§ flandrepo
13 regels · van kracht sinds 1 sep 2025

Artikel 52

Een leerling kan een individueel aangepast curriculum volgen als de directeur en de betrokken leerkrachten na overleg met de leerling en de betrokken personen motiveren dat de leerling ondanks redelijke aanpassingen onvoldoende leerwinst kan boeken in het gemeenschappelijke curriculum, als de leerling voldoet aan een van de volgende voorwaarden:

  1. 1°beschikken over een IAC-verslag als vermeld in artikel 15 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;
  2. 2°beschikken over een IACverslag als vermeld in artikel 294 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 of beschikken over een OV4-verslag als vermeld in artikel 294, §2, 2°, van de voormelde codex;
  3. 3°erkend zijn als persoon met een handicap met toepassing van een Vlaamse, een andere Belgische of buitenlandse wetgeving;
  4. 4°een medisch attest kunnen voorleggen waaruit blijkt dat de leerling een aandoening heeft die de leerling verhindert om alle leeractiviteiten in het lessenrooster te volgen. Het attest is ondertekend door een arts, psycholoog of lid van een multidisciplinair team dat erkend is door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.

Een leerling met een individueel aangepast curriculum kan afwijken van een of meer van de volgende bepalingen :

  1. 1°de bepalingen over de studieomvang, vermeld in artikel 12 tot en met 20;
  2. 2°de bepalingen over de onderwijsdoelen en de leerplannen, vermeld in artikel 5 en 8;
  3. 3°de bepalingen over de toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikel 29, paragraaf 2 en 3 en artikel 30, tot en met 36;
  4. 4°de bepalingen over de evaluatie en de studiebekrachtiging, vermeld in artikel 59 tot en met 62.

De directeur en de betrokken leerkrachten ontwikkelen het individueel aangepast curriculum in samenspraak met de leerling en de betrokken personen, bewaken de ontwikkelingsgerichtheid en nemen de nodige pedagogische, didactische en organisatorische maatregelen. De directeur en betrokken leerkrachten kunnen een beroep doen op externe deskundigen of op de pedagogische begeleidingsdienst.

Een individueel aangepast curriculum duurt maximaal een leerjaar langer dan de graad of de kortlopende studierichting waarin de leerling is ingeschreven. De leerling kan het leertraject niet verlengen. Bij het beëindigen van de graad of de kortlopende studierichting reikt de academie aan de leerling een leerbewijs uit.

De onderwijsinspectie en het Agentschap voor Onderwijsdiensten kunnen het individueel aangepast curriculum op elk moment inkijken in de academie. De coëfficiënten, vermeld in artikel 67, § 3, eerste en tweede lid, zijn van toepassing als de academie het individueel aangepast curriculum niet kan voorleggen en de leerling een lessenrooster volgt dat afwijkt van de bepalingen over de studieomvang, vermeld in artikel 12 tot en met 20.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd