§ flandrepo

Over het onderwijs XXX #328

Gemerged Vlaamse Regering voegde 111 artikels samen in decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwijdecreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijsdecreet-1995-04-05-1002839 · 25 mei 2020 2 checks vragen aandacht
Amendementen
7 juli 2020 · 7 blz.
328/6 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: OND 18 juni 2020 (2019-2020) Amendementen op het ontwerp van decreet over het onderwijs XXX ingediend op Documenten in het dossier: : Ontwerp van decreet – Nr. 2 t.e.m. 5: Amendementen AMENDEMENT Nr. 30 voorgesteld door Koen Daniëls, Loes Vandromme, Jean-Jacques De Gucht, Kathleen Krekels, Jo Brouns en Arnout Coel Artikel 71/1 (nieuw) Een artikel 71/1 invoegen, dat luidt als volgt: “Art 71/1. In artikel 11 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 23 maart 2018, wordt paragraaf 4 vervangen door wat volgt: “§4. Voor de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats dient met ingang van het schooljaar 2021-2022 het centrumbestuur een gemotiveerde aanvraag in bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, met toevoeging van het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité en, als het centrum tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt. In de aanvraag, waarvan het modelformulier door de Vlaamse Regering wordt vastgelegd, wordt verklaard dat: 1° de vestigingsplaats beantwoordt aan de voorwaarden voor de hygiëne, de veiligheid en de bewoonbaarheid; 2° het centrumbestuur op de hoogte is van aanbevelingen of tekorten die de onderwijsinspectie in het meest recente doorlichtingsverslag heeft geformuleerd over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de betreffende gebouwen, als een vestigingsplaats in gebruik wordt genomen waar een andere onderwijsinstelling gevestigd is of voordien was. Het centrumbestuur vermeldt in dat geval ook het advies van de onderwijsinspectie over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de nieuwe vestigingsplaats. De Vlaamse Regering neemt een beslissing uiterlijk drie maanden na indiening van de aanvraag en na advies van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. Bij overschrijding van die termijn is de aanvraag van rechtswege goedgekeurd. Deze paragraaf geldt niet voor een centrum dat, al dan niet als gevolg van een splitsing van bestaande centra, wordt opgericht.”.”. VERANTWOORDING De voorliggende amendementen nr. 30, 31, 32, 34 en 35 op het vlak van opleidings- en vestigingsaanbod van scholen beogen een rationele en transparante inplanting van het onderwijsaanbod, zonder dat daarbij de gevolgde procedure na verschillende adviezen én een beslissing van de voltallige Vlaamse Regering alsnog kan omzeild worden. Decretaal is momenteel bepaald dat enerzijds de programmatienormen voor structuuronderdelen slaan op een school in globo en dat anderzijds het een school vrij staat om na melding nieuwe vestigingsplaatsen in gebruik te nemen. Dit laatste doorkruist het programmatiebeleid van de overheid waarin de geografische component een cruciale factor is in die dossiers waarover de Vlaamse Regering beslist enerzijds, maar ook in de afspraken die worden gemaakt tussen scholen, scholengemeenschappen en onderwijsverstrekkers anderzijds. Immers, het aspect van inplanting binnen een programmatiecontext wordt totaal achterhaald als een programmeerbaar structuuronderdeel achteraf toch geheel of gedeeltelijk in elke bestaande of nieuwe vestigingsplaats van de school kan worden ingericht, waar die zich ook bevindt in Vlaanderen. Dit gegeven wordt nog versterkt door de bijkomende mogelijkheid om als school mee een bestaande vestigingsplaats van een andere school te betrekken – eveneens waar ook in Vlaanderen ‒, wat een zuivere en doorzichtige link tussen (administratieve) school en opleidingsaanbod niet bevordert. Vlaams Parlement328 (2019-2020) – Nr. 6 3 Om dergelijke mechanismen te vermijden wordt voor het voltijds gewoon secundair onderwijs (waar de problematiek zich vooral schetst) vanaf het schooljaar 2021-2022 de norm ingevoerd dat een programmatie van een structuuronderdeel enkel geldt voor de vestigingsplaats(en) die in het programmatiedossier voor de overheid zijn vermeld. Elke uitbreiding achteraf naar andere vestigingsplaatsen, wordt met een nieuwe programmatie gelijkgesteld. Bij die programmaties waarover de Vlaamse Regering beslist, kan een gunstige beslissing eventueel beperkt zijn tot sommige maar niet alle vestigingsplaatsen die in de aanvraag van het schoolbestuur zijn vermeld. Er kunnen zich ook, het hele schooljaar door, buitengewone en vaak onverwachte situaties voordoen die op korte termijn een ruimtelijke verplaatsing of uitbreiding van een school vereisen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om capaciteitsdruk door een substantiële leerlingentoename of problemen van materiële of infrastructurele aard die spoedig ingrijpen noodzakelijk maken. In afwijking op bovenstaande regeling wordt voor die situaties in een verkorte procedure (buiten programmatie) voorzien, waarin niettemin de Vlaamse Regering haar beslissingsbevoegdheid behoudt met betrekking tot de spreiding van het studieaanbod. Die verkorte procedure kan het hele schooljaar door worden opgestart. Tot slot wordt voor het volledig secundair onderwijs de momenteel ongebreidelde ingebruikname door een school of centrum van nieuwe vestigingsplaatsen beperkt. Er wordt voor een school of centrum geen geografische afbakening vastgelegd, maar elke nieuwe locatie zal wel een voorafgaande goedkeuring door de Vlaamse Regering behoeven. Bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van de schoolgebouwen zijn daarbij cruciaal. Tezelfdertijd wordt de decretale definitie van vestigingsplaats geactualiseerd in functie van nieuwe organisatievormen (onder meer vormen van werkplekleren) maar ook versoepeld op grond van het criterium ‘kadastrale percelen’, wat administratieve beheersbaarheid met zich brengt.  AMENDEMENT Nr. 31 voorgesteld door Koen Daniëls, Loes Vandromme, Jean-Jacques De Gucht, Kathleen Krekels, Jo Brouns en Arnout Coel Artikel 89 Aan artikel 89 een punt 3° toevoegen, dat luidt als volgt: “3° punt 46° wordt vervangen door wat volgt: “46° een geografische afbakening die bestaat uit een geheel van …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd