§ flandrepo

Bij de begroting 2020 #152

Gemerged Vlaamse Regering voegde 43 artikels samen in circusdecreet-van-1-maart-2019decreet-2016-05-20decreet-2003-07-18 · 15 november 2019 10 checks vragen aandacht
Amendementen
5 december 2019 · 4 blz.
152/4 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: BEG 3 december 2019 (2019-2020) Amendementen op het ontwerp van programmadecreet bij de begroting 2020 ingediend op Documenten in het dossier: : Ontwerp van programmadecreet – Nr. 2 en 3: Amendementen — 1011 Brussel — 02/552.11.11 — www.vlaamsparlement.be LEGENDE FIN Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting en Justitie BIN Commissie voor Binnenlands Bestuur, Gelijke Kansen en Inburgering BRU Commissie voor Brussel en de Vlaamse Rand en Dierenwelzijn BUI Commissie voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Internationale Samenwerking en Toerisme CUL Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media ECO Commissie voor Economie, Werk, Sociale Economie, Wetenschap en Innovatie LAN Commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid LEE Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie OPE Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken OND Commissie voor Onderwijs WEL Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding WON Commissie voor Wonen en Onroerend Erfgoed AMENDEMENT Nr. 3 voorgesteld door Mieke Schauvliege en Jeremie Vaneeckhout Artikel 18 In het eerste lid, op de eerste regel, het woord “algemene” schrappen. VERANTWOORDING Het Openruimtefonds werd toegekend aan alle lokale besturen met uitzondering van de centrumsteden. Het bedrag werd bepaald op basis van de oppervlakte open ruimte. Er werden geen voorwaarden gekoppeld aan de besteding van deze middelen. Om lokale besturen te stimuleren deze middelen in te zetten voor zorgvuldig ruimtegebruik en behoud van de open ruimte, wordt een extra bepaling ingevoerd. Zo helpt dit fonds bij de realisatie van de doelstelling van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen.  AMENDEMENT Nr. 4 voorgesteld door Mieke Schauvliege en Jeremie Vaneeckhout Artikel 19 In het eerste lid, op de eerste regel, het woord “algemene” schrappen. VERANTWOORDING Zie verantwoording bij amendement nr. 3.  AMENDEMENT Nr. 5 voorgesteld door Mieke Schauvliege en Jeremie Vaneeckhout Artikel 19 Een vierde lid toevoegen, dat luidt als volgt: “De werkingssubsidies van de ontvangende gemeenten kunnen enkel worden aangewend voor een zorgvuldig ruimtegebruik en voor de vrijwaring en de inrichting van open ruimte op hun grondgebied.”. VERANTWOORDING Zie verantwoording bij amendement nr. 3.  C-BIN C-BIN C-BIN AMENDEMENT Nr. 6 voorgesteld door Philippe Muyters, Arnout Coel, Willem-Frederik Schiltz, Vincent Van Peteghem, Peter Van Rompuy en Jos Lantmeeters Hoofdstuk 8 Een artikel 28/1 toevoegen, dat luidt als volgt: “Artikel 28/1. In artikel 2.9.4.2.14, §2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 mei 2018, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt: “Voor de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in paragraaf 1, is het bedrag, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, §2, 1°, minstens het bedrag dat overeenkomt met het verschil tussen het verkooprecht, geheven met toepassing van artikel 2.9.4.2.14, §1, en het verkooprecht, verschuldigd bij gebrek aan toepassing van hetzelfde artikel en dit ongeacht de eventuele toepassing van paragraaf 7.”.”. VERANTWOORDING Voor aankopen van beschermde monumenten wordt sedert 14 mei 2017 het verkooprecht gehalveerd. Dit betekent dat het gewone verkooprecht van 10% wordt herleid tot 5%. Voorwaarde daarbij is dat het verkregen fiscale voordeel wordt beschouwd als een subsidie en moet worden geïnvesteerd in beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten die noodzakelijk zijn voor het behoud of de herwaardering van de erfgoedkenmerken en -elementen van het beschermde monument die in een geldig beheersplan opgenomen zijn. Met het decreet van 18 mei 2018 werd een tarief van 7% ingevoerd voor de aankoop van de enige en eigen woning. Tegelijkertijd werd voor de aankoop van een enige en eigen woning die tevens onroerend erfgoed is, een afzonderlijk nieuw tarief van 1% ingevoerd. Een van de voorwaarden is dat het verschil tussen het tarief van 7% en het tarief van 1%, zijnde 6% van de belastbare grondslag, werd geïnvesteerd in het betreffende onroerend goed. Bij niet-naleving van de voorwaarden tot behoud van het voordelige tarief voor gezinswoningen (met name de verplichting tot tijdige inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister) zullen in principe aanvullende rechten tot beloop van het tarief van 10% opeisbaar worden. Dit tarief van 10% wordt overeenkomstig artikel 2.9.4.2.10, Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF), gehalveerd, waardoor in principe de investeringsverplichting zou moeten worden bijgesteld tot een bedrag gelijk aan minstens 5% van de grondslag. Omdat een bijstelling tot 5% zou leiden tot onevenredige administratieve en praktische gevolgen, heeft de Vlaamse Regering destijds gekozen om het percentage ongewijzigd op 6% te behouden, niettegenstaande de wijziging van de initieel opgelegde taxatie. Er ontstaat dus geen recht op teruggave van 1% investeringsbedrag. Echter, door een tariefverlaging van 7% naar 6% voor aankoop van de enige en eigen woning, wordt het verkregen fiscale voordeel bij aankoop van een beschermd monument als enige en eigen gezinswoning, herleid tot 5%. Dit heeft tot gevolg dat artikel 2.9.4.2.14, §2, eerste lid, VCF, dient te worden aangepast.  C-FIN
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd