Artikel 5
De opdrachten van de justitiehuizen zijn:
- 1°op verzoek van een opdrachtgever opdrachten uitvoeren in het kader van een gerechtelijke procedure of ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing, overeenkomstig artikel 5, § 1, III, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
- 2°uitbouwen, installeren, faciliteren en in stand houden van sectoroverschrijdende netwerken op het kruispunt van justitie, politie, welzijn en zorg, of deelnemen aan dergelijke netwerken, met het oog op:
- a)de gecoördineerde en geïntegreerde omkadering van en zorg voor verdachte, beschuldigde, beklaagde, inverdenkinggestelde, veroordeelde of geïnterneerde personen, die het voorwerp uitmaken van een opdracht als vermeld in punt 1°, in voorbereiding van, tijdens of aansluitend op die opdracht;
- b)de bescherming van de fysieke en psychische integriteit van personen;
- c)de voorkoming van de misdrijven, vermeld in artikel 353, §2, van het Strafwetboek;
- 3°ondersteunende taken opnemen in het kader van de opdrachten, vermeld in punt 1° en 2°, meer bepaald:
- a)ondersteunen van een coherent Vlaams beleid met betrekking tot een gemeenschapsgerichte justitie;
- b)zorgen voor beleidsvoorbereidend werk dat gericht is op een coherente uitvoering van de opdrachten en de doelstellingen;
- c)ondersteunen van het overleg en de samenwerking van de Vlaamse Regering met de andere gemeenschappen, de federale overheid en de gerechtelijke overheid;
- d)stimuleren van en deelnemen aan overleg en samenwerking met de andere actoren en met de opdrachtgevers;
- e)vervullen van een signaalfunctie, zowel naar de andere actoren en de opdrachtgevers als naar het Vlaamse beleid.
Indien een opdracht als vermeld in het eerste lid, 1°, de begeleiding en opvolging inhoudt van een justitiabele aan wie een straf, maatregel, uitvoeringsmodaliteit of voorwaarde is opgelegd, heeft het personeelslid dat belast is met een dergelijke opdracht, de bindende eenzijdige beslissingsbevoegdheid om:
- 1°bij de concrete invulling van de straf, maatregel, uitvoeringsmodaliteit of voorwaarde aan de justitiabele instructies op te leggen die hij gedurende de uitvoering of naleving ervan in acht dient te nemen;
- 2°de intensiteit van de begeleiding en opvolging te bepalen en in dat verband instructies aan de justitiabele op te leggen, in functie van de vastgestelde criminogene noden en de indicatiestelling;
- 3°in geval van niet-naleving of gedeeltelijke naleving van de instructies, vermeld in punt 1° en 2°, of in geval van wangedrag op de locatie waar in voorkomend geval de straf, maatregel of voorwaarde uitgevoerd of nageleefd moet worden, de justitiabele tijdelijk te verbieden om zich nog op die locatie te begeven, met behoud van de onmiddellijke rapportering aan de gerechtelijke overheid overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen.
Indien een opdracht als vermeld in het eerste lid, 1°, de begeleiding en opvolging van een justitiabele onder elektronisch toezicht inhoudt, heeft het personeelslid dat belast is met dergelijke opdracht, de bindende eenzijdige beslissingsbevoegdheid om:
- 1°bij de concrete invulling van het elektronisch toezicht aan de justitiabele instructies op te leggen die hij gedurende het elektronisch toezicht in acht dient te nemen, met inbegrip van instructies over het na te leven uurrooster en de verplichte activiteiten;
- 2°de instructies, vermeld in punt 1°, aan te passen en zo nodig te verstrengen in geval van niet-naleving of gedeeltelijke naleving ervan, of in geval van wangedrag bij het ondergaan van het elektronisch toezicht, met behoud van het seinen van een onttrekking aan de bevoegde instanties en de rapportering overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen.
De verplichte activiteiten, vermeld in het derde lid, 1°, bestaan uit beroepsactiviteiten, opleiding of vorming, vrijwilligerswerk, geïndividualiseerde voorwaarden die aan de justitiabele zijn opgelegd of een andere nuttige tijdsbesteding.