§ flandrepo
49 regels · van kracht sinds 1 jan 2024

Artikel II.187

§ 1. Voor de inschrijving in een bacheloropleiding in het studie-gebied Geneeskunde geldt naast de algemene toelatingsvoorwaarde, als bijkomende toelatingsvoorwaarde het gunstig gerangschikt zijn op basis van een toelatingsexamen, georganiseerd door een examencommissie, hierna toelatingsexamen arts te noemen.

Het toelatingsexamen beoogt het toetsen van de bekwaamheid van de studenten om een geneeskundige opleiding met succes af te ronden.

§ 2. Voor de inschrijving in een bacheloropleiding in het studiegebied Tandheelkunde geldt als bijkomende toelatingsvoorwaarde het gunstig gerangschikt zijn op basis van een toelatingsexamen, georganiseerd door een examencommissie, hierna toelatingsexamen tandarts te noemen.

Het toelatingsexamen beoogt het toetsen van de bekwaamheid van de studenten om een tandheelkundige opleiding met succes af te ronden.

§ 3. De georganiseerde toelatingsexamens, vermeld in paragraaf 1 en 2, zijn vergelijkend van aard.

De kandidaten die ten minste de helft van de bepaalde punten behalen op alle onderdelen van het examen zijn geslaagd.

De geslaagde kandidaten worden gerangschikt in volgorde van de behaalde numerieke score.

De geslaagde kandidaten met de hoogste behaalde scores worden gunstig gerangschikt, rekening houdend met de quota, vermeld in paragraaf 4.

Kandidaten die voor meerdere toelatingsexamens in aanmerking komen voor een gunstige rangschikking, worden uitsluitend gunstig gerangschikt voor de opleiding met de hoogste voorkeur, vermeld in paragraaf 8.

De lijst met de gunstig gerangschikte kandidaten wordt definitief bekendgemaakt uiterlijk vóór 1 augustus van het lopende jaar.

§ 4. De startquota voor de gunstig gerangschikte kandidaten worden afzonderlijk bepaald voor de opleiding arts en tandarts op basis van beroeps- en opleidingsgerelateerde parameters.

Het aantal kandidaten dat jaarlijks gunstig gerangschikt kan worden, bedraagt voor het toelatingsexamen arts 1102 en voor het toelatingsexamen tandarts 135.

Afhankelijk van de door de kandidaten behaalde examenresultaten kan het startquotum overschreden worden. De cesuur wordt principieel getrokken tussen de kandidaten met een verschillend examenresultaat.

Jaarlijks stelt de Vlaamse Regering per opleiding uiterlijk tegen 1 maart het aantal effectieve starters in het lopende academiejaar vast. Indien dit aantal afwijkt van het startquotum dat voor deze opleiding voor dat academiejaar vooropgesteld was, corrigeert de Vlaamse Regering het startquotum voor het volgende academiejaar met dat verschil.

Bijkomend kan de Vlaamse Regering bij deze aanpassing van de startquota rekening houden met een of meer van de volgende beroeps- en opleidingsgerelateerde criteria:

  1. 1°het aantal afgestudeerden in de masteropleiding;
  2. 2°het aantal afgestudeerden dat een andere beroepskeuze maakt;
  3. 3°het afnemende beroepenveld;
  4. 4°de opleidingscapaciteit.

§ 5. Het toelatingsexamen arts en het toelatingsexamen tandarts omvatten toetsen die betrekking hebben op:

  1. 1°wetenschappelijke kennis en inzicht in de vakken biologie, fysica, chemie en wiskunde, afgestemd op de tweede en de derde graad van het algemeen secundair onderwijs voor de toelatingsexamens georganiseerd tot en met 2024 en afgestemd op de tweede en de derde graad van de doorstroomfinaliteit van het secundair onderwijs voor de toelatingsexamens georganiseerd vanaf 2025;
  2. 2°generieke competenties die aansluiten bij themata uit respectievelijk de beroepspraktijk van artsen en de beroepspraktijk van tandartsen.

De Vlaamse Regering legt de nadere regels vast voor de indeling, de wegings- en evaluatiecriteria, met inbegrip van de afrondingsregels, de toetsmethoden en de inhoud van het examen.

§ 6. Het toelatingsexamen arts en het toelatingsexamen tandarts worden georganiseerd conform de volgende regels:

  1. 1°het wordt eenmaal per jaar georganiseerd. De organisatie ervan wordt tijdig bekendgemaakt;
  2. 2°de Vlaamse Regering kan een examengeld van ten hoogste 50 euro vastleggen als bijdrage in de organisatiekosten. Vanaf 2019 wordt het bedrag aangepast aan de jaarlijkse stijging van de index van de consumptieprijzen met als referentiedatum 1 januari 2018. Het bedrag wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde geheel getal;
  3. 3°de Vlaamse Regering:
  4. a)organiseert het toelatingsexamen arts en het toelatingsexamen tandarts volgens de nadere regels die ze bepaalt en legt die vast in een besluit. Bij de organisatie van het examen wordt voor studenten met functiebeperkingen als vermeld in artikel II.221, § 2, in redelijke aanpassingen voorzien;
  5. b)legt de modaliteiten vast van de interne beroepsprocedure en de inzageprocedure. De Vlaamse Regering regelt de werking van de examencommissie, vermeld in paragraaf 7, en bepaalt de vergoedingen van de leden;
  6. c)bepaalt de nadere regels voor het vergelijkend examen, vermeld in paragraaf 3 en 5;
  7. 4°de examencommissie, vermeld in paragraaf 7:
  8. a)stelt een werkings- en examenreglement op waarin concrete voorschriften zijn opgenomen ter uitvoering van het besluit, vermeld in punt 3° ;
  9. b)valideert de examenvragen en evalueert de examenresultaten;
  10. c)is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het examen;
  11. d)maakt vooraf het examenprogramma bekend en publiceert na afloop van het examen een representatief staal van de examenvragen en antwoorden;
  12. 5°de voorzitter van de examencommissie, vermeld in paragraaf 7, maakt de resultaten en de lijst, vermeld in paragraaf 3, bekend.

§ 7. De toelatingsexamens, vermeld in paragraaf 1 en 2, en in artikel II.187/1, worden georganiseerd door dezelfde examencommissie.

De Vlaamse Regering benoemt de voorzitter, de secretaris en de leden van de examencommissie.

De examencommissie telt, voorzitter en secretaris uitgezonderd, minimaal tien en maximaal twintig leden.

De leden van de examencommissie worden op zodanige wijze aangeduid uit de leden van het zelfstandig academisch personeel van de universiteiten dat de nodige expertise aanwezig is op het vlak van de medische, de tandheelkundige en de diergeneeskundige praktijk, de inhoud van de vakken, de onderwijskunde en de psychologie

§ 8. De examens worden op zodanige wijze georganiseerd dat studenten per academiejaar aan de toelatingsexamens, vermeld in paragraaf 1 en 2, en in artikel II.187/1, kunnen deelnemen.

Kandidaten voor meerdere toelatingsexamens als vermeld in paragraaf 1 en 2, en in artikel II.187/1, melden bij hun inschrijving uitdrukkelijk hun voorkeursvolgorde van de opleidingen.

De volgorde, vermeld in het tweede lid, is bindend. Door die volgorde worden kandidaten als ze voor meerdere rangschikkingen in aanmerking komen, alleen opgenomen als gunstig gerangschikte kandidaat op de lijst, vermeld in paragraaf 3, zesde lid, voor de opleiding met de hoogste voorkeur.

§ 9. Het slagen voor het toelatingsexamen arts en het toelatingsexamen tandarts in een bepaald burgerlijk jaar wordt alleen aanvaard voor het voldoen aan de bijkomende toelatingsvoorwaarde als de student uiterlijk op 30 september van dat burgerlijk jaar voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarden voor een bacheloropleiding, vermeld in artikel II.178.

§ 10. De bijkomende toelatingsvoorwaarde gunstig gerangschikt zijn voor het toelatingsexamen arts of het toelatingsexamen tandarts, vermeld in paragraaf 1 en 2, geldt ook voor de inschrijving in een bachelor- of masteropleiding in het studiegebied Geneeskunde of in het studiegebied Tand-heelkunde als de student vrijstelling heeft verkregen van sommige opleidingsonderdelen, of vermindering van de studieomvang, op grond van een diploma dat behaald is na een opleiding waarvoor de voormelde bijkomende toelatingsvoorwaarde niet van toepassing is. De voormelde bijkomende toelatingsvoorwaarde geldt ook in geval van een rechtstreekse diplomering als vermeld in artikel II.245.

§ 11. De studenten die vóór 1 januari 2018 voldoen aan de algemene en bijzondere toelatingsvoorwaarden voor de opleidingen in het studiegebied Geneeskunde of in het studiegebied Tandheelkunde, worden vrijgesteld van het vergelijkend toelatingsexamen, vermeld in dit artikel.

De studenten of gediplomeerden in de masteropleiding geneeskunde of tandheelkunde die een vervolgopleiding beogen waarvoor beide basisdiploma's vereist zijn, zijn vrijgesteld van het toelatingsexamen voor de complementaire basisopleiding op voorwaarde van goedkeuring door het instellingsbestuur. De concrete modaliteiten en voorwaarden in dit verband, worden voorafgaandelijk op algemene wijze uitgewerkt in het onderwijs- en examenreglement van de instelling.

De vrijstelling van het vergelijkend toelatingsexamen, vermeld in dit artikel, geldt, onverminderd de toepassing van artikel II.193, ook voor personen die buiten België een diploma van respectievelijk arts of tandarts hebben behaald en die de toelating hebben om zich aan een universiteit in Vlaanderen in te schrijven respectievelijk voor een masteropleiding in het studiegebied Geneeskunde of een masteropleiding in het studiegebied Tandheelkunde.

§ 12. Het bewijs van toelating van een student die gunstig wordt gerangschikt en tijdig voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarde, vermeld in paragraaf 9, blijft onbeperkt geldig.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd