§ flandrepo

Over de weginfrastructuur en het wegenbeleid en de waterinfrastructuur en het waterbeleid #1986

Gemerged Vlaamse Regering voegde 27 artikels samen in decreet-1995-04-19-1003968decreet-2004-04-02decreet-2006-06-16-1015082 · 30 januari 2024 Alle checks geslaagd
Amendementen
29 februari 2024 · 14 blz.
1986/2 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier: : Ontwerp van decreet 21 februari 2024 (2023-2024) Amendementen op het ontwerp van decreet over de weginfrastructuur en het wegenbeleid en de waterinfrastructuur en het waterbeleid ingediend op verzendcode: OPE — 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be AMENDEMENT Nr. 1 voorgesteld door Marino Keulen, Bert Maertens, Martine Fournier, Marius Meremans, Sofie Mertens en Rita Moors Hoofdstuk 1/1 (nieuw) Een hoofdstuk 1/1, dat bestaat uit een artikel 1/1, invoegen, dat luidt als volgt: “Hoofdstuk 1/1. Wijziging van de wet van 12 juli 1956 tot vaststelling van het statuut der autosnelwegen Artikel 1/1. In artikel 4, §2, van de wet van 12 juli 1956 tot vaststelling van het statuut der autosnelwegen wordt na de woorden “in verband met de dienst van de autosnelweg” de zinsneden “, hetzij voor de plaatsing van installaties voor hernieuwbare energie of telecommunicatie. Een afwijking kan alleen worden toegestaan voor zover deze verenigbaar is met de functie van de autosnelweg” ingevoegd.”. VERANTWOORDING Artikel 4 van de wet van 12 juli 1956 tot vaststelling van het statuut der autosnelwegen houdt een bouwverbod in op het domein van de autosnelweg en bepaalt enkele uitzonderingsmogelijkheden. Het artikel luidt nu als volgt: “Art. 4. §1. Niemand mag op het domein van de autosnelweg installaties of bouwwerken oprichten. §2. Bij uitzondering mag de Minister tot wiens bevoegdheid de Openbare Werken behoren van dat verbod afwijken, hetzij ten bate van een openbare dienst, hetzij voor het oprichten van installaties of gebouwen in verband met de dienst van de autosnelweg.” De in de tweede paragraaf opgesomde afwijkingsmogelijkheden worden vandaag, nu er op efficiënte wijze met de beschikbare ruimte moet worden omgegaan en er met het oog op een dergelijk efficiënt ruimtegebruik wordt gezocht naar synergieën en haalbaar medegebruik, als te beperkend aanzien. Op 12 mei 2023 heeft de Vlaamse Regering een nieuw Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP) goedgekeurd. Het gaat om een update van het initiële VEKP dat in 2019 werd goedgekeurd. Met dat plan worden de inspanningen in de sectoren transport, gebouwen, landbouw, (lichte) industrie en de afvalsector, de zogenaamde ESR-sectoren, aangescherpt. In het VEKP werd de vooropgestelde productie uit hernieuwbare energiebronnen in het Vlaamse Gewest in 2030 vastgesteld op 31.974 GWh. Dat vormt de Vlaamse bijdrage aan de totale Belgische hernieuwbare-energiedoelstelling. Om dat streefdoel te behalen, zijn heel wat inspanningen nodig. Voor de inplanting van installaties voor de opwekking van hernieuwbare energie is er ook ruimte nodig, wat in het dichtbevolkte Vlaanderen een schaars goed is. De nodige installaties moeten ook ruimtelijk worden ingepast, wat evenmin altijd een gemakkelijke evenwichtsoefening is. Hoewel het belangrijk is voor ogen te houden dat op het autosnelwegdomein het gebruik en beheer van de autosnelweg vanzelfsprekend altijd de prioriteit heeft en de verkeersveiligheid en doorstroming dus vooropstaan, zijn er op bepaalde plaatsen binnen het autosnelwegdomein mogelijkheden tot medegebruik voor de opwekking van hernieuwbare energie. De wegbeheerder van de autosnelwegen, het Agentschap Wegen en Verkeer, heeft al aangegeven daarvoor open te staan en op die manier bij te dragen aan het Vlaams Energie- en Klimaatplan. Op plaatsen met een brede middenberm kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de plaatsing van zonnepanelen. Het is bijgevolg aangewezen om in een uitdrukkelijke afwijkingsmogelijkheid te voorzien ten gunste van hernieuwbare energie, zodat er geen onzekerheid (meer) kan bestaan over de mogelijkheid om daarvoor van het principiële bouwverbod af te wijken. 1986 (2023-2024) – Nr.2 3Vlaams Parlement Ook voor installaties voor telecommunicatie is het aangewezen om te verduidelijken dat daarvoor een afwijking kan worden verkregen nu er soms aanvragen zijn om ze in te planten op het autosnelwegdomein. Voor het gebruik van het domein van de autosnelwegen en de gewestwegen gelden er afspraken tussen de telecomoperatoren, die in het bezit zijn van een licentie van de federale overheid, en het Vlaamse Gewest. Aan de licentie van de federale overheid zijn openbaredienstverplichtingen gekoppeld voor de betrokken telecomoperatoren. De mogelijkheid tot afwijken wordt begrensd doordat de functie als autosnelweg altijd voorrang moet krijgen, en afwijkingen dus geen afbreuk mogen doen aan de verkeersveiligheid of de verkeersdoorstroming op de autosnelweg. Om die reden wordt er voorgesteld om expliciet te bepalen dat afwijkingen alleen mogelijk zijn voorzover ze verenigbaar zijn met de functie van de autosnelweg.  AMENDEMENT Nr. 2 voorgesteld door Marino Keulen, Rita Moors, Martine Fournier, Paul Van Miert, Sofie Mertens en Bert Maertens Artikel 1/2 (nieuw) In hoofdstuk 2 een artikel 1/2 invoegen, dat luidt als volgt: “Art. 1/2. In artikel 29quater, §2, van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, ingevoegd bij het decreet van 9 oktober 2020, wordt punt 4° vervangen door wat volgt: “4° de snelheidsovertreding wordt begaan door meerderjarige natuurlijke personen, vermoed of aangeduid overeenkomstig artikel 67bis en 67ter;”.”. VERANTWOORDING In artikel 29quater, §2, 4°, van de Wegverkeerswet wordt uitdrukkelijk opgenomen dat artikel 67bis en 67ter van deze wet van toepassing zijn voor het identificeren van de overtreder van een inbreuk die wordt beteugeld overeenkomstig artikel 29quater. Dit betreft geen inhoudelijke wijziging. Doordat artikel 29quater is ingeschreven in de Wegverkeerswet, zijn alle bepalingen uit de Wegverkeerswet van toepassing op de gedepenaliseerde snelheidsovertredingen, tenzij daar uitdrukkelijk wordt van afgeweken. Ook wanneer een overtreding wordt bestraft met een administratieve geldboete in toepassing van artikel 29quater van de Wegverkeerswet, gaat het immers om “een overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten”, zodat artikel 67bis en 67ter van …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd