Artikel 57
§ 1. Een leerling kan na overleg met directeur en betrokken leerkrachten een vak waarin kennis, vaardigheden of attitudes geïntegreerd verworven worden, geheel of gedeeltelijk vervangen door leeractiviteiten in een kwaliteitsvolle alternatieve leer-context die relevant is voor het verwerven van de basiscompetenties, specifieke eindtermen of het behalen van de beroepskwalificatie.
De Vlaamse Regering legt criteria op om de kwaliteit van de alternatieve leercontext, vermeld in het eerste lid, te waarborgen.
De academie verzekert in samenspraak met alle betrokkenen de opvolging van het leerproces. Dit gebeurt met toepassing van de reglementering over overleg en onderhandeling zoals bepaald in het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2000 houdende oprichting en samenstelling van de lokale comités voor de personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs en het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs.
De academie evalueert de leerling en neemt daarvoor de nodige maatregelen.
Opleidings- en vormingsactiviteiten van andere private of publieke opleidingsverstrekkers komen niet in aanmerking.
De academie informeert de leerlingen over de mogelijkheid om les te volgen in een alternatieve leercontext.