§ flandrepo
19 regels · van kracht sinds 1 jan 2026

Artikel 286

§ 1. Per 1 september kan een school worden opgenomen in de financiering of subsdiëring indien op de datum bepaald in artikel 271 aan de drie volgende voorwaarden wordt voldaan :

  1. 1°ten minste 2 opleidingsvormen organiseren;
  2. 2°als verschillende opleidingsvormen worden georganiseerd, voor elke opleidingsvorm afzonderlijk 150% van de rationalisatienorm, vermeld in artikel 277 en 278, bereiken;
  3. 3°ten minste : het eerste jaar 200 %, het tweede jaar 250 %, en het derde jaar 300 %,

van het totaal van de rationalisatienormen bepaald in de artikelen 277 en 278, voor elke gefinancierde of gesubsidieerde opleidingsvorm bereiken.

§ 2. Worden deze minima niet bereikt, dan moet(en) hetzij de in gebreke blijvende opleidingsvorm(en) hetzij de school met ingang van 1 september daaropvolgend worden opgeheven.

§ 3. Met ingang van het vierde schooljaar zijn uitsluitend de bepalingen van de rationalisatie van toepassing.

§ 4. In afwijking van paragraaf 1, 1°, kan een schoolbestuur een nieuwe school oprichten met maar één opleidingsvorm. Dat is alleen mogelijk in regio’s waar er aantoonbaar een capaciteitstekort is voor leerlingen met een verslag voor die opleidingsvorm en als er wordt aangetoond dat het capaciteitstekort niet kan worden opgelost met een nieuwe vestigingsplaats van een bestaande school. Het capaciteitstekort wordt gemotiveerd in het oprichtingsdossier, vermeld in paragraaf 5. Een nieuwe school laten ontstaan door splitsing als vermeld in artikel 285/1, is alleen mogelijk met minstens twee opleidingsvormen.

§ 5. In aanvulling op paragraaf 1 tot en met paragraaf 4 moet een schoolbestuur dat een nieuwe school wil oprichten een oprichtingsdossier indienen. Dit oprichtingsdossier moet ten minste voldoen aan onderstaande kwaliteitsvoorwaarden:

  1. 1°het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het indienen van het dossier;
  2. 2°het dossier bevat een omgevingsanalyse die de noodzaak, de doelmatigheid en de leefbaarheid van het programmatievoorstel motiveert. Bij de omgevingsanalyse wordt, waar dit voor de betrokken schoolpopulatie relevant is, de link met eventuele aangepaste begeleidingsmogelijkheden, met inbegrip van schoolexterne begeleidingsmogelijkheden voor jongeren met bijkomende zorgbehoeften, expliciet behandeld. Bij een programmatievoorstel voor opleidingsvorm 4, met uitzondering van type 5, moet er een samenwerkingsovereenkomst met ten minste één school voor gewoon voltijds secundair onderwijs met een breed studieaanbod in de buurt voorgelegd kunnen worden. Er moet telkens advies voorgelegd worden over deze samenwerkingsovereenkomst tussen één of meerdere scholen van gewoon voltijds secundair onderwijs en de nieuwe school. Het advies komt tot stand na overleg binnen de schoolraad en na overleg of na onderhandeling in het bevoegde lokaal comité in een of meerdere scholen van gewoon voltijds secundair onderwijs.

Voor de opleiding van de leerlingen in deze opleidingsvorm wordt, na de eventuele programmatie, indien mogelijk en wenselijk, samengewerkt met deze scho(o)l(en) van gewoon voltijds secundair onderwijs, zoals bedoeld in artikel 136/1;

  1. 3°de school moet beschikken over de vereiste infrastructurele en materiële voorzieningen op gebied van toegankelijkheid en hulpmiddelen nodig voor de nieuwe school;
  2. 4°de inspanningen rond professionalisering van het team met betrekking tot de nieuwe school worden in het dossier weergegeven.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen over de inhoud en de vorm van het oprichtingsdossier en over de wijze waarop de kwaliteitsvoorwaarden worden beoordeeld.

§ 6. De oprichting vanaf 1 september van een nieuwe school kan pas na een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering.

Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AgODi, dat de aanvraag voor administratief-technisch en inhoudelijk advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgt.

In afwijking van het voorgaande lid, kunnen voor de oprichting vanaf 1 september 2015 van type 9 gemotiveerde aanvragen bij AgODi ingediend worden tot uiterlijk 1 juli 2014.

De Vlaamse Regering neemt deze beslissing na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van AgODi.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd