Tot wijziging van diverse decreten naar aanleiding van de oprichting van het Agentschap Justitie en Handhaving #1114
Gemerged Vlaamse Regering voegde 15 artikels samen in decreet-2013-03-08decreet-2014-04-25-1024414decreet-2018-01-19 · 27 januari 2022 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
15 februari 2022 (2021-2022)
Amendementen
op het ontwerp van decreet
tot wijziging van diverse decreten
naar aanleiding van de oprichting
van het Agentschap Justitie en Handhaving
ingediend op
verzendcode: FIN
— 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
AMENDEMENT Nr. 1
voorgesteld door Maaike De Vreese, Jo Brouns, Freya Saeys, Lorin Parys,
Katrien Schryvers en Philippe Muyters
Artikel 5
Punt 2° vervangen door wat volgt:
“2° de zinsnede “vermeld in artikel 5, §1, II, 2°, 7° en 8°, en III” wordt vervangen
door de zinsnede “vermeld in artikel 5, §1, II, 2° en 7°”.”.
VERANTWOORDING
In punt 2° van artikel 5 werd punt III van artikel 5, §1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980
tot hervorming der instellingen niet vermeld en bijgevolg niet mee opgeheven uit artikel 2, 6°, van het
decreet van 29 juni 2018 tot oprichting van de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
Punt III heeft echter betrekking op de justitiehuizen, wat, zoals de memorie van toelichting bij dit artikel
aangeeft, onttrokken wordt aan de bevoegdheid van de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid
en Gezin. Bijgevolg dient punt III uitdrukkelijk te worden vermeld, zodat het aan de hand van dit wijzigingsartikel mee wordt opgeheven.
¢
AMENDEMENT Nr. 2
voorgesteld door Adeline Blancquaert, Anke Van dermeersch,
Wim Verheyden en Chris Janssens
Artikel 12
Dit artikel schrappen.
VERANTWOORDING
In de memorie van toelichting verduidelijkt de indiener dat het ontwerp van decreet ertoe strekt om
een aantal decreten, waaronder het decreet van 26 april 2019 houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand, in overeenstemming te brengen met de reorganisatie naar aanleiding van de
oprichting van het Agentschap Justitie en Handhaving.
De indiener van dit ontwerp van decreet is daarbij van oordeel dat de territoriale organisatie van de
Vlaamse justitiehuizen, waarvan de basisprincipes op dit ogenblik via artikel 6 verankerd zijn in het
decreet van 26 april 2019 houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand, in voormeld
decreet geschrapt dient te worden.
Aan de Vlaamse Regering zal daarbij voortaan de mogelijkheid worden geboden om die territoriale organisatie autonoom via uitvoeringsbesluiten vast te leggen.
De Vlaamse justitiehuizen vormen echter een essentiële hoeksteen voor de goede rechtsbedeling in
Vlaanderen; zowel op het vlak van opvolging van veroordeelde misdadigers ter voorkoming van recidive
als op het vlak van hulpverlening vervullen deze instellingen een zeer belangrijke rol in onze samenleving.
In die optiek heeft de decreetgever, via artikel 6 van het decreet van 26 april 2019 houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand, het basiskader voor de territoriale organisatie van de
Vlaamse justitiehuizen, met inbegrip van het Vlaams Centrum Elektronisch Toezicht (VCET), al in 2019
uitgetekend en decretaal verankerd.
De uitvoerige motieven waarop de uittekening van dit basiskader is gebeurd, en die men terugvindt
op pagina 29 en 30 van de toelichting bij het voorstel van decreet houdende de justitiehuizen en de
juridische eerstelijnsbijstand, zijn vandaag bovendien nog steeds pertinent en actueel (Parl.St. Vl.Parl.
2017-18, nr. 1438/1) .
Het lijkt er dan ook op dat de indiener van dit ontwerp van decreet met artikel 12 geenszins beoogt om
het decreet van 26 april 2019 houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand in overeenstemming te brengen met de reorganisatie naar aanleiding van de oprichting van het Agentschap
Justitie en Handhaving, maar louter tot doel heeft om de territoriale organisatie van de Vlaamse justitiehuizen (met inbegrip van het VCET) aan het toezicht en de inspraak van het Vlaams Parlement te
onttrekken en voortaan volledig over te laten aan de beslissingsmacht van de opeenvolgende Vlaamse
regeringen.
Gelet op het belang van de Vlaamse justitiehuizen met het oog op een goede rechtsbedeling in Vlaanderen, is het dan ook gepast om het in artikel 6 van het decreet van 26 april 2019 houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand decretaal vastgelegde basiskader inzake de territoriale
organisatie onveranderd te behouden.
Artikel 12 van dit ontwerp van decreet dient in die optiek dan ook volledig geschrapt te worden.
¢
AMENDEMENT Nr. 3
voorgesteld door Maaike De Vreese, Jo Brouns, Freya Saeys, Lorin Parys,
Katrien Schryvers en Philippe Muyters
Artikel 14
Artikel 14 vervangen door wat volgt:
“Art. 14. Artikel 21 van het hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
“Art. 21. De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten initiatieven subsidiëren die bijdragen tot de uitvoering van de opdrachten, vermeld in
artikel 5. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de subsidiëring.”.”.
VERANTWOORDING
Artikel 21 van het decreet van 26 april 2019 houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand bevat in de huidige versie een rechtsgrond tot subsidiëring. Per vergissing werd in artikel 14 van
het ontwerp van wijzigingsdecreet de vervanging van artikel 21 opgenomen waardoor het betrekking
zou hebben op het toezicht op de justitiehuizen (wat nu reeds geregeld wordt in artikel 23 van het
betrokken decreet van 26 april 2019, en gewijzigd wordt met artikel 15 van het ontwerp van wijzigingsdecreet). Dit werd reeds meegedeeld aan de Raad van State, met als gevolg dat het advies van de
Raad van State wel betrekking had op de correcte versie van artikel 14 van het ontwerp van wijzigingsdecreet. Met dit amendement wordt deze vergissing rechtgezet en het correcte artikel 14 – en dus de
correcte vervanging van artikel 21 van het decreet van 26 april 2019 – opgenomen. Op die wijze stemt
het artikel ook overeen met de artikelsgewijze bespreking in de memorie van toelichting, die aangeeft
dat artikel 14 over subsidiëring gaat.
¢
AMENDEMENT Nr. 4
voorgesteld door Adeline Blancquaert, Anke Van dermeersch,
Wim Verheyden en Chris Janssens …