft ingediend op verzendcode: LEE — 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be AMENDEMENT Nr. 1 voorgesteld door Andries Gryffroy, Robrecht Bothuyne, Willem-Frederik Schiltz, Inez De Coninck, Tinne Rombouts en Piet De Bruyn Artikel 2 Een punt 1°/1 invoegen, dat luidt als volgt: “1°/1 er wordt een punt 74°/0 ingevoegd, dat luidt als volgt: “74°/0 ketellichaam: het geheel van onderdelen van een stookolieketel die niet instaan voor de verbranding van de brandstof maar wel voor de overdracht van de verbrandingswarmte naar water;”;”. VERANTWOORDING In de definitie van het begrip ‘stookolieketel’ wordt ook het begrip ‘ketellichaam’ gebruikt. Deze bijkomende definitie verduidelijkt wat concreet onder een ‘ketellichaam’, in de volksmond vaak de ‘ketel’ of zelfs verkeerdelijk kortweg de ‘stookolieketel’ genoemd, wordt verstaan. Het is immers van belang dat er in het licht van de verdere verplichtingen die door dit voorstel van decreet worden ingevoerd er geen verwarring over de inhoud van het begrip kan ontstaan. Het ketellichaam is zodoende het geheel van onderdelen van een stookolieketel die niet instaan voor de verbranding van de brandstof maar wel voor de overdracht van de verbrandingswarmte naar water. Vallen hier dus bijvoorbeeld niet onder: de brander, maar evenmin de schoorsteen.  AMENDEMENT Nr. 2 voorgesteld door Andries Gryffroy, Robrecht Bothuyne, Willem-Frederik Schiltz, Inez De Coninck, Tinne Rombouts en Piet De Bruyn Artikel 3 In de voorgestelde tekst van artikel 11.1/1.3 het tweede lid vervangen door wat volgt: “Met behoud van de toepassing van het eerste lid mag bij bestaande residentiële gebouwen en bij niet-residentiële gebouwen vanaf 1 januari 2022 alleen nog een stookolieketel of een ketellichaam worden vervangen door een andere stookolieketel of een ander ketellichaam, of een andere verwarmingstechnologie dan een stookolieketel worden vervangen door een stookolieketel, als er geen aardgasnet in de straat beschikbaar is.”. VERANTWOORDING Artikel 3 van het voorstel van decreet bevat de modaliteiten van het stookolieverbod. De Raad van State stelt in zijn advies nr. 69.562/3 van 12 juli 2021 (Parl.St. Vl.Parl. 2020-21, nr. 813/3) dat het voorstel van decreet, zoals geredigeerd, wel degelijk behoort tot de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest. Er kan volgens de Raad worden aangenomen dat op grond van de in de toelichting aangehaalde bevoegdheden van het Vlaamse Gewest inzake nieuwe energiebronnen en rationeel energiegebruik, in samenhang met diens bevoegdheid inzake de bescherming van het leefmilieu, de decreetgever de plaatsing en vervanging van stookolieketels kan regelen. De voorgestelde regeling stelt volgens de Raad ook geen productnorm vast, hetgeen tot de bevoegdheid van de federale overheid behoort, aangezien door dit voorstel van decreet louter de plaatsing en vervanging, en niet het op de markt brengen, van stookolieketels wordt geregeld. Bovendien blijkt volgens de Raad dat de weerslag van de voorgestelde regeling op de mogelijkheid om stookolieketels te plaatsen of te vervangen niet van dien aard is dat er gewag kan worden gemaakt van een marktuitsluitend effect. Bij een marktuitsluitend effect wordt de uitoefening van de bevoegdheid inzake productnormen door de federale wetgever in de praktijk immers onmogelijk gemaakt, wat volgens het Grondwettelijk Hof zou botsen met de federale loyaliteit. De Raad van State concludeert echter dat de regeling geen totaalverbod omvat waardoor de regeling volgens de Raad wel degelijk verenigbaar is met het door artikel 143, §1, van de Grondwet gewaarborgde beginsel van de federale loyauteit en het de bevoegdheidsverdelende regels niet schendt. Tot slot maakte de Raad een opmerking aangaande het verschil in behandeling tussen enerzijds nieuwbouw en ingrijpende energetische renovaties (IER’s), en anderzijds bestaande gebouwen, en meer bepaald over het ontbreken van de uitzondering “als er geen aardgasnet in de straat beschikbaar is” die enkel bij bestaande gebouwen geldt. Hiervoor geldt een evidente objectieve verantwoording. Bestaande gebouwen hebben een reeds vaststaande bouwstructuur en ligging waardoor men niet steeds zomaar op kosteneffectieve wijze kan gebruikmaken van om het even welk ander alternatief voor stookolie. Bij nieuwbouw en bij IER kan de architect in de conceptfase echter altijd de nodige keuzes maken en het ontwerp bouwkundig aanpassen in functie van de beschikbare verwarmingsalternatieven. Dit is bij de vervanging van een stookolieketel in een bestaand gebouw niet of minder evident. In die gevallen heeft aardgas nog steeds een grotere rol als alternatief voor stookolie, wat dus inhoudt dat het ontbreken van het alternatief van een aardgasdistributienet een onevenredig grote last zou vormen voor de eigenaars van bestaande stookolieketels die aan verwarming toe zijn. Conform het huidige ontworpen artikel 11.1/1.3, tweede lid, van het Energiedecreet van 8 mei 2009 wordt evenwel enkel de situatie geregeld waar een bestaande stookolieketel wordt vervangen door een nieuwe stookolieketel. Strikt genomen wordt de situatie waarbij in de toekomst in een gebouw een andere verwarmingstechnologie nog zou worden vervangen door een nieuwe stookolieketel niet geregeld. Noch economisch, noch ecologisch gezien houdt zo een toekomstige vervanging van bijvoorbeeld een aardgasketel of warmtepomp door een stookolieketel echter steek, en het zou het de facto herintroduceren van een achterhaalde …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd