Artikel 14
De processen-verbaal die de leden van de havenkapiteinsdienst, vermeld in artikel 10, 12 en 13, hebben opgemaakt, worden op de havenkapiteinsdienst geregistreerd en ter beschikking gesteld van de procureur des Konings. De processen-verbaal gelden tot bewijs van het tegendeel.
De vaststellingen die de havenkapiteins, haveninspecteurs of havenagenten hebben gedaan met beeldmateriaal als vermeld in artikel 18, §1, derde en vierde lid, hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel als de voormelde vaststellingen het voorwerp uitmaken van een proces-verbaal dat de volgende gegevens bevat:
- 1°bij mobiele camera’s, die in voorkomend geval intelligent zijn, de identiteit van het personeelslid dat het beeldmateriaal heeft gemaakt of de instructie daarvoor heeft gegeven;
- 2°de dag, de datum, het uur waarop en de exacte beschrijving van de plaats waar het beeldmateriaal is gemaakt;
- 3°de identificatie van het technische hulpmiddel waarmee het beeldmateriaal is gemaakt;
- 4°een beschrijving van wat op dat beeldmateriaal te zien is, en ook het verband met de vastgestelde inbreuk;
- 5°een afdruk van het beeldmateriaal of, als dat onmogelijk is, een kopie ervan op een drager als bijlage bij het proces-verbaal, en ook een volledige opgave van alle nodige technische specificaties om de kopie van dat beeldmateriaal te kunnen bekijken;
- 6°als er verschillende afdrukken of dragers zijn, een nummering van die afdrukken of die dragers, die ook moet voorkomen in de ermee overeenstemmende beschrijving, in het procesverbaal, van wat op het beeldmateriaal is te zien.