§ flandrepo

Over diverse maatregelen voor het onderwijs #1298

Gemerged Vlaamse Regering voegde 47 artikels samen in decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijsdecreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwijdecreet-1997-02-25 · 19 mei 2022 Alle checks geslaagd
Ingediende tekst
de Vlaamse Regering 19 mei 2022 · 170 blz.
1298/1 Officiële PDF
48 artikels gewijzigd

De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 19 mei 2022. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 24 wijzigt · vierde lid
Art. 2. In artikel 24, vierde lid, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007, vervangen bij het decreet van 25 april 2014 en gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden “het ontslag om dringende redenen” worden vervangen door de zinsnede “de motieven van het ontslag om dringende redenen, vermeld in het derde lid,”; 2° tussen de zinsnede “, vermeld in artikel 71” en de woorden “Als het personeelslid” wordt de volgende zin ingevoegd: “Als de laatste dag van de voormelde termijn een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −1 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 52bis berekend
2Onder dringende redenen wordt verstaan de ernstige tekortkoming die het voortduren van de waarnemende aanstelling onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt. Ontslag om dringende redenen overeenkomstig de bepalingen van dit artikel kan niet meer worden gegeven, wanneer het feit ter rechtvaardiging ervan sedert ten minste drie werkdagen bekend is aan de raad van bestuur.2Onder dringende redenen wordt verstaan de ernstige tekortkoming die het voortduren van de waarnemende aanstelling onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt. Ontslag om dringende redenen overeenkomstig de bepalingen van dit artikel kan niet meer worden gegeven, wanneer het feit ter rechtvaardiging ervan sedert ten minste drie werkdagen bekend is aan de raad van bestuur.
3Alleen de dringende redenen waarvan kennis is gegeven bij een ter post aangetekende brief, verzonden binnen drie werkdagen na het ontslag, kunnen worden aangewend ter rechtvaardiging van het ontslag. Het ontslag om dringende redenen wordt gegeven door de raad van bestuur of door de afgevaardigd bestuurder voor het personeelslid aangesteld in het vormingscentrum of de pedagogische begeleidingsdienst.3Alleen de dringende redenen waarvan kennis is gegeven bij een ter post aangetekende brief, verzonden binnen drie werkdagen na het ontslag, kunnen worden aangewend ter rechtvaardiging van het ontslag. Het ontslag om dringende redenen wordt gegeven door de raad van bestuur of door de afgevaardigd bestuurder voor het personeelslid aangesteld in het vormingscentrum of de pedagogische begeleidingsdienst.
4Het personeelslid kan binnen vijf kalenderdagen na de ontvangst van het ontslag om dringende redenenmet een aangetekende brief beroep aantekenen bij de bevoegde kamer van beroep, vermeld in artikel 71. Als het personeelslid het ontslag ontvangt tijdens een periode van ten minste zeven opeenvolgende vakantiedagen, wordt de voormelde periode van vijf kalenderdagen verlengd met de duur van de vakantieperiode. De raad van bestuur - en voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - moet vanaf het moment waarop het ontslag gegeven wordt, het personeelslid met onmiddellijke ingang preventief schorsen bij hoogdringendheid conform artikel 59. Die preventieve schorsing beslaat de periode vanaf het ogenblik dat de beslissing tot preventieve schorsing bij hoogdringendheid aan het betrokken personeelslid is meegedeeld, tot het ogenblik dat de beroepsprocedure is beëindigd, waarbij die periode nooit langer kan zijn dan de oorspronkelijke waarnemende aanstelling waarop het ontslag betrekking heeft. Als het personeelslid geen beroep aantekent, beslaat de preventieve schorsing de periode vanaf het ogenblik dat de beslissing tot preventieve schorsing bij hoogdringendheid aan het betrokken personeelslid is meegedeeld, tot het ogenblik dat de termijn om beroep aan te tekenen verstreken is. 4Het personeelslid kan binnen vijf kalenderdagen vanaf de dag nadat de post de schriftelijke mededeling van de motieven van het ontslag om dringende redenen, vermeld in het derde lid, voor het eerst heeft aangeboden, met een aangetekende brief beroep aantekenen bij de bevoegde kamer van beroep, vermeld in artikel 71. Als het personeelslid het ontslag ontvangt tijdens een periode van ten minste zeven opeenvolgende vakantiedagen, wordt de voormelde periode van vijf kalenderdagen verlengd met de duur van de vakantieperiode. De raad van bestuur - en voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - moet vanaf het moment waarop het ontslag gegeven wordt, het personeelslid met onmiddellijke ingang preventief schorsen bij hoogdringendheid conform artikel 59. Die preventieve schorsing beslaat de periode vanaf het ogenblik dat de beslissing tot preventieve schorsing bij hoogdringendheid aan het betrokken personeelslid is meegedeeld, tot het ogenblik dat de beroepsprocedure is beëindigd, waarbij die periode nooit langer kan zijn dan de oorspronkelijke waarnemende aanstelling waarop het ontslag betrekking heeft. Als het personeelslid geen beroep aantekent, beslaat de preventieve schorsing de periode vanaf het ogenblik dat de beslissing tot preventieve schorsing bij hoogdringendheid aan het betrokken personeelslid is meegedeeld, tot het ogenblik dat de termijn om beroep aan te tekenen verstreken is. Als de laatste dag van de voormelde termijn een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
5Het ontslag om dringende redenen is definitief ofwel na het verstrijken van de beroepstermijn, ofwel nadat de kamer van beroep een definitieve beslissing heeft genomen.5Het ontslag om dringende redenen is definitief ofwel na het verstrijken van de beroepstermijn, ofwel nadat de kamer van beroep een definitieve beslissing heeft genomen.
6De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen van de beroepsprocedure en waarborgt de rechten van verdediging van de betrokken personeelsleden. De kamer van beroep doet in laatste aanleg uitspraak over het beroep.6De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen van de beroepsprocedure en waarborgt de rechten van verdediging van de betrokken personeelsleden. De kamer van beroep doet in laatste aanleg uitspraak over het beroep.
+1 −1 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 59ter berekend
1§ 1. Met uitzondering van de preventieve schorsing in toepassing van artikel 24, artikel 52bis, artikel 53bis, § 5, en artikel 73undecies, § 4, kan het personeelslid tegen de preventieve schorsing of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris in beroep gaan bij de kamer van beroep, vermeld in artikel 71. Op straffe van verval dient het beroep ingesteld te worden binnen een termijn van twintig kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag na het versturen van de ter post aangetekende brief met de kennisgeving van de preventieve schorsing. 1§ 1. Met uitzondering van de preventieve schorsing in toepassing van artikel 24, artikel 52bis, artikel 53bis, § 5, en artikel 73undecies, § 4, kan het personeelslid tegen de preventieve schorsing of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris in beroep gaan bij de kamer van beroep, vermeld in artikel 71. Op straffe van verval dient het beroep ingesteld te worden binnen een termijn van twintig kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag na het versturen van de ter post aangetekende brief met de kennisgeving van de preventieve schorsing. Als de laatste dag van de voormelde termijn een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
2Het beroep wordt ingesteld bij beroepsschrift en moet alle middelen bevatten die tegen de preventieve schorsing of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris kunnen worden ingebracht. Daartoe ontvangt het betrokken personeelslid met dezelfde zending als die waarmee hem de preventieve schorsing wordt meegedeeld, een kopie van zijn dossier.2Het beroep wordt ingesteld bij beroepsschrift en moet alle middelen bevatten die tegen de preventieve schorsing of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris kunnen worden ingebracht. Daartoe ontvangt het betrokken personeelslid met dezelfde zending als die waarmee hem de preventieve schorsing wordt meegedeeld, een kopie van zijn dossier.
3Het personeelslid dat over nieuwe elementen beschikt, kan tegen zijn preventieve schorsing of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris een beroep instellen, van zodra minstens drie maanden verstreken zijn sinds de dag na het versturen van de ter post aangetekende brief met de kennisgeving van de preventieve schorsing.3Het personeelslid dat over nieuwe elementen beschikt, kan tegen zijn preventieve schorsing of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris een beroep instellen, van zodra minstens drie maanden verstreken zijn sinds de dag na het versturen van de ter post aangetekende brief met de kennisgeving van de preventieve schorsing.
decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 73 wijzigt · tweede lid
Art. 5. In artikel 73, tweede lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 3 juli 2020, wordt de zin “De vervaltermijn kan worden opgeschort tijdens een vakantieperiode.” vervangen door de zinnen “Als de laatste dag van de voormelde termijn een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag. De voormelde termijn van twintig kalenderdagen kan worden opgeschort tijdens een vakantieperiode”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 73septies wijzigt · decies, §5, 1°
Art. 6. In artikel 73septiesdecies, §5, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007 en gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt de zin “Deze termijn kan worden opgeschort tijdens een vakantieperiode.” vervangen door de zinnen “Als de laatste dag van de voormelde termijn een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag. De voormelde termijn van twintig kalenderdagen kan worden opgeschort tijdens een vakantieperiode.”. Hoofdstuk 3. Wijzigingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 25 wijzigt · vierde lid
Art. 7. In artikel 25, vierde lid, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, vervangen bij het decreet van 25 april 2014 en gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden “het ontslag om dringende redenen” worden vervangen door de zinsnede “de motieven van het ontslag om dringende redenen, vermeld in het derde lid,”; 2° tussen de zinsnede “, vermeld in artikel 69” en de woorden “Als het personeelslid” wordt de volgende zin ingevoegd: “Als de laatste dag van de voormelde termijn een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 42 wijzigt · §6, vierde lid
Art. 8. In artikel 42, §6, vierde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009 en vervangen bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de zin “Het personeelslid kan binnen vijf kalenderdagen na de ontvangst van het ontslag om dringende redenen met een aangetekende brief beroep aantekenen bij de bevoegde kamer van beroep, vermeld in artikel 69.” wordt vervangen door de zin “Het personeelslid kan binnen vijf kalenderdagen vanaf de dag nadat de post de schriftelijke mededeling van de motieven van het ontslag om dringende redenen, vermeld in het derde lid, voor het eerst heeft aangeboden, met een aangetekende brief beroep aantekenen bij de bevoegde kamer van beroep, vermeld in artikel 69.”. 2° tussen de zinsnede “, vermeld in artikel 69” en de woorden “Als het personeelslid” wordt de volgende zin ingevoegd: “Als de laatste dag van de voormelde termijn een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 47septies wijzigt · decies, §5, 1°
Art. 9. In artikel 47septiesdecies, §5, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007 en gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009 en 9 juli 2021, wordt de zin “Deze termijn kan worden opgeschort tijdens een vakantieperiode.” vervangen door de zinnen “Als de laatste dag van de voormelde termijn een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag. De voormelde termijn van twintig kalenderdagen kan worden opgeschort tijdens een vakantieperiode.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −1 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 67bis berekend
1§ 1. Met uitzondering van de preventieve schorsing in toepassing van artikel 25 en artikel 42, § 6, kan het personeelslid tegen de preventieve schorsing of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris in beroep gaan bij de bevoegde kamer van beroep, vermeld in artikel 69. Op straffe van verval dient het beroep ingesteld te worden binnen een termijn van twintig kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag na het versturen van de ter post aangetekende brief met de kennisgeving van de preventieve schorsing. 1§ 1. Met uitzondering van de preventieve schorsing in toepassing van artikel 25 en artikel 42, § 6, kan het personeelslid tegen de preventieve schorsing of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris in beroep gaan bij de bevoegde kamer van beroep, vermeld in artikel 69. Op straffe van verval dient het beroep ingesteld te worden binnen een termijn van twintig kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag na het versturen van de ter post aangetekende brief met de kennisgeving van de preventieve schorsing. Als de laatste dag van de voormelde termijn een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
2Het beroep wordt ingesteld bij beroepsschrift en moet alle middelen bevatten die tegen de preventieve schorsing of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris kunnen worden ingebracht. Daartoe ontvangt het betrokken personeelslid met dezelfde zending als die waarmee hem de preventieve schorsing wordt meegedeeld, een kopie van zijn dossier.2Het beroep wordt ingesteld bij beroepsschrift en moet alle middelen bevatten die tegen de preventieve schorsing of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris kunnen worden ingebracht. Daartoe ontvangt het betrokken personeelslid met dezelfde zending als die waarmee hem de preventieve schorsing wordt meegedeeld, een kopie van zijn dossier.
3Het personeelslid dat over nieuwe elementen beschikt, kan tegen zijn preventieve schorsing of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris een beroep instellen, van zodra minstens drie maanden verstreken zijn sinds de dag na het versturen van de ter post aangetekende brief met de kennisgeving van de preventieve schorsing.3Het personeelslid dat over nieuwe elementen beschikt, kan tegen zijn preventieve schorsing of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris een beroep instellen, van zodra minstens drie maanden verstreken zijn sinds de dag na het versturen van de ter post aangetekende brief met de kennisgeving van de preventieve schorsing.
decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 72 wijzigt · 1°
Art. 11. Aan artikel 72, 1°, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 3 juli 2020, wordt de zin “Deze termijn kan worden opgeschort tijdens een vakantieperiode.” vervangen door de zinnen “Als de laatste dag van deze termijn een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag. De voormelde termijn van twintig kalenderdagen kan worden opgeschort tijdens een vakantieperiode.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+2 −2 decreet-1997-02-25/art. 13/1 berekend
1§ 1. Voor de toepassing van dit artikel worden vanaf het schooljaar 2020-2021 als voldoende aanwezig beschouwd, de leerlingen die ingeschreven zijn in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor Nederlandstalig kleuteronderwijs en er 290 halve dagen daadwerkelijk aanwezig zijn. Halve dagen aanwezigheid in de rijdende kleuterschool zoals bepaald in artikel 168 van dit decreet worden beschouwd als aanwezigheid in de erkende school voor Nederlandstalig onderwijs waar de leerling ingeschreven is.1§ 1. Voor de toepassing van dit artikel worden vanaf het schooljaar 2020-2021 als voldoende aanwezig beschouwd, de leerlingen die ingeschreven zijn in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor Nederlandstalig kleuteronderwijs en er 290 halve dagen daadwerkelijk aanwezig zijn. Halve dagen aanwezigheid in de rijdende kleuterschool zoals bepaald in artikel 168 van dit decreet worden beschouwd als aanwezigheid in de erkende school voor Nederlandstalig onderwijs waar de leerling ingeschreven is.
2In afwijking van het eerste lid bepaalt de Vlaamse Regering wanneer een leerling geacht wordt voldoende aanwezig te zijn, wanneer de school overeenkomstig artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs en het onderwijs voor sociale promotie erkend, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, over een afwijkende uurregeling beschikt.2In afwijking van het eerste lid bepaalt de Vlaamse Regering wanneer een leerling geacht wordt voldoende aanwezig te zijn, wanneer de school overeenkomstig artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, over een afwijkende uurregeling beschikt.
3§ 2. Om toegelaten te worden tot het gewoon lager onderwijs vanaf het schooljaar 2021-2022 moet een leerling zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar. Als hij nog niet de leeftijd van zeven jaar heeft bereikt of zal bereiken voor 1 januari van het lopende schooljaar, moet hij bovendien voldoen aan de voorwaarden van de groep waartoe hij behoort:3§ 2. Om toegelaten te worden tot het gewoon lager onderwijs vanaf het schooljaar 2021-2022 moet een leerling zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar. Als hij nog niet de leeftijd van zeven jaar heeft bereikt of zal bereiken voor 1 januari van het lopende schooljaar, moet hij bovendien voldoen aan de voorwaarden van de groep waartoe hij behoort:
41° voor leerlingen die voldoende aanwezig waren in het voorafgaande schooljaar:41° voor leerlingen die voldoende aanwezig waren in het voorafgaande schooljaar:
13Bij weigering van toelating tot het lager onderwijs beslist de klassenraad van de school voor kleuteronderwijs of de leerling in het kleuteronderwijs het reguliere traject of een taalintegratietraject met in beginsel een taalbad of een volwaardig alternatief volgt.13Bij weigering van toelating tot het lager onderwijs beslist de klassenraad van de school voor kleuteronderwijs of de leerling in het kleuteronderwijs het reguliere traject of een taalintegratietraject met in beginsel een taalbad of een volwaardig alternatief volgt.
14§ 3. Het advies door de school voor kleuteronderwijs wordt aan de ouders meegedeeld uiterlijk op 30 juni.14§ 3. Het advies door de school voor kleuteronderwijs wordt aan de ouders meegedeeld uiterlijk op 30 juni.
15De beslissing door de school voor lager onderwijs wordt aan de ouders meegedeeld uiterlijk de tiende schooldag van september bij inschrijving vóór 1 september van het lopende schooljaar, of, bij inschrijving vanaf 1 september, uiterlijk tien schooldagen na deze inschrijving. Indien de leerling geen beroep kan doen op het behoud van inschrijving, conform artikel 37/9 of artikel 37bis, § 4, is de leerling in afwachting van deze mededeling ingeschreven onder opschortende voorwaarde. Bij overschrijding van de genoemde termijn is de leerling ingeschreven of toegelaten.15De beslissing door de school voor lager onderwijs wordt aan de ouders meegedeeld uiterlijk de tiende schooldag van september bij inschrijving vóór 1 september van het lopende schooljaar, of, bij inschrijving vanaf 1 september, uiterlijk tien schooldagen na deze inschrijving. Indien de leerling geen beroep kan doen op het behoud van inschrijving, conform artikel 37/9 of artikel 37bis, § 4, is de leerling in afwachting van deze mededeling ingeschreven onder ontbindende voorwaarde. Bij overschrijding van de genoemde termijn is de leerling ingeschreven of toegelaten.
16De schriftelijke mededeling aan de ouders van een negatief advies of negatieve beslissing bevat tevens de motivatie.16De schriftelijke mededeling aan de ouders van een negatief advies of negatieve beslissing bevat tevens de motivatie.
17§ 4. Met uitzondering van de eerste zin van paragraaf 2 is dit artikel niet van toepassing op leerlingen die worden ingeschreven in scholen voor Franstalig onderwijs in de randen taalgrensgemeenten die deel uitmaken van het Nederlandse taalgebied.17§ 4. Met uitzondering van de eerste zin van paragraaf 2 is dit artikel niet van toepassing op leerlingen die worden ingeschreven in scholen voor Franstalig onderwijs in de randen taalgrensgemeenten die deel uitmaken van het Nederlandse taalgebied.
decreet-1997-02-25/art. 14/1 wijzigt
Art. 13. In artikel 14/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 juni 2016 en gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 en paragraaf 2 worden vervangen door wat volgt: “§ 1. Een leerling die het getuigschrift basisonderwijs behaald heeft, kan geen lager onderwijs meer volgen, tenzij na gunstig advies door de klassenraad van de school waar de leerling het voorafgaande schooljaar lager onderwijs heeft gevolgd. De klassenraad geeft het advies op vraag van de ouders. Na kennisneming van en toelichting bij het advies van de klassenraad nemen de ouders daaromtrent een beslissing. Als de leerling het voorafgaande schooljaar geen les heeft gevolgd in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor het lager onderwijs, wordt het advies verstrekt door de klassenraad van de school waar de leerling het gewoon lager onderwijs wil volgen.”; § 2. In het gewoon lager onderwijs kan een leerling die veertien jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, nog één schooljaar het lager onderwijs volgen, na gunstig advies van de klassenraad van de school waar de leerling het voorafgaande schooljaar lager onderwijs heeft gevolgd en een advies van het CLB. De klassenraad en het CLB geven de ouders toelichting bij de adviezen. De klassenraad en CLB geven het advies op vraag van de ouders. Na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en het CLB nemen de ouders daaromtrent een beslissing. Als de leerling het voorafgaande schooljaar geen les heeft gevolgd in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor het lager onderwijs, wordt het advies verstrekt door de klassenraad van school waar de leerling het gewoon lager onderwijs wil volgen.”; 2° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt: “In het buitengewoon lager onderwijs kan een leerling die veertien jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, nog één schooljaar het lager onderwijs volgen, na advies van de klassenraad van de school waar de leerling het voorafgaande schooljaar lager onderwijs heeft gevolgd en een advies van het CLB. De klassenraad en het CLB geven de ouders toelichting bij de adviezen. De klassenraad en CLB geven het advies op vraag van de ouders. Na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en het CLB nemen de ouders daaromtrent een beslissing.”; 3° in paragraaf 3 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: “Als een leerling het voorgaande schooljaar niet ingeschreven was in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor het lager onderwijs, wordt het advies verstrekt door de klassenraad van de school waar de leerling het buitengewoon lager onderwijs wil volgen.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (aanhalingstekens niet in evenwicht). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −0 decreet-1997-02-25/art. 37/1 berekend
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 37bis berekend
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 37octies berekend
+2 −1 decreet-1997-02-25/art. 37novies berekend
decreet-1997-02-25/art. 37 wijzigt · undecies, §2
decreet-1997-02-25/art. 53 wijzigt · eerste lid
decreet-1997-02-25/art. 55 wijzigt
+1 −0 decreet-1997-02-25/art. 56bis nieuw
decreet-1997-02-25/art. 87 wijzigt · §4
decreet-1997-02-25/art. 101 wijzigt
decreet-1997-02-25/art. 103 wijzigt
decreet-1997-02-25/art. 111 wijzigt
+0 −1 decreet-1997-02-25/art. 111/1 opgeheven
+0 −1 decreet-1997-02-25/art. 111/2 opgeheven
+0 −1 decreet-1997-02-25/art. 111/3 opgeheven
decreet-1997-02-25/art. 137bis wijzigt · paragraaf 3
decreet-1997-02-25/art. 154 wijzigt · §2, eerste lid
decreet-2007-06-15/art. 128bis wijzigt · /1, eerste lid
+1 −1 decreet-2007-06-15/art. 130ter berekend
+1 −0 decreet-2008-07-10/art. 20 berekend
+6 −2 decreet-2018-03-09/art. 52 berekend
+6 −2 decreet-2018-03-09/art. 53 berekend
+4 −1 decreet-2018-03-09/art. 73 berekend
+1 −1 decreet-2018-03-09/art. 82 berekend
+1 −1 decreet-2018-04-27/art. 48 berekend
art. 111 wijzigt · §1bis, 2°
art. 123/10 wijzigt · §2
art. 147 wijzigt
art. 176 wijzigt
art. 251/1 wijzigt · eerste lid
art. 289 wijzigt · §3, vierde lid
art. 290/2 wijzigt
art. 299 wijzigt · 1°
art. 309 wijzigt · §3
art. 332/1 wijzigt · eerste lid
art. 357/8 wijzigt · eerste lid
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd