Tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Veldwetboek van 7 oktober 1886, het Bosdecreet van 13 juni 1990, het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wat betreft het beschermen van de bossen en het natuurbeheer van openbare terreinen #1292
Gemerged Vlaamse Regering voegde 5 artikels samen in decreet-1997-10-21decreet-2014-05-09decreet-2001-12-21 · 16 mei 2022 1 checks vragen aandacht
7 artikels gewijzigd
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 16 mei 2022. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
| 1 | §1. In deze paragraaf wordt verstaan onder besturen: | ||
| 2 | 1° een gemeente; | ||
| 3 | 2° een gemeentebedrijf; | ||
| 4 | 3° een vereniging van gemeenten; | ||
| 5 | 4° een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn; | ||
| 6 | 5° een intercommunaal centrum voor maatschappelijk welzijn; | ||
| 7 | 6° een vereniging van openbare centra voor maatschappelijk welzijn; | ||
| 8 | 7° een provincie; | ||
| 9 | 8° een provinciebedrijf; | ||
| 10 | 9° een polder; | ||
| 11 | 10° een watering; | ||
| 12 | 11° een vereniging van polders en wateringen; | ||
| 13 | 12° een kerkfabriek en elke andere rechtspersoon die voor de uitoefening van een openbare eredienst of voor verenigingen van vrijzinnigen onroerende goederen beheert. | ||
| 14 | De besturen die eigenaar zijn van een openbaar terrein dat beheerd wordt of zal worden in het kader van natuurbehoud, kunnen het agentschap verzoeken om het technische beheer van dat terrein uit te voeren. De besturen geven in een schriftelijke mededeling aan dat ze de intentie hebben om een natuurbeheerplan als vermeld in artikel 16bis, op te maken. De Vlaamse Regering bepaalt de taken die vallen onder het technische beheer. Het technische beheer wordt stopgezet nadat het voormelde natuurbeheerplan is goedgekeurd conform artikel 16octies. | ||
| 15 | De besturen die eigenaar zijn van een openbaar terrein dat beheerd wordt of zal worden in het kader van natuurbehoud, kunnen met een overeenkomst het volledige beheer aan het agentschap overdragen op voorwaarde dat er een goedgekeurd natuurbeheerplan is als vermeld in artikel 16octies, of dat het bestuur de intentie heeft om een natuurbeheerplan als vermeld in artikel 16bis, op te maken. Bij de beslissing tot overname van het beheer verleent het agentschap geen subsidies meer als vermeld in artikel 16sedecies. | ||
| 16 | §2. In afwijking van paragraaf 1 is het technische beheer van toepassing op alle andere openbare terreinen die beheerd worden of zullen worden in het kader van natuurbehoud. | ||
| 17 | §3. In afwijking van paragraaf 1 en 2 kan een publiekrechtelijke rechtspersoon die eigenaar is van een openbaar terrein dat beheerd wordt of zal worden in het kader van natuurbehoud, een derde het technische beheer laten uitvoeren. Als van die mogelijkheid wordt gebruikgemaakt, voert de derde in kwestie het volledige takenpakket uit dat wordt bepaald krachtens paragraaf 1, tweede lid. Het is niet mogelijk om alleen bepaalde taken van het voormelde takenpakket door de derde te laten uitvoeren terwijl het agentschap nog andere taken van het voormelde takenpakket uitvoert. | ||
| 18 | Een publiekrechtelijke rechtspersoon die gebruik maakt van de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, sluit daarvoor een overeenkomst met de derde. De publiekrechtelijke rechtspersoon deelt het agentschap schriftelijk mee welke derde het technische beheer uitvoert, binnen dertig dagen na de dag van de ondertekening van de overeenkomst. | ||
| 19 | In voorkomend geval worden tussen enerzijds het agentschap en anderzijds de publiekrechtelijke rechtspersoon en de derde die de beheertaken op zich zal nemen, afspraken gemaakt over het tijdstip waarop de derde de taken overneemt die het agentschap voorheen uitvoerde. De taken worden uiterlijk negentig dagen na de dag van de ondertekening van de overeenkomst, vermeld in het tweede lid, overgedragen. Het agentschap zal de taken die het voorheen uitvoerde in elk geval niet meer uitvoeren nadat de voormelde termijn van negentig dagen is verstreken. | ||
| 20 | §4. Het beheer van een openbaar terrein dat beheerd wordt of zal worden in het kader van natuurbehoud, kan met een overeenkomst tussen de partijen in kwestie worden overgedragen aan een derde. | ||
| 21 | De publiekrechtelijke rechtspersoon bezorgt een afschrift van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, aan het agentschap binnen dertig dagen na de dag van de ondertekening van de overeenkomst. De terreinen in kwestie behouden de status van openbaar terrein. |
Art. 10. Aan artikel 13 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, gewijzigd bij de decreten van 7 december 2007, 1 maart 2013, 9 mei 2014 en 8 december 2017, wordt een paragraaf 9 toegevoegd, die luidt als volgt:
“§9. Op terreinen waarvoor een natuurbeheerplan is goedgekeurd, en binnen een afstand van vijfentwintig meter tot die terreinen is het met uitzondering van wettelijk verplichte verbrandingen verboden te roken en vuur te maken in de openlucht om welk motief dan ook, behalve in de volgende gevallen:
1° ter uitvoering van het goedgekeurde beheersplan;
2° ter uitvoering van een goedgekeurde toegankelijkheidsregeling als vermeld in artikel 12octies.
De Vlaamse Regering kan ook voor de terreinen, vermeld in het eerste lid, en andere terreinen een verbod op roken en het maken van vuur instellen door dat onder meer te koppelen aan de toestand over de brandgevoeligheid van de natuurelementen op de terreinen.”.
Hoofdstuk 6. Wijziging van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
Art. 11. In artikel 17 van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, gewijzigd bij de decreten van 12 december 2008 en 13 juli 2012, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
“§2. Aan het Fonds voor de compenserende bebossing worden de volgende ontvangsten toegewezen:
1° alle ontvangsten die voortvloeien uit de toepassing van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990, als de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de vergunning tot ontbossing of de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, vermeld in artikel 90bis, §2, 2°, van het voormelde decreet, aflevert;
2° de ontvangsten van niet-aangewende middelen die vanuit het Fonds voor de compenserende bebossing toegekend zijn aan de Vlaamse Landmaatschappij of aan openbare besturen, natuurlijke personen en privaatrechtelijke rechtspersonen die bebossen.”.
Brussel, De minister-president van de Vlaamse Regering, Jan JAMBON De Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme, Zuhal DEMIR ADVIES VAN DE MILIEU- EN NATUURRAAD VAN VLAANDEREN Advies Advies Bosuitbreidingsdecreet Advies inzake het voorontwerp van decreet tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Veldwetboek van 7 oktober 1886, het Bosdecreet van 13 juni 1990, het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002 Datum van goedkeuring 16/09/2021 Volgnummer 2021| 21 Coördinator + e-mailadres Kathleen Quick, kathleen.quick@minaraad.be Co-auteur + e-mailadres Jan Verheeke, jan.verheeke@minaraad.be Advies Advies Bosuitbreidingsdecreet Advies inzake het voorontwerp van decreet tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Veldwetboek van 7 oktober 1886, het Bosdecreet van 13 juni 1990, het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002 Datum van goedkeuring 16/09/2021 Volgnummer 2021| 21 Coördinator + e-mailadres Kathleen Quick, kathleen.quick@minaraad.be Co-auteur + e-mailadres Jan Verheeke, jan.verheeke@minaraad.be Minaraad, advies Bosuitbreidingsdecreet, 16/09/2021 2 Inhoudstafel Inhoudstafel ....................................................................................................................................... 2 Krachtlijnen ........................................................................................................................................ 3 Procesbeschrijving.............................................................................................................................. 4 Bosuitbreidingsdecreet ...................................................................................................................... 5 1 Algemene situering ............................................................................................................ 5 2 Inzake boscompensatie ..................................................................................................... 7 3 Inzake mogelijkheden voor bebossing (Veldwetboek) ...................................................... 9 4 Inzake bosbeheer ............................................................................................................... 9 5 Inzake verbod op het maken van vuur, rookverbod en de strafrechtelijke bescherming van bossen ....................................................................................................................... 10 Minaraad, advies Bosuitbreidingsdecreet, 16/09/2021 3 Krachtlijnen De Minaraad stelt vast dat in het Regeerakkoord en de beleidsnota Omgeving ambitieuze bosdoelstellingen werden opgenomen en dit met het oog op het vervullen de van diverse functies die aan bossen worden toegeschreven. Het is aldus een grote beleidsuitdaging om binnen de contouren van de gemaakte afspraken in het Vlaams Regeerakkoord1 de nodige bosoppervlakten te realiseren. Er is hierbij sprake van twee spanningsvelden: één tussen bos en andere landgebruiksfuncties en één van interne spanningen, i.e. tussen de diverse functies die aan bossen toegeschreven worden. De Minaraad concludeert hieruit dat een overkoepelende visie inzake bos(beleid) in Vlaanderen gewenst is. De Raad vraagt dat de plannen, zoals bepaald in artikel 6, van het Bosdecreet, zouden worden opgemaakt en voor advies worden voorgelegd.
Inzake boscompensatie is de Minaraad van mening dat wat voorligt al een grondiger ingrijpen is in de regelgeving dan tot op heden gebeurde. Evenwel meent de Raad dat hiermee niet alle knelpunten en spanningsvelden worden opgelost. De actoren in de Raad hebben elk hun eigen oplossing hiervoor, maar binnen het tijdsbestek van dit adviesproces was het niet mogelijk om een optie naar voor te schuiven die door alle actoren werd gedragen.
De Minaraad kan akkoord gaan met de voorgestelde wijzigingen aan het Veldwetboek, maar vraagt hier specifieke aandacht voor de ontwikkeling van de mantelzoomvegetatie.
Wat de wijzigingen aan het bosbeheer betreft, meent de Minaraad dat er een mismatch is tussen titel en inhoud van de nieuwe afdeling 5 en vraagt om de titel te wijzigen. Verder adviseert de Raad om te zorgen voor een duidelijke omkadering van het “technisch beheer” en juridische zekerheid en transparantie bij de overdracht van beheer.
Inzake het maken van vuur en roken ondersteunt de Minaraad de mogelijkheid voor het instellen van een algemeen verbod voor alle natuurgebieden indien de omstandigheden dit vereisen.
1 VLAAMS REGEERAKKOORD, p. 158: “We zetten in eerste instantie in op de bebossing van niet-beboste als bos bestemde gebieden of waar mogelijk natuurgebieden, en in tweede instantie op te bestemmen gebieden” Minaraad, advies Bosuitbreidingsdecreet, 16/09/2021 4 Procesbeschrijving De Minaraad ontving de adviesvraag inzake het Ontwerp van decreet tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Veldwetboek van 7 oktober 1886, het Bosdecreet van 13 juni 1990, het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wat betreft het beschermen van de bossen en het natuurbeheer van openbare terreinen op 20 juli. Uitstel werd verleend vanwege de vakantieperiode.
De adviesvraag bestond uit:
− De beslissingsfiche van de Vlaamse Regering (1 pag.);
− Een nota aan de Vlaamse Regering (17 pag.);
− Een memorie van toelichting (19 pag.);
− Een advies van de Inspectie van Financiën (2 pag.);
− Het ontwerp van decreet, genaamd “bosuitbreidingsdecreet” (6 pag.);
− Het begrotingsakkoord (1 pag.).
In het advies van de Inspectie van Financiën werd melding gemaakt van twee eerdere adviezen.
Deze werden later aan het dossier toegevoegd.
Datum adviesvraag 20 juli 2021 Naam adviesvrager + functie Mevrouw Zuhal Demir , Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme Adviestermijn 30 dagen, uitstel werd verleend tot de Raadszitting van donderdag 16 september 2021 Samenwerking n.v.t.
Overlegcommissie Werkcommissie Biodiversiteit en Ecosystemen in samenwerking met de Permanente Werkcommissie Bosbeleid Vergaderingen: soort + datum PWC Bosbeleid 24 augustus 2021, Gezamenlijke werkcommissie Biodiversiteit en Ecosystemen 26 augustus en 9 september Minaraad, advies Bosuitbreidingsdecreet, 16/09/2021 5 Bosuitbreidingsdecreet 1 Algemene situering [1] Ambitieuze bosdoelstellingen. Werken aan bosuitbreiding, met focus op de hiertoe voorziene groene bestemmingen, is één van de grote doelstellingen uit het regeerakkoord en de beleidsnota Omgeving. Daartoe werd onder andere een bosuitbreidingsplan opgemaakt dat momenteel uitgevoerd wordt door de bosalliantie.
In uitvoering van dit plan werd al gesleuteld aan de subsidiëring van bebossing, wat nu voor advies voorligt, kadert in de verdere implementatie van dit plan.
[2] Bossen hebben een multifunctionele rol te vervullen, die verband houdt met de drie dimensies van duurzame ontwikkeling: een ecologische, een economische en een sociale functie. De Minaraad denkt hierbij prioritair aan de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen voor bossen2, maar ook aan de rol van bossen in het kader van het Vlaams Energie- en Klimaatplan3 (met name inzake het op Vlaams niveau halen van de LULUCF-doelstelling, rol van bossen in kader van materiaalsubstitutie, …), de beoogde stadsrandbossen en speelbossen, …. Ook in het bosuitbreidingsplan van minister Demir4 en in nieuwe EU bossenstrategie5 is er aandacht voor deze multifunctionele rol van bossen.
[3] Huidige bosoppervlakte ontoereikend. De bevinding is dat er in Vlaanderen nog een grote beleidsuitdaging is om de nodige bosoppervlakten te realiseren om deze gewenste functies in voldoende mate waar te maken. Er is met name sprake van twee spanningsvelden: één tussen bos en andere landgebruiksfuncties en één van interne spanningen, i.e. tussen de diverse functies die aan bossen toegeschreven worden. Zo wordt in het regeerakkoord 2019-2024 gesteld dat er inzake recreatie nood is aan meer nabij en toegankelijk groen (en dus ook bos), binnen de draagkracht van deze gebieden, zonder dat dit evenwel wordt gekwantificeerd. Verder wordt de totale Vlaamse bosoppervlakte geschat op 140.279 ha6, maar alleen al voor de IHD-doelstellingen zou er op grond van het besluit van 23 juli 2010 minimum 5.870 ha tot maximum 9.190 ha effectieve bosuitbreiding moeten worden gerealiseerd.
[4] Knelpunten boscompensatie. In april 2016 publiceerde het Rekenhof een verslag van de uitvoering van de compensatieplicht bij ontbossing en de werking van het Bossencompensatiefonds. In de beleidsbrief Omgeving 2017-20187 werden antwoorden op de aanbevelingen van het Rekenhof geformuleerd. Evenwel kan onder andere uit de 2 Besluit van 23 juli 2010 van de Vlaamse Regering tot vaststelling van gewestelijke instandhoudingsdoelstellingen voor Europees te beschermen soorten en habitats.
3 Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030, zoals goedgekeurd op 9 december 2019.
4 https://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1562953 5 Zoals uitgebracht door de Europese Commissie op 16 juli 2021, de verdere besprekingen moeten evenwel nog gebeuren.
6 https://www.statistiekvlaanderen.be/nl/oppervlakte-bos#:~:text=bos%20in%20Vlaanderen- ,140.000%20hectare%20bos%20in%20Vlaanderen,10%25%20van%20de%20Vlaamse%20grondoppervlakte.
7 Beleidsbrief Omgeving 2017-2018 ingediend op 27 oktober 2017 door minister Joke Schauvliege, p. 90 en volgende.
Minaraad, advies Bosuitbreidingsdecreet, 16/09/2021 6 diverse recente vragen in het Vlaams Parlement8 inzake de ontbossings- en boscompensatieregeling worden afgeleid dat tot op heden nog niet alle knelpunten afdoende werden opgelost.
[5] Lange termijnplannen opmaken. Gelet op het bovenstaande concludeert de Minaraad dan een overkoepelende visie inzake bos(beleid) in Vlaanderen gewenst is. Artikel 6, van het Bosdecreet voorziet hiertoe in een rechtsgrond, met name dat de Vlaamse Regering lange termijnplannen zou vaststellen, na advies van de Minaraad. De Raad vraagt deze plannen zouden worden opgemaakt en voor advies worden voorgelegd. Ook de Europese Bossenstrategie9 stelt in het vooruitzicht dat de Lidstaten Strategische bosplannen zouden opmaken zodat deze hun multifunctionele rol naar behoren zouden kunnen vervullen.
8 Zie bijvoorbeeld Parlementaire vragen: nr. 234 van 17 november 2020; nr. 235 van 17 november 2020; nr. 1016 van 20 mei 2021; nr.
1034 van 26 mei 2021;
9 Zoals uitgebracht door de Europese Commissie op 16 juli 2021, de verdere besprekingen moeten evenwel nog gebeuren.
Minaraad, advies Bosuitbreidingsdecreet, 16/09/2021 7 2 Inzake boscompensatie [6] Wat voor advies voorligt. Met het ontwerpdecreet dat voor advies voorligt worden enkele wijzigingen aan het mechanisme van boscompensatie ingevoerd en enkele bijkomende wijzigingen aan het besluit inzake boscompensatie in het vooruitzicht gesteld. Meer bepaald gaat het om volgende voorstellen:
− Ontbossing van openbaar bos dient steeds in natura te worden gecompenseerd.
− Inzake privé-bossen blijft de keuzemogelijkheid tussen compensatie in natura of compensatie via een bosbehoudsbijdrage behouden. In geval van de keuze van compensatie in natura zal evenwel een borg moeten worden betaald ter gelegenheid van het verlenen van de omgevingsvergunning, dewelke wordt vrijgegeven na de realisatie van de compensatie.
− Indien gekozen wordt voor financiële compensatie, wordt de vergunningverlener, i.e. meestal de gemeente, verantwoordelijk gesteld voor het innen van het compensatiebedrag en feitelijk realiseren van de compensatie.
− De verplichte compensatie in natura bij ontbossingen van meer dan drie hectare wordt geschrapt.
− Toevoegingen aan de nadere regels die de Vlaamse Regering kan bepalen (invoering rapportagemechanisme, …).
Een verhoging van de bosbehoudsbijdrage tot 5,6 euro/m² wordt eveneens aangekondigd in de nota aan de leden van de Vlaamse Regering, maar dient besluitmatig te gebeuren.
[7] Interactie tussen bosuitbreiding en boscompensatie. Al in eerdere adviezen en recent nog in advies 2020|016 wees de Raad op de bestaande problematische interactie tussen het systeem van boscompensatie en bosuitbreiding, vanwege het verschil tussen enerzijds de hoogte van de compensatiebedragen en anderzijds de hoogte van de subsidiebedragen voor bosuitbreiding. Dit aspect wordt ten andere ook vermeld op de website boscompenseren.be10.
De Minaraad meent dat het huidige voorstel dit probleem nog verder zal versterken, en in de praktijk mogelijk de beoogde inspanningen in het kader van bosuitbreiding zal afremmen. Voor een kandidaat-bebosser zal wachten op een compensatiedossier in de praktijk namelijk nog meer voordeel opleveren, vanwege de in het vooruitzicht gestelde verhoging van de bosbehoudsbijdrage. De Raad sluit niet uit dat ook een aantal lokale besturen de gronden die ze zouden inzetten in het kader van bosuitbreiding, mogelijk als reserve zullen houden in geval ze zelf de vergunde ontbossingen dienen te compenseren en dat dit een rem zal zetten op de beoogde bosuitbreidingsdoelstellingen.
10 WAT ZIJN DE VOORDELEN VAN EEN COMPENSERENDE BEBOSSING IN NATURA? Voor de bebosser: De compenserende bebossing in natura via een derde heeft uiteraard voor de bebosser een financieel voordeel. Door als bebosser uw grond ter beschikking te stellen voor een compenserende bebossing (in plaats van een subsidieaanvraag in te dienen), zal hij als bebossende derde een grotere vergoeding ontvangen.
Minaraad, advies Bosuitbreidingsdecreet, 16/09/2021 8 Om dit probleem op te lossen is volgens de Raad een ingrijpendere wijziging nodig, zie ook [10]. De Minaraad is echter van mening dat een volledige delegatie van de compensatiebevoegdheid naar de lokale besturen ongewenst is en tot een (nog meer) versnipperd bosbeleid zou leiden. Dit terwijl het net belangrijk is om in ons verstedelijkte Vlaanderen met een belangrijke agrarische sector ook in compensatiedossiers een ruimtelijke (groene bestemmingen) als beleidsmatige (realisatie instandhoudingsdoelstellingen) focus te realiseren.
[8] Voorafgaand aan het uitvoeren van boscompensatie. De Minaraad ondersteunt de achterliggende gedachte om vergunningsverleners te responsabiliseren en elke aanvraag tot ontbossing op zorgvuldige wijze te beoordelen, zoals vermeld in de Memorie van Toelichting. De Raad merkt op dat het al dan niet toekennen van een omgevingsvergunning tot ontbossing (eventueel na het bekomen van een ontheffing op het ontbossingsverbod) op grond van artikel 90bis, § 1, tweede en derde lid, gekoppeld is aan een voorafgaand van advies van het Agentschap voor Natuur en Bos.
[9] Appreciatie van het wijzigingsvoorstel inzake boscompensatie. De Minaraad meent dat, eenmaal de beslissing om over te gaan tot ontbossing is genomen en dit na een zorgvuldige afweging van alle aspecten, de boscompensatie op een eenvoudige en vlotte manier zou moeten kunnen worden afgehandeld. Gelet op de in het verleden opgelopen achterstand, blijkt dit met de bestaande regeling niet het geval zijn.11 De Raad meent dat een wijziging van deze regelgeving dus aangewezen is.
[10] Een grondigere herziening is nodig. De Minaraad is van mening dat wat voorligt, al een grondiger ingrijpen is in de regelgeving dan tot op heden gebeurde en vindt het een positief gegeven dat er hierover in een ruimer kader wordt nagedacht. De Raad is evenwel van mening dat een nog grondigere herziening nodig is, waarbij ook overige knelpunten en spanningsvelden worden meegenomen.
De actoren in de Minaraad schoven diverse opties naar voor om de bestaande regeling aan te passen, anders dan hetgeen nu voor advies voorligt. Zo goed als alle actoren zijn immers van mening dat het huidige voorstel niet voor de beoogde kentering en ruimtelijke focus zal zorgen. Gegeven onder andere de complexiteit van de zaak, is het evenwel niet mogelijk om in het tijdsbestek van dit adviesproces een optie naar voor te schuiven die door alle actoren in de Minaraad wordt gedragen. In dit kader verwelkomt de Minaraad de open adviesvragen die recent gesteld werden in het kader van het waterbeleid en energie- en klimaatbeleid. De Raad is bereid om ook de boscompensatieregeling op deze manier aan te pakken.
De Minaraad stelt aansluitend vast dat in het bosuitbreidingsplan wordt gesteld dat het Agentschap voor Natuur en Bos een quickscan uitvoerde waaruit bleek dat in Vlaanderen ongeveer 26.000 ha grond aanwezig is die (1) de bestaande bosstructuur versterkt, (2) geschikt is voor bosaanleg en (3) in groene bestemmingen gelegen is, maar 11 Voor een uitgebreide analyse: zie rapport Rekenhof dd. 2016 Minaraad, advies Bosuitbreidingsdecreet, 16/09/2021 9 dat deze gronden om diverse redenen niet altijd onmiddellijk bebosbaar zijn12. De Raad stelt voor om een opdracht uit te schrijven met betrekking tot de beschikbaarheid van gronden en hierbij dieper in te gaan op de diverse redenen zoals vermeld in het bosuitbreidingsplan. De Minaraad vraagt om betrokken te worden bij het bepalen van de scope van deze opdracht.
3 Inzake mogelijkheden voor bebossing (Veldwetboek) [11] Zorgvuldig omgaan met grenzen tussen percelen. Artikel 35bis, §5, van het Veldwetboek werd ingevoerd vanwege de mogelijke hinder die bosaanplantingen zouden kunnen veroorzaken voor de naastliggende percelen in landbouwgebruik, zoals bijvoorbeeld de impact van schaduwplekken of verzuring van de bodem. Ook de wortels van bomen kunnen voor een mindere opbrengst zorgen.
De voorgestelde wijziging maakt het mogelijk dat bosrandontwikkeling met mantelzoomvegetaties bij bosaanleg in agrarische gebieden kan in de zone van 6 meter ten opzichte van de perceelsrand van het naburige perceel. Bosaanleg met hoogstammige bomen blijft in die zone evenwel verboden.
De Minaraad kan akkoord gaan met de voorgestelde wijzigingen aan het Veldwetboek.
De Raad vraagt evenwel specifieke aandacht voor de ontwikkeling van de mantelzoomvegetatie, met name wat betreft garanties inzake soortengebruik en/of onderhoud van deze mantel-zoomvegetatie opdat deze niet tot een “hoogstammig” bos zou uitgroeien.
4 Inzake bosbeheer [12] Situering. Artikel 45, van het Bosdecreet bepaalt hoe het (technisch) beheer van openbare bossen wordt geregeld. Dit artikel wordt geschrapt en in gewijzigde vorm ingevoerd in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (hierna: het Natuurdecreet). De Raden menen dat dit een logische keuze is, gelet op de integratieproces dat nog steeds loopt, maar vragen om met onderstaande opmerkingen rekening te houden.
[13] Mismatch tussen titel en inhoud. De inhoud van de nieuwe afdeling 5, i.e. “Technisch beheer door het agentschap” lijkt ruimer te gaan dan hetgeen de titel doet vermoeden.
Onder deze afdeling wordt in §4, immers ook gesproken van een mogelijke overdracht van het beheer van een openbaar terrein. De Minaraad beveelt aan om de titel van afdeling 5 aan te passen.
[14] Belang van goede en duidelijke definities. Het onderscheid tussen “beheer” en
“technisch beheer” werd tot op heden niet verduidelijkt, alhoewel deze optie wel voorzien was in artikel 45, van het Bosdecreet. Dezelfde optie om de Vlaamse Regering de taken van het technisch beheer nader te laten bepalen werd overgenomen in het 12 Bosuitbreidingsplan, p. 11.
Minaraad, advies Bosuitbreidingsdecreet, 16/09/2021 10 nieuwe artikel. De Minaraad vraagt dat de Vlaamse Regering een dergelijk besluit zou opmaken.
[15] Juridische zekerheid en transparantie nodig bij overdracht van beheer. Inzake de mogelijkheid tot overdracht van het beheer, zoals bepaald in het nieuwe artikel 12decies, §4, ingevoerd met artikel 9, van het ontwerpdecreet, wijst de Minaraad op de beperkte juridische omkadering van deze overdracht. De Minaraad vraagt om de modaliteiten van een dergelijke overdracht vast te leggen in een besluit, zodat hiertoe de nodige transparantie wordt bekomen, alsook voldoende garanties worden ingebouwd, gelet op de mogelijke gevolgen in het kader van het realiseren van de vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen.
5 Inzake verbod op het maken van vuur, rookverbod en de strafrechtelijke bescherming van bossen [16] Situering met betrekking tot het Bosdecreet. Een verbod op het maken van vuur is reeds opgelegd in het Bosdecreet (voor openbare bossen in artikel 20, alsook voor alle andere bossen in artikel 99). Uit de memorie van toelichting blijkt dat ook roken hieronder valt. Afwijkingen hierop zijn mogelijk: (1) in uitvoering van een goedgekeurd beheersplan, (2) ter uitvoering van een goedgekeurde toegankelijkheidsregeling als overeenkomstig artikel 12, of (3) behoudens een machtiging door het Agentschap en (4) met uitzondering van wettelijk verplichte verbrandingen. Hetgeen voor advies voorligt wijzigt niets aan deze decretale bepalingen.
[17] Situering met betrekking tot het Natuurdecreet. Ook in het Natuurdecreet bepaalt artikel 35, §2, dat in natuurreservaten (type 4) geen vuur mag worden gemaakt, tenzij dit in het beheerplan is opgenomen. Sinds de wijzigingen aan de Natuurwetgeving zijn er ook andere beheertypes mogelijk (i.e. beheerplannen type 1, 2 en 3) Met de voorgestelde wijziging wordt ook voor dit type terreinen in het Natuurdecreet een algemeen verbod op het maken van vuur en roken ingevoerd, tenzij anders bepaald in het goedgekeurde beheerplan of in uitvoering van een goedgekeurde toegankelijkheidsregeling.
Tegelijkertijd wordt toegevoegd dat de Vlaamse Regering in functie van een bepaalde situatie een algemeen verbod in kan stellen dat op het moment van instellen voorrang zal krijgen op de bestaande regelingen, opgenomen in beheerplannen en toegankelijkheidsregelingen en dit om bijvoorbeeld op passende wijze te kunnen anticiperen op extreme periodes van droogte en het voorkomen van natuur- en bosbranden.
[18] Duidelijke algemene regels. De Minaraad ondersteunt deze harmonisatie van de regelgeving in het Natuurdecreet. Verder vindt de Minaraad het logisch dat een algemeen verbod met betrekking tot het maken van vuur en roken voor alle natuurgebieden in bepaalde perioden op een eenvoudige wijze kan worden Minaraad, advies Bosuitbreidingsdecreet, 16/09/2021 11 afgekondigd, vooral gelet op de mogelijke toename van langere periodes van droogte en daarmee een verhoging van de kans op branden.
[19] Eenduidigere bescherming van bossen. De Minaraad gaat eveneens akkoord met de wijzing inzake de strafrechtelijke bescherming van bossen.
ADVIES VAN DE VERENIGING VAN VLAAMSE STEDEN EN GEMEENTEN 1/8 Boscompensatie voortaan door vergunningverlener standpunt VVSG, goedgekeurd door Dagelijks Bestuur 29 september 2021 Dit document is bestemd voor DB 29 september 2021 Waarover gaat het? De gemeente zou de ontbossingen die ze toestaat, voortaan zelf moeten compenseren. Ze krijgt daarvoor van de vergunningsaanvrager 5,6 euro per vierkante meter en drie jaar tijd.
Gewenste beslissing Goedkeuring Aansluiting op strategische speerpunten VVSG STRATEGISCH DOSSIER 6 — Een kwaliteitsvolle leefomgeving door een trendbreuk op het vlak van omgeving en klimaat De onbebouwde ruimte minder en uiteindelijk niét verder aansnijden, en binnen de bebouwde oppervlakte verweven, verdichten en ontharden mét versterking van de ruimtelijke leefkwaliteit.
Gerelateerde VVSG- standpunten Goedgekeurd door BC Omgeving op 15 september Verantwoordelijke stafleden Steven Verbanck Belang voor de gemeenten? Vele bosrijke gemeenten zouden jaarlijks verschillende hectaren bos moeten aanplanten.
Inhoud 1 Intro ..................................................................................................................................... 2 2 De impact op de gemeenten is zeer verschillend. ................................................................. 2 3 Standpunt ............................................................................................................................ 3 3.1 Zorg voor een rechtstreekse bescherming van zonevreemde bossen. ............................ 3 3.2 Geef kritischer adviezen bij ontbossingen zodat de vergunningverlener een ontbossing goed onderbouwd kan weigeren ................................................................................................... 3 3.3 Moedig de ontbosser aan om zelf in natura te compenseren. ......................................... 3 3.4 Verleg de compensatielast alleen naar de vergunningverlener als die de ontbossing op eigen gezag toestond, tegen het advies van ANB. ......................................................................... 4 3.5 Problemen waardoor Vlaamse overheid niet aan compensatie toe kwam, gelden evengoed, zo niet zwaarder voor gemeenten. ....................................................................................... 5 3.6 De bosbehoudsbijdrage blijft te laag. Laat gemeente zelf de hoogte ervan bepalen. ....... 6 3.7 Drie jaar voor aankoop en bebossing is niet voldoende. ................................................. 7 3.8 Gemeenten zullen bosuitbreidingsdoelstellingen moeten terugschroeven. ...................... 8 1/8 Boscompensatie voortaan door vergunningverlener standpunt VVSG, goedgekeurd door Dagelijks Bestuur 29 september 2021 Dit document is bestemd voor DB 29 september 2021 Waarover gaat het? De gemeente zou de ontbossingen die ze toestaat, voortaan zelf moeten compenseren. Ze krijgt daarvoor van de vergunningsaanvrager 5,6 euro per vierkante meter en drie jaar tijd.
Gewenste beslissing Goedkeuring Aansluiting op strategische speerpunten VVSG STRATEGISCH DOSSIER 6 — Een kwaliteitsvolle leefomgeving door een trendbreuk op het vlak van omgeving en klimaat De onbebouwde ruimte minder en uiteindelijk niét verder aansnijden, en binnen de bebouwde oppervlakte verweven, verdichten en ontharden mét versterking van de ruimtelijke leefkwaliteit.
Gerelateerde VVSG- standpunten Goedgekeurd door BC Omgeving op 15 september Verantwoordelijke stafleden Steven Verbanck Belang voor de gemeenten? Vele bosrijke gemeenten zouden jaarlijks verschillende hectaren bos moeten aanplanten.
Inhoud 1 Intro ..................................................................................................................................... 2 2 De impact op de gemeenten is zeer verschillend. ................................................................. 2 3 Standpunt ............................................................................................................................ 3 3.1 Zorg voor een rechtstreekse bescherming van zonevreemde bossen. ............................ 3 3.2 Geef kritischer adviezen bij ontbossingen zodat de vergunningverlener een ontbossing goed onderbouwd kan weigeren ................................................................................................... 3 3.3 Moedig de ontbosser aan om zelf in natura te compenseren. ......................................... 3 3.4 Verleg de compensatielast alleen naar de vergunningverlener als die de ontbossing op eigen gezag toestond, tegen het advies van ANB. ......................................................................... 4 3.5 Problemen waardoor Vlaamse overheid niet aan compensatie toe kwam, gelden evengoed, zo niet zwaarder voor gemeenten. ....................................................................................... 5 3.6 De bosbehoudsbijdrage blijft te laag. Laat gemeente zelf de hoogte ervan bepalen. ....... 6 3.7 Drie jaar voor aankoop en bebossing is niet voldoende. ................................................. 7 3.8 Gemeenten zullen bosuitbreidingsdoelstellingen moeten terugschroeven. ...................... 8 1/8 Boscompensatie voortaan door vergunningverlener standpunt VVSG, goedgekeurd door Dagelijks Bestuur 29 september 2021 Dit document is bestemd voor DB 29 september 2021 Waarover gaat het? De gemeente zou de ontbossingen die ze toestaat, voortaan zelf moeten compenseren. Ze krijgt daarvoor van de vergunningsaanvrager 5,6 euro per vierkante meter en drie jaar tijd.
Gewenste beslissing Goedkeuring Aansluiting op strategische speerpunten VVSG STRATEGISCH DOSSIER 6 — Een kwaliteitsvolle leefomgeving door een trendbreuk op het vlak van omgeving en klimaat De onbebouwde ruimte minder en uiteindelijk niét verder aansnijden, en binnen de bebouwde oppervlakte verweven, verdichten en ontharden mét versterking van de ruimtelijke leefkwaliteit.
Gerelateerde VVSG- standpunten Goedgekeurd door BC Omgeving op 15 september Verantwoordelijke stafleden Steven Verbanck Belang voor de gemeenten? Vele bosrijke gemeenten zouden jaarlijks verschillende hectaren bos moeten aanplanten.
Inhoud 1 Intro ..................................................................................................................................... 2 2 De impact op de gemeenten is zeer verschillend. ................................................................. 2 3 Standpunt ............................................................................................................................ 3 3.1 Zorg voor een rechtstreekse bescherming van zonevreemde bossen. ............................ 3 3.2 Geef kritischer adviezen bij ontbossingen zodat de vergunningverlener een ontbossing goed onderbouwd kan weigeren ................................................................................................... 3 3.3 Moedig de ontbosser aan om zelf in natura te compenseren. ......................................... 3 3.4 Verleg de compensatielast alleen naar de vergunningverlener als die de ontbossing op eigen gezag toestond, tegen het advies van ANB. ......................................................................... 4 3.5 Problemen waardoor Vlaamse overheid niet aan compensatie toe kwam, gelden evengoed, zo niet zwaarder voor gemeenten. ....................................................................................... 5 3.6 De bosbehoudsbijdrage blijft te laag. Laat gemeente zelf de hoogte ervan bepalen. ....... 6 3.7 Drie jaar voor aankoop en bebossing is niet voldoende. ................................................. 7 3.8 Gemeenten zullen bosuitbreidingsdoelstellingen moeten terugschroeven. ...................... 8 2/8 1 Intro De VVSG kreeg halverwege juli een adviesvraag van het kabinet-Demir over het ontwerp van zgn. bosuitbreidingsdecreet.
De gemeente zou de ontbossingen die ze toestaat, voortaan zelf moeten compenseren. Ze krijgt daarvoor van de vergunningsaanvrager 5,6 euro per vierkante meter en drie jaar tijd.
Het ontwerpdecreet is te vinden via https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/?search=Bosuitbreidingsdecreet De Vlaamse regering heeft de ambitie om ontbossingen ook effectief te compenseren, iets wat totnogtoe niet gelukt is. Volgens de minister zal door de decreetswijziging ”de boscompensatie vlotter worden gerealiseerd.” (MvT p. 1, nota aan de regering p. 1) 2 De impact op de gemeenten is zeer verschillend.
Op een kaart met per gemeente de gemiddelde oppervlakte ontbossingen per jaar,1 verschijnt de Kempen in ruime zin. Verder zijn er ook vrij regelmatig grote ontbossingen in Antwerpen en Gent (havens).
1 eigen creatie o.b.v. antwoorden minister op parlementaire vragen https://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1630397 (2014-19) en https://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1697766 (2020) 2/8 1 Intro De VVSG kreeg halverwege juli een adviesvraag van het kabinet-Demir over het ontwerp van zgn. bosuitbreidingsdecreet.
De gemeente zou de ontbossingen die ze toestaat, voortaan zelf moeten compenseren. Ze krijgt daarvoor van de vergunningsaanvrager 5,6 euro per vierkante meter en drie jaar tijd.
Het ontwerpdecreet is te vinden via https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/?search=Bosuitbreidingsdecreet De Vlaamse regering heeft de ambitie om ontbossingen ook effectief te compenseren, iets wat totnogtoe niet gelukt is. Volgens de minister zal door de decreetswijziging ”de boscompensatie vlotter worden gerealiseerd.” (MvT p. 1, nota aan de regering p. 1) 2 De impact op de gemeenten is zeer verschillend.
Op een kaart met per gemeente de gemiddelde oppervlakte ontbossingen per jaar,1 verschijnt de Kempen in ruime zin. Verder zijn er ook vrij regelmatig grote ontbossingen in Antwerpen en Gent (havens).
1 eigen creatie o.b.v. antwoorden minister op parlementaire vragen https://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1630397 (2014-19) en https://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1697766 (2020) 3/8 3 Standpunt 3.1 Zorg voor een rechtstreekse bescherming van zonevreemde bossen.
Ontbossingen vermijden is te verkiezen boven compenseren. Het duurt jaren voor een nieuw aangeplant bos even kwaliteitsvol is als het gekapte bos.
Nu zijn bossen in woon- of industriegebied amper beschermd: als het compensatievoorstel klopt, is de ontbossing haast nooit een probleem. In de vorige legislatuur is het niet gelukt om waardevolle maar zonevreemde bossen in één beweging te beschermen.
Het ontwerp wil bossen beschermen via een omweg en hoopt dat er minder ontbossingen zullen vergund worden omdat het een goedkeuring “lastig” maakt voor de vergunningverlener.
Op die manier krijgt de eigenaar geen planschadevergoeding voor de verminderde bouwmogelijkheden op zijn goed.
Zorg voor de nodige juridische en financiële instrumenten om de bestaande bossen volwaardig en rechtstreeks te beschermen.
3.2 Geef kritischer adviezen bij ontbossingen zodat de vergunningverlener een ontbossing goed onderbouwd kan weigeren Zoals minister stelt:
“Niemand heeft zomaar het recht om gelijk wat, of gelijk hoeveel, te bouwen. Een bouwrecht ontstaat bij het toekennen van een vergunning. Het komt een vergunningverlener toe om dat te beoordelen en ja of nee te zeggen.”2 Geef de vergunningverlener dan ook goede munitie om een ontbossing te weigeren.
Verduidelijk de criteria wanneer ontbossing wel of niet aanvaardbaar is. Dat het voor de gemeente “lastig” zal zijn om te moeten compenseren, is onvoldoende reden om een individuele ontbossing te weigeren. Een ontbossing weigeren doe je omdat het geviseerde bos beschermenswaard is. Daarvoor rekenen gemeenten op het advies van de gespecialiseerde instantie. Momenteel krijgen bijna alle vergunde ontbossingsaavragen positief advies van Natuur en Bos (ANB) (zie zie punt 3.4).
3.3 Moedig de ontbosser aan om zelf in natura te compenseren.
Het Rekenhof raadde aan om "compensatie in natura te bevoordelen ten opzichte van de financiële compensatie"3 Dat is niet het geval, wel integendeel. Betalen is in elk geval makkelijker dan in natura compenseren. De minister stelt zelf:
“Indien ze kiezen voor een financiële compensatie, kiezen ze de voor hen minst omslachtige wijze van compenseren (= administratieve vereenvoudiging voor de rechtsonderhorige).” (nota aan de regering p. 3) 2 https://twitter.com/Zu_Demir/status/1422986728260964356 (04.08.2021) 3 Ontbossing en compensatie - Uitvoering van de compensatieplicht bij ontbossing en werking van het Bossencompensatiefonds, Verslag van het Rekenhof, 27.04.2016, p. 61 4/8 Wie desondanks belooft zelf in natura te compenseren (bv. omdat hij het goedkoper kan dan het bedrag dat hij anders zou moeten betalen) die zal in het nieuwe systeem toch tegelijk het volledige bedrag moeten betalen, als waarborg die hij nadien kan terugkrijgen. Daardoor word je als bouwheer eigenlijk afgeraden om in natura te compenseren.
Tenslotte is de compensatie van een ontbossing van meer dan 3 ha totnogtoe verplicht in natura en niet door betaling. Die verplichting vervalt. Compenseren in natura wordt dan weer wel verplicht voor overheden.
3.4 Verleg de compensatielast alleen naar de vergunningverlener als die de ontbossing op eigen gezag toestond, tegen het advies van ANB.
De minister stelt het zo voor alsof gemeenten verantwoordelijk zijn voor de vele ontbossingen omdat zij onvoldoende zorgvuldig omgaan met dergelijke vergunningsaanvragen.
“De vergunningverlener wordt hierdoor bijkomend geresponsabiliseerd om een aangevraagde ontbossing op een zorgvuldige wijze te beoordelen.” (MvT p. 8)
“Hierdoor worden de “lasten” van een vergunning met ontbossing niet meer afgeschoven op een ander bestuursniveau, maar wordt elk bestuursniveau dat dergelijke vergunning (voor de ontbossing van een privé-bos) verstrekt meteen geresponsabiliseerd om ook de boscompensatie te garanderen. Hierdoor zullen dergelijke vergunningen voor de ontbossing van bestaande bossen met zorgvuldigheid worden afgeleverd” (MvT p. 11) Omgekeerd wast de Vlaamse overheid haar handen in onschuld:
“Het Vlaamse beleidsniveau is niet verantwoordelijk is voor alle vergunningen die gepaard gaan met ontbossingen” (MvT p. 3, nota aan de regering p. 7) In werkelijkheid worden bijna alle ontbossingen vergund na positief advies van Natuur en Bos (ANB).
"De vergunningverlener volgt bijna altijd het ANB-advies, dat overigens overwegend positief is omdat veel aanvragen betrekking hebben op woon- en industriegebied. Voor minder dan drie hectare per jaar wordt een vergunning toegestaan ondanks een ongunstig advies van het ANB."4 Veel gemeenten vinden dat zij strenger zijn en voelen zich daarin onvoldoende gesteund.
Gemeenten trachten bijvoorbeeld de te ontbossen oppervlakte te beperken, terwijl ANB oordeelt dat de rest van het bos toch minderwaardig zal worden. Zo leggen gemeenten soms het behoud van zoveel mogelijk bomen opleggen in de vergunning, ook al blijft het gaan om een ontbossing omdat het perceel een tuin wordt.
Het verschuiven van de compensatielast wordt onderbouwd met het argument dat de gemeente zodoende “geresponsabiliseerd” wordt om zorgvuldiger te oordelen over dergelijke aanvragen.
4 Ontbossing en compensatie - Uitvoering van de compensatieplicht bij ontbossing en werking van het Bossencompensatiefonds, Verslag van het Rekenhof, 27.04.2016, p. 59 5/8 Dat argument gaat allen op ingeval de gemeente de ontbossingen op eigen gezag zou toestaan, tegen het advies van ANB.
In alle andere gevallen gaat de gemeente gewoon af op het advies van de meer gespecialiseerde overheidsinstantie. Als die het geviseerde bos niet beschermenswaardig vindt, dan mag men de gemeente niet verwijten dat ze de ontbossing ook toestaat. Ook als de ontbossing ten dienste staat van het halen van andere natuurdoelstellingen (bv. heideherstel), hoeft de gemeente daarvoor niet “geresponsabiliseerd” te worden.
3.5 Problemen waardoor Vlaamse overheid niet aan compensatie toe kwam, gelden evengoed, zo niet zwaarder voor gemeenten.
De Vlaamse overheid worstelt nu met verschillende hinderpalen bij het uitvoeren van haar boscompensatie-doelstellingen. Die moeilijkheden zijn al lang gekend:
"Bij zijn grondaankopen kampt het ANB met knelpunten die niet alleen de aankoop van gronden bemoeilijken, maar ook voor vertraging bij de bebossing kunnen zorgen.
De belangrijkste daarvan zijn de hoge gronddruk, de uitsluiting van gronden in herbevestigd agrarisch gebied, het voorafgaandelijk akkoord met eventuele pachters, ..."5
"Helaas kan de balans op jaarbasis niet altijd in evenwicht of positief worden afgesloten. Dat is in grote mate te wijten aan het gebrek aan te bebossen gronden wegens de hoge druk op en vraag naar beschikbare gronden. Soms stuiten bebossingsprojecten ook op lokaal niveau op weerstand omdat er andere bestemmingen of noden zijn voor de beschikbare grond."6 De Vlaamse overheid schuift nu een taak door naar een lokale overheid waarvan ze weet dat ze daar zelf niet in slaagt. De problemen waartegen Vlaamse overheid botst, zijn nog niet opgeruimd en gelden evengoed voor de gemeenten. Zo zijn er gemeenten die al geprobeerd hebben om de boscompensatie binnen de eigen grenzen te houden. Zij namen dan de compensatie van de bouwheer over i.p.v. het Vlaamse Boscompensatiefonds.
De laatste jaren lukte dat niet meer bij gebrek aan beschikbare gronden.
Die drempels zijn des te hoger in de bosrijke gemeenten. Enerzijds worden zij meer dan andere met ontbossingsvragen geconfronteerd. Anderzijds zijn daar al veel beboste natuurgebieden, andere gronden in groene bestemmingen dienen voor andere natuurdoelen.
En buiten natuurgebieden is er weinig andere grond beschikbaar.
De belangrijkste drempelverlaging in het dossier is de verhoging van het bedrag (dat echter nog steeds ontoereikend zal zijn, zie punt 3.6) 5 Ontbossing en compensatie - Uitvoering van de compensatieplicht bij ontbossing en werking van het Bossencompensatiefonds, Verslag van het Rekenhof, 27.04.2016, p. 60 6 https://www.natuurenbos.be/beleid-wetgeving/vergunningen/bomen-kappen/bos-ontbossingvergunning-ontheffing-compensatie/wat 6/8 Een voordeel zal ook zijn dat een gemeente uit zichzelf meer lokaal zal zoeken naar gronden voor boscompensatie, waardoor er een kortere link is tussen het verdwenen bos en het compensatiebos. Het Vlaamse Boscompensatiefonds kan dat nabijheidsprincipe natuurlijk zelf ook hanteren.
Door de taak naar de gemeenten te verschuiven ontstaan echter nieuwe nadelen.
- Boscompensatie zal per definitie meer versnipperd zijn.
- Gemeenten hebben ook minder personele capaciteit en zijn minder gespecialiseerd voor die taak.
- Door de druk om binnen drie jaar te compenseren, zal de gemeente gedwongen zijn om te kiezen voor de-eerste-de-beste grond die vrijkomt. Enige flexibiliteit is nodig zodat gronden worden gekocht die passen in een ruimtelijke bosvisie.
- De druk op de open ruimte en op landbouwgronden zal lokaal (in de betrokken gemeenten) erg toenemen.
Het is ons niet duidelijk of compenserende bebossing zal mogen in herbevestigd agrarisch gebied. Zo gelden bij subsidies voor bebossing strengere voorwaarden in herbevestigd agrarisch gebied.7
“Agrarisch gebied in de ruime zin” staat nu zonder meer vermeld bij de toegelaten bestemmingen opgesomd in het uitvoeringsbesluit.8 De adviesvraag ging echter alleen over het decreet.
Als de bebossingsvergunning9 behouden moet blijven, dan zou de gemeente best ook een advies krijgen van ANB. Dat maakt het dossier evenwichtiger. Nu hoort de gemeente slechts één klok, nl. een advies van de landbouwadministratie (neutraal of tegen bebossing).
Ook wordt die vergunning best geïntegreerd in de omgevingsvergunning.
3.6 De bosbehoudsbijdrage blijft te laag. Laat gemeente zelf de hoogte ervan bepalen.
De bosbehoudsbijdrage zou de kost moeten dekken van enerzijds de grondaankoop en de boomaanplant en anderzijds de verschuiving van administratieve taken van de Vlaamse overheid (Boscompensatiefonds) naar de vergunningverlenende overheid. Die bosbehoudsbijdrage zou in het uitvoeringsbesluit verhoogd worden (van 3,70 naar 5,60 euro per vierkante meter). Verschillende gemeenten melden ons dat de vraagprijs voor grond in hun gemeente al oploopt tot 10 euro/m². Het bedrag volstaat dus niet om alleen nog maar een de grondaankoop te dekken. Daarbij komen dan nog de overige kosten zoals het plantgoed en de administratieve werklast. Als het bedrag ontoereikend is, dan zou de rest dan uit de 7 B.Vl.Reg. 30.10.2020 over de subsidiëring van bebossing, zie https://www.natuurenbos.be/bebossing 8 Art. 4, al. 3 B.Vl.Reg. 16.02.2001 9 Art. 35bis, § 5 Veldwetboek.
7/8 algemene middelen moeten komen. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat de belastingbetaler moet bijspringen voor ontbossingen ten voordele van een particulier project.
Bovendien stijgt dat bedrag slecht volgens de gezondheidsindex10 terwijl grondprijzen sneller stijgen.
Ook de Inspectie van Financiën stelde zich vragen bij de hoogte van het bedrag en bij het gebruik van de gezondheidsindex:
“Het is niet duidelijk hoe dit bedrag berekend werd, noch is er een evident verband met de gezondheidsindex (andere koppeling mogelijk die relevanter is voor evolutie grondprijzen ?).”11 Op dit moment bestaan er zgn. compensatiefactoren waardoor de te compenseren oppervlakte of het standaardbedrag met 1,5, met 2 of met 3 moet vermenigvuldigd worden, afhankelijk van het soort bos dat verdwijnt. Eén verdrievoudiging is decretaal geregeld, de overige in een uitvoeringsbesluit.12 We veronderstellen dat die compensatiefactoren blijven.
De adviesvraag ging echter alleen over het decreet.
Wij stellen voor dat de vergunningverlener zelf de hoogte van de financiële last bepaalt.
Degene die de last zal moeten overnemen, bepaalt dan ook de vergoeding die daar tegenover staat. (subsidiariteitsbeginsel) Het Vlaams bepaalde bedrag is dan te hanteren als minimum.
Als de grondprijzen in een gemeente hoger dan gemiddeld zijn, dan kan de gemeente motiveren waarom het bedrag volgens haar hoger moet zijn om te kunnen compenseren in de plaats van de aanvrager. Als dat volgens de bouwheer goedkoper kan, dan kan hij ervoor kiezen om zelf in natura te compenseren.
Gemeenten zouden het betaalde bedrag ook willen gebruiken om bestaande waardevolle maar zonevreemde bossen te beschermen of om bomen buiten bosverband aan te planten (park, laanbomen,…).
3.7 Drie jaar voor aankoop en bebossing is niet voldoende.
Uit jaren ervaring met boscompensatie weet de Vlaamse overheid zelf ook wel dat die uitvoeringstermijn niet realistisch is, ze hebben die zelf ook niet gehaald.
Wij stellen voor dat vergunningverleners meer tijd krijgen om te compenseren, bv. drie jaar voor de aankoop en vijf jaar voor de bebossing. Dat is de uitvoeringstermijn die momenteel geldt in de lopende “projectoproep aankoop van te bebossen gronden 2021 met middelen uit het boscompensatiefonds”.13 10 Art. 5, § 2 B.Vl.Reg. 16.02.2001.
11 Inspectie van Financiën, advies 23.04.2021 nr. JVE_21_378/B 12 Art. 90bis § 4 Bosdecreet en bijlage 1 bij B.Vl.Reg. 16.02.2001.
13 https://www.natuurenbos.be/sites/default/files/insertedfiles/infobundel_aankoop_gronden_bebossing_2021_finaal.pdf 8/8 Wanneer een gemeente “haar” ontbossingen niet snel genoeg compenseert, dan voorziet het dossier als sanctie, naast het uitsluiten van subsidies, ook naming en shaming. Daarvoor wordt een extra rapporteringsmechanisme aangekondigd:
“Zo kan gedacht worden aan een mechanisme van publiek toegankelijke informatie aangaande de vorderingen van de gerealiseerde compenserende bebossingen.” (nota aan de regering p. 12) Er is nergens vermeld welke sanctie ervoor zal zorgen dat de Vlaamse overheid haar eigen boscompensatie-doelstellingen nu wel zal halen.
3.8 Gemeenten zullen bosuitbreidingsdoelstellingen moeten terugschroeven.
In het bosuitbreidingsplan rekent de minister erop dat de gemeenten tegen 2024 engageren voor 750 hectare extra bos.14 Op dit moment wordt jaarlijks 276 hectare ontbost (gemiddelde voor de jaren 2014-2020) Wanneer gemeenten die ontbossingen zullen moeten compenseren (soms in twee- of drievoud door de toepassing van de zgn. compensatiefactoren), dan zullen zij de weinige gronden die vrijkomen voor bebossing inzetten voor compensatie en niet langer voor bosuitbreiding. Beide vormen van bebossing (compensatie en uitbreiding) komen in concurrentie van elkaar.
Als de Vlaamse overheid de compensatie-doelstelling verlegt naar de vergunningverlener verschuift, dan is het logisch dat engagementen naar bosuitbreiding in de andere richting verschuiven. Als de Vlaamse overheid minder zal moeten compenseren, dan kan ze meer engagementen opnemen voor bosuitbreiding.
---einde--- 14 https://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1562953 VOORONTWERP VAN DECREET van 18 februari 2022 Ontwerp van decreet tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Veldwetboek van 7 oktober 1886, het Bosdecreet van 13 juni 1990, het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wat betreft het beschermen van de bossen en het natuurbeheer van openbare terreinen Op voorstel van de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme;
Na beraadslaging, DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:
De Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme is ermee belast, in naam van de Vlaamse Regering, bij het Vlaams Parlement het ontwerp van decreet in te dienen, waarvan de tekst volgt:
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Hoofdstuk 2. Wijziging van het Wetboek van Strafvordering
Art. 2. In artikel 138 van het Wetboek van Strafvordering, vervangen bij het koninklijk besluit nr. 252 van 8 maart 1936 en het laatst gewijzigd bij de wet van 30 december 2009, wordt punt 2° opgeheven.
Hoofdstuk 3. Wijziging van het Veldwetboek van 7 oktober 1886
Art. 3. In artikel 35bis van het Veldwetboek van 7 oktober 1886, vernummerd en vervangen bij de wet van 8 april 1969 en gewijzigd bij de decreten van 7 december 2007 en 18 december 2015, wordt paragraaf 5 vervangen door wat volgt:
“§5. In de gedeelten van het grondgebied die voor de landbouw zijn bestemd, is bosaanleg met hoogstammige bomen verboden op minder dan zes meter van de scheidingslijn tussen twee erven. In de voormelde zone van zes meter is het wel mogelijk een bosrand tot ontwikkeling te laten komen die bestaat uit mantelzoomvegetaties en die niet dichter dan een halve meter van de scheidingslijn komt Deze bosrand wordt beschouwd als een bos in de zin van artikel 3, §1, eerste lid van het Bosdecreet van 13 juni 1990.”.
Hoofdstuk 4. Wijzigingen van het Bosdecreet van 13 juni 1990
Art. 4. Artikel 45 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 18 mei 1999 en gewijzigd bij de decreten van 7 december 2007, 1 maart 2013 en 9 mei 2014, wordt opgeheven.
Art. 5. Artikel 49 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 6. In artikel 49bis van hetzelfde decreet wordt tussen de zinsnede “Voor de beplanting met houtachtige gewassen van gronden die eigendom zijn van publiekrechtelijke rechtspersonen en die gelegen zijn in agrarisch gebied verleent” en de zinsnede “het daartoe aangestelde personeelslid van het departement Landbouw en Visserij een advies in het kader van de in artikel 35bis, § 5, van het Veldwetboek vereiste vergunning van het College van Burgemeester en Schepenen.” de woorden “het agentschap en” ingevoegd.
Art. 7. In artikel 87 van hetzelfde decreet wordt tussen de zinsnede “Voor de beplanting met houtachtige gewassen van gronden gelegen in agrarisch gebied of een daarmee gelijkgesteld bestemmingsgebied verleent het” en de zinsnede
“daartoe aangestelde personeelslid van het departement Landbouw en Visserij een advies in het kader van de in artikel 35bis, § 5, van het Veldwetboek vereiste vergunning van het College van Burgemeester en Schepenen.” de woorden
“Agentschap en het” ingevoegd.
Art. 8. In artikel 90bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 oktober 1997, vervangen bij het decreet van 17 juli 2000 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, derde lid, paragraaf 3, eerste lid, en paragraaf 5, eerste en vijfde lid, wordt het woord “verkavelingsvergunning” vervangen door de woorden
“omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden”;
2° in paragraaf 2 wordt het woord “verkavelingsvergunning” telkens vervangen door de woorden “omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden”;
3° in paragraaf 4 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
“De compensatie, vermeld in paragraaf 2 en 3, wordt gerealiseerd op een van de volgende wijzen:
1° als de ontbossing een openbaar bos betreft door uitvoering in natura;
2° als de ontbossing een privébos betreft,
a) ofwel door storting door de aanvrager van de betrokken vergunning van een bosbehoudsbijdrage dewelke de bevoegde overheid besteedt volgens de voorwaarden bepaald in paragraaf 8.
b) ofwel door uitvoering in natura door de aanvrager van de betrokken vergunning, volgens de voorwaarden bepaald in paragraaf 9.;
c) ofwel door een combinatie van a) en b).”;
4° in paragraaf 4 wordt het tweede lid opgeheven;
5° in paragraaf 4 wordt het bestaande derde lid, dat het tweede lid wordt, vervangen door wat volgt:
“De compensatie, vermeld in paragraaf 2 en 3, betreft ten minste een gelijke oppervlakte ten opzichte van de ontbossing. In het geval van een ontbossing vermeld in paragraaf 4, eerste lid, 2°, van minimaal 10 ha dient de compensatie in natura te worden gerealiseerd in één ruimtelijk aaneengesloten geheel van minimaal 10 ha of te worden gerealiseerd aansluitend bij een bestaand bos van minimaal 5 ha of een combinatie van beide. Voor bossen van minimaal 10 ha wordt na aanplant een natuurbeheerplan van minimaal type 3 opgesteld. Voor bossen die een bijdrage kunnen leveren aan de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen voor een speciale beschermingszone, vermeld in artikel 2, 65°, van het Decreet Natuurbehoud, bedraagt de compensatie een drievoud van de ontboste oppervlakte. De bosbehoudsbijdrage wordt vastgesteld door de verlener van de omgevingsvergunning zoals bedoeld in paragraaf 1. Het bedrag kan niet lager zijn dan het bedrag vastgesteld door de Vlaamse Regering.
De Vlaamse Regering stelt een lijst vast van bostypes die een bijdrage leveren aan de realisatie van de voormelde instandhoudingsdoelstellingen en bepaalt de nadere regels voor:
1° het minimumbedrag voor de bosbehoudsbijdrage, de wijze en de omvang van de compensatie waarbij differentiatie mogelijk is;
2° de wijze waarop de bosbehoudsbijdrage besteed wordt;
3° de wijze waarop over de effectiviteit van de compensatie gerapporteerd wordt;
4° de gebieden die in aanmerking komen voor compensatie in natura.
In geval van hoger beroep blijft de bosbehoudsbijdrage, zoals bepaald door de vergunningverlenende overheid in eerste aanleg, van toepassing”;
6° in paragraaf 5, eerste en tweede lid, wordt het woord “derde” vervangen door het woord “tweede”;
7° er wordt een paragraaf 8 toegevoegd, die luidt als volgt:
“§8. In het geval bedoeld in paragraaf 4, eerste lid, 2°, a) en de vergunningverlener het negatief advies van het agentschap ten aanzien van de voorgenomen ontbossing niet volgt, int de vergunningverlenende overheid die in laatste administratieve aanleg de vergunning tot ontbossing of de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, vermeld in paragraaf 2,
2°, aflevert, de bosbehoudsbijdrage en voert zij de compensatie uit binnen de drie jaar te rekenen van de beslissing in laatste administratieve aanleg of indien gemotiveerd binnen de vijf jaar.
In het geval bedoeld in paragraaf 4, eerste lid, 2° en de vergunningverlener het gunstig advies van het agentschap volgt, kan de vergunningverlener kiezen tussen volgende opties:
1° de bosbehoudsbijdrage zelf te innen en zelf de compensatie uit te voeren binnen de drie jaar te rekenen van de beslissing in laatste administratieve aanleg of indien gemotiveerd binnen de vijf jaar;
2° de bosbehoudsbijdrage te laten innen door het agentschap. In dit geval geldt het bedrag dat door de Vlaamse Regering is vastgesteld.
De vergunningverlener maakt deze keuze door middel van een gemotiveerde beslissing.” De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen over de ontvangst van de bosbehoudsbijdrage, de realisatie van de boscompensatie en de gevolgen bij het uitblijven van de realisatie van de boscompensatie.”.
Hoofdstuk 5. Wijzigingen van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
Art. 9. In artikel 12octies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 9 mei 2014 en gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2018, wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, die luidt als volgt:
“§2bis. De beheerder van een terrein kan in een toegankelijkheidsregeling vastleggen onder welke voorwaarden gerookt mag worden en vuur gemaakt mag worden op het terrein. Als ter uitvoering van artikel 13, §9, tweede lid, de Vlaamse Regering een regeling treft, krijgt die regeling voorrang ten opzichte van wat in de toegankelijkheidsregeling voor het terrein vermeld staat.
De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen voor de aanduiding van de wijze waarop kan worden bekendgemaakt hoe roken en vuur maken geregeld zijn in het terrein.”.
Art. 10. Aan hoofdstuk IIIbis van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, ingevoegd bij het decreet van 9 mei 2014 en gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2018, wordt een afdeling 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
“Afdeling 5. Technisch beheer van openbare terreinen”.
Art. 11. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2020, wordt aan afdeling 5, toegevoegd bij artikel 4, een artikel 12decies toegevoegd, dat luidt als volgt:
“Art. 12decies. §1. In deze paragraaf wordt verstaan onder besturen:
1° een gemeente;
2° een gemeentebedrijf;
3° een vereniging van gemeenten;
4° een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
5° een intercommunaal centrum voor maatschappelijk welzijn;
6° een vereniging van openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
7° een provincie;
8° een provinciebedrijf;
9° een polder;
10° een watering;
11° een vereniging van polders en wateringen;
12° een kerkfabriek en elke andere rechtspersoon die voor de uitoefening van een openbare eredienst of voor verenigingen van vrijzinnigen onroerende goederen beheert.
De besturen die eigenaar zijn van een openbaar terrein dat beheerd wordt of zal worden in het kader van natuurbehoud, kunnen het agentschap verzoeken om het technische beheer van dat terrein uit te voeren. De besturen geven in een schriftelijke mededeling aan dat ze de intentie hebben om een natuurbeheerplan als vermeld in artikel 16bis, op te maken. De Vlaamse Regering bepaalt de taken die vallen onder het technische beheer. Het technische beheer wordt stopgezet nadat het voormelde natuurbeheerplan is goedgekeurd conform artikel 16octies.
De besturen die eigenaar zijn van een openbaar terrein dat beheerd wordt of zal worden in het kader van natuurbehoud, kunnen met een overeenkomst het volledige beheer aan het agentschap overdragen op voorwaarde dat er een goedgekeurd natuurbeheerplan is als vermeld in artikel 16octies, of dat het bestuur de intentie heeft om een natuurbeheerplan als vermeld in artikel 16bis, op te maken. Bij de beslissing tot overname van het beheer verleent het agentschap geen subsidies meer als vermeld in artikel 16sedecies.
§2. In afwijking van paragraaf 1 is het technische beheer van toepassing op alle andere openbare terreinen die beheerd worden of zullen worden in het kader van natuurbehoud.
§3. In afwijking van paragraaf 1 en 2 kan een publiekrechtelijke rechtspersoon die eigenaar is van een openbaar terrein dat beheerd wordt of zal worden in het kader van natuurbehoud, een derde het technische beheer laten uitvoeren. Als van die mogelijkheid wordt gebruikgemaakt, voert de derde in kwestie het volledige takenpakket uit dat wordt bepaald krachtens paragraaf 1, tweede lid. Het is niet mogelijk om alleen bepaalde taken van het voormelde takenpakket door de derde te laten uitvoeren terwijl het agentschap nog andere taken van het voormelde takenpakket uitvoert.
Een publiekrechtelijke rechtspersoon die gebruik maakt van de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, sluit daarvoor een overeenkomst met de derde. De publiekrechtelijke rechtspersoon deelt het agentschap schriftelijk mee welke derde het technische beheer uitvoert, binnen dertig dagen na de dag van de ondertekening van de overeenkomst.
In voorkomend geval worden tussen enerzijds het agentschap en anderzijds de publiekrechtelijke rechtspersoon en de derde die de beheertaken op zich zal nemen, afspraken gemaakt over het tijdstip waarop de derde de taken overneemt die het agentschap voorheen uitvoerde. De taken worden uiterlijk negentig dagen na de dag van de ondertekening van de overeenkomst, vermeld in het tweede lid, overgedragen. Het agentschap zal de taken die het voorheen uitvoerde in elk geval niet meer uitvoeren nadat de voormelde termijn van negentig dagen is verstreken.
§4. Het beheer van een openbaar terrein dat beheerd wordt of zal worden in het kader van natuurbehoud, kan met een overeenkomst tussen de partijen in kwestie worden overgedragen aan een derde.
De publiekrechtelijke rechtspersoon bezorgt een afschrift van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, aan het agentschap binnen dertig dagen na de dag van de ondertekening van de overeenkomst. De terreinen in kwestie behouden de status van openbaar terrein.”.
Art. 12. Aan artikel 13 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, gewijzigd bij de decreten van 7 december 2007, 1 maart 2013, 9 mei 2014 en 8 december 2017, wordt een paragraaf 9 toegevoegd, die luidt als volgt:
“§9. Op terreinen waarvoor een natuurbeheerplan is goedgekeurd, en binnen een afstand van vijfentwintig meter tot die terreinen is het met uitzondering van wettelijk verplichte verbrandingen verboden te roken en vuur te maken in de openlucht om welk motief dan ook, behalve in de volgende gevallen:
1° ter uitvoering van het goedgekeurde beheersplan;
2° ter uitvoering van een goedgekeurde toegankelijkheidsregeling als vermeld in artikel 12octies.
De Vlaamse Regering kan ook voor de terreinen, vermeld in het eerste lid, en andere terreinen een verbod op roken en het maken van vuur instellen door dat onder meer te koppelen aan de toestand over de brandgevoeligheid van de natuurelementen op de terreinen.”.
Hoofdstuk 6. Wijziging van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002
Art. 13. In artikel 17 van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, gewijzigd bij de decreten van 12 december 2008 en 13 juli 2012, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
“§2. Aan het Fonds voor de compenserende bebossing worden de volgende ontvangsten toegewezen:
1° alle ontvangsten die voortvloeien uit de toepassing van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990, als de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de vergunning tot ontbossing of de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, vermeld in artikel 90bis, §2, 2°, van het voormelde decreet, aflevert;
2° de ontvangsten van niet-aangewende middelen die vanuit het Fonds voor de compenserende bebossing toegekend zijn aan de Vlaamse Landmaatschappij of aan openbare besturen, natuurlijke personen en privaatrechtelijke rechtspersonen die bebossen.”.
Brussel, De minister-president van de Vlaamse Regering, Jan JAMBON De Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme, Zuhal DEMIR
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.