§ flandrepo
  1. 1 september 2026 Decreet over het onderwijs XXXVI #844 2026005886
    +1 −2 art. 150
    1Voor zover dat niet anders is bepaald, geven de volgende situaties voor een tijdelijk aangesteld en een vastbenoemd personeelslid eveneens aanleiding tot definitieve ambtsneerlegging of tot beëindiging van de tijdelijke aanstelling :1Voor zover dat niet anders is bepaald, geven de volgende situaties voor een tijdelijk aangesteld en een vastbenoemd personeelslid eveneens aanleiding tot definitieve ambtsneerlegging of tot beëindiging van de tijdelijke aanstelling :
    21° het vrijwillige ontslag. De opzeggingstermijn bedraagt vijftien kalenderdagen, tenzij bij onderlinge overeenkomst een andere termijn wordt overeengekomen. Het personeelslid deelt het vrijwillig ontslag mee per aangetekende brief;21° het vrijwillige ontslag. De opzeggingstermijn bedraagt vijftien kalenderdagen, tenzij bij onderlinge overeenkomst een andere termijn wordt overeengekomen. Het personeelslid deelt het vrijwillig ontslag mee per aangetekende brief;
    32° de pensionering wegens het bereiken van de leeftijdsgrens.
    4In afwijking van artikel 150, eerste lid, 2°, en zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 62, § 2 en § 3, eindigt de aanstelling niet na het bereiken van de leeftijdsgrens indien het betrokken personeelslid en de inspecteur-generaal overeenkomen de aanstelling te verlengen. Dergelijke verlenging van de aanstelling geldt telkens enkel voor de duur van maximum één jaar.
    32° ...
  2. 1 september 2018 versie zonder gekoppeld decreet
    +4 −0 art. 150
    1Voor zover dat niet anders is bepaald, geven de volgende situaties voor een tijdelijk aangesteld en een vastbenoemd personeelslid eveneens aanleiding tot definitieve ambtsneerlegging of tot beëindiging van de tijdelijke aanstelling :
    21° het vrijwillige ontslag. De opzeggingstermijn bedraagt vijftien kalenderdagen, tenzij bij onderlinge overeenkomst een andere termijn wordt overeengekomen. Het personeelslid deelt het vrijwillig ontslag mee per aangetekende brief;
    32° de pensionering wegens het bereiken van de leeftijdsgrens.
    4In afwijking van artikel 150, eerste lid, 2°, en zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 62, § 2 en § 3, eindigt de aanstelling niet na het bereiken van de leeftijdsgrens indien het betrokken personeelslid en de inspecteur-generaal overeenkomen de aanstelling te verlengen. Dergelijke verlenging van de aanstelling geldt telkens enkel voor de duur van maximum één jaar.
  3. 1 september 2012 versie zonder gekoppeld decreet
    +0 −0 art. 150
  4. +0 −0 art. 150 nieuw
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd