Over de onderwijsinternaten #1701
Gemerged Vlaamse Regering voegde 50 artikels samen in decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijsdecreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwijdecreet-1995-04-05-1002839 · 15 mei 2023 2 checks vragen aandacht
Document (In eerste lezing door de commissie aangenomen artikelen)
2 juni 2023 · 53 blz.
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
– Nr. 2: Amendementen
– Nr. 3: Verslag van de hoorzitting
* De in eerste lezing aangenomen amendementen zijn cursief gedrukt.
1 juni 2023 (2022-2023)
In eerste lezing
door de commissie aangenomen artikelen*
van het ontwerp van decreet
over de onderwijsinternaten
ingediend op
verzendcode: OND
— 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Art. 2. De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing op de onderwijsinternaten.
Art. 3. §1. In dit decreet wordt verstaan onder:
1° bestuur: de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is
voor één of meer onderwijsinternaten;
2° betrokken personen: de ouders of de meerderjarige interne zelf;
3° CLB: een centrum voor leerlingenbegeleiding als vermeld in artikel 2, 3°, van
het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het
basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
4° oprichten: starten met een nieuw onderwijsinternaat of een nieuwe vestigingsplaats op de eerste schooldag van september;
5° ORE: omkaderingsrekeneenheid of omkaderingsrekeneenheden;
6° ouders: de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite
de minderjarige interne onder hun bewaring hebben;
7° Regering: de Vlaamse Regering;
8° reglement: het reglement van het onderwijsinternaat, vermeld in artikel 22.
§2. Voor de toepassing van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten geldt, tenzij het
uitdrukkelijk anders is bepaald, dat:
1° als volgt wordt afgerond bij berekeningen: als het eerste cijfer na de komma
groter dan vier is, wordt er afgerond naar het hogere geheel getal, als het
eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier, wordt er afgerond
naar het lagere geheel getal;
2° als de onderwijsinspectie een handeling kan of moet stellen, dat gebeurt overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de
kwaliteit van onderwijs en zijn uitvoeringsbesluiten;
3° als het bestuur of de directeur de betrokken persoon of interne op de hoogte
brengt van een beslissing van individuele strekking met rechtsgevolgen voor
de interne, die beslissing altijd moet vermelden:
a) welk beroep ingesteld kan worden;
b) bij welke instantie dat kan, met vermelding van de adres- en contactgegevens van die instantie;
c) binnen welke termijn het beroep ingesteld moet worden;
4° de Regering de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap zal aanduiden.
Hoofdstuk 2. Opdracht van de onderwijsinternaten
Afdeling 1. Opdracht
Art. 4. Een onderwijsinternaat zorgt voor kwaliteitsvol verblijf voor en begeleiding
van internen, gericht op hun ontwikkeling en het realiseren van hun schoolloopbaan.
Art. 5. §1. De gewone verblijfsdagen voor een onderwijsinternaat zijn:
1° de avond, nacht en ochtend tussen twee dagen waarop lesgegeven wordt
overeenkomstig artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17
april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het
deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse
Gemeenschap of artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31
augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair
onderwijs;
2° de woensdagnamiddag voor de internen uit het basisonderwijs en de lesvrije
halve dagen ingevolge artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van
31 augustus 2001 houdende de organisatie van het secundair onderwijs.
§2. Een onderwijsinternaat kan, na onderhandeling in het bevoegde lokaal comité,
open zijn:
1° de avond en nacht van en de ochtend na een niet-schooldag;
2° de dagen dat de lessen geschorst zijn overeenkomstig artikel 3 en 7 van het
besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het
schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd,
erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap of artikel 6 van het
besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs, voor zover ze niet aansluitend aan een weekend of een vakantieperiode vallen;
3° de vakantiedagen, vermeld in artikel 5 en 6 van het besluit van de Vlaamse
Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd
door de Vlaamse Gemeenschap, voor zover ze niet in of aansluitend aan een
weekend of een vakantieperiode vallen;
4° de vakantiedagen, vermeld in artikel 7, 6° en 7°, van het besluit van de
Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het
schooljaar in het secundair onderwijs, voor zover ze niet in of aansluitend aan
een weekend of een vakantieperiode vallen.
Deze dagen zijn eveneens gewone verblijfsdagen.
Afdeling 2. Erkenning
Art. 6. Een onderwijsinternaat kan erkend worden als het aan al de volgende voorwaarden voldoet:
1° het eerbiedigt in het geheel van de werking de internationaalrechtelijke en
grondwettelijke beginselen inzake de Rechten van de Mens en van het Kind
in het bijzonder en staat open voor alle internen, ongeacht de ideologische,
filosofische of godsdienstige opvattingen;
2° het is georganiseerd onder de verantwoordelijkheid van een bestuur;
3° het is gevestigd in gebouwen en lokalen die voldoen aan de voorwaarden voor
bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne en die op een aangepaste wijze ingericht worden;
4° het maakt controle door de onderwijsinspectie mogelijk;
5° het komt tegemoet aan de kwaliteitsverwachtingen die opgenomen zijn in het
referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit, vastgelegd door de Regering;
6° het leeft de bepalingen over de taalregeling in het onderwijs en de taalkennis
van het personeel na;
7° het leeft de bepalingen na van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten;
8° het voert een doeltreffend beleid rond middelenmisbruik, met bijzondere aandacht voor het rookverbod, vermeld in …