Tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Veldwetboek van 7 oktober 1886, het Bosdecreet van 13 juni 1990, het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wat betreft het beschermen van de bossen en het natuurbeheer van openbare terreinen #1292
Gemerged Vlaamse Regering voegde 5 artikels samen in decreet-1997-10-21decreet-2014-05-09decreet-2001-12-21 · 16 mei 2022 1 checks vragen aandacht
Amendementen
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: OND
ingediend op 28 juni 2022 (2021-2022)
Amendement
voorgesteld na indiening van het verslag
op het ontwerp van decreet
tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering,
het Veldwetboek van 7 oktober 1886,
het Bosdecreet van 13 juni 1990,
het decreet van 21 oktober 1997
betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
en het decreet van 21 december 2001
houdende bepalingen tot begeleiding
van de begroting 2002,
wat betreft het beschermen van de bossen
en het natuurbeheer van openbare terreinen
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
– Nr. 2: Amendement
– Nr. 3: Verslag
– Nr. 4: Amendement
AMENDEMENT Nr. 3
voorgesteld door Leo Pieters, Bart Claes, Sam Van Rooy,
Klaas Slootmans en Chris Janssens
na indiening van het verslag
Artikel 3
In de voorgestelde tekst van paragraaf 5 de achtste en de negende zin
vervangen door wat volgt:
“Doet het dit niet binnen die termijn, dan wordt de vergunning geacht geweigerd
te zijn. De beslissing van het college van burgemeester en schepenen is met redenen omkleed.”.
VERANTWOORDING
Het principe van stilzwijgende vergunningen was in de rechtsleer – en ook in zowel internationale als
nationale rechtspraak – in het verleden al voorwerp van grote kritiek. Het gevaar bestaat immers dat
de vergunningsaanvrager op deze manier een vergunning verkrijgt zonder dat de bevoegde overheid
(in dit geval het college van burgemeester en schepenen) zelfs maar ernstig of reëel de vergunningsaanvraag heeft onderzocht. Het is niet denkbeeldig dat hierdoor de rechten van derden ernstig worden
geschaad en het vertrouwen van de burger in de vergunningverlenende overheid (verder) aftakelt.
Daarnaast dient elke beslissing over een vergunningsaanvraag (in dit geval voor bebossing), ongeacht
of het college de vergunning toekent of weigert, door het lokaal bestuur op afdoende en draagkrachtige
wijze gemotiveerd te worden. Niet alleen bij een weigering van een vergunning, maar ook bij toekenning
van de gevraagde vergunning dient de motiveringsplicht door het bestuur te worden nageleefd opdat
ieder die door deze bestuurshandeling in zijn of haar belangen wordt geraakt, met kennis van zaken
voor zijn of haar rechten kan opkomen.
■