§ flandrepo

Decreet houdende diverse bepalingen over de beleidsvelden Vlaamse sociale bescherming, gezondheidspreventie, algemene ziekenhuizen en gezondheids- en woonzorg

Vlaamse Regering #1231 Staatsblad 15 juli 2022 NUMAC 2022015232
13 artikels gewijzigd
+4 −1 decreet-2018-05-18/art. 18
1Om erkend te worden moet een zorgkas door de volgende instanties zijn opgericht:1Om erkend te worden moet een zorgkas door de volgende instanties zijn opgericht:
21° landsbonden van ziekenfondsen of alle ziekenfondsen met administratieve zetel in het Vlaamse Gewest of in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of minstens vier ziekenfondsen met administratieve zetel in het Vlaamse Gewest of in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, via een maatschappij van onderlinge bijstand, onderworpen aan de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, die actief zijn in het gehele territorium van het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;21° door landsbonden van ziekenfondsen of alle ziekenfondsen met administratieve zetel in het Vlaamse Gewest of in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of minstens vier ziekenfondsen met administratieve zetel in het Vlaamse Gewest of in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest die actief zijn in het gehele territorium van het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad via een van de volgende maatschappijen:
3a) via een maatschappij van onderlinge bijstand die zich in voorkomend geval met toepassing van artikel 70, § 10, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen heeft omgevormd tot een regionale maatschappij van onderlinge bijstand;
4b) via een maatschappij van onderlinge bijstand met toepassing van artikel 43bis, § 1, tweede lid, van de voormelde wet;
51°/1 een landsbond of alle bij een landsbond aangesloten ziekenfondsen, via een regionale maatschappij van onderlinge bijstand met toepassing van artikel 43bis, § 1, tweede lid, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen
32° de Kas der Geneeskundige Verzorging, vermeld in artikel 6 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;62° de Kas der Geneeskundige Verzorging, vermeld in artikel 6 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
43° verzekeringsondernemingen die vallen onder de toepassing van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, en die actief zijn in het hele territorium van het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.73° verzekeringsondernemingen die vallen onder de toepassing van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, en die actief zijn in het hele territorium van het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
+6 −2 decreet-2018-05-18/art. 49
23De Vlaamse Regering specificeert in elk geval de gegevens waarop artikel 22, tweede lid, artikel 23, § 1, eerste lid, artikel 37, § 1, artikel 39, § 2, artikel 50, artikel 65, tweede lid, en artikel 133, § 5, betrekking hebben.23De Vlaamse Regering specificeert in elk geval de gegevens waarop artikel 22, tweede lid, artikel 23, § 1, eerste lid, artikel 37, § 1, artikel 39, § 2, artikel 50, artikel 65, tweede lid, en artikel 133, § 5, betrekking hebben.
24De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vorm waarin en de wijze waarop de persoonsgegevens, met inbegrip van de gegevens over de gezondheid, worden uitgewisseld.24De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vorm waarin en de wijze waarop de persoonsgegevens, met inbegrip van de gegevens over de gezondheid, worden uitgewisseld.
25§ 3/1. Om de bevoegdheden en taken die bij of krachtens dit decreet worden bepaald, uit te voeren, worden persoonsgegevens van leden van de Zorgkassencommissie, de Expertencommissie, de sectorale adviescommissies, vermeld in artikel 38, de Adviescommissie Mobiliteitshulpmiddelen, vermeld in artikel 132, en de Bijzondere Technische Commissie, vermeld in artikel 133, verwerkt door het agentschap.25§ 3/1. Om de bevoegdheden en taken die bij of krachtens dit decreet worden bepaald, uit te voeren, worden persoonsgegevens van leden van de Zorgkassencommissie, de Expertencommissie, de sectorale adviescommissies, vermeld in artikel 38, de administratieve beroepscommissie, vermeld in artikel 76, § 5, artikel 80, § 5, artikel 88, § 3, en artikel 92, § 5, de Adviescommissie Mobiliteitshulpmiddelen, vermeld in artikel 132, en de Bijzondere Technische Commissie, vermeld in artikel 133, verwerkt door het agentschap.
26Het agentschap verwerkt de volgende persoonsgegevens conform het eerste lid:
271° identificatiegegevens;
282° contactgegevens;
293° het rekeningnummer.
26Het agentschap verwerkt persoonsgegevens ter identificatie van de leden van de commissies, vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regering kan die persoonsgegevens specificeren.30De Vlaamse Regering bepaalt per commissie, vermeld in het eerste lid, welke persoonsgegevens van de leden, vermeld in het tweede lid, worden verwerkt en kan die gegevens nader specificeren.
27§ 3/2. Het agentschap kan persoonsgegevens verwerken over de medewerkers die ingezet worden in de zorgvoorzieningen en de zelfstandigen die zorg verlenen in de zorgvoorzieningen. Die gegevens zijn noodzakelijk om de sociale akkoorden uit te voeren en om de financiering die toekomt aan de zorgvoorzieningen te berekenen. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden verwerkt.31§ 3/2. Het agentschap kan persoonsgegevens verwerken over de medewerkers die ingezet worden in de zorgvoorzieningen en de zelfstandigen die zorg verlenen in de zorgvoorzieningen. Die gegevens zijn noodzakelijk om de sociale akkoorden uit te voeren en om de financiering die toekomt aan de zorgvoorzieningen te berekenen. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden verwerkt.
28Als dat noodzakelijk is, vraagt het agentschap de gegevens, vermeld in het eerste lid, aan de zorgvoorzieningen in kwestie.32Als dat noodzakelijk is, vraagt het agentschap de gegevens, vermeld in het eerste lid, aan de zorgvoorzieningen in kwestie.
+1 −1 decreet-2018-05-18/art. 50
1De zorgkassen enerzijds en de ziekenfondsen en verzekeringsinstellingen, vermeld in artikel 2, g) en i), van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 anderzijds, wisselen onder elkaar gegevens, met inbegrip van de gegevens over gezondheid, uit die noodzakelijk zijn in het kader van de toepassing van de bepalingen van dit decreet, conform een overeenkomst die daarover wordt gesloten.1De zorgkassen enerzijds en de ziekenfondsen en verzekeringsinstellingen, vermeld in artikel 2, g) en i), van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 en de Brusselse verzekeringsinstellingen, vermeld in artikel 2, 7°, van de ordonnantie van 21 december 2018 betreffende de Brusselse verzekeringsinstellingen in het domein van de gezondheidszorg en de hulp aan personen, anderzijds, wisselen onder elkaar gegevens, met inbegrip van de gegevens over gezondheid, uit die noodzakelijk zijn in het kader van de toepassing van de bepalingen van dit decreet, conform een overeenkomst die daarover wordt gesloten.
2De gegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen onder meer betrekking hebben op:2De gegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen onder meer betrekking hebben op:
31° de verzekeringsstatus van gebruikers in het kader van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;31° de verzekeringsstatus van gebruikers in het kader van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;
+8 −1 decreet-2018-05-18/art. 53/1
1In de gevallen bepaald door de Vlaamse Regering gebruiken het agentschap, de zorgkassen, de zorgvoorzieningen, de deelnemers aan het multidisciplinair overleg en de verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen het rijksregisternummer van gebruikers.1In de gevallen bepaald door de Vlaamse Regering gebruiken het agentschap, de zorgkassen, de zorgvoorzieningen, de deelnemers aan het multidisciplinair overleg en de verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen het rijksregisternummer van gebruikers.
2In de gevallen bepaald door de Vlaamse Regering gebruikt het agentschap het rijksregisternummer van de medewerkers die ingezet worden in de zorgvoorzieningen en de zelfstandigen die zorg verlenen in de zorgvoorzieningen en van de leden van de Zorgkassencommissie, de Expertencommissie en de Bijzondere Technische Commissie, vermeld in artikel 133
2In de gevallen die de Vlaamse Regering bepaalt, gebruikt het agentschap het rijksregisternummer van de volgende personen:
31° de medewerkers die ingezet worden in de zorgvoorzieningen;
42° de zelfstandigen die zorg verlenen in de zorgvoorzieningen;
53° de leden van de Zorgkassencommissie;
64° de leden van de Expertencommissie;
75° de leden van de Bijzondere Technische Commissie, vermeld in artikel 133;
86° de leden van de administratieve beroepscommissie, vermeld in artikel 76, § 5, artikel 80, § 5, artikel 88, § 3, en artikel 92, § 5;
97° de leden van de Adviescommissie Mobiliteitshulpmiddelen, vermeld in artikel 132.
+1 −3 decreet-2018-05-18/art. 87
3§ 3. Ingeval van een aanvraag bepaalt de Vlaamse Regering hoe, door wie, vanaf wanneer en op welke wijze de aanvraag wordt ingediend. De Vlaamse Regering bepaalt daarbij in welke gevallen een aanvraag tot herziening kan worden ingediend en hoe, door wie, en op welke wijze de aanvraag tot herziening wordt ingediend. De aanvragen worden ingediend bij de zorgkas waarbij de gebruiker is aangesloten.3§ 3. Ingeval van een aanvraag bepaalt de Vlaamse Regering hoe, door wie, vanaf wanneer en op welke wijze de aanvraag wordt ingediend. De Vlaamse Regering bepaalt daarbij in welke gevallen een aanvraag tot herziening kan worden ingediend en hoe, door wie, en op welke wijze de aanvraag tot herziening wordt ingediend. De aanvragen worden ingediend bij de zorgkas waarbij de gebruiker is aangesloten.
4De Vlaamse Regering bepaalt hoe de aanvragen van een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood of de aanvragen tot herziening daarvan worden behandeld.4De Vlaamse Regering bepaalt hoe de aanvragen van een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood of de aanvragen tot herziening daarvan worden behandeld.
5§ 4. Het recht op een tegemoetkoming wordt geopend op het volgende tijdstip:5§ 4. Het recht op een tegemoetkoming wordt geopend op de datum van de aanvraag.
61° de datum waarop de verminderde zelfredzaamheid is vastgesteld, conform artikel 84;
72° de datum van de aanvraag, als de datum, vermeld in punt 1°, na de datum van de aanvraag valt.
8De uitvoering van de tegemoetkoming gaat in vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop het recht op een tegemoetkoming geopend wordt.6De uitvoering van de tegemoetkoming gaat in vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop het recht op een tegemoetkoming geopend wordt.
9§ 5. Bij een verhuizing naar het Nederlandse taalgebied van een gebruiker die in zijn oorspronkelijke taalgebied recht had op een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood, bepaalt de Vlaamse Regering het tijdstip waarop het recht op een tegemoetkoming geopend wordt.7§ 5. Bij een verhuizing naar het Nederlandse taalgebied van een gebruiker die in zijn oorspronkelijke taalgebied recht had op een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood, bepaalt de Vlaamse Regering het tijdstip waarop het recht op een tegemoetkoming geopend wordt.
+2 −2 decreet-2018-05-18/art. 145
1§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de tegemoetkoming voor zorg in woonzorgcentra met een bijkomende erkenning.1§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de tegemoetkoming voor zorg in woonzorgcentra.
2De zorgkas betaalt de tegemoetkoming, vermeld in het eerste lid, uit aan de woonzorgcentra, vermeld in het eerste lid, in de vorm van een dagelijkse tegemoetkoming.2De zorgkas betaalt de tegemoetkoming, vermeld in het eerste lid, uit aan de woonzorgcentra in de vorm van een dagelijkse tegemoetkoming.
3§ 2. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder de tegemoetkoming wordt verleend. Die voorwaarden hebben onder meer betrekking op de fysieke en op de psychische afhankelijkheid van de gebruiker, bepaald aan de hand van een evaluatie-instrument dat de Vlaamse Regering bepaalt.3§ 2. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder de tegemoetkoming wordt verleend. Die voorwaarden hebben onder meer betrekking op de fysieke en op de psychische afhankelijkheid van de gebruiker, bepaald aan de hand van een evaluatie-instrument dat de Vlaamse Regering bepaalt.
4De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de toepassing van het evaluatie-instrument, vermeld in het eerste lid, wordt herzien en gecontroleerd.4De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de toepassing van het evaluatie-instrument, vermeld in het eerste lid, wordt herzien en gecontroleerd.
+1 −1 decreet-2018-05-18/art. 146/1
1Als een woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning het agentschap opzettelijk verkeerde gegevens verstrekt om een hogere tegemoetkoming te verkrijgen dan de tegemoetkoming waarop het op basis van de reële gegevens recht heeft, kan het agentschap, naast de terugvordering van de tegemoetkomingen die ten onrechte zijn uitbetaald, aan het woonzorgcentrum in kwestie een administratieve geldboete opleggen.1Als een woonzorgcentrum het agentschap opzettelijk verkeerde gegevens verstrekt om een hogere tegemoetkoming te verkrijgen dan de tegemoetkoming waarop het op basis van de reële gegevens recht heeft, kan het agentschap, naast de terugvordering van de tegemoetkomingen die ten onrechte zijn uitbetaald, aan het woonzorgcentrum in kwestie een administratieve geldboete opleggen.
2Het bedrag van de administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, bedraagt minstens 500 euro en maximaal 50.000 euro.2Het bedrag van de administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, bedraagt minstens 500 euro en maximaal 50.000 euro.
3Als er verzachtende omstandigheden zijn, kan de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar een administratieve geldboete opleggen die lager is dan het minimumbedrag, vermeld in het tweede lid. Het bedrag van de administratieve geldboete kan evenwel niet lager zijn dan 50% van het minimumbedrag, vermeld in het tweede lid.3Als er verzachtende omstandigheden zijn, kan de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar een administratieve geldboete opleggen die lager is dan het minimumbedrag, vermeld in het tweede lid. Het bedrag van de administratieve geldboete kan evenwel niet lager zijn dan 50% van het minimumbedrag, vermeld in het tweede lid.
+0 −8 decreet-2018-05-18/art. 148 opgeheven
1§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de tegemoetkoming voor zorg in woonzorgcentra zonder een bijkomende erkenning.
2De tegemoetkoming, vermeld in het eerste lid, wordt uitbetaald aan de woonzorgcentra, vermeld in het eerste lid, in de vorm van een dagelijkse tegemoetkoming.
3§ 2. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder de tegemoetkoming wordt verleend. Die voorwaarden kunnen onder meer betrekking hebben op de fysieke en op de psychische afhankelijkheid van de gebruiker, bepaald aan de hand van een evaluatie-instrument dat de Vlaamse Regering bepaalt.
4De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de toepassing van het door haar bepaalde evaluatie-instrument wordt herzien en gecontroleerd.
5Voor de controles, vermeld in het tweede lid, wordt een beroep gedaan op de Zorgkassencommissie. De controles worden aangestuurd door het agentschap, dat over de gegevens beschikt die voor de aansturing noodzakelijk zijn.
6In het kader van de controles die worden verricht met het oog op de toepassing van deze paragraaf, hebben de door de Zorgkassencommissie verzamelde gegevens over de zorgbehoefte, bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel.
7Artikel 146 is van overeenkomstige toepassing op de woonzorgcentra, vermeld in dit artikel.
8§ 3. De zorgkassen worden belast met de uitbetaling van de tegemoetkomingen aan de woonzorgcentra, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de uitbetaling van de tegemoetkomingen door de zorgkassen.
+0 −7 decreet-2018-05-18/art. 148/1 opgeheven
1Als een woonzorgcentrum zonder bijkomende erkenning het agentschap opzettelijk verkeerde gegevens verstrekt om een hogere tegemoetkoming te verkrijgen dan de tegemoetkoming waarop het op basis van de reële gegevens recht heeft, kan het agentschap, naast de terugvordering van de tegemoetkomingen die ten onrechte zijn uitbetaald, aan het woonzorgcentrum in kwestie een administratieve geldboete opleggen.
2Het bedrag van de administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, bedraagt minstens 500 euro en maximaal 50.000 euro.
3Als er verzachtende omstandigheden zijn, kan de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar een administratieve geldboete opleggen die lager is dan het minimumbedrag, vermeld in het tweede lid. Het bedrag van de administratieve geldboete kan evenwel niet lager zijn dan 50% van het minimumbedrag, vermeld in het tweede lid.
4De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de oplegging en de betaling van de administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, en de beroepsmogelijkheden. Ze wijst de ambtenaren aan die de administratieve geldboete kunnen opleggen.
5De administratieve geldboete, verhoogd met de invorderingskosten, kan bij dwangbevel worden ingevorderd. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die de Vlaamse Regering daarvoor aanwijst. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling.
6De bepalingen van deel V van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op het dwangbevel.
7De vordering tot voldoening van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar vanaf de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit conform artikel 2244 tot en met 2250 van het Burgerlijk Wetboek.
+2 −3 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 44
1§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 38 en tot een datum die de Vlaamse Regering bepaalt, kan de Vlaamse Regering, conform de normen die de Vlaamse Regering bepaalt en binnen de perken van de begrotingskredieten, een bijkomende erkenning verlenen aan woonzorgcentra die een verzorgingsstructuur aanbieden die zwaar afhankelijke zorgbehoevende personen opneemt.
2Alle rust- en verzorgingstehuizen die voor 1 januari 2019 erkend zijn of waarvoor voor 1 januari 2019 een erkenningsaanvraag werd ingediend conform artikel 170 van de gecoördineerde wet op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen worden van rechtswege beschouwd als woonzorgcentra met een bijkomende erkenning.
1§ 1. ....
3§ 2. De Vlaamse Regering kan conform de normen die de Vlaamse Regering bepaalt en binnen de perken van de begrotingskredieten, een bijzondere erkenning verlenen aan woonzorgcentra met een bijkomende erkenning als vermeld in de eerste paragraaf die aan specifieke doelgroepen gespecialiseerde zorg aanbieden onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt.2§ 2. De Vlaamse Regering kan conform de normen die ze bepaalt en binnen de perken van de begrotingskredieten, een bijkomende erkenning verlenen aan woonzorgcentra die aan specifieke doelgroepen gespecialiseerde zorg aanbieden onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt.
+1 −2 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 54
1§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 51 en 52 en tot een datum die de Vlaamse Regering bepaalt, kan de Vlaamse Regering, conform de programmatie die de Vlaamse Regering bepaalt en binnen de perken van de begrotingskredieten, een planningsvergunning voor een bijkomende erkenning verlenen aan woonzorgcentra die een verzorgingsstructuur aanbieden die zwaar afhankelijke zorgbehoevende personen opneemt als vermeld in artikel 44, § 1.
2Met behoud van de toepassing van artikel 51 en 52 en tot een datum die de Vlaamse Regering bepaalt, kan de Vlaamse Regering, conform de programmatie die de Vlaamse Regering bepaalt en binnen de perken van de begrotingskredieten, een planningsvergunning voor een bijzondere erkenning verlenen aan woonzorgcentra met een bijkomende erkenning die aan specifieke doelgroepen gespecialiseerde zorg aanbieden als vermeld in artikel 44, § 2.1§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 51 en 52 en tot en met een datum die de Vlaamse Regering bepaalt, kan de Vlaamse Regering, conform de programmatie die de Vlaamse Regering bepaalt en binnen de perken van de begrotingskredieten, een planningsvergunning voor een bijkomende erkenning verlenen aan woonzorgcentra die aan specifieke doelgroepen gespecialiseerde zorg aanbieden als vermeld in artikel 44, § 2.
3§ 2. Met behoud van de toepassing van artikel 51 en 52 en tot een datum die de Vlaamse Regering bepaalt, kan de Vlaamse Regering, conform de programmatie die de Vlaamse Regering bepaalt en binnen de perken van de begrotingskredieten, een planningsvergunning voor een bijkomende erkenning verlenen aan centra voor dagverzorging die een verzorgingsstructuur aanbieden die zwaar afhankelijke zorgbehoevende personen overdag opvangt en die de noodzakelijke ondersteuning biedt voor het behoud van die personen in hun thuisomgeving en aan centra voor dagverzorging die een verzorgingsstructuur aanbieden die overdag personen opvangt die lijden aan een ernstige ziekte die aangepaste zorg vereist en die de noodzakelijke ondersteuning biedt voor het behoud van die personen in hun thuisomgeving als vermeld in artikel 46.2§ 2. Met behoud van de toepassing van artikel 51 en 52 en tot een datum die de Vlaamse Regering bepaalt, kan de Vlaamse Regering, conform de programmatie die de Vlaamse Regering bepaalt en binnen de perken van de begrotingskredieten, een planningsvergunning voor een bijkomende erkenning verlenen aan centra voor dagverzorging die een verzorgingsstructuur aanbieden die zwaar afhankelijke zorgbehoevende personen overdag opvangt en die de noodzakelijke ondersteuning biedt voor het behoud van die personen in hun thuisomgeving en aan centra voor dagverzorging die een verzorgingsstructuur aanbieden die overdag personen opvangt die lijden aan een ernstige ziekte die aangepaste zorg vereist en die de noodzakelijke ondersteuning biedt voor het behoud van die personen in hun thuisomgeving als vermeld in artikel 46.
4§ 3. Met behoud van de toepassing van artikel 51 en 52 en tot een datum die de Vlaamse Regering bepaalt, kan de Vlaamse Regering, conform de programmatie die de Vlaamse Regering bepaalt en binnen de perken van de begrotingskredieten, een planningsvergunning voor een bijkomende erkenning verlenen aan centra voor kortverblijf type 1 die oriënterend kortverblijf aanbieden als vermeld in artikel 26, § 2.3§ 3. Met behoud van de toepassing van artikel 51 en 52 en tot een datum die de Vlaamse Regering bepaalt, kan de Vlaamse Regering, conform de programmatie die de Vlaamse Regering bepaalt en binnen de perken van de begrotingskredieten, een planningsvergunning voor een bijkomende erkenning verlenen aan centra voor kortverblijf type 1 die oriënterend kortverblijf aanbieden als vermeld in artikel 26, § 2.
+2 −2 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 65
1§ 1. De Vlaamse Regering kan, volgens de regels die ze bepaalt, de bijkomende erkenning voor een centrum voor dagopvang van een dienst voor gezinszorg, vermeld in artikel 13, schorsen of intrekken als een dienst voor gezinszorg de bijkomende erkenningsvoorwaarden niet naleeft. Die regels bevatten de mogelijkheid om een bezwaar in te dienen.1§ 1. De Vlaamse Regering kan, volgens de regels die ze bepaalt, de bijkomende erkenning voor een centrum voor dagopvang van een dienst voor gezinszorg, vermeld in artikel 13, schorsen of intrekken als een dienst voor gezinszorg de bijkomende erkenningsvoorwaarden niet naleeft. Die regels bevatten de mogelijkheid om een bezwaar in te dienen.
2De Vlaamse Regering vermindert de subsidie of ze vordert de subsidie terug volgens de regels die ze bepaalt, als dat centrum voor dagopvang van een dienst voor gezinszorg de subsidievoorwaarden niet naleeft.2De Vlaamse Regering vermindert de subsidie of ze vordert de subsidie terug volgens de regels die ze bepaalt, als dat centrum voor dagopvang van een dienst voor gezinszorg de subsidievoorwaarden niet naleeft.
3§ 2. De Vlaamse Regering kan, volgens de regels die ze bepaalt, de bijkomende erkenning van een woonzorgcentrum, vermeld in artikel 44, § 1, wijzigen, alsook die bijkomende erkenning schorsen of intrekken als het woonzorgcentrum de bijkomende erkenningsvoorwaarden niet naleeft. Die regels bevatten de mogelijkheid om een bezwaar in te dienen.
3§ 2. ...
4§ 3. De Vlaamse Regering kan, volgens de regels die ze bepaalt, de bijkomende erkenning van een centrum voor kortverblijf, vermeld in artikel 45, schorsen of intrekken als het centrum voor kortverblijf de bijkomende erkenningsvoorwaarden niet naleeft. Die regels bevatten de mogelijkheid om een bezwaar in te dienen.4§ 3. De Vlaamse Regering kan, volgens de regels die ze bepaalt, de bijkomende erkenning van een centrum voor kortverblijf, vermeld in artikel 45, schorsen of intrekken als het centrum voor kortverblijf de bijkomende erkenningsvoorwaarden niet naleeft. Die regels bevatten de mogelijkheid om een bezwaar in te dienen.
5§ 4. De Vlaamse Regering kan, volgens de regels die ze bepaalt, de bijkomende erkenning van een centrum voor dagverzorging, vermeld in artikel 46 schorsen of intrekken als het centrum voor dagverzorging de bijkomende erkenningsvoorwaarden niet naleeft. Die regels bevatten de mogelijkheid om een bezwaar in te dienen.5§ 4. De Vlaamse Regering kan, volgens de regels die ze bepaalt, de bijkomende erkenning van een centrum voor dagverzorging, vermeld in artikel 46 schorsen of intrekken als het centrum voor dagverzorging de bijkomende erkenningsvoorwaarden niet naleeft. Die regels bevatten de mogelijkheid om een bezwaar in te dienen.
6§ 5. De Vlaamse Regering kan, volgens de regels die ze bepaalt, de bijzondere erkenning van een woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning, vermeld in artikel 44, § 2, schorsen of intrekken als het woonzorgcentrum de bijzondere erkenningsvoorwaarden niet naleeft. Die regels bevatten de mogelijkheid om een bezwaar in te dienen.6§ 5. De Vlaamse Regering kan, volgens de regels die ze bepaalt, de bijkomende erkenning van een woonzorgcentrum, vermeld in artikel 44, § 2, schorsen of intrekken als het woonzorgcentrum de bijzondere erkenningsvoorwaarden niet naleeft. Die regels bevatten de mogelijkheid om een bezwaar in te dienen.
+1 −2 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 71
1De bijkomende erkenning voor een centrum voor dagopvang van een dienst voor gezinszorg, vermeld in artikel 13, vervalt van rechtswege als de dienst voor gezinszorg zijn erkenning verliest.1De bijkomende erkenning voor een centrum voor dagopvang van een dienst voor gezinszorg, vermeld in artikel 13, vervalt van rechtswege als de dienst voor gezinszorg zijn erkenning verliest.
2De bijkomende erkenning van een woonzorgcentrum, vermeld in artikel 44, § 1, vervalt van rechtswege als het woonzorgcentrum zijn erkenning verliest of gesloten wordt.
3De bijkomende erkenning van een centrum voor kortverblijf, vermeld in artikel 45, vervalt van rechtswege als het centrum voor kortverblijf type 1 zijn erkenning verliest of gesloten wordt en als het woonzorgcentrum of het centrum voor herstelverblijf zijn erkenning verliest.2De bijkomende erkenning van een centrum voor kortverblijf, vermeld in artikel 45, vervalt van rechtswege als het centrum voor kortverblijf type 1 zijn erkenning verliest of gesloten wordt en als het woonzorgcentrum of het centrum voor herstelverblijf zijn erkenning verliest.
4De bijkomende erkenning van een centrum voor dagverzorging, vermeld in artikel 46, vervalt van rechtswege als het centrum voor dagverzorging zijn erkenning verliest of gesloten wordt.3De bijkomende erkenning van een centrum voor dagverzorging, vermeld in artikel 46, vervalt van rechtswege als het centrum voor dagverzorging zijn erkenning verliest of gesloten wordt.
5De bijzondere erkenning van een woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning, vermeld in artikel 44, § 2, vervalt van rechtswege als het woonzorgcentrum zijn erkenning of zijn bijkomende erkenning verliest of gesloten wordt.4De bijkomende erkenning van een woonzorgcentrum, vermeld in artikel 44, § 2, vervalt van rechtswege als het woonzorgcentrum zijn erkenning of zijn bijkomende erkenning verliest of als het gesloten wordt.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd