Artikel V.16
De totale omvang van de opdrachten van een personeelslid dat ten minste een halftijdse opdracht uitoefent aan de universiteit en dat daarnaast een politiek mandaat bekleedt of een andere bezoldigde activiteit of beroepsactiviteit uitoefent, bedraagt maximaal 120 %.
Als de totale omvang van de opdrachten, vermeld in het eerste lid, meer dan 120 % bedraagt, wordt de opdracht aan de universiteit ambtshalve gereduceerd tot een percentage dat nodig is om de grens van 120 % te bereiken. De omvang van de opdracht die het personeelslid na de reductie nog uitoefent aan de universiteit, bedraagt ten minste 50 %.
Een opdracht waarvan aangenomen wordt dat de uitoefening een halve dag per week in beslag neemt, komt overeen met een volume van 10 % van een voltijdse opdracht. De Vlaamse Regering bepaalt van welke politieke mandaten ambtshalve aangenomen wordt dat deze meer dan 20 % van een voltijdse opdracht in beslag nemen. Deze politieke mandaten leiden tot een ambtshalve reductie van de voltijdse opdracht van een lid van het academisch personeel.
Wanneer de totale omvang van de opdrachten, vermeld in het eerste lid, na toepassing van de reductie, vermeld in het tweede lid, meer dan 120 % bedraagt, wordt de omvang van de opdracht die het personeelslid nog uitoefent aan de universiteit gereduceerd tot 45 %.