§ flandrepo
26 regels · van kracht sinds 1 sep 2026

Artikel 9

§ 1. De diensten, voorzieningen en gesubsidieerde organisaties, vermeld in artikel 3, en de gemeenten, kunnen de volgende persoonsgegevens verwerken, voor zover de verwerking van die persoonsgegevens noodzakelijk is om de doelstelling van de LIVC R te realiseren:

  1. 1°identificatie- en contactgegevens;
  2. 2°gegevens over beroep, beroepsbekwaamheid, opleiding en vorming; 3° leeftijd, geslacht, nationaliteit, burgerlijke staat en verblijfsstatuut; 4° gegevens betreffende schulden en solvabiliteit;
  3. 5°gegevens betreffende de levensstijl, vrijetijdsbesteding en sociale context; 6° gegevens betreffende de gezinssamenstelling;
  4. 7°gegevens betreffende de woonomstandigheden; 8° politionele en gerechtelijke gegevens;
  5. 9°gegevens betreffende de gezondheid;
  6. 10°gegevens betreffende risicosituaties en -gedragingen;
  7. 11°gegevens waaruit herkomst of afkomst blijkt;
  8. 12°gegevens waaruit politieke, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken;
  9. 13°gedragsgegevens;
  10. 14°andere gegevens die noodzakelijk zijn om de doelstelling van de LIVC R te realiseren.

De personen van wie de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen worden verwerkt, zijn:

  1. 1°de personen, door de burgemeester aangeduid conform artikel 3, § 2, van de wet van 30 juli 2018;
  2. 2°de relaties en contacten van de personen, vermeld in punt 1°, voor zover de verwerking van die persoonsgegevens noodzakelijk is om de doelstelling van de LIVC R te realiseren.

De verwerking van persoonsgegevens beperkt zich tot:

  1. 1°het delen van persoonsgegevens, conform artikel 6, eerste lid;
  2. 2°het in het eigen dossier van de deelnemer registreren van de persoonsgegevens die op het casusoverleg binnen een LIVC R worden gedeeld;
  3. 3°het delen van persoonsgegevens met de burgemeester of de door hem aangestelde vertegenwoordiger, voor zover dit noodzakelijk is om de aanmelding van een casus, conform artikel 8, te realiseren.

§ 2. De diensten, voorzieningen en gesubsidieerde organisaties, vermeld in artikel 3, en de gemeenten, verwerken de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1, conform artikel 6, lid 1, e), van de algemene verordening gegevensbescherming.

De verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1, kan ook de verwerking omvatten van de bijzondere categorieën van persoonsgegevens, vermeld in artikel 9, lid 1, van de algemene verordening gegevensbescherming. Deze verwerkingen worden beschouwd als noodzakelijke verwerkingen om redenen van zwaarwegend algemeen belang als vermeld in artikel 9, lid 2, g), van de voormelde verordening.

De verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1, kan ook de verwerking omvatten van persoonsgegevens als vermeld in artikel 10 van de voormelde verordening.

§ 3. De diensten, voorzieningen en gesubsidieerde organisaties, vermeld in artikel 3, en de gemeenten, treden elk individueel op als verwerkingsverantwoordelijke met betrekking tot de verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1.

De diensten, voorzieningen en gesubsidieerde organisaties, vermeld in artikel 3, en de gemeenten, nemen de passende maatregelen ter beveiliging van de persoonsgegevens, waaronder het voorzien in een behoorlijk gebruikers- en toegangsbeheer, conform de geheimhoudingsplicht, vermeld in artikel 353, §2, vierde lid, van het Strafwetboek, en conform de beveiliging van de verwerking, vermeld in artikel 32 van de algemene verordening gegevensbescherming. In voorkomend geval worden de maatregelen, vermeld in artikel 9 en 10, § 2, van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, toegepast.

De Vlaamse Regering kan de maatregelen, vermeld in het tweede lid, nader bepalen.

§ 4. De persoonsgegevens, verkregen in het kader van een casusoverleg binnen een LIVC R, worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor het doeleinde van de gegevensverwerking, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en worden gewist of vernietigd zodra de bewaring niet langer noodzakelijk is voor het doeleinde van de gegevensverwerking, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. De maximale bewaartermijn van de persoonsgegevens, verkregen in het kader van een casusoverleg binnen een LIVC R, bedraagt één jaar. De voormelde termijn vangt aan op de datum van de laatste bespreking van de betrokkene op het casusoverleg binnen een LIVC R.

De maximale bewaartermijn, vermeld in het eerste lid, kan worden verlengd tot een maximale bewaartermijn van vijf jaar, als het gaat om gegevens van personen ten aanzien van wie ernstige aanwijzingen bestaan dat ze een risico kunnen vormen op het gebied van de strijd tegen terrorisme. De verlenging van de maximale bewaartermijn tot vijf jaar wordt gemotiveerd aan de hand van objectieve elementen die het risico op het gebied van de strijd tegen terrorisme aantonen, met name de ernst van de gepleegde feiten, het feit dat de betrokken persoon reeds het voorwerp is geweest van een aanhouding, of de ernst van de verdenkingen die rusten op een persoon, voor zover deze feiten, vorige aanhoudingen of verdenkingen kaderen binnen de preventie van terrorisme of gewelddadige radicalisering. De verlenging van de maximale bewaartermijn tot vijf jaar wordt voorafgaandelijk besproken in het kader van een LIVC R.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd