Tot wijziging van diverse bepalingen in het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen #1210
Gemerged Vlaamse Regering voegde 20 artikels samen in bodemdecreet-van-27-oktober-2006decreet-2011-12-23-1021295 · 29 maart 2022 1 checks vragen aandacht
20 artikels gewijzigd
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 19 mei 2022. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
Art. 2. In artikel 2 van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 17°, b), wordt vervangen door wat volgt:
“b) vereniging van mede-eigenaars in het kader van een onroerend geheel dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom, vermeld in artikel 3.84 van het Burgerlijk Wetboek;”;
2° punt 18°, eerste lid, h), wordt vervangen door wat volgt:
“h) het opstellen van de basisakte van het gebouw of van de groep van gebouwen, vermeld in artikel 3.85 van het Burgerlijk Wetboek, en het acteren van de instemming van de mede-eigenaars met de afwijking, vermeld in artikel 3.84 van het Burgerlijk Wetboek;”;
3° punt 19°, d), wordt vervangen door wat volgt:
“d) het opstellen van de basisakte van het gebouw of van de groep van gebouwen, vermeld in artikel 3.85 van het Burgerlijk Wetboek, en het acteren van de instemming van de mede-eigenaars met de afwijking, vermeld in artikel 3.84 van het Burgerlijk Wetboek;”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (het te vervangen deel niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | In afwijking van artikel 29 en 102 moet voor de overdracht van een privatief deel van een onroerend goed dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom zoals bedoeld in artikel 577-3van het Burgerlijk Wetboek of dat valt onder toepassing van artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek, alleen in de volgende gevallen een oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd: | 1 | In afwijking van artikel 29 en 102 moet voor de overdracht van een privatief deel van een onroerend goed dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom vermeld in artikel 3.84 van het Burgerlijk Wetboek of dat valt onder de toepassing van artikel 3.78 tot en met 3.83 van het Burgerlijk Wetboek, alleen in de volgende gevallen een oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd: |
| 2 | 1° in dat privatieve deel is of was een risico-inrichting gevestigd; | 2 | 1° in dat privatieve deel is of was een risico-inrichting gevestigd; |
| 3 | 2° in de gemeenschappelijke delen is of was een risico-inrichting gevestigd, die uitsluitend bestemd is of was voor dat privatieve deel. | 3 | 2° in de gemeenschappelijke delen is of was een risico-inrichting gevestigd, die uitsluitend bestemd is of was voor dat privatieve deel. |
| 1 | In de volgende gevallen moet voor een onroerend geheel dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom, vermeld in artikel 577-3van het Burgerlijk Wetboek, een oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd op initiatief en op kosten van de vereniging van mede-eigenaars voor 31 december 2014 : | 1 | In de volgende gevallen moet voor een onroerend geheel dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom, vermeld in artikel 3.84 van het Burgerlijk Wetboek, een oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd op initiatief en op kosten van de vereniging van mede-eigenaars voor 31 december 2014 : |
| 2 | 1° voor de vestiging van de gedwongen mede-eigendom was een risico-inrichting gevestigd op de grond waarop de gedwongen mede-eigendom gevestigd is; | 2 | 1° voor de vestiging van de gedwongen mede-eigendom was een risico-inrichting gevestigd op de grond waarop de gedwongen mede-eigendom gevestigd is; |
| 3 | 2° in de gemeenschappelijke delen was een risico-inrichting gevestigd die bestemd was ten behoeve van de gedwongen mede-eigendom. | 3 | 2° in de gemeenschappelijke delen was een risico-inrichting gevestigd die bestemd was ten behoeve van de gedwongen mede-eigendom. |
| 1 | § 1. Risicogronden kunnen slechts overgedragen worden als er vooraf een orienterend bodemonderzoek werd uitgevoerd en het verslag ervan aan de OVAM werd bezorgd. | 1 | § 1. Risicogronden kunnen slechts overgedragen worden als er vooraf een orienterend bodemonderzoek werd uitgevoerd en het verslag ervan aan de OVAM werd bezorgd. |
| 2 | In afwijking van het eerste lid geldt de regeling, vermeld in artikel 30, voor de uitvoering van een oriënterend bodemonderzoek in het kader van de overdracht van een privatief deel van een onroerend goed dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom zoals bedoeld in artikel 577-3van het Burgerlijk Wetboek of dat valt onder toepassing van artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek. Als voor de overdracht van een privatief deel met toepassing van artikel 30 geen oriënterend bodemonderzoek hoeft te worden uitgevoerd, zijn de bepalingen van artikel 104 tot en met 115 ook niet van toepassing op die overdracht. | 2 | In afwijking van het eerste lid geldt de regeling, vermeld in artikel 30, voor de uitvoering van een oriënterend bodemonderzoek in het kader van de overdracht van een privatief deel van een onroerend goed dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom , vermeld in artikel 3.84 van het Burgerlijk Wetboek of dat valt onder de toepassing van artikel 3.78 tot en met 3.83 van het Burgerlijk Wetboek. Als voor de overdracht van een privatief deel met toepassing van artikel 30 geen oriënterend bodemonderzoek hoeft te worden uitgevoerd, zijn de bepalingen van artikel 104 tot en met 115 ook niet van toepassing op die overdracht. |
| 3 | De eigenaar van de risicogrond die een vrijstelling van de bodemonderzoeksplicht, vermeld in artikel 31, § 1, heeft verkregen, is van rechtswege vrijgesteld van de onderzoeksplicht, vermeld in het eerste lid en artikel 29, als sedert de vrijstellingsbeslissing op de risicogrond geen risico-inrichtingen zijn geëxploiteerd. | 3 | De eigenaar van de risicogrond die een vrijstelling van de bodemonderzoeksplicht, vermeld in artikel 31, § 1, heeft verkregen, is van rechtswege vrijgesteld van de onderzoeksplicht, vermeld in het eerste lid en artikel 29, als sedert de vrijstellingsbeslissing op de risicogrond geen risico-inrichtingen zijn geëxploiteerd. |
| 4 | § 2. Het oriënterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd op initiatief en op kosten van de persoon, vermeld in artikel 29 of 30. | 4 | § 2. Het oriënterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd op initiatief en op kosten van de persoon, vermeld in artikel 29 of 30. |
| 12 | 4° afvalstoffenproducent : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon wiens activiteiten afvalstoffen voortbrengen, zijnde de eerste afvalproducent, of eenieder die voorbehandelingen, vermengingen of andere bewerkingen verricht die leiden tot een wijziging in de aard of de samenstelling van die afvalstoffen; | 12 | 4° afvalstoffenproducent : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon wiens activiteiten afvalstoffen voortbrengen, zijnde de eerste afvalproducent, of eenieder die voorbehandelingen, vermengingen of andere bewerkingen verricht die leiden tot een wijziging in de aard of de samenstelling van die afvalstoffen; |
| 13 | 5° afvalstoffenverwerking : nuttige toepassing of verwijdering, met inbegrip van voorbereidende handelingen die aan nuttige toepassing of verwijdering voorafgaan; | 13 | 5° afvalstoffenverwerking : nuttige toepassing of verwijdering, met inbegrip van voorbereidende handelingen die aan nuttige toepassing of verwijdering voorafgaan; |
| 14 | 5°/1 asbesthoudende materialen: | ||
| 14 | 5°/1 asbesthoudende materialen: de materialen die op basis van -voorkennis en een beoordeling met het blote oog of op basis van een geldige monstername en analyse asbest bevatten; | 15 | a) materialen die op basis van voorkennis en een beoordeling met het blote oog of op basis van een geldige monstername en analyse asbest bevatten; |
| 16 | b) asbestverdachte materialen tenzij de afwezigheid van asbest met zekerheid kan worden aangetoond op basis van een geldige monstername en analyse; | ||
| 17 | 5°/2 asbestverdachte materialen: materialen die op basis van voorkennis en een beoordeling met het blote oog mogelijk asbest bevatten; | ||
| 15 | 6° bedrijfsafvalstoffen : afvalstoffen die ontstaan ten gevolge van een industriële, ambachtelijke of wetenschappelijke activiteit, en de afvalstoffen die daarmee gelijkgesteld worden bij een besluit van de Vlaamse Regering; | 18 | 6° bedrijfsafvalstoffen : afvalstoffen die ontstaan ten gevolge van een industriële, ambachtelijke of wetenschappelijke activiteit, en de afvalstoffen die daarmee gelijkgesteld worden bij een besluit van de Vlaamse Regering; |
| 16 | 7° beheren van afvalstoffen : het inzamelen, het tussentijds opslaan en overslaan, het vervoeren, het nuttig toepassen, met inbegrip van sortering, en het verwijderen van afvalstoffen, met inbegrip van het houden van toezicht op die handelingen en het uitvoeren van de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting, en met inbegrip van activiteiten van afvalstoffenhandelaars of -makelaars; | 19 | 7° beheren van afvalstoffen : het inzamelen, het tussentijds opslaan en overslaan, het vervoeren, het nuttig toepassen, met inbegrip van sortering, en het verwijderen van afvalstoffen, met inbegrip van het houden van toezicht op die handelingen en het uitvoeren van de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting, en met inbegrip van activiteiten van afvalstoffenhandelaars of -makelaars; |
| 46 | § 2. Voor de toepassing van afdeling 6 van hoofdstuk 3 wordt verstaan onder: | 49 | § 2. Voor de toepassing van afdeling 6 van hoofdstuk 3 wordt verstaan onder: |
| 47 | 1° asbest: de vezelachtige silicaten actinoliet, amosiet, anthofylliet, chrysotiel, crocidoliet en tremoliet; | 50 | 1° asbest: de vezelachtige silicaten actinoliet, amosiet, anthofylliet, chrysotiel, crocidoliet en tremoliet; |
| 51 | 1°/1 asbestveilig: een toestand waarin bij normaal gebruik van de constructie geen blootstellingsrisico’s kunnen ontstaan voor mens en milieu doordat: | ||
| 52 | a) men zich heeft ontdaan van: | ||
| 53 | 1) alle eenvoudig bereikbare hechtgebonden asbesthoudende materialen met niet-laag risico; | ||
| 54 | 2) alle eenvoudig bereikbare niet-hechtgebonden asbesthoudende materialen, met uitzondering van asbesthoudende wandpleister met een laag risico; | ||
| 55 | 3) alle dak- en gevelbekledingen, dakgoten, rookgaskanalen en hemelwaterafvoerkanalen bestaande uit asbestcement als ze zich aan de buitenzijde bevinden; | ||
| 56 | 4) alle eenvoudig bereikbare asbesthoudende materialen die een afvalstof zijn, met uitzondering van uitgegraven of onuitgegraven steenslag, bodem- en puinlagen; | ||
| 57 | 5) alle asbesthoudende materialen, met uitzondering van asbesthoudende wandpleister, die werden ingesloten of bedekt als risicobeheersmaatregel als vermeld in artikel 33/1, §2; | ||
| 58 | b) de resterende asbesthoudende materialen veilig worden beheerd; | ||
| 48 | 2° constructie met risicobouwjaar: de constructie met inbegrip van al wat onroerend is geworden door bestemming of incorporatie, met bouwjaar 2000 of ouder, met uitsluiting van de openbare ondergrondse infrastructuur die bestemd is voor de transit, het transport, de transmissie of de distributie van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, energie of informatie. Een constructie is een gebouw, een bouwwerk, een vaste inrichting, een verharding met uitzondering van steenslag, al dan niet bestaande uit duurzame materialen, in de grond ingebouwd, aan de grond bevestigd of op de grond steunend omwille van de stabiliteit, en bestemd om ter plaatse te blijven staan of liggen, ook al kan het goed uit elkaar genomen worden, verplaatst worden, of is het goed volledig ondergronds; | 59 | 2° constructie met risicobouwjaar: de constructie met inbegrip van al wat onroerend is geworden door bestemming of incorporatie, met bouwjaar 2000 of ouder, met uitsluiting van de openbare ondergrondse infrastructuur die bestemd is voor de transit, het transport, de transmissie of de distributie van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, energie of informatie. Een constructie is een gebouw, een bouwwerk, een vaste inrichting, een verharding met uitzondering van steenslag, al dan niet bestaande uit duurzame materialen, in de grond ingebouwd, aan de grond bevestigd of op de grond steunend omwille van de stabiliteit, en bestemd om ter plaatse te blijven staan of liggen, ook al kan het goed uit elkaar genomen worden, verplaatst worden, of is het goed volledig ondergronds; |
| 49 | 3° eenvoudig bereikbare asbesthoudende materialen: de asbesthoudende materialen die waar te nemen en weg te nemen zijn zonder de bouwkundige integriteit van een constructie of erfgoedkenmerken van een beschermd onroerend erfgoed aan te tasten binnen de normale beheers- en onderhoudscycli of een vergelijkbare stilstand bij industriële installaties. Asbesthoudende materialen die bedekt zijn door een ander materiaal, met uitzondering van een laag verf, coating, behang, kunststof of textiel, zijn niet eenvoudig bereikbaar, tenzij het bedekkend materiaal kan worden weggenomen zonder het te beschadigen; | 60 | 3° eenvoudig bereikbare asbesthoudende materialen: de asbesthoudende materialen die waar te nemen en weg te nemen zijn zonder de bouwkundige integriteit van een constructie of erfgoedkenmerken van een beschermd onroerend erfgoed aan te tasten binnen de normale beheers- en onderhoudscycli of een vergelijkbare stilstand bij industriële installaties. Asbesthoudende materialen die bedekt zijn door een ander materiaal, met uitzondering van een laag verf, coating, behang, kunststof of textiel, zijn niet eenvoudig bereikbaar, tenzij het bedekkend materiaal kan worden weggenomen zonder het bedekkende materiaal te beschadigen; |
| 50 | 4° eigenaar: de volle of blote eigenaar. Wanneer het eigendomsrecht in onverdeeldheid is, wordt elk van de onverdeelde houders van dat recht hoofdelijk en ondeelbaar beschouwd als eigenaar; | 61 | 4° eigenaar: de volle of blote eigenaar. Wanneer het eigendomsrecht in onverdeeldheid is, wordt elk van de onverdeelde houders van dat recht hoofdelijk en ondeelbaar beschouwd als eigenaar; |
| 51 | 4°/1 gebouweenheid: een in functioneel opzicht zelfstandige eenheid binnen een gebouw; | 62 | 4°/1 gebouweenheid: een in functioneel opzicht zelfstandige eenheid binnen een gebouw; |
| 52 | 5° hechtgebonden asbesthoudende materialen: asbestcement, asbesthoudende vloertegels en vloerbekledingen, asbesthoudende bitumen en roofingproducten en asbesthoudende pakkingen en dichtingen waarvan het bindmiddel bestaat uit cement, bitumen, kunststof of lijm; | ||
| 63 | 5° hechtgebonden asbesthoudende materialen: asbesthoudende materialen waarin de asbestvezels in oorsprong sterk gebonden zijn door een bindmiddel dat hoofdzakelijk bestaat uit cement, bitumen, mastiek, kunststof of lijm; | ||
| 64 | 5°/1 laag risico: als op basis van de aard, de staat en het voorkomen van de asbesthoudende materialen het weinig waarschijnlijk is dat asbestvezels kunnen vrijkomen; | ||
| 53 | 6° niet-hechtgebonden asbesthoudende materialen: alle asbesthoudende materialen die niet hechtgebonden zijn; | 65 | 6° niet-hechtgebonden asbesthoudende materialen: alle asbesthoudende materialen die niet hechtgebonden zijn; |
| 54 | 7° openbare, technische toegankelijke constructie met risicobouwjaar: een voor mensen toegankelijke constructie met risicobouwjaar die van openbaar nut is met hoofdzakelijk technische functie vervat onder kunstwerken en lijninfrastructuur en hun aanhorigheden; | 66 | 7° openbare, technische toegankelijke constructie met risicobouwjaar: een voor mensen toegankelijke constructie met risicobouwjaar die van openbaar nut is met hoofdzakelijk technische functie vervat onder kunstwerken en lijninfrastructuur en hun aanhorigheden; |
| 55 | 8° overdracht: het onder levenden overdragen van een eigendomsrecht, het onder levenden vestigen of overdragen van een recht van vruchtgebruik, een erfpacht, een opstalrecht of een zakelijk recht van gebruik. Een onteigening en een erfenis worden niet beschouwd als een overdracht; | 67 | 8° overdracht: het onder levenden overdragen van een eigendomsrecht, het onder levenden vestigen of overdragen van een recht van vruchtgebruik, een erfpacht, een opstalrecht of een zakelijk recht van gebruik. Een onteigening en een erfenis worden niet beschouwd als een overdracht; |
| 68 | 8°/1 risicobeheersmaatregel: een tijdelijke maatregel die erop gericht is om voor een asbesthoudend materiaal een laag risico te verkrijgen in afwachting van het wegnemen van het asbesthoudende materiaal; | ||
| 56 | 9° toegankelijke constructie met risicobouwjaar: elke constructie met risicobouwjaar die mensen binnen kunnen betreden. Een constructie kan binnen betreden worden als ze minstens bestaat uit een dak dat gedragen wordt door constructie-elementen, en als een mens er normaal in kan staan of lopen; | 69 | 9° toegankelijke constructie met risicobouwjaar: elke constructie met risicobouwjaar die mensen binnen kunnen betreden. Een constructie kan binnen betreden worden als ze minstens bestaat uit een dak dat gedragen wordt door constructie-elementen, en als een mens er normaal in kan staan of lopen; |
| 57 | 10° publieke constructie met risicobouwjaar: elke constructie met risicobouwjaar die een publieke organisatie huisvest die aan een groot aantal personen overheidsdiensten verstrekken. Een publieke organisatie is een overheid, een parastatale, of een organisatie die publieke diensten aanbiedt die door een overheid worden verzorgd, uitbesteed of gesubsidieerd; | 70 | 10° publieke constructie met risicobouwjaar: elke constructie met risicobouwjaar die een publieke organisatie huisvest die aan een groot aantal personen overheidsdiensten verstrekken. Een publieke organisatie is een overheid, een parastatale, of een organisatie die publieke diensten aanbiedt die door een overheid worden verzorgd, uitbesteed of gesubsidieerd; |
| 71 | 10°/1 veilig beheer: voor laag risico asbesthoudende materialen maatregelen nemen zodat ze deze status behouden, voor niet eenvoudig bereikbare niet-laag risico asbesthoudende materialen risicobeheersmaatregelen nemen en voor niet eenvoudig bereikbare materialen die een afvalstof zijn alle maatregelen nemen die redelijkerwijs kunnen worden genomen om het gevaar voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, meer bepaald het risico voor water, lucht en bodem te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken; | ||
| 58 | 11° wooneenheid: een gebouweenheid die over de nodige woonvoorzieningen beschikt om autonoom te kunnen functioneren. | 72 | 11° wooneenheid: een gebouweenheid die over de nodige woonvoorzieningen beschikt om autonoom te kunnen functioneren. |
| 1 | §1. De OVAM verwerkt gegevens die mogelijk persoonsgegevens bevatten in het kader van de uitvoering van artikel 6, 9, 13, 13/1, 14, 15, 21, 21/1, 22, 23, 25, 30, 32/1, 33, 39 tot en met 43, 49, 50 en 52 van dit decreet. | ||
| 2 | De OVAM wordt hierbij aangeduid als de verwerkingsverantwoordelijke van deze persoonsgegevens. | ||
| 3 | De OVAM neemt passende maatregelen om het doel van de verwerking, de types of categorieën van te verwerken persoonsgegevens, de betrokkenen, de entiteiten waaraan en doeleinden waarvoor de persoonsgegevens mogen worden verstrekt, de opslagperioden en de aanduiding van de verwerkingsverantwoordelijke op te nemen in de communicatie met de burger zodat de betrokkenen goed geïnformeerd worden over de verwerking van hun gegevens en het voor de betrokkenen duidelijk is wat hun rechten zijn en tot wie zij zich moeten richten voor de uitoefening van hun rechten. | ||
| 4 | §2. De gegevens, vermeld in paragraaf 1, worden verwerkt met de volgende doelen: | ||
| 5 | 1° het monitoren en opvolgen van de doelstellingen van dit decreet; | ||
| 6 | 2° het monitoren, bewaken, opvolgen en uitvoeren van de bepalingen van dit decreet; | ||
| 7 | 3° het produceren van de nodige gegevens voor een efficiënt en effectief toezicht op de maatregelen van dit decreet; | ||
| 8 | 4° het vervullen van diverse Europese, internationale, Belgische en Vlaamse rapportageverplichtingen die opgelegd zijn in toepasselijke wetgeving en verdragen; | ||
| 9 | 5° het beantwoorden van vragen aan de OVAM in het kader van de openbaarheid van bestuur en in het kader van de parlementaire werking; | ||
| 10 | 6° het traceren van afvalstoffen en materialen van bij de productie tot bij de definitieve verwerking of inzet als grondstoffen. | ||
| 11 | §3. De aard van de gegevens betreft de ondernemingsnummers, de vestigingsnummers, de bankrekeningnummers, de naam en de contactgegevens, zijnde telefoon, fax, e-mailadres, van de natuurlijke personen en rechtspersonen die voorkomen in documenten die worden gebruikt in administratieve procedures ter uitvoering van dit decreet en die voorkomen in de registers die in het kader van de bepalingen van dit decreet moeten worden bijgehouden en die moeten worden gemeld aan of uitgewisseld worden met de OVAM. | ||
| 12 | Waar relevant betreft het de locatiegegevens die verbonden zijn aan het beginen eindpunt van een transport van afvalstoffen of materialen. Deze locatiegegevens zullen enkel gebruikt worden voor de doelen opgenomen in punt 3° en 6° van paragraaf 2 van dit artikel. | ||
| 13 | Die gegevens zijn nodig in het kader van een minimale gegevensverwerking voor de doelen van de gegevensverwerking, vermeld in paragraaf 2. | ||
| 14 | §4. De verwerkte persoonsgegevens hebben betrekking op: | ||
| 15 | 1° de natuurlijke personen en rechtspersonen die afvalstoffen en materialen produceren, gebruiken of beheren; | ||
| 16 | 2° de natuurlijke personen en rechtspersonen die beroepsmatig producten ontwikkelen, vervaardigen, behandelen, verwerken, invoeren, verkopen of de verkoop faciliteren zoals de producent van het product en een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid dragen. | ||
| 17 | §5. De OVAM kan de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1, verstrekken aan: | ||
| 18 | 1° de toezichthouders die belast zijn met het toezicht op de bepalingen van dit decreet; | ||
| 19 | 2° de natuurlijke personen of rechtspersonen aan wie de OVAM gegevens ter beschikking moet stellen in het kader van de uitvoering van dit decreet; | ||
| 20 | 3° de Europese, internationale, Belgische en Vlaamse instellingen waaraan de OVAM moet rapporteren. | ||
| 21 | §6. De OVAM hanteert een standaardtermijn van 20 jaar na het afsluiten van het dossier voor het bewaren van de persoonsgegevens, en meer specifiek de bankrekeningnummers, de locatiegegevens, de namen en de contactgegevens. | ||
| 22 | De OVAM zal per datastroom van persoonsgegevens in de selectielijsten die opgesteld worden in het kader van artikel 11 van het Archiefdecreet van 9 juli 2010 en artikel II.87 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 een bepaalde bewaartermijn opnemen voor de persoonsgegevens, en meer specifiek de bankrekeningnummers, de locatiegegevens, de namen en de contactgegevens. Indien deze specifieke termijn korter is dan de termijn vernoemd in het eerste lid, geldt de specifieke bewaartermijn. | ||
| 23 | De ondernemingsnummers en vestigingsnummers zullen voor onbepaalde tijd worden bewaard om toe te laten dat ook in de toekomst het monitoren, bewaken en opvolgen van de doelstellingen van dit decreet kan gebeuren. | ||
| 24 | §7. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen over de verwerking van persoonsgegevens door de OVAM. | ||
| 25 | §8. De OVAM neemt passende technische en organisatorische maatregelen die nodig zijn voor de bescherming van de persoonsgegevens. Deze maatregelen zullen een passend beveiligingsniveau verzekeren rekening houdend, enerzijds, met de stand van de techniek ter zake en de kosten voor het toepassen van de maatregelen en, anderzijds, met de aard van de te beveiligen gegevens en de potentiële risico’s. |
| 2 | De natuurlijke personen en rechtspersonen die afvalstoffen beheren, melden bepaalde gegevens met betrekking tot de ingezamelde, opgehaalde, verwijderde of nuttig toegepaste afvalstoffen aan de OVAM. De Vlaamse Regering kan vaststellen dat de OVAM natuurlijke personen en rechtspersonen selecteert om gegevens te melden. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden gemeld en op welke wijze dat gebeurt. | 2 | De natuurlijke personen en rechtspersonen die afvalstoffen beheren, melden bepaalde gegevens met betrekking tot de ingezamelde, opgehaalde, verwijderde of nuttig toegepaste afvalstoffen aan de OVAM. De Vlaamse Regering kan vaststellen dat de OVAM natuurlijke personen en rechtspersonen selecteert om gegevens te melden. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden gemeld en op welke wijze dat gebeurt. |
| 3 | § 2. De Vlaamse Regering kan bepalen dat afvalstoffen bij hun vervoer vergezeld moeten gaan van een identificatieformulier, al dan niet in elektronische vorm. | 3 | § 2. De Vlaamse Regering kan bepalen dat afvalstoffen bij hun vervoer vergezeld moeten gaan van een identificatieformulier, al dan niet in elektronische vorm. |
| 4 | De Vlaamse Regering kan nadere regels opleggen over de modaliteiten voor de opmaak van identificatieformulieren en voor de uitwisseling ervan met de OVAM en de toezichthouders. | ||
| 4 | § 3. De Vlaamse Regering kan bepalen dat voor specifieke materialen materialenregisters worden bijgehouden met het oog op het verkrijgen van informatie over het efficiënt en rechtmatig gebruik van materialen overeenkomstig de doelstelling, vermeld in artikel 4. Die registers kunnen slaan op hoeveelheden van in- en uitgaande materiaalstromen en hun herkomst en bestemming. De Vlaamse Regering kan daarvoor nadere regels vaststellen. | 5 | § 3. De Vlaamse Regering kan bepalen dat voor specifieke materialen materialenregisters worden bijgehouden met het oog op het verkrijgen van informatie over het efficiënt en rechtmatig gebruik van materialen overeenkomstig de doelstelling, vermeld in artikel 4. Die registers kunnen slaan op hoeveelheden van in- en uitgaande materiaalstromen en hun herkomst en bestemming. De Vlaamse Regering kan daarvoor nadere regels vaststellen. |
| 5 | De Vlaamse Regering kan vaststellen dat de OVAM natuurlijke personen en rechtspersonen selecteert om gegevens uit het materialenregister te melden. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden gemeld en op welke wijze dat gebeurt. | 6 | De Vlaamse Regering kan vaststellen dat de OVAM natuurlijke personen en rechtspersonen selecteert om gegevens uit het materialenregister te melden. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden gemeld en op welke wijze dat gebeurt. |
| 7 | §4. De Vlaamse Regering kan bepalen dat transport van grondstoffen vergezeld moet gaan van een transportdocument. De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen over de modaliteiten over de inhoud van de transportdocumenten en het delen van de documenten met de OVAM en de toezichthouders. | ||
| 8 | §5. De gegevens die in het kader van paragraaf 1 tot en met 4 van dit artikel gemeld worden aan de OVAM of uitgewisseld worden met de OVAM, vormen de basis van het materialeninformatiesysteem. | ||
| 9 | De Vlaamse Regering kan nadere regels opleggen over de modaliteiten voor de opmaak, het beheer en het gebruik van het materialeninformatiesysteem. | ||
| 10 | In dit artikel wordt verstaan onder het materialeninformatiesysteem: een systeem dat bestaat uit een ICT-toepassing, een databank en een dataplatform met gegevens over afvalstoffen en materialen ten behoeve van het traceren door de OVAM en de toezichthouders van afvalstoffen en materialen, het opvolgen van de sluiting van materiaalkringlopen, het voldoen aan Vlaamse, Europese en internationale rapporteerverplichtingen, en het bepalen van het aandeel afval dat gerecycleerd, gestort, verbrand of op een andere manier verwerkt wordt. | ||
| 11 | Omdat het materialeninformatiesysteem commercieel vertrouwelijke gegevens bevat, neemt de OVAM passende technische en organisatorische maatregelen die nodig zijn voor de bescherming van deze commercieel vertrouwelijke gegevens. Deze maatregelen zullen een passend beveiligingsniveau verzekeren rekening houdend, enerzijds, met de stand van de techniek ter zake en de kosten voor het toepassen van de maatregelen en, anderzijds, met de aard van de te beveiligen gegevens en de potentiële risico’s. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering kan die maatregelen nader omschrijven. | 4 | De Vlaamse Regering kan die maatregelen nader omschrijven. |
| 5 | § 4. De natuurlijke persoon of rechtspersoon die asbesthoudende materialen beheert, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs kunnen worden genomen om het gevaar voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, meer bepaald het risico voor water, lucht en bodem te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. | 5 | § 4. De natuurlijke persoon of rechtspersoon die asbesthoudende materialen beheert, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs kunnen worden genomen om het gevaar voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, meer bepaald het risico voor water, lucht en bodem te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. |
| 6 | Asbestverdacht materiaal wordt als asbesthoudend materiaal beschouwd tenzij op basis van een geldige monstername en analyse de afwezigheid van asbest met zekerheid kan worden aangetoond. Onder asbestverdacht materiaal wordt verstaan: materiaal dat op basis van voorkennis en een beoordeling met het blote oog mogelijk asbest bevat. | ||
| 7 | De Vlaamse Regering kan de maatregelen, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven. | 6 | De Vlaamse Regering kan de maatregelen, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven. |
| 1 | § 1. Om preventie, hergebruik, recyclage en andere nuttige toepassingen van afvalstoffen te stimuleren kan de Vlaamse Regering maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroepsmatig producten ontwikkelt, vervaardigt, behandelt, verwerkt, verkoopt of invoert (producent van het product), een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid draagt. | 1 | § 1. Om preventie, hergebruik, recyclage en andere nuttige toepassingen van afvalstoffen te stimuleren kan de Vlaamse Regering maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroepsmatig producten ontwikkelt, vervaardigt, behandelt, verwerkt, verkoopt, invoert of de verkoop faciliteert (producent van het product), een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid draagt. |
| 2 | De maatregelen, vermeld in het eerste lid, kunnen bestaan uit het opleggen van regels en verplichtingen aan de natuurlijke personen en rechtspersonen, vermeld in het eerste lid, en hebben betrekking op : | 2 | De maatregelen, vermeld in het eerste lid, kunnen bestaan uit het opleggen van regels en verplichtingen aan de natuurlijke personen en rechtspersonen, vermeld in het eerste lid, en hebben betrekking op : |
| 3 | 1° het volledig of gedeeltelijk verantwoordelijk stellen voor de organisatie van de inzameling van de afvalstoffen die voortkomen uit producten die ze op de markt gebracht hebben; | 3 | 1° het volledig of gedeeltelijk verantwoordelijk stellen voor de organisatie van de inzameling van de afvalstoffen die voortkomen uit producten die ze op de markt gebracht hebben; |
| 2 | De gemeenten verhalen, overeenkomstig artikel 10, de kosten van het beheer van huishoudelijk afval op de afvalproducenten. De gemeente kan haar verzelfstandigde entiteiten of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden ertoe machtigen die kosten te innen, ook als ze in de vorm van belastingen en retributies worden verhaald. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de wijze waarop de gemeenten de kosten van het beheer van huishoudelijke afvalstoffen berekenen. | 2 | De gemeenten verhalen, overeenkomstig artikel 10, de kosten van het beheer van huishoudelijk afval op de afvalproducenten. De gemeente kan haar verzelfstandigde entiteiten of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden ertoe machtigen die kosten te innen, ook als ze in de vorm van belastingen en retributies worden verhaald. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de wijze waarop de gemeenten de kosten van het beheer van huishoudelijke afvalstoffen berekenen. |
| 3 | Met behoud van de toepassing van de bepalingen van dit decreet worden de ophaling en inzameling van huishoudelijke afvalstoffen bij gemeentelijk reglement geregeld. | 3 | Met behoud van de toepassing van de bepalingen van dit decreet worden de ophaling en inzameling van huishoudelijke afvalstoffen bij gemeentelijk reglement geregeld. |
| 4 | De prestaties van elke persoon die nodig zijn voor de normale werking van de diensten die met het ophalen van de huishoudelijke afvalstoffen zijn belast, alsook het nodige materiaal daarvoor, mogen door de burgemeester, de arrondissementscommissaris en de gouverneur worden opgeëist. | 4 | De prestaties van elke persoon die nodig zijn voor de normale werking van de diensten die met het ophalen van de huishoudelijke afvalstoffen zijn belast, alsook het nodige materiaal daarvoor, mogen door de burgemeester en de gouverneur worden opgeëist. |
| 1 | De bepalingen van afdeling 1 en 2 en van hoofdstuk 2 zijn van toepassing op de gevaarlijke afvalstoffen als er in deze afdeling niet uitdrukkelijk van wordt afgeweken. | 1 | De bepalingen van afdeling 1 en 2 en van hoofdstuk 3 zijn van toepassing op de gevaarlijke afvalstoffen als er in deze afdeling niet uitdrukkelijk van wordt afgeweken. |
| 1 | §1. Het is verboden constructies zoals zonnepanelen, overzetdaken en reclamepanelen te bevestigen aan of over: | ||
| 2 | 1° asbesthoudende dak- en gevelbekleding; | ||
| 3 | 2° niet-asbesthoudende dak- en gevelbekleding als daarbij onderliggende asbesthoudende materialen beschadigd worden. | ||
| 4 | §2. Het insluiten of bedekken van asbesthoudende materialen die weggenomen moeten worden om een asbestveilige toestand te verkrijgen, is alleen toegestaan als risicobeheersmaatregel of maatregel voor een veilig beheer. | ||
| 1 | Het is verboden constructies zoals zonnepanelen, overzetdaken en reclamepanelen te bevestigen aan of over asbesthoudende dak- en gevelbekleding. Het is eveneens verboden asbesthoudende dak- en gevelbekleding in te sluiten of te bedekken met andere materialen. | 5 | In afwijking van het eerste lid is het verboden asbesthoudende dak- en gevelbekleding in te sluiten of te bedekken met andere materialen. |