§ flandrepo
16 regels · van kracht sinds 1 sep 2023

Artikel 40

§ 1. De nieuwe omkadering wordt berekend op basis van 2898,85 omkaderingsgewichten met een voorafname voor de permanente ondersteuningscellen, een voorafname van 35 % op basis van de SES-kenmerken van de leerlingen en een lineaire verdeling op basis van gewogen leerlingen.

§ 2. De vooraf te nemen omkaderingsgewichten van het totale aantal te verdelen omkaderingsgewichten worden op de volgende wijze verdeeld:

  1. 1°aan de gefinancierde, de gesubsidieerde officiële en de gesubsidieerde vrije permanente ondersteuningscellen worden respectievelijk 5,89 omkaderingsgewichten, 1,99 omkaderingsgewichten en 12,49 omkaderingsgewichten toegekend;
  2. 2°1015 omkaderingsgewichten worden verdeeld over de centra volgens het aantal leerlingen met SES-kenmerken in de scholen voor gewoon onderwijs waarmee ze samenwerken.

Van de omkaderingsgewichten aan de gesubsidieerde officiële permanente ondersteuningscellen, vermeld in het eerste lid, 1°, worden 1,44 omkaderingsgewichten toegekend aan de permanente ondersteuningscel van de Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten enerzijds en 0,55 omkaderingsgewichten aan de permanente ondersteuningscel van het Provinciaal Onderwijs Vlaanderen anderzijds.

Bij de berekening wordt rekening gehouden met de leerlingenkenmerken 1 tot en met 3, vermeld in artikel 133 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 242 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.

406 van de omkaderingsgewichten worden over de centra evenredig verdeeld op basis van het aantal regelmatige leerlingen in de scholen waarmee ze samenwerken die beantwoorden aan leerlingenkenmerk 1.

203 van de omkaderingsgewichten worden over de centra evenredig verdeeld op basis van het aantal regelmatige leerlingen in de scholen waarmee ze samenwerken die beantwoorden aan leerlingenkenmerk 2.

406 van de omkaderingsgewichten worden over de centra evenredig verdeeld op basis van het aantal regelmatige leerlingen in de scholen waarmee ze samenwerken die beantwoorden aan leerlingenkenmerk 3.

De teldag voor leerlingenkenmerk 1 en 3 is de eerste schooldag van februari van het kalenderjaar voorafgaand aan de omkaderingsperiode. Voor leerlingenkenmerk 2 is de telperiode twee schooljaren voorafgaand aan de omkaderingsperiode schooljaar X - (X+1). De leerling moet uiterlijk op 28 februari X aan het voormelde leerlingenkenmerk 2 voldoen voor het schooljaar (X-2) - (X-1).

§ 3. Het aantal gewogen leerlingen wordt berekend op basis van het aantal regelmatige leerlingen dat begeleid wordt door het centrum. De telling vindt plaats op de geldende tellingsdata in het voorgaande kalenderjaar.

Voor de weging van de leerlingen gelden de volgende coëfficiënten:

  1. 1°het aantal leerlingen met een IAC-verslag of OV4-verslag wordt vermenigvuldigd met de coëfficiënt 3;
  2. 2°het aantal leerlingen met een GC-verslag wordt vermenigvuldigd met de coëfficiënt 2;
  3. 3°het aantal leerlingen van het gewoon onderwijs wordt vermenigvuldigd met de coëfficiënt 1 met uitzondering van de leerlingen met een GC-verslag zoals opgenomen in punt 2°;
  4. 4°het aantal leerlingen met een inschrijvingsverslag in het buitengewoon onderwijs wordt vermenigvuldigd met de coëfficiënt 3.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd