Betreffende het realisatiegerichte instrumentarium #194
Gemerged Vlaamse Regering voegde 43 artikels samen in decreet-1996-04-16decreet-1997-10-21decreet-2003-07-18 · 24 januari 2020 33 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
– Nr. 2: Verslag van de hoorzittingen
– Nr. 3 en 4: Amendementen
– Nr. 5: Advies van de Raad van State
– Nr. 6: Advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van
persoonsgegevens
– Nr. 7 t.e.m. 9: Amendementen
– Nr. 10: Verslag
– Nr. 11: Reflectienota
– Nr. 12 en 13: Amendementen
– Nr. 14: Advies van de Raad van State over de amendementen
– Nr. 15: Amendementen
– Nr. 16: Advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit over de amendementen
22 mei 2023 (2022-2023)
Amendementen
voorgesteld na indiening van het verslag
op het ontwerp van decreet
betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
ingediend op
verzendcode: LEE
— 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
AMENDEMENT Nr. 27
voorgesteld door Mieke Schauvliege
na indiening van het verslag
Artikel 14
De inleidende bepaling van paragraaf 3 vervangen door wat volgt:
“§3. De eigenaarswaarde is gebaseerd op een forfaitair vergoedingssysteem op
basis van mediaantransactieprijzen dat rekening houdt met de volgende objectieve
correctiefactoren die degressief worden toegepast:”.
VERANTWOORDING
Een forfaitair vergoedingssysteem met mediaantransactieprijzen en toepassing van correctiefactoren
is de beste garantie op een voorspelbaar, rechtszeker, rechtvaardig en beheersbaar systeem. Met dit
amendement wordt het voorstel dat de experts van de Taskforce Bouwshift naar voor hebben geschoven als alternatief voor een planschadevergoeding gebaseerd op de venale waarde, gevolgd. Het in
voorliggend ontwerp van decreet voorgestelde systeem brengt een grote onzekerheid met zich mee.
Lokale besturen, die zullen moeten opdraaien voor de te betalen eigenaarsvergoedingen, moeten op
voorhand kunnen weten waar ze aan toe zijn. Lokale besturen zullen geen realistische raming kunnen
maken in het beginstadium van een planningsinitiatief en zo dreigen nieuwe initiatieven bij voorbaat in
de kiem gesmoord te worden.
De verwijzing naar het begrip ‘venale waarde’ is problematisch. Dit begrip verwijst naar de marktwaarde van de grond en heeft als onvermijdelijk resultaat dat ook de speculatieve waarde wordt vergoed.
Dat is onrechtvaardig, is oneigenlijk gebruik van belastinggeld en maakt de bouwshift bovendien onbetaalbaar, zo blijkt uit cijfers uit onder meer het rapport van de Taskforce Bouwshift.
Voor de lokale besturen is de door de meerderheidspartijen voorgestelde regeling nefast. Het is onverantwoord en maatschappelijk niet uit te leggen dat de overheid ervoor kiest om dergelijk grote bedragen van de maatschappij naar een beperkt deel grondbezitters te laten vloeien die bovendien niet het
werkelijk geleden waardeverlies compenseren, maar wel de speculatieve waarde.
Er is dus een groot probleem met de berekeningswijze van de eigenaarsvergoeding. Verschillende sprekers hebben tijdens de parlementaire hoorzittingen in de commissie met voorbeelden duidelijk gemaakt
dat deze wijziging de bouwshift onbetaalbaar en dus onuitvoerbaar dreigt te maken. Dit is in strijd met
de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV). Uit het rapport van de Taskforce
Bouwshift blijkt dat binnen een forfaitair systeem op een getrapte manier degressieve correctiefactoren objectief en transparant toegepast kunnen worden, waardoor de factuur tot circa 1,8 miljard euro
beperkt blijft in tegenstelling tot wanneer met een 100%-vergoeding op basis van de venale waarde
gewerkt zou worden. Dan zouden de totaalkosten tot in de tientallen miljarden kunnen oplopen.
Ook de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning (VRP), de beroepsvereniging voor Vlaamse stedenbouwkundigen en ruimtelijke planners, vreest dat, indien er een nieuwe regeling komt die tot hogere
planschadekosten zal leiden voor overheden, dit tot gevolg zal hebben dat (lokale) overheden geen
herbestemmingen meer zullen doen en de open ruimte verder aangevreten, versnipperd en verhard
wordt. Een bouwshift op basis van waardebepalingen dicht bij de 100% venale waarde aan bouwgrond,
dreigt de bouwshift onbetaalbaar en dus onuitvoerbaar te maken. Daarom vraagt de indiener van dit
amendement, in naam van haar fractie, de schrapping van het begrip ‘venale waarde’ in de definitie
van de eigenaarswaarde en de vervanging ervan door een fairder en meer transparant systeem, op
basis van de mediaantransactieprijs en rekening houdend met degressieve objectieve correctiefactoren.
Over het algemeen wordt de mediaanprijs in een vastgoedmarkt beschouwd als een meer betrouwbare indicator voor actuele waarde van een goed dan de gemiddelde prijs. Het is de centrummaat die
minder gevoelig is aan uitschieters (zowel in het lage als hoge segment). Indien er bijvoorbeeld een
aantal bouwgronden in het extreem hoge segment verkocht worden, dan levert de gemiddelde prijs al
snel een vertekend beeld op. Werken met mediaanprijzen is de gangbare maatstaf om analyses in de
vastgoedmarkt te meten.
Dit kan aan de hand van de dataset van de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) waarin meer dan een
miljoen transacties zijn opgenomen waarvoor een transactieprijs en een eenduidige bestemmingsklasse
gekend zijn. Hieruit wordt dan een selectie gemaakt van transacties die exclusief betrekking hebben op
onbebouwde gronden. Op basis hiervan worden mediaanprijzen berekend.
Vertrekkende vanuit de mediaantransactieprijzen voor Vlaanderen voor verschillende bestemmingscategorieën worden op een getrapte manier een aantal degressieve correctiefactoren objectief en
transparant in rekening gebracht. Deze correctiefactoren omvatten in concreto de waardebepalende
factoren, maar kennen hieraan een degressief objectief vaststelbare factor toe omdat het – over het
algemeen – om slecht gelegen gronden gaat. Ook worden vanuit billijkheidsoverweging de duurtijd
van het eigendomsstatuut van de gronden en de last die buiten het normaal risico valt, gecorrigeerd.
Door de opgesomde objectieve correctiefactoren degressief toe te passen, is dit in bepaalde verhouding
afnemend. Door de toepassing van een bepaalde …