§ flandrepo

Tot wijziging van artikel 23 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, van artikel 1 van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, van artikel 16 van het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en van artikel 44 van het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid #1156

Gemerged Marino KeulenBert MaertensJo BrounsAnnick De RidderMartine FournierMarius Meremans Open Vld, N-VA, cd&v voegde 2 artikels samen in decreet-2001-04-20decreet-2019-04-26-1031636 · 23 februari 2022 2 checks vragen aandacht
Advies
DR de Raad van State 18 mei 2022 · 10 blz.
1156/3 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
ingediend op1156 (2021-2022) – Nr. 3 17 mei 2022 (2021-2022) verzendcode: OPE Advies van de Raad van State over het voorstel van decreet van Marino Keulen, Bert Maertens, Jo Brouns, Annick De Ridder, Martine Fournier en Marius Meremans tot wijziging van artikel 23 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, van artikel 1 van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, van artikel 16 van het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en van artikel 44 van het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid Documenten in het dossier: : Voorstel van decreet – Nr. 2: Advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens ‡LW-BHFWLDAFH-HBCIHVT‡ 2/9 advies Raad van State 71.287/3 Op 31 maart 2022 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Voorzitster van het Vlaams Parlement verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een voorstel van decreet van het Vlaamse Gewest ‘tot wijziging van artikel 23 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, van artikel 1 van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, van artikel 16 van het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en van artikel 44 van het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid’ (Parl.St. Vl.Parl. 2021-22, nr. 1156/1). Het voorstel is door de derde kamer onderzocht op 10 mei 2022. De kamer was samengesteld uit Wilfried VAN VAERENBERGH, kamervoorzitter, Jeroen VAN NIEUWENHOVE en Koen MUYLLE, staatsraden, Jan VELAERS en Bruno PEETERS, assessoren, en Astrid TRUYENS, griffier. Het verslag is uitgebracht door Dries VAN EECKHOUTTE, eerste auditeur. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 17 mei 2022. * ‡LW-BHFWLDAFH-HBCIHVT‡ RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving advies 71.287/3 van 17 mei 2022 over een voorstel van decreet van het Vlaamse Gewest ‘tot wijziging van artikel 23 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, van artikel 1 van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, van artikel 16 van het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en van artikel 44 van het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid’ (Parl.St. Vl.Parl. 2021-22, nr. 1156/1) Vlaams Parlement1156 (2021-2022) – Nr. 3 3 ‡LW-BHFWLDAFH-HBCIHVT‡ 2/9 advies Raad van State 71.287/3 Op 31 maart 2022 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Voorzitster van het Vlaams Parlement verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een voorstel van decreet van het Vlaamse Gewest ‘tot wijziging van artikel 23 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, van artikel 1 van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, van artikel 16 van het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en van artikel 44 van het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid’ (Parl.St. Vl.Parl. 2021-22, nr. 1156/1). Het voorstel is door de derde kamer onderzocht op 10 mei 2022. De kamer was samengesteld uit Wilfried VAN VAERENBERGH, kamervoorzitter, Jeroen VAN NIEUWENHOVE en Koen MUYLLE, staatsraden, Jan VELAERS en Bruno PEETERS, assessoren, en Astrid TRUYENS, griffier. Het verslag is uitgebracht door Dries VAN EECKHOUTTE, eerste auditeur. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 17 mei 2022. * ‡LW-BHFWLDAFH-HBCIHVT‡ 71.287/3 advies Raad van State 3/9 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond1, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. * STREKKING VAN HET VOORSTEL 2. Het voor advies voorgelegde voorstel van decreet van het Vlaamse Gewest strekt tot wijziging van een aantal decreten in het domein van de mobiliteit. Er wordt in wezen beoogd om tegemoet te komen aan opmerkingen die de Raad van State, afdeling Wetgeving, heeft gemaakt, omtrent in die decreten ontbrekende regelingen of rechtsgronden. Zo wordt in artikel 23, § 4, van de wet van 16 maart 1968 ‘betreffende de politie over het wegverkeer’ (hierna: de wegverkeerswet) de bewaartermijn van persoonsgegevens geregeld (artikel 2 van het voorstel) en wordt in artikel 1 van de wet van 21 juni 1985 ‘betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen’ in een analoge regeling van de verwerking van persoonsgegevens voorzien als die bepaald in het voormelde artikel 23, § 4 (artikel 3). Voorts wordt in artikel 16 van het decreet van 20 april 2001 ‘betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg’ een machtiging aan de Vlaamse Regering toegevoegd om de intrekking van de vergunning te regelen (artikel 4) en wordt in artikel 44 van het decreet van 26 april 2019 ‘betreffende de basisbereikbaarheid’ bepaald dat de Vlaamse Regering de actor of de actoren aanwijst die bij de haltes verantwoordelijk zijn voor de plaatsing, het onderhoud en de vernieuwing van de haltepaal en het haltebord, en in voorkomend geval van de digitale informatieborden, en voor de naamgeving van de haltes (artikel 5). VORMVEREISTEN 3. Zoals vermeld bevat het voorstel bepalingen die …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd