Artikel 133/4
§ 1. In de leerjaren van de tweede en derde graad worden studierichtingen onderscheiden. Die studierichtingen worden geordend in een matrix op basis van studiedomeinen, finaliteiten en onderwijsvormen.
De studiedomeinen zijn:
- 1°taal en cultuur;
- 2°stem;
- 3°kunst en creatie;
- 4°land- en tuinbouw;
- 5°economie en organisatie;
- 6°maatschappij en welzijn;
- 7°sport;
- 8°voeding en horeca.
De finaliteiten zijn:
- 1°doorstroom;
- 2°dubbel;
- 3°arbeidsmarkt.
De onderwijsvormen zijn:
- 1°algemeen secundair onderwijs - aso;
- 2°technisch secundair onderwijs - tso;
- 3°kunstsecundair onderwijs - kso;
- 4°beroepssecundair onderwijs - bso.
Binnen de finaliteit doorstroom zijn de studierichtingen van het algemeen secundair onderwijs domeinoverschrijdend en zijn de studierichtingen van het technisch en kunstsecundair onderwijs domeingebonden.
Sommige studierichtingen zijn niche-studierichtingen. Het aanbod ervan wordt aan beperkingen of voorwaarden gekoppeld vanuit macrodoelmatigheid.
De 7de leerjaren zijn studierichtingen die aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
- 1°gericht zijn op instroom arbeidsmarkt;
- 2°gericht zijn op het hoger onderwijs, met in elk geval één studierichting die volgt op studierichtingen met finaliteit arbeidsmarkt van het eerste en tweede leerjaar van de derde graad en die leidt tot een diploma dat toegang verleent tot een bacheloropleiding.
In de matrix:
- 1°wordt het studieaanbod van het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3, opgenomen onder de finaliteit arbeidsmarkt;
- 2°wordt het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 1 en 2, opgenomen, maar buiten de ordening op basis van studiedomeinen, finaliteiten en onderwijsvormen;
- 3°wordt het onthaaljaar niet opgenomen;
- 4°worden de 7de leerjaren niet aan onderwijsvormen gekoppeld, behalve bij financiering als die ook voor andere structuuronderdelen dan de 7de leerjaren op onderwijsvormen is gebaseerd en voor de toepassing van de personeels- regelgeving;
- 5°worden de 7de leerjaren niet aan finaliteiten gekoppeld.
Met inachtname van het eerste tot en met het achtste lid legt de Vlaamse Regering de matrix vast.
De Vlaamse Regering bepaalt ook de niche-studierichtingen en de beperkingen of voorwaarden die, per niche-studierichting, aan het aanbod zijn gekoppeld.
§1/1. De studierichtingen van de tweede en de derde graad die zijn opgenomen in de matrix, worden geordend volgens disciplines met het oog op de financiering van het voltijds gewoon secundair onderwijs. Een discipline bundelt een groep van inhoudelijk verwante studierichtingen per onderwijsvorm.
De onderwijsvorm:
- 1°"aso": omvat alle domeinoverschrijdende studierichtingen uit de doorstroomfinaliteit;
- 2°"tso": omvat alle domeingebonden studierichtingen uit de doorstroomen dubbele finaliteit die niet onder punt 3° vallen;
- 3°"kso": omvat alle domeingebonden studierichtingen uit de doorstroomen dubbele finaliteit die niet onder punt 2° vallen;
- 4°"bso": omvat alle studierichtingen uit de arbeidsmarktfinaliteit.
Die disciplines zijn:
- 1°Klassiek aso;
- 2°Modern aso;
- 3°Sport aso;
- 4°Architectuur en beeldende kunst kso;
- 5°Grafische technieken en media kso;
- 6°Modecreatie kso;
- 7°Podiumkunsten kso;
- 8°Administratie en distributie tso;
- 9°Auto en tweewielers tso;
- 10°Biotechnologie en chemie tso;
- 11°Grafische technieken en media tso;
- 12°Horeca tso;
- 13°Hout en bouw tso;
- 14°Koeling en warmte tso;
- 15°Landen tuinbouw tso;
- 16°Lichaamsverzorging tso;
- 17°Maatschappelijke veiligheid so;
- 18°Maritiem tso;
- 19°Mechanica-elektriciteit tso;
- 20°Modecreatie tso;
- 21°Paramedisch tso;
- 22°Personenzorg tso;
- 23°Sport tso;
- 24°Technologie en industrie tso;
- 25°Textiel tso;
- 26°Toerisme, taal en cultuur tso;
- 27°Voeding tso;
- 28°Administratie en distributie bso;
- 29°Auto en tweewielers bso;
- 30°Biotechnologie en chemie bso;
- 31°Creatie en ambacht bso;
- 32°Grafische technieken en media bso;
- 33°Horeca bso;
- 34°Hout en bouw bso;
- 35°Koeling en warmte bso;
- 36°Landen tuinbouw bso;
- 37°Lichaamsverzorging bso
- 38°Maatschappelijke veiligheid bso;
- 39°Maritiem bso;
- 40°Mechanica-elektriciteit bso;
- 41°Modecreatie bso;
- 42°Moderealisatie en textielverzorging bso;
- 43°Paramedisch bso;
- 44°Personenzorg bso;
- 45°Sport bso;
- 46°Technologie en industrie bso;
- 47°Textiel bso;
- 48°Toerisme, taal en cultuur bso;
- 49°Voeding bso.
De Vlaamse Regering rangschikt de studierichtingen, vermeld in het eerste lid, in de disciplines, vermeld in het derde lid.
§ 2. De studierichtingen van de finaliteit doorstroom en de dubbele finaliteit leiden in het tweede leerjaar van de derde graad tot een bewijs van onderwijskwalificatie niveau 4.
Het 7de leerjaar dat gericht is op het hoger onderwijs en waarmee een diploma behaald kan worden dat toegang verleent tot een bacheloropleiding, leidt tot een bewijs van onderwijskwalificatie niveau 4.
De studierichtingen van de finaliteit arbeidsmarkt leiden in het tweede leerjaar van de derde graad tot een bewijs van onderwijskwalificatie niveau 3.
De studierichtingen van de finaliteit arbeidsmarkt kunnen in het tweede leerjaar van de tweede graad tot een bewijs van onderwijskwalificatie niveau 2 leiden, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 14 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.
Het 7de leerjaar dat gericht is op instroom arbeidsmarkt leidt tot een of meer bewijzen van beroepskwalificaties niveau 3 of 4, eventueel aangevuld met een of meer bewijzen van deelkwalificaties.