Tot wijziging van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, wat betreft de optimalisatie van de procedures #699
Gemerged Vlaamse Regering voegde 8 artikels samen in decreet-2014-04-04 · 19 maart 2021 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: FIN
4 mei 2021 (2020-2021)
Verslag
namens de Commissie voor Algemeen Beleid,
Financiën, Begroting en Justitie
uitgebracht door Maaike De Vreese
over het ontwerp van decreet
tot wijziging van het decreet van 4 april 2014
betreffende de organisatie en de rechtspleging
van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges,
wat betreft de optimalisatie van de procedures
ingediend op
— 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
Samenstelling van de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën, Begroting en Justitie:
Voorzitter: Steven Vandeput.
Vaste leden:
Arnout Coel, Maaike De Vreese, Philippe Muyters, Sarah Smeyers, Steven Vandeput;
Adeline Blancquaert, Anke Van dermeersch, Wim Verheyden;
Stijn De Roo, Peter Van Rompuy;
Willem-Frederik Schiltz, Maurits Vande Reyde;
Celia Groothedde, Björn Rzoska;
Ludwig Vandenhove.
Plaatsvervangers:
Andries Gryffroy, Liesbeth Homans, Lorin Parys, Wilfried Vandaele, Paul Van Miert;
Filip Brusselmans, Yves Buysse, Johan Deckmyn;
Jo Brouns, Koen Van den Heuvel;
Marino Keulen, Gwendolyn Rutten;
Mieke Schauvliege, Jeremie Vaneeckhout;
Bruno Tobback.
Toegevoegde leden:
Jos D’Haese.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
– Nr. 2: Amendementen
INHOUD
I. Toelichting door minister Zuhal Demir ................................................... 4
1. Technische correcties aan het ontwerp .............................................. 4
2. Algemeen...................................................................................... 4
3. Voorgestelde aanpassingen ............................................................. 5
3.1. De vergunninghouder wordt als volwaardige partij in de
procedure erkend .................................................................... 5
3.2. Het belang bij het middel wordt verfijnd ..................................... 5
3.3. Bemiddeling ............................................................................ 6
3.4. Substitutiebevoegdheid ............................................................ 6
3.5. Vereenvoudiging ...................................................................... 6
3.6. Betaling rolrechten .................................................................. 6
3.7. Rechtsplegingsvergoeding ......................................................... 6
II. Algemene bespreking ......................................................................... 7
III. Artikelsgewijze bespreking en stemming ............................................... 11
IV. Eindstemming ................................................................................... 13
Gebruikte afkortingen .............................................................................. 14
Tekst aangenomen door de commissie........................................................ 15
Op dinsdag 27 april 2021 besprak de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën,
Begroting en Justitie het ontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van
4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse
bestuursrechtscolleges, wat betreft de optimalisatie van de procedures (Parl.St.
Vl.Parl. 2020-21, nr. 699/1) in aanwezigheid van minister Zuhal Demir, Vlaams
minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme.
(Deze vergadering werd als videoconferentie georganiseerd.)
I. Toelichting door minister Zuhal Demir
1. Technische correcties aan het ontwerp
Alvorens de bespreking te starten, vraagt minister Zuhal Demir om enkele technische correcties door te voeren in het ontwerp van decreet, met name aanpassingen in de wetshistoriek in een drietal artikelen.
– Artikel 3
“Art. 3. In artikel 20 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 25 april
2014, 15 juli 2016, 9 december 2016 en 27 oktober 2017, worden de volgende
wijzigingen aangebracht: (…)”
moet worden vervangen door:
“Art. 3. In artikel 20 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 25 april
2014 en 9 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: (…)”.
– Artikel 4
“Art. 4. In artikel 21 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 juli
2016 en 9 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: (…)”
moet worden vervangen door:
“Art. 4. In artikel 21 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 25 april
2014, 15 juli 2016, 9 december 2016 en 27 oktober 2017, worden de volgende
wijzigingen aangebracht: (…)”.
– Artikel 7
“Art. 7. Aan artikel 37, §2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 9
december 2016, wordt een tweede lid ingevoegd, dat luidt als volgt: (…)”
moet worden vervangen door:
“Art. 7. Aan artikel 37, §2, van hetzelfde decreet, toegevoegd bij het decreet van 9
december 2016, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: (…)”.
2. Algemeen
In het Vlaams regeerakkoord was afgesproken dat de procedures van de Raad
voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) zouden worden aangepast zodat ze sneller
kunnen worden afgerond en “om zo de bestuursrechtspraak af te stemmen op de
noden van een gunstig investeringsklimaat”.
Met voorliggend ontwerp van decreet wordt dit engagement nageleefd. Het ontwerp van decreet voorziet in een aantal aanpassingen om te komen tot een eenvoudigere, versnelde en oplossingsgerichte bestuursrechtspraak waar een groot
deel van de bevolking zit op te wachten.
3. Voorgestelde aanpassingen
3.1. De vergunninghouder wordt als volwaardige partij in de procedure erkend
Tot op heden moet de vergunninghouder formeel vragen om tussen te komen in
een procedure, waarna de RvVb een beschikking tot tussenkomst in de debatten
opmaakt en meedeelt, waarna de vergunninghouder een termijn krijgt om zijn
argumenten uiteen te zetten.
Dit wordt vereenvoudigd door de vergunninghouder automatisch een partij te
maken in de procedure, waarbij deze tegelijk met de vergunningverlenende overheid zijn verweer kan kenbaar maken.
Hierbij wordt ook het rolrecht afgeschaft zodat niemand meer wordt ‘gestraft’ om
zijn vergunning te verdedigen.
3.2. Het belang bij het middel wordt verfijnd …