§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen #2069

Gemerged Vlaamse Regering voegde 9 artikels samen in decreet-2008-05-30 · 27 februari 2024 Alle checks geslaagd
Aangenomen tekst
2 mei 2024 · 8 blz.
2069/4 Officiële PDF
9 artikels gewijzigd

De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 2 mei 2024. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

decreet-2008-05-30/art. 3 wijzigt
Art. 2. In artikel 3 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen wordt voor punt 1°, dat punt 1°/1 wordt, een nieuw punt 1° ingevoegd, dat luidt als volgt: “1° bevoegde financiële ambtenaar: financieel beheerder in geval van provinciebelastingen of financieel directeur in geval van gemeentebelastingen;”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (dit nummer bestaat al). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2008-05-30/art. 4 wijzigt
Art. 3. In artikel 4 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 28 mei 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt het woord “contant” vervangen door de woorden “zonder uitstel”; 2° aan paragraaf 1 wordt de volgende zin toegevoegd: “Als de contantbelasting niet zonder uitstel geïnd kan worden, wordt ze in gekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting.”; 3° in paragraaf 2 wordt voor het eerste lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: “De bevoegde overheid stelt de kohieren vast en verklaart ze uitvoerbaar uiterlijk op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar. Bij het besluit tot uitvoerbaarverklaring wordt als bijlage een opsomming gevoegd van de betreffende kohiernummers.”; 4° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt: “§3. De bevoegde financiële ambtenaar zorgt onverwijld voor de verzending van de aanslagbiljetten, zonder kosten voor de belastingplichtige. De eerste aanmaning tot betaling wordt verzonden met een gewone zending en is kosteloos voor de belastingplichtige. Het bestuur kan de verzendingskosten voor de aanmaningen tot betaling die volgen op de eerste aanmaning, ten laste leggen van de belastingplichtige. Het lokaal of provinciaal bestuur kan aanslagbiljetten via elektronische weg aanbieden met toepassing van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. De instemming van een belastingplichtige met de verzending van het aanslagbiljet via elektronische weg, heeft tot gevolg dat fiscale berichten in de toekomst exclusief via die elektronische weg uitgewisseld kunnen worden. Het aanslagbiljet bevat naast de gegevens, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, ook de volgende gegevens: 1° de verzendingsdatum van het aanslagbiljet; 2° de uiterste betalingsdatum; 3° de volgende informatie over een bezwaar als vermeld in artikel 9: a) de termijn waarin een bezwaarschrift kan worden ingediend; b) in voorkomend geval de mogelijkheid om het bezwaar op elektronische wijze in te dienen; c) de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen; d) de vermelding dat de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die gehoord wil worden, dat uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift; 4° de vindplaats van het belastingreglement.”; 5° in paragraaf 4 wordt het woord “belastingverordening” vervangen door het woord “belastingreglement”; 6° paragraaf 7 wordt opgeheven.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (plaats van invoeging niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2008-05-30/art. 5 wijzigt
Art. 4. In artikel 5 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden “de belastingverordening” vervangen door de woorden “het belastingreglement”; 2° in het tweede lid wordt tussen de woorden “tot het personeel van de gemeente” en de woorden “De door hen opgestelde processen verbaal” de zinsnede “of het personeel van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat met toepassing van artikel 196, §2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur prestaties verricht voor de gemeente” ingevoegd; 3° in het derde lid worden de woorden “financieel beheerder” vervangen door de woorden “bevoegde financiële ambtenaar”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −1 decreet-2008-05-30/art. 6 berekend
1Om de toepassing van de belastingverordening te kunnen controleren of onderzoeken, zijn de personeelsleden, vermeld in artikel 5, gemachtigd alle fiscale onderzoeksbevoegdheden uit te voeren die krachtens artikel 11 toepassing vinden op het vlak van provincie- en gemeentebelastingen. Specifiek inzake de controle en het onderzoek van boeken en bescheiden die noodzakelijk zijn voor de vestiging van de belasting, is iedereen die over dergelijke boeken of bescheiden beschikt, verplicht die zonder verplaatsing voor te leggen op ieder verzoek van de personeelsleden, vermeld in artikel 5.1Om de toepassing van het belastingreglement te kunnen controleren of onderzoeken, zijn de personeelsleden, vermeld in artikel 5, gemachtigd alle fiscale onderzoeksbevoegdheden uit te voeren die krachtens artikel 11 toepassing vinden op het vlak van provincie- en gemeentebelastingen. Specifiek inzake de controle en het onderzoek van boeken en bescheiden die noodzakelijk zijn voor de vestiging van de belasting, is iedereen die over dergelijke boeken of bescheiden beschikt, verplicht die zonder verplaatsing voor te leggen op ieder verzoek van de personeelsleden, vermeld in artikel 5.
2Iedereen is verplicht aan de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, voorzien van een aanstellingsbewijs, vrije toegang te verlenen tot de al dan niet bebouwde onroerende goederen, die een belastbaar element kunnen vormen of bevatten of waar een belastbare activiteit wordt uitgeoefend. Om de belastingplicht te kunnen bepalen of de grondslag van de belasting te kunnen controleren of onderzoeken, moet aan die personeelsleden de mogelijkheid worden geboden vaststellingen te doen. Tot particuliere woningen of bewoonde lokalen hebben die personeelsleden evenwel alleen toegang tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds, na machtiging van de politierechter tenzij uit vrije wil toegang wordt verleend.2Iedereen is verplicht aan de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, voorzien van een aanstellingsbewijs, vrije toegang te verlenen tot de al dan niet bebouwde onroerende goederen, die een belastbaar element kunnen vormen of bevatten of waar een belastbare activiteit wordt uitgeoefend. Om de belastingplicht te kunnen bepalen of de grondslag van de belasting te kunnen controleren of onderzoeken, moet aan die personeelsleden de mogelijkheid worden geboden vaststellingen te doen. Tot particuliere woningen of bewoonde lokalen hebben die personeelsleden evenwel alleen toegang tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds, na machtiging van de politierechter tenzij uit vrije wil toegang wordt verleend.
3De personeelsleden, vermeld in artikel 5, zijn eveneens gemachtigd de nodige vaststellingen te doen op het grondgebied van een andere provincie of gemeente.3De personeelsleden, vermeld in artikel 5, zijn eveneens gemachtigd de nodige vaststellingen te doen op het grondgebied van een andere provincie of gemeente.
+23 −7 decreet-2008-05-30/art. 7 berekend
1§ 1. Als de belastingverordening voorziet in de verplichting van aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden bij gebrek aan aangifte binnen de in de verordening gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige.
2In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.
1§1. Het belastingreglement kan aan de belastingplichtige opleggen om aangifte te doen van gegevens op basis waarvan de belasting vastgesteld wordt.
2Het belastingreglement vermeldt de uiterste datum voor de indiening van de aangifte.
3Het lokaal of provinciaal bestuur kan, met toepassing van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, de mogelijkheid aanbieden om via elektronische weg belastingaangiften in te dienen.
4Als de aangifte, vermeld in het eerste lid, verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.
5§2. De bevoegde overheid kan een voorstel van aangifte voorleggen aan de belastingplichtige, op basis van de gegevens uit eerdere aangiftes. Als de belastingplichtige geen opmerkingen bij het voorstel indient voor de aangiftedatum, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, is verstreken, geldt het voorstel als een regelmatige aangifte.
6Als de opmerkingen, vermeld in het eerste lid, verzonden worden via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van hun indiening.
7§3. Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, kan de bevoegde overheid de belasting ambtshalve vestigen, op basis van de gegevens waarover ze beschikt.
3Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt de bevoegde overheid of het personeelslid dat daartoe is aangesteld overeenkomstig artikel 5, de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.8Voordat de belasting conform het eerste lid ambtshalve wordt gevestigd, brengt de bevoegde overheid of het personeelslid dat daarvoor is aangesteld conform artikel 5, de belastingplichtige aangetekend op de hoogte van:
91° de redenen waarom ze die procedure toepast;
102° de elementen waarop de belasting is gebaseerd en de wijze van bepaling van die elementen;
113° het bedrag van de belasting.
12Als de belastingplichtige ingestemd heeft met de elektronische uitwisseling van fiscale berichten, met toepassing van paragraaf 1, derde lid, of artikel 4, §3, derde lid, is aan het vereiste van het aangetekend schrijven, vermeld in het tweede lid, voldaan als bewijs geleverd kan worden van het tijdstip van de elektronische verzending.
13De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in het tweede en derde lid, om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving.
14Als de kennisgeving verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van de kennisgeving. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt de kennisgeving geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop ze toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
4De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De belasting mag niet worden gevestigd voor die termijnverstreken is, behoudens als de rechten van de provinciale of gemeentelijke thesaurie in gevaar verkeren ingevolge een andere oorzaak dan het verstrijken van de aanslagtermijnen. 15De belasting mag niet worden gevestigd voor de termijn, vermeld in het vierde lid, verstreken is, behalve als de rechten van de provinciale of gemeentelijke thesaurie in gevaar verkeren door een andere oorzaak dan het verstrijken van de aanslagtermijnen. De belastingplichtige levert het bewijs van de correctheid van de elementen die hij inroept.
16Als de opmerkingen, vermeld in het vierde lid, verzonden worden via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van hun indiening.
5In afwijking van de aanslagtermijn, vermeld in artikel 4, kunnen ambtshalve belastingen geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar. Die termijn van drie jaar wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.17In afwijking van de aanslagtermijn, vermeld in artikel 4, §2, kunnen ambtshalve gevestigde belastingen geldig worden ingekohierd binnen drie jaar vanaf 1 januari van het aanslagjaar. De voormelde termijn van drie jaar wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van het belastingreglement met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
6Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.
7§ 2. De belastingverordening kan bepalen dat de ambtshalve belastingen worden verhoogd met een bedrag dat in de verordening wordt vastgelegd . Het bedrag van die belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd en bedraagt maximaal het dubbel van de ambtshalve ingekohierde belasting.18§4. Het belastingreglement kan bepalen dat de ambtshalve gevestigde belastingen worden verhoogd met een bedrag dat vastgelegd wordt of berekend wordt op de wijze, vermeld in het belastingreglement. Het bedrag van de voormelde belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve gevestigde belasting ingekohierd en ingevorderd en bedraagt maximaal het dubbele van de ambtshalve gevestigde belasting.
19De bevoegde overheid of het personeelslid dat daarvoor is aangesteld conform artikel 5, deelt de belastingverhoging, vermeld in het eerste lid, mee in het bericht, vermeld in paragraaf 3, tweede lid. Het voormelde bericht vermeldt ook de volgende elementen:
201° de toepasselijke bepalingen in het belastingreglement;
212° de manier waarop de belastingplichtige de aangifteplicht heeft geschonden;
223° de manier waarop de verhoging door de bevoegde overheid is aangerekend of berekend.
23Elke persoon die gehouden is tot betaling van de belastingverhoging, vermeld in het eerste lid, kan bij de bevoegde overheid een schriftelijk en gemotiveerd verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de belastingverhoging indienen. De bevoegde overheid beslist over het verzoek tot vrijstelling of vermindering van de belastingverhoging wanneer deze niet meer onderhevig is aan het bezwaar, vermeld in artikel 9, of enig rechterlijk beroep. De bevoegde overheid kan de belastingverhoging kwijtschelden of verminderen als persoonlijke en feitelijke omstandigheden eigen aan het geval dat redelijk verantwoorden en de belastingplichtige blijk geeft van goede trouw.
+9 −3 decreet-2008-05-30/art. 8 berekend
1De belastingverordening kan bepalen dat voor een overtreding van de bepalingen van dit decreet of de bepalingen van de belastingverordening een administratieve geldboete wordt opgelegd van maximaal 500 euro.1Het belastingreglement kan bepalen dat voor een overtreding van de bepalingen van dit decreet of de bepalingen van het belastingreglement een administratieve geldboete aan de belastingplichtige wordt opgelegd van maximaal 500 euro.
2Het bedrag van de maximale administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, wordt elk jaar op 1 januari automatisch aangepast op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex van de maand november van het voorgaande jaar.
2Als voor een overtreding een belastingverhoging kan worden opgelegd, mag voor diezelfde overtreding geen administratieve geldboete worden opgelegd.3Als voor een overtreding een belastingverhoging kan worden opgelegd, kan voor diezelfde overtreding geen administratieve geldboete worden opgelegd.
3Een administratieve geldboete wordt gevestigd en ingevorderd volgens dezelfde regels als die welke van toepassing zijn op de kohierbelastingen.
4Het bedrag van de administratieve geldboete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.
5De bevoegde overheid of het personeelslid dat daarvoor is aangesteld conform artikel 5, deelt aan de belastingplichtige mee dat een administratieve geldboete opgelegd wordt en vermeldt daarbij de volgende elementen:
61° de feiten die de overtreding opleveren;
72° de verwijzing naar de toegepaste bepalingen in het decreet of het belastingreglement;
83° de argumenten die gediend hebben om het bedrag van de boete vast te stellen.
9Elke persoon die gehouden is tot betaling van de administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, kan bij de bevoegde overheid een schriftelijk en gemotiveerd verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de administratieve geldboete indienen. De bevoegde overheid beslist over het verzoek tot vrijstelling of vermindering van de administratieve geldboete wanneer deze niet meer onderhevig is aan het bezwaar, vermeld in artikel 9, of enig rechterlijk beroep. De bevoegde overheid kan de administratieve geldboete kwijtschelden of verminderen als persoonlijke en feitelijke omstandigheden eigen aan het geval dat redelijk verantwoorden en de belastingplichtige blijk geeft van goede trouw.
decreet-2008-05-30/art. 9 wijzigt
Art. 8. In artikel 9 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden het tweede en het derde lid vervangen door wat volgt: “Het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° het wordt schriftelijk ingediend; 2° het wordt ondertekend; 3° het wordt gemotiveerd. Het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of de datum van de inning van de contantbelasting. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.”; 2° aan paragraaf 1 worden een vierde en een vijfde lid toegevoegd, die luiden als volgt: “Het lokaal of provinciaal bestuur kan, met toepassing van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, de mogelijkheid aanbieden om bezwaarschriften via elektronische weg in te dienen. De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.”; 3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden “financieel beheerder” vervangen door de woorden “bevoegde financiële ambtenaar”; 4° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zin “De ontvangstmelding kan via een duurzame drager worden gestuurd.” opgeheven; 5° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden “het personeel van de gemeente” vervangen door de zinsnede “het personeel van de gemeente of het personeel van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat met toepassing van artikel 196, §2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur prestaties verricht voor de gemeente” en worden de woorden “De financieel beheerder” vervangen door de woorden “De bevoegde financiële ambtenaar”; 6° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden “of via duurzame drager” op geheven; 7° in paragraaf 5 wordt het derde lid vervangen door wat volgt: “De beslissing van de bevoegde overheid wordt met een aangetekende brief betekend aan de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger. De bevoegde financiële ambtenaar wordt op de hoogte gebracht van de voormelde beslissing. De voormelde aangetekende brief vermeldt de instantie waarbij beroep kan worden ingesteld, en de ter zake geldende termijnen en vormen. Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger ingestemd heeft met de elektronische uitwisseling van fiscale berichten, met toepassing van paragraaf 1, vierde lid, is aan het voormelde vereiste van het aangetekend schrijven voldaan als bewijs geleverd kan worden van het tijdstip van de elektronische verzending.”; 8° paragraaf 6 wordt opgeheven.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2008-05-30/art. 11 wijzigt · 2°
Art. 9. In artikel 11 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 december 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan de eerste zin worden de woorden “voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen” toegevoegd; 2° in punt 1° worden de woorden “, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen” opgeheven; 3° aan punt 2° wordt de volgende zin toegevoegd: “Met behoud van de toepassing van artikel 35, §1, eerste lid, 2°, van het voormelde wetboek, geeft de notaris die een akte opmaakt over de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed, daarvan ook bericht aan de bevoegde financiële ambtenaar van het ambtsgebied waarin het goed ligt.”.
Art. 11. Artikel 11, 2°, van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie en gemeentebelastingen, zoals van kracht vanaf de datum van inwerkingtreding van dit decreet, is voor het eerst van toepassing op de akten die vanaf twee maanden na de inwerkingtreding van dit decreet worden verleden.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (zin niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+25 −0 decreet-2008-05-30/art. 11/1 nieuw
1§1. In dit artikel wordt verstaan onder de algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.
2§2. De persoonsgegevens die verzameld worden in het kader van dit decreet, worden verwerkt conform de regelgeving over de bescherming van de verwerking van persoonsgegevens. De verwerking van persoonsgegevens is gebaseerd op artikel 6, eerste lid, 1), c) en e), van de algemene verordening gegevensbescherming.
3§3. Conform de bepalingen van dit decreet verwerken de volgende instanties op een gestructureerde en systematische wijze persoonsgegevens als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming:
41° de Vlaamse gemeenten;
52° de Vlaamse provincies.
6§4. De instanties, vermeld in paragraaf 3, kunnen conform de bepalingen van dit decreet persoonsgegevens verwerken van:
71° belastingplichtigen;
82° belastingschuldigen en hun vertegenwoordigers.
9§5. De verwerking van de persoonsgegevens heeft als doel:
101° de vestiging en invordering van belastingen van de belastingplichtigen, vermeld in artikel 4, §2, tweede lid, 2°;
112° de behandeling van administratieve bezwaren tegen een aanslag, belastingverhoging of een administratieve geldboete als vermeld in artikel 9.
12§6. De instanties, vermeld in paragraaf 3, verwerken in het bijzonder de volgende categorieën van persoonsgegevens:
131° wat betreft de personen, vermeld in paragraaf 4, 1°:
14a) de persoonsgegevens in het belastingkohier, vermeld in artikel 4, §2, tweede lid, 2°;
15b) het elektronisch adres bedoeld om elektronische berichten te ontvangen, overeenkomstig artikel 4, §3, derde lid, en artikel 7, §1, derde lid;
16c) gegevens over de belastingschuld, met name het belastbaar feit en het belastingbedrag dat daaruit voortvloeit;
172° wat betreft de personen, vermeld in paragraaf 4, 2°:
18a) naam, voornaam en adres van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger;
19b) het elektronisch adres bedoeld om elektronische berichten te ontvangen, overeenkomstig artikel 9, §1, vierde lid;
20c) gegevens over de belastingschuld, met name het belastbaar feit en het belastingbedrag dat daaruit voortvloeit;
21d) relatie tot de belastingplichtige.
22Indien, conform de bepalingen van dit decreet, de instanties, vermeld in paragraaf 3, het rijksregisternummer verwerken, gebeurt de verwerking met het doel om op een unieke wijze natuurlijke personen te identificeren.
23§7. Derden die daartoe gemachtigd zijn bij wet of decreet, hebben slechts toegang tot persoonsgegevens voor zover die toegang toereikend, ter zake dienend en niet overmatig is voor het uitvoeren van de taken die hun zijn toegewezen in het kader van de opdracht, vermeld in paragraaf 5, 1°.
24§8. De gegevens, vermeld in paragraaf 6, worden bewaard overeenkomstig de regeling die geldt met toepassing van artikel III.87 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
25§9. De Vlaamse Regering kan aan de verwerkingsverantwoordelijken, vermeld in paragraaf 3, en de derden, vermeld in paragraaf 7, minimumnormen opleggen om de verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 6, transparant en veilig te laten verlopen.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd