§ flandrepo

Tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat betreft zorgwonen #754

Gemerged Vlaamse Regering voegde 9 artikels samen in vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening · 29 april 2021 Alle checks geslaagd
Amendementen
9 juni 2021 · 3 blz.
754/4 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: LEE Documenten in het dossier: : Ontwerp van decreet – Nr. 2: Amendementen – Nr. 3: Verslag 9 juni 2021 (2020-2021) Amendementen voorgesteld na indiening van het verslag op het ontwerp van decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat betreft zorgwonen ingediend op — 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be AMENDEMENT Nr. 4 voorgesteld door Leo Pieters, Bart Claes, Sam Van Rooy en Chris Janssens na indiening van het verslag Artikel 2 In de voorgestelde tekst van punt 18°, c), op de eerste regel de zinsnede “de eigendom, of ten minste de blote eigendom,” vervangen door de woorden “de blote eigendom”. VERANTWOORDING Nu het ontwerp van decreet “de blote eigendom” als minimumvoorwaarde vooropstelt, is de bepaling “de eigendom, of ten minste” overbodig en maakt die het artikel nodeloos complex. ¢ AMENDEMENT Nr. 5 voorgesteld door Leo Pieters, Bart Claes, Sam Van Rooy en Chris Janssens na indiening van het verslag Artikel 2 In de voorgestelde tekst van punt 18°, c), op de eerste regel tussen de woorden “de blote eigendom” en de zinsnede “, op enerzijds de hoofdwooneenheid”, de woorden “of een recht van erfpacht” invoegen. VERANTWOORDING Een landbouwer die een boerderij in erfpacht heeft, is geen naakte eigenaar van dit hoofdgebouw, noch van de grond waarop hij een zorgunit zou willen plaatsen. Wanneer dergelijk landbouwgezin met andere woorden dringend nood heeft aan een zorgunit voor een hulpbehoevend familielid achter of naast deze boerderij, beantwoordt deze situatie niet aan de definitie van zorgwonen. Nu erfpachthouders echter over met het eigendomsrecht vergelijkbare rechten op een onroerend goed dat als hun hoofdwoning dienst doet beschikken, en er geen objectieve gronden zijn om deze categorie van zakelijkrechthouders de mogelijkheid tot zorgwonen te ontzeggen, komt het gepast en billijk voor om erfpachthouders mee op te nemen in de definitie van zorgwonen. ¢ AMENDEMENT Nr. 6 voorgesteld door Leo Pieters, Bart Claes, Sam Van Rooy en Chris Janssens na indiening van het verslag Artikel 3 In de in het eerste lid, 3°, i), voorgestelde tekst, de tweede zin vervangen door wat volgt: “De duur van de plaatsing kan telkens met een nieuwe melding verlengd worden met een aanvullende periode van maximaal drie jaar en dit zolang de zorgsituatie zoals beschreven in artikel 4.1.1, 18°, b), bestaat.”. VERANTWOORDING Een tijdelijke, verplaatsbare constructie waarin de ondergeschikte zorgwooneenheid wordt verwezenlijkt, kan op basis van de huidige tekst van het ontwerp van decreet slechts gedurende maximaal zes jaar (i.c. twee keer drie jaar) op basis van een voorafgaande melding worden geplaatst. Daarna dient deze wooneenheid onherroepelijk te worden verwijderd, tenzij men alsnog een omgevingsvergunning – wat voor de betrokkenen echter steeds een onzekerheidsfactor inhoudt – zou verkrijgen, waarbij deze plaatsing gedurende een welbepaalde tijdspanne vergund kan worden. Er kunnen zich echter tal van situaties voordoen waarbij de zorgwoningnood binnen een gezin/familie zich over een langere periode dan zes jaar uitstrekt, waarbij het verkrijgen van een omgevingsvergunning om tal van redenen mogelijk hoogst onzeker is, zoals bijvoorbeeld een situatie waarbij: – ouders van een 18-jarig kind met een ernstige beperking, wegens het niet onmiddellijk beschikbaar zijn van een plaats in de Vlaamse zorginstellingen, beslissen om in de achtertuin een zorgwooneenheid op te richten om zelf de zorg voor hun kind zo lang mogelijk op zich te kunnen nemen, maar waarbij de vergunningverlenende overheid na een termijn van zes jaar (twee meldingen) beslist dat er vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen omgevingsvergunning kan worden afgeleverd; – (schoon)kinderen die de zorg voor hun zorgbehoevende 65-jarige (schoon)ouder op zich nemen en daarvoor in hun achtertuin een zorgwooneenheid oprichten, waarbij men echter niet uit het oog mag verliezen dat de gemiddelde leeftijdsverwachting van een 65-jarige heden ten dage ver boven de 71 jaar (65 + 6 jaar) ligt en een weigering van een omgevingsvergunning voor deze unit na het verstrijken van de zesjarige meldingsperiode voor een dergelijke zorgbehoevende bejaarde tot een regelrecht menselijk drama zal leiden. Het lijkt vanuit billijkheidsoogpunt dan ook gepast om de betreffende bepaling in die zin te wijzigen dat meer dan één melding met het oog op het verlengen van de driejarige periode mogelijk wordt, waarbij deze verlenging telkens strikt gekoppeld wordt aan de zorgwoonbehoefte die op het ogenblik van de melding nog steeds bestaat. ¢
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd