Tot wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, wat betreft de uitvoering van de visienota lokaal erfgoedbeleid en de toekenning van beboetingsbevoegdheid aan de gewestelijke beboetingsentiteit (opschrift gewijzigd door de plenaire vergadering: ... tot wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, wat betreft de uitvoering van de Visienota Lokaal Onroerenderfgoedbeleid en de toekenning van beboetingsbevoegdheid aan de gewestelijke beboetingsentiteit) #1248
Gemerged Vlaamse Regering voegde 46 artikels samen in onroerenderfgoeddecreet-van-12-juli-2013 · 21 april 2022 Alle checks geslaagd
Amendementen
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: WON
ingediend op 17 mei 2022 (2021-2022)
Amendement
op het ontwerp van decreet
tot wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet
van 12 juli 2013, wat betreft de uitvoering
van de visienota lokaal erfgoedbeleid
en de toekenning van beboetingsbevoegdheid
aan de gewestelijke beboetingsentiteit
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
AMENDEMENT Nr. 1
voorgesteld door Manuela Van Werde, Joke Schauvliege,
Jean-Jacques De Gucht, Allessia Claes, Vera Jans
en Katja Verheyen
Artikel 59/1 (nieuw)
Een artikel 59/1 invoegen, dat luidt als volgt:
“Art. 59/1. Op procedures tot wijziging of opheffing van een besluit tot definitieve
bescherming die zijn opgestart voor de inwerkingtreding van dit artikel, zijn de
bepalingen die golden voor de inwerkingtreding van dit artikel van toepassing.”.
VERANTWOORDING
Artikel 33 van het ontwerp van decreet voert in artikel 6.2.7 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12
juli 2013 een nieuwe regel in waardoor een besluit tot voorlopige wijziging of opheffing van rechtswege
vervalt als binnen een termijn van 270 dagen (verlengbaar met maximaal 90 dagen) na het voorlopig
besluit geen besluit tot definitieve wijziging of opheffing wordt genomen.
Het ontwerp van decreet voorziet echter niet in een overgangsbepaling. Dat betekent dat op het moment van inwerkingtreding van het wijzigingsdecreet die nieuwe regel ook van toepassing wordt op
lopende procedures. Dat kan echter ongewenste gevolgen hebben waarbij lopende opheffingsprocedures automatisch worden stopgezet, terwijl bij de opstart en de planning ervan geen rekening gehouden
kon worden met deze nieuwe deadline (bijvoorbeeld de procedure in het dossier Beringen-Mijn, waarbij
het voorlopige opheffingsbesluit dateert van 2018). Om die situatie te vermijden, wordt met het voorgestelde amendement een overgangsbepaling ingevoegd waardoor die nieuwe regel enkel van toepassing is op nieuwe procedures tot wijziging of opheffing.
■