Tot wijziging van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, wat de voorbereidende rechtspleging betreft #432
Gemerged 




N-VA, cd&v, Open Vld voegde 2 artikels samen in woonzorgdecreet-van-15-februari-2019 · 15 juli 2020 Alle checks geslaagd
2 artikels gewijzigd
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 17 jul 2020. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
Art. 2. In artikel 21 van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, gewijzigd bij het decreet van 19 juni 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
“§1. De duur van de voorbereidende rechtspleging is beperkt tot negen maanden vanaf de vordering, vermeld in artikel 14, tot en met het vonnis van de jeugdrechtbank.
Als de termijn van de voorbereidende rechtspleging, vermeld in het eerste lid, wordt overschreden, kan een opgelegde maatregel alleen nog blijven doorlopen, verlengd worden of herzien worden overeenkomstig artikel 16, §2, in de gevallen, vermeld in paragraaf 4 en 5.
De termijn van de voorbereidende rechtspleging, vermeld in het eerste lid, wordt geschorst:
1° tussen de datum van neerlegging van de akte van hoger beroep en de datum van de uitspraak van het arrest;
2° tijdens de duur van het uitstel tussen de inleidende zitting en het moment waarop de zaak in beraad wordt genomen.”;
2° in paragraaf 2, eerste lid, 1°, worden tussen de woorden “het onderzoek naar de feiten” en de woorden “is nog niet afgerond” de woorden “of een deskundigenonderzoek naar de persoonlijkheid van de minderjarige verdachte” ingevoegd;
3° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt:
“§4. Uiterlijk tot de maximale termijn van de voorbereidende rechtspleging is verstreken, kunnen de maatregelen, vermeld in artikel 20, §2, eerste lid,
1° tot en met 3°/1, en 5°, die de jeugdrechter heeft opgelegd, blijven doorlopen voor de oorspronkelijk bepaalde duur, verlengd worden of herzien worden overeenkomstig artikel 16, §2. De maatregel wordt in voorkomend geval verlengd met een bijzonder gemotiveerde beslissing, na de minderjarige verdachte, zijn ouders of zijn opvoedingsverantwoordelijken te hebben opgeroepen. Binnen de termijn van maximaal twee jaar vanaf de vordering, vermeld in artikel 14, kan de maatregel maximaal per drie maanden opeenvolgend worden verlengd. Na die termijn kan de maatregel maximaal per maand opeenvolgend worden verlengd.”;
4° er wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt:
“§6. Wanneer de duur van de voorlopige rechtspleging is verstreken en de minderjarige verdachte is gedagvaard om voor de jeugdrechtbank te verschijnen, kan de jeugdrechtbank de maatregel, vermeld in artikel 20, §2, eerste lid, 5°, bij vonnis verlengen met een bijzondere gemotiveerde beslissing voor het einde van die maatregel, met telkens een termijn van maximaal een maand en uiterlijk tot de dag waarop de beslissing ten gronde is genomen, indien ernstige en uitzonderlijke omstandigheden in verband met vereisten inzake openbare veiligheid dit vereisen en na de minderjarige verdachte, zijn ouders of zijn opvoedingsverantwoordelijken te hebben opgeroepen.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (het te vervangen deel niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | In artikel 140 van hetzelfde decreet worden de woorden "aanvullende thuiszorg" opgeheven. | 1 | In artikel 140 van hetzelfde decreet worden de woorden "aanvullende thuiszorg" opgeheven. |
| 2 | §5. In afwijking van artikel 21, §4, en tot op de dag van de inwerkingtreding van de bepalingen, vermeld in artikel 89, tweede lid, kan de maatregel tot een voorlopige plaatsing in een open of gesloten opvoedingsafdeling van een openbare gemeenschapsinstelling, vermeld in artikel 52 en 52quater van de wet van 8 april 1965, verlengd worden overeenkomstig de termijnen van de wet van 8 april 1965. | ||
| 3 | Tot op de dag van de inwerkingtreding van de bepalingen, vermeld in artikel 89, tweede lid, kan de maatregel ten gronde tot plaatsing in een open of gesloten opvoedingsafdeling van een openbare gemeenschapsinstelling, vermeld in artikel 37, §2, eerste lid, 8°, van de wet van 8 april 1965, verlengd worden uiterlijk tot de dag waarop de betrokkene de leeftijd van twintig jaar heeft bereikt, overeenkomstig artikel 37, §3, van de wet van 8 april 1965. |