Over de vrijwillige samenvoeging van de gemeenten Meulebeke en Tielt en tot wijziging van de bijlage bij het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011, wat betreft de opheffing van de samen te voegen gemeenten en het invoegen van de nieuwe gemeente #2068
Gemerged Vlaamse Regering wijzigt geen gevolgde wet · 27 februari 2024 1 checks vragen aandacht
Amendementen
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: BIN
ingediend op 14 maart 2024 (2023-2024)
Amendement
op het ontwerp van decreet
over de vrijwillige samenvoeging
van de gemeenten Meulebeke en Tielt
en tot wijziging van de bijlage
bij het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet
van 8 juli 2011,
wat betreft de opheffing
van de samen te voegen gemeenten
en het invoegen van de nieuwe gemeente
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
AMENDEMENT Nr. 1
voorgesteld door Bart Tommelein, Paul Van Miert, Brecht Warnez,
Kris Van Dijck, Katrien Partyka en Nadia Sminate
Hoofdstuk 3/1 (nieuw)
Een hoofdstuk 3/1, dat bestaat uit een artikel 7/1, invoegen, dat luidt als
volgt:
“Hoofdstuk 3/1. Overdracht van risicogronden
Art. 7/1. §1. In het kader van de samenvoeging, vermeld in artikel 2, kan de overdracht van risicogronden, vermeld in artikel 2, 13° en 18°, van het Bodemdecreet
van 27 oktober 2006, gebeuren zonder dat voorafgaand aan de verplichtingen,
vermeld in artikel 102 tot en met 115 van het voormelde decreet, wordt voldaan.
De nieuwe gemeente voert de volgende verplichtingen uit na de samenvoeging, vermeld in artikel 2:
1° voor de overgedragen risicogronden waarop op de datum van de samenvoeging nog geen oriënterend bodemonderzoek is uitgevoerd: de uitvoering van
een oriënterend bodemonderzoek op de overgedragen risicogronden en de indiening van het verslag ervan bij de OVAM. Het oriënterend bodemonderzoek
wordt uitgevoerd en het verslag ervan wordt bij de OVAM ingediend binnen
drie jaar na de datum van de samenvoeging van de gemeenten;
2° als conform artikel 104, §1, of artikel 109, §1, van het Bodemdecreet van 27
oktober 2006 een beschrijvend bodemonderzoek noodzakelijk zou zijn: de uitvoering van het beschrijvend bodemonderzoek en de indiening van het verslag
ervan bij de OVAM binnen de termijn die de OVAM bepaalt;
3° als conform artikel 104, §2, of artikel 109, §2, van het Bodemdecreet van 27
oktober 2006 bodemsanering noodzakelijk zou zijn: de uitvoering van de bodemsanering binnen de termijn die de OVAM bepaalt.
Binnen één jaar na de samenvoeging, vermeld in artikel 2, maakt de nieuwe
gemeente een inventaris op van al haar risicogronden die vallen onder de respectieve verplichtingen, vermeld in het tweede lid, en bezorgt ze de inventaris aan de
OVAM.
In deze paragraaf wordt verstaan onder de OVAM: Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, opgericht bij artikel 10.3.1, §1, van het decreet van 5 april
1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
§2. Paragraaf 1 is van overeenkomstige toepassing op de overdracht van risicogronden van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van de samen te
voegen gemeenten naar het nieuwe openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de nieuwe gemeente.”.
VERANTWOORDING
In toepassing van artikel 350, 2°, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
worden de onroerende goederen van de samen te voegen gemeenten op de samenvoegingsdatum van
rechtswege aan de nieuwe gemeente overgedragen. Het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 bevat een
aantal dwingende bepalingen die een overdrager moet naleven naar aanleiding van de overdracht van
gronden, in het bijzonder bij de overdracht van risicogronden. Risicogronden zijn gronden waarop welbepaalde door de Vlaamse Regering aangeduide inrichtingen worden of werden geëxploiteerd met een
verhoogd risico op bodemverontreiniging (artikel 2, 13° en 14°, van het Bodemdecreet van 27 oktober
2006).
In het kader van vrijwillige samenvoeging van gemeenten worden risicogronden overgedragen aan de
nieuwe gemeente. Dat betekent dat de bijzondere procedure voor de overdracht van risicogronden van
het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 (artikel 102 tot en met 115) ook hier van toepassing wordt.
Volgens die regeling moeten de overdragers voor de overdracht van de risicogronden een oriënterend
bodemonderzoek uitvoeren en het verslag ervan aan de OVAM bezorgen. Afhankelijk van de resultaten
van het oriënterend bodemonderzoek moet de overdrager nog verdere verplichtingen (beschrijvend
bodemonderzoek, bodemsaneringsproject, verbintenis tot bodemsaneringswerken ten aanzien van de
OVAM en financiële zekerheid) naleven vooraleer de overdracht kan gebeuren.
Een normale zorgvuldige en diligente uitvoering van de bovenvermelde bodemverplichtingen vergt een
zekere tijd en het is duidelijk dat de uitvoering ervan niet tijdig haar beslag kan krijgen binnen de timing
van de samenvoegingstrajecten. Met het oog op de continuïteit van de openbare dienst en de normale
werking van de nieuwe gemeente wordt specifiek voor deze samenvoeging in een afwijkende regeling
voorzien, in die zin dat de overdracht van de risicogronden aan de nieuwe gemeente op de samenvoegingsdatum kan gebeuren zonder vooraf de overdrachtsverplichtingen van het Bodemdecreet te moeten
naleven.
De bijzondere regeling voor de overdracht van risicogronden uit het Bodemdecreet van 27 oktober 2006
heeft evenwel niet alleen de bescherming van de verwerver van risicogronden op het oog (vermijden
van onwetend aankopen van een verontreinigde grond met de daaraan gekoppelde onderzoeks- en
saneringsplicht). De overdracht van risicogronden wordt ook aangegrepen als verplicht onderzoeks- en
eventueel saneringsmoment met het oog op de bescherming van mens en milieu tegen de gevaren van
de eventueel aanwezige bodemverontreiniging en dus in het algemeen belang. Om die reden wordt in
het samenvoegingsdecreet bepaald dat de nieuwe gemeente de verplichtingen alsnog moet naleven na
de samenvoeging en dus na de overdracht.
In eerste instantie gaat het om de uitvoering van het oriënterend bodemonderzoek. Er wordt bepaald
dat het oriënterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd en dat het verslag ervan bij de OVAM wordt
ingediend binnen drie jaar na de datum van de samenvoeging van de gemeenten.
Als conform de bepalingen van het Bodemdecreet verdere maatregelen noodzakelijk zijn, bepaalt de
OVAM de termijn waarbinnen het beschrijvend bodemonderzoek en de eventuele bodemsanering moeten worden uitgevoerd. In de …