§ flandrepo

Decreet over de programmatische aanpak stikstof

N-VAOpen Vld N-VA, Open Vld #1801 Staatsblad 22 februari 2024 NUMAC 2024001071
17 artikels gewijzigd
+2 −1 decreet-1995-04-05/art. 16.1.1
2821° het decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest;2821° het decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest;
2922° het decreet van 28 maart 2014 betreffende de preventie, surveillance en bestrijding van ziekten bij in het wild levende dieren;2922° het decreet van 28 maart 2014 betreffende de preventie, surveillance en bestrijding van ziekten bij in het wild levende dieren;
3023° het decreet van 21 december 2018 houdende de luchtkwaliteit in het binnenmilieu van voertuigen.3023° het decreet van 21 december 2018 houdende de luchtkwaliteit in het binnenmilieu van voertuigen;
3124° het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof.
31In afwijking van het eerste lid zijn de hoofdstukken III, IV, V, Vbis, VI en VII van deze titel pas van toepassing op de in het eerste lid sub 2°, 3°, 4°, 7°, 11°, 14°, 15°, 16°, 17° en 19° vermelde wetten en decreten, met inbegrip van hun respectieve uitvoeringsbesluiten, op het ogenblik dat de Vlaamse Regering dit bepaalt.32In afwijking van het eerste lid zijn de hoofdstukken III, IV, V, Vbis, VI en VII van deze titel pas van toepassing op de in het eerste lid sub 2°, 3°, 4°, 7°, 11°, 14°, 15°, 16°, 17° en 19° vermelde wetten en decreten, met inbegrip van hun respectieve uitvoeringsbesluiten, op het ogenblik dat de Vlaamse Regering dit bepaalt.
32Hoofdstuk II en hoofdstuk IV, afdeling III en V, van deze titel zijn van toepassing op titel VI van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.33Hoofdstuk II en hoofdstuk IV, afdeling III en V, van deze titel zijn van toepassing op titel VI van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.
+4 −2 decreet-1997-10-21/art. 2
9168° soortenbeschermingsprogramma: een programma van soortenbehoudsmaatregelen dat met name gericht is op het verkrijgen van de gunstige staat van instandhouding van een inheemse soort of een groep van soorten in het gebied waarop het programma van toepassing is;9168° soortenbeschermingsprogramma: een programma van soortenbehoudsmaatregelen dat met name gericht is op het verkrijgen van de gunstige staat van instandhouding van een inheemse soort of een groep van soorten in het gebied waarop het programma van toepassing is;
9269° planversie: één van de opeenvolgende versies van een managementplan Natura 2000;9269° planversie: één van de opeenvolgende versies van een managementplan Natura 2000;
9370° zoekzone: een zone die per Europees te beschermen soort en per Europees te beschermen habitat de perimeter aangeeft die gevrijwaard wordt met het oog op het optimaal plaatsen van de instandhoudingsdoelstellingen voor de betrokken speciale beschermingszone. De omvang van de zoekzone wordt bepaald door de oppervlakte die nodig is voor het realiseren van het openstaand saldo van de taakstelling voor de betrokken Europees te beschermen habitat of Europees te beschermen soort;9370° zoekzone: een zone die per Europees te beschermen soort en per Europees te beschermen habitat de perimeter aangeeft die gevrijwaard wordt met het oog op het optimaal plaatsen van de instandhoudingsdoelstellingen voor de betrokken speciale beschermingszone. De omvang van de zoekzone wordt bepaald door de oppervlakte die nodig is voor het realiseren van het openstaand saldo van de taakstelling voor de betrokken Europees te beschermen habitat of Europees te beschermen soort. Dat openstaand saldo is het verschil tussen de oppervlakte aan Europees te beschermen habitat of leefgebied van Europees te beschermen soorten, bepaald in de instandhoudingsdoelstellingen voor een speciale beschermingszone, en de oppervlakte waarvoor het passende beheer is vastgesteld in goedgekeurde natuurbeheerplannen als vermeld in artikel 16octies van dit decreet of daarmee vergelijkbare plannen of vergelijkbare overeenkomsten waarin een passend beheer is vastgesteld;
9471° actiegebied: een gebied dat op basis van relevante milieueffecten vastgesteld wordt voor de realisatie van de taakstelling inzake de toestand van het natuurlijk milieu voor de betrokken speciale beschermingszone;9471° actiegebied: een gebied dat op basis van relevante milieueffecten vastgesteld wordt voor de realisatie van de taakstelling inzake de toestand van het natuurlijk milieu voor de betrokken speciale beschermingszone;
9572° omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie: de omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie of het geheel of gedeeltelijk wijzigen van kleine landschapselementen of de vegetatie ervan.9572° omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie: de omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie of het geheel of gedeeltelijk wijzigen van kleine landschapselementen of de vegetatie ervan;
9674° stikstofdepositie: de aanvoer van stikstof uit de atmosfeer naar oppervlakken zoals bodem, water en vegetaties. Dat gebeurt rechtstreeks vanuit de lucht (droge depositie) en via regen, sneeuw en hagel (natte depositie);
9775° stikstofgevoelige habitats: habitattypes waarvan de kwaliteit wordt aangetast door de effecten van stikstofdepositie.
+5 −0 decreet-1997-10-21/art. 36ter
31° het nemen van beslissingen ter uitvoering van het eerste lid en paragraaf 2 van dit artikel;31° het nemen van beslissingen ter uitvoering van het eerste lid en paragraaf 2 van dit artikel;
42° het nemen van beslissingen of het verlenen van advies ter uitvoering van paragraaf 3 tot en met 6.42° het nemen van beslissingen of het verlenen van advies ter uitvoering van paragraaf 3 tot en met 6.
5Als een zoekzone wordt afgebakend met het oog op het optimaal plaatsen van de instandhoudingsdoelstellingen die conform het eerste lid zijn vastgesteld, gebeurt dat op basis van actuele en potentiële natuurwaarden die relevant zijn voor de realisatie van het openstaande saldo van de taakstelling, vermeld in artikel 2, 70°.
6Elke zoekzone wordt in die mate groter afgebakend dan het openstaande saldo zodanig dat dat saldo altijd binnen de zoekzone gerealiseerd kan worden. De Vlaamse Regering kan hiervoor nadere regels bepalen. Zij kan daarbij bepalen welke soort en omvang van oppervlakte bij voorrang in aanmerking komt als zoekzone en welke factor op welke grootte van een openstaand saldo wordt toegepast om de oppervlakte van een zoekzone te bepalen.
7Binnen de delen van de zoekzone met de laagste actuele of potentiële natuurwaarden kan de afbakening worden aangepast op basis van socio-economische belangen. Bij een dergelijke aanpassing worden de bepalingen van het derde en vierde lid gerespecteerd en wordt ervoor gezorgd dat de totale oppervlakte van de zoekzone niet kleiner wordt.
8De zoekzonekaart van 2015, zoals consulteerbaar op de website Geopunt van de Vlaamse administratie, die opgemaakt is voor Europees te beschermen habitats, bevat voor elke speciale beschermingszone die aangewezen is met toepassing van de Habitatrichtlijn, zoekzones voor de Europees te beschermen habitats waarvoor de betreffende speciale beschermingszones zijn aangewezen. Die zoekzones worden geacht afgebakend te zijn overeenkomstig de bepalingen van het derde tot en met het vijfde lid.
9De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de toepassing van het derde tot en met het vijfde lid.
5§ 2. De administratieve overheid neemt, binnen haar bevoegdheden, ongeacht de bestemming van het betrokken gebied, tevens alle nodige maatregelen om10§ 2. De administratieve overheid neemt, binnen haar bevoegdheden, ongeacht de bestemming van het betrokken gebied, tevens alle nodige maatregelen om
6a) elke verslechtering van de natuurkwaliteit en het natuurlijk milieu van de habitats van bijlage I van dit decreet en van de habitats van de soorten vermeld in de bijlagen II, III en IV van dit decreet evenals de niet in bijlage IV van dit decreet genoemde en op het grondgebied van het Vlaamse Gewest geregeld voorkomende soorten trekvogels in een speciale beschermingszone te vermijden;11a) elke verslechtering van de natuurkwaliteit en het natuurlijk milieu van de habitats van bijlage I van dit decreet en van de habitats van de soorten vermeld in de bijlagen II, III en IV van dit decreet evenals de niet in bijlage IV van dit decreet genoemde en op het grondgebied van het Vlaamse Gewest geregeld voorkomende soorten trekvogels in een speciale beschermingszone te vermijden;
+9 −7 decreet-1997-10-21/art. 37
1§1. De Vlaamse grondenbank heeft het recht van voorkoop bij verkoop van onroerende goederen :1§1. De Vlaamse grondenbank heeft het recht van voorkoop bij verkoop van onroerende goederen :
21° in het VEN, met uitzondering van de onroerende goederen uitgesloten door de Vlaamse Regering;21° in het VEN, met uitzondering van de onroerende goederen uitgesloten door de Vlaamse Regering;
32° binnen de groen- en bosgebieden en de bosuitbreidingsgebieden en de met al deze gebieden vergelijkbare bestemmingsgebieden, aangewezen op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening, gelegen binnen de speciale beschermingszones;32° binnen de groen- en bosgebieden en de bosuitbreidingsgebieden en de met al deze gebieden vergelijkbare bestemmingsgebieden, aangewezen op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening, gelegen binnen de speciale beschermingszones;
54° in de afbakening van een natuurinrichtingsproject.54° in de afbakening van een natuurinrichtingsproject.
65° in de terreinen waar het agentschap het beheer heeft overgenomen met toepassing van artikel 16decies, § 1 en § 2;65° in de terreinen waar het agentschap het beheer heeft overgenomen met toepassing van artikel 16decies, § 1 en § 2;
76° in een zoekzone afgebakend conform artikel 50septies, § 4, eerste lid, ongeacht de planologische bestemming in de goedgekeurde plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen. Van zodra een dergelijke zoekzone is afgebakend wordt het voorkooprecht dat conform punt 2° bestaat, opgeheven binnen de speciale beschermingszone of -zones in kwestie.
76° binnen het werkingsgebied Turnhouts Vennengebied, vermeld in artikel 41 van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof, voor zover dat ligt binnen de speciale beschermingszones, vermeld in artikel 2, 43°, a) en c);
87° op de binnen een speciale beschermingszone, vermeld in artikel 2, 43°,
9a) of c), gelegen gronden die eigendom zijn van een exploitant van een veehouderij waarvoor er een stopzettingsvergoeding werd verleend in uitvoering van artikel 39 van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof.
8Onverminderd artikel 8 van het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten geldt dit voorkooprecht niet in geval van verkoop van het goed aan leden van erkende bos-groeperingen die voor 20 januari 1998 overeenkomstig artikel 85 van het bosdecreet van 13 juni 1990 werden erkend, voor zover het bovenvermelde goed deel uitmaakt van de kadastrale percelen waarop de erkenning betrekking heeft en de koper reeds onroerende goederen in eigendom of mede-eigendom heeft binnen de omschrijving van de bosgroepering.10Onverminderd artikel 8 van het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten geldt dit voorkooprecht niet in geval van verkoop van het goed aan leden van erkende bos-groeperingen die voor 20 januari 1998 overeenkomstig artikel 85 van het bosdecreet van 13 juni 1990 werden erkend, voor zover het bovenvermelde goed deel uitmaakt van de kadastrale percelen waarop de erkenning betrekking heeft en de koper reeds onroerende goederen in eigendom of mede-eigendom heeft binnen de omschrijving van de bosgroepering.
9§ 2. ...
10§ 3. ...
11§2. De Vlaamse Regering kan de nodige maatregelen nemen opdat, in geval het voorkooprecht, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 7°, wordt uitgeoefend, voor de realisatie van stikstofsaneringsmaatregelen, vermeld in artikel 4, §5, derde lid, van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof, de mogelijkheid gegeven wordt aan de kandidaat-koper, om het onroerend goed in kwestie te verwerven, op voorwaarde dat de kandidaat-koper de vermelde stikstofsaneringsmaatregelen zelf realiseert.
12§3. ...
11§4. De Vlaamse regering kan de nodige maatregelen nemen om in geval het voorkooprecht wordt uitgeoefend op een verpacht perceel een vrijwillige grondruil mogelijk te maken.13§4. De Vlaamse regering kan de nodige maatregelen nemen om in geval het voorkooprecht wordt uitgeoefend op een verpacht perceel een vrijwillige grondruil mogelijk te maken.
12Voor voormelde gronden kan slechts een einde gemaakt aan de lopende pacht bij het verstrijken van elke pachtperiode zoals voorzien in artikel 11, 9°, van het Vlaams Pachtdecreet van 13 oktober 2023 tenzij de pachter vroeger afstand doet van zijn pachtrecht.14Voor voormelde gronden kan slechts een einde gemaakt aan de lopende pacht bij het verstrijken van elke pachtperiode zoals voorzien in artikel 11, 9°, van het Vlaams Pachtdecreet van 13 oktober 2023 tenzij de pachter vroeger afstand doet van zijn pachtrecht.
13§5. De bepalingen van titel IV, hoofdstukken I, II en VI, van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de oprichting van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen zijn van toepassing op dit recht van voorkoop.15§5. De bepalingen van titel IV, hoofdstukken I, II en VI, van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de oprichting van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen zijn van toepassing op dit recht van voorkoop.
14§6. Het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten is van toepassing op dit recht van voorkoop.16§6. Het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten is van toepassing op dit recht van voorkoop.
+5 −4 decreet-1997-10-21/art. 50septies
1§1. Voor elke speciale beschermingszone wordt een managementplan Natura 2000 opgemaakt. Als meerdere speciale beschermingszones geheel of gedeeltelijk samenvallen, kan voor die speciale beschermingszones een gezamenlijk managementplan Natura 2000 worden opgemaakt.1§1. Voor elke speciale beschermingszone wordt een managementplan Natura 2000 opgemaakt. Als meerdere speciale beschermingszones geheel of gedeeltelijk samenvallen, kan voor die speciale beschermingszones een gezamenlijk managementplan Natura 2000 worden opgemaakt.
2Het managementplan Natura 2000 doorloopt opeenvolgende cyclussen van zes jaar en heeft een tijdshorizon tot uiterlijk 2050.2Het managementplan Natura 2000 doorloopt opeenvolgende cyclussen van zes jaar en heeft een tijdshorizon tot uiterlijk 2050.
3Binnen een plancyclus wordt het managementplan Natura 2000 opgebouwd aan de hand van verschillende, opeenvolgende planversies. De planversies worden opgemaakt op basis van een tussentijdse toetsing van de realisatiegraad van de taakstelling van het plan, en naargelang van de actoren die worden betrokken bij de realisatie van het plan en het type instrumenten die daarvoor achtereenvolgens worden ingezet. De bepalingen die gelden voor het managementplan Natura 2000 zijn ook van toepassing op de planversies.3Binnen een plancyclus wordt het managementplan Natura 2000 opgebouwd aan de hand van verschillende, opeenvolgende planversies. De planversies worden opgemaakt op basis van een tussentijdse toetsing van de realisatiegraad van de taakstelling van het plan, en naargelang van de actoren die worden betrokken bij de realisatie van het plan en het type instrumenten die daarvoor achtereenvolgens worden ingezet. De bepalingen die gelden voor het managementplan Natura 2000 zijn ook van toepassing op de planversies.
4§2. Het managementplan Natura 2000 wordt opgemaakt met het oog op:4§2. Het managementplan Natura 2000 wordt opgemaakt met het oog op:
51° het gradueel realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie, ter uitvoering van artikel 36ter, § 1;51° het gradueel realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie, ter uitvoering van artikel 36ter, § 1;
62° het vermijden of het stoppen van de verslechtering van de Europees te beschermen habitats en de leefgebieden van Europees te beschermen soorten, waarvoor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie zijn aangemeld of die in die zone of zones voorkomen, ter uitvoering van artikel 36ter, § 2;62° het vermijden of het stoppen van de verslechtering van de Europees te beschermen habitats en de leefgebieden van Europees te beschermen soorten, waarvoor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie zijn aangemeld of die in die zone of zones voorkomen, ter uitvoering van artikel 36ter, § 2;
73° het vermijden of het stoppen van de betekenisvolle verstoring van de Europees te beschermen soorten, waarvoor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie zijn aangemeld of die in die zone of zones voorkomen, ter uitvoering van artikel 36ter, § 2.73° het vermijden of het stoppen van de betekenisvolle verstoring van de Europees te beschermen soorten, waarvoor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie zijn aangemeld of die in die zone of zones voorkomen, ter uitvoering van artikel 36ter, § 2.
8De bepaling, vermeld in het eerste lid, 2°, verhindert niet dat te allen tijde maatregelen moeten worden genomen ter uitvoering van artikel 36ter, § 2, of ter uitvoering van andere regelgeving, onder meer maatregelen ter uitvoering van titel XV en titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, in het bijzonder als dat noodzakelijk is om verslechtering van de natuurkwaliteit en het natuurlijk milieu van de Europees te beschermen habitats en soorten en hun leefgebied te vermijden of te beëindigen.8De bepaling, vermeld in het eerste lid, 2°, verhindert niet dat te allen tijde maatregelen moeten worden genomen ter uitvoering van artikel 36ter, § 2, of ter uitvoering van andere regelgeving, onder meer maatregelen ter uitvoering van titel XV en titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, in het bijzonder als dat noodzakelijk is om verslechtering van de natuurkwaliteit en het natuurlijk milieu van de Europees te beschermen habitats en soorten en hun leefgebied te vermijden of te beëindigen.
9§3. Het managementplan Natura 2000 bevat ten minste:9§3. Het managementplan Natura 2000 bevat ten minste:
101° een taakstelling voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie die bestaat uit de inspanningen met betrekking tot het natuurbehoud die nodig worden geacht voor de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, tijdens de plancyclus in kwestie;101° een taakstelling voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie die bestaat uit de inspanningen met betrekking tot het natuurbehoud die nodig worden geacht voor de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, tijdens de plancyclus in kwestie;
112° een opgave van de acties voor de realisatie van de taakstelling.112° een opgave van de acties voor de realisatie van de taakstelling.
12De taakstelling, vermeld in het eerste lid, 1°, geeft ook aan hoe in de speciale beschermingszone of -zones in kwestie wordt bijgedragen tot de realisatie van het bindend gedeelte van de taakstelling, vermeld in artikel 50ter, § 3, 1°, in voorkomend geval met inbegrip van het plan van aanpak, vermeld in artikel 50ter, § 4, tweede lid, 2°.12De taakstelling, vermeld in het eerste lid, 1°, geeft ook aan hoe in de speciale beschermingszone of -zones in kwestie wordt bijgedragen tot de realisatie van het bindend gedeelte van de taakstelling, vermeld in artikel 50ter, § 3, 1°, in voorkomend geval met inbegrip van het plan van aanpak, vermeld in artikel 50ter, § 4, tweede lid, 2°.
13§ 4. Met het oog op de ruimtelijke toewijzing van de instandhoudingsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, worden binnen de speciale beschermingszone of -zones in kwestie zoekzones afgebakend.
13§4. Voor de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt gebruikgemaakt van de zoekzones die afgebakend zijn overeenkomstig artikel 36ter, §1, derde tot en met vijfde lid.
14Elke wijziging van de in artikel 36ter, §1, zesde lid, vermelde zoekzonekaart van 2015 gebeurt in het kader van de opmaak van een managementplan Natura 2000, of van een volgende planversie van een vastgesteld managementplan Natura 2000, voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie. De zoekzonekaart van 2015 wordt tweejaarlijks aangepast, met inachtneming van de bepalingen van het derde tot en met het vijfde lid van artikel 36ter, §1, en rekening houdende met de voortgang van de realisatie van de doelstelling van artikel 4, §5, eerste lid, van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof, en met de in artikel 49, laatste lid, van hetzelfde decreet vermelde evaluatie.
14Voor de realisatie van de taakstelling inzake de toestand van het natuurlijk milieu voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie worden actiegebieden vastgesteld. De actiegebieden gelden voor een bepaald milieueffect of een groep van relevante milieueffecten.15Voor de realisatie van de taakstelling inzake de toestand van het natuurlijk milieu voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie worden actiegebieden vastgesteld. De actiegebieden gelden voor een bepaald milieueffect of een groep van relevante milieueffecten.
+75 −35 decreet-1997-10-21/art. Bijlage I
1De habitattypes van bijlage I van de Habitatrichtlijn die in Vlaanderen voorkomen1Bijlage I. De habitattypes van bijlage I van de Habitatrichtlijn die in het Vlaams Gewest voorkomen
2"Typen van natuurlijke habitats van communautair belang voor de instandhouding waarvan aanwijzing van speciale beschermingszones vereist is" (*: prioritair habitat).2"Typen van natuurlijke habitats van communautair belang voor de instandhouding waarvan aanwijzing van speciale beschermingszones vereist is" (*: prioritair habitat).
3Stikstofgevoelige habitattypes: aanduiding met X
3Code4Code
4Prioriteit5Prioriteit
5Habitattype6Habitattype
7Stikstofgevoelig
6113081130
7Estuaria9Estuaria
9Bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten11Bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten
101310121310
11Eénjarige pioniervegetaties van slik- en zandgebieden met Salicornia-soorten en andere zoutminnende planten13Eenjarige pioniervegetaties van slik- en zandgebieden met Salicornia spp. en andere zoutminnende soorten
14X
121320151320
13Schorren met slijkgrasvegetatie (Spatinion maritimae)16Schorren met slijkgrasvegetatie (Spartinion maritimae)
17X
141330181330
15Atlantische schorren (Glauco-Puccinellietalia maritimae)19Atlantische schorren (Glauco-Puccinellietalia maritimae)
20X
162110212110
17Embryonale wandelende duinen22Embryonale wandelende duinen
23X
182120242120
19Wandelende duinen op de strandwal met Ammophila arenaria (witte duinen)25Wandelende duinen op de strandwal met
26Ammophila arenaria (“witte duinen”)
27X
202130282130
21*29*
22Vastgelegde duinen met kruidvegetatie (grijze duinen)30Vastgelegde kustduinen met kruidvegetatie
31(“grijze duinen”)
32X
232150332150
24*34*
25Eu-atlantische vastgelegde ontkalkte duinen (Calluno-Ulicetea)35Atlantische vastgelegde ontkalkte duinen (Calluno-Ulicetea)
36X
262160372160
27Duinen met Hyppophae rhamnoides38Duinen met Hippophaë rhamnoides
39X
282170402170
29Duinen met Salix repens ssp. Argentea (Salicion arenariae)41Duinen met Salix repens ssp. argentea (Salicion arenariae)
42X
302180432180
31Beboste duinen van het Atlantische, Continentale and Boreale kustgebied44Beboste duinen van het Atlantische, continentale en boreale gebied
45X
322190462190
33Vochtige duinvalleien47Vochtige duinvalleien
48X
342310492310
35Psammofiele heide met Calluna- en Genista-soorten50Psammofiele heide met Calluna en Genista
51X
362330522330
37Open grasland met Corynephorus- en Agrostis- soorten op landduinen53Open grasland met Corynephorus- en Agrostis- soorten op landduinen
54X
383110553110
39Mineraalarme oligotrofe wateren van de Atlantische zandvlakten (Littorelletalia uniflora)56Mineraalarme oligotrofe wateren van de Atlantische zandvlakten (Littorelletalia uniflorae)
57X
403130583130
41Oligotrofe tot mesotrofe stilstaande wateren met vegetatie behorend tot het Littorelletea uniflora en/of Isoëto-Nanojuncetea59Oligotrofe tot mesotrofe stilstaande wateren met vegetatie behorend tot het Littorelletalia uniflorae en/of Isoëto-Nanojuncetea
60X
423140613140
43Kalkhoudende oligo-mesptrofe wateren met benthische Chara spp. Vegetaties62Kalkhoudende oligo-mesotrofe wateren met benthische Chara spp. vegetaties
63X
443150643150
45Van nature eutrofe meren met vegetatie van het type Magnopotamion of Hydrocharition65Van nature eutrofe meren met vegetatie van het type Magnopotamion of Hydrocharition
66X
463160673160
47Dystrofe natuurlijke poelen en meren68Dystrofe natuurlijke poelen en meren
69X
483260703260
49Submontane en laagland rivieren met vegetaties behorend tot het Ranunculion fluitans en het Callitricho-Batrachion71Submontane en laaglandrivieren met vegetaties behorend tot het Ranunculion fluitantis en het Callitricho-Batrachion
503270723270
51Rivieren met slikoevers met vegetaties behorend tot het Chenopodietum rubri p.p. en Bidention p.p.73Rivieren met slikoevers met vegetaties behorend tot het Chenopodion rubri p.p. en Bidention p.p.
524010744010
53Noord-Atlantische vochtige heide met Erica tetralix75Noord-Atlantische vochtige heide met Erica tetralix
76X
544030774030
55Droge Europese heide78Droge Europese heide
79X
565130805130
57Juniperus communis-formaties in heidevelden of op kalkgrasland81Juniperus communis-formaties in heide of kalkgrasland
82X
586120836120
59*84*
60Kalkminnend grasland op dorre zandbodem85Kalkminnend grasland op dorre zandbodem
86X
616210876210
62Droge halfnatuurlijke graslanden en struikvormende facies op kalkhoudende (Festuco-Brometalia) (*gebieden waar zeldzame orchideeën groeien)88Droge halfnatuurlijke graslanden en struikvormende facies op kalkhoudende bodems (Festuco-Brometalia) (*gebieden waar opmerkelijke orchideeën groeien)
89X
636230906230
64*91*
65Soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems 92Soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems van berggebieden (en van submontane gebieden in het binnenland van Europa)
93X
666410946410
67Grasland met Molinia op kalkhoudende, venigeof lemige kleibodem (Eu-Molinion )95Grasland met Molinia op kalkhoudende, venige, of lemige kleibodem (Molinion caeruleae)
96X
686430976430
69Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones98Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland en van de montane en alpiene zones
706510996510
71Laaggelegen schraal hooiland (Alopecurus pratensis, Sanguisorba officinalis)100Laaggelegen schraal hooiland (Alopecurus pratensis, Sanguisorba officinalis)
101X
7271101027110
73*103*
74Actief hoogveen104Actief hoogveen
757120
76Aangetast hoogveen waar natuurlijke regeneratie nog mogelijk is
105X
7771401067140
78Overgangs- en trilveen107Overgangs- en trilveen
108X
7971501097150
80Slenken in veengronden met vegetatie behorend tot het Rhynchosporion110Slenken in veengronden met vegetatie behorend tot het Rhynchosporion
111X
8172101127210
82*113*
83Kalkhoudende moerassen met Cladium mariscus en Carex davalliana114Kalkhoudende moerassen met Cladium mariscus
115en soorten van het Caricion davallianae
116X
8472201177220
85*118*
86Kalktufbronnen met tufsteenformatie (Cratoneurion)119Kalktufbronnen met tufsteenformatie (Cratoneurion)
120X
8772301217230
88Alkalisch laagveen122Alkalisch laagveen
123X
8983101248310
90Niet voor het publiek opengestelde grotten125Niet voor publiek opengestelde grotten
9191101269110
92Beukenbossen van het type Luzulo-Fagetum127Beukenbossen van het type Luzulo-Fagetum
128X
9391201299120
94Zuurminnende Atlantische beukenbossen met ondergroei van Ilex of soms Taxus (Quercion robori-petraeae if Ilici-Fagion)130Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion)
131X
9591301329130
96Beukenbossen van het type Asperulo-Fagetum133Beukenbossen van het type Asperulo-Fagetum
134X
9791501359150
98Midden-Europese kalkminnende beukenbossen behorend tot het Cephalanthero-Fagetum136Midden-Europese kalkminnende beukenbossen behorend tot het Cephalanthero-Fagion
137X
9991601389160
100Sub-Atlantische en midden-Europese wintereikenbossen of eikenhaagbeukbossen behorend tot het Carpinion-betuli139Sub-Atlantische en Midden-Europese wintereikenbossen of eiken-haagbeukbossen behorend tot het Carpinion-betuli
140X
10191901419190
102Oude zuurminnende eikenbossen met Quercus robur op zandvlakten142Oude zuurminnende eikenbossen op zandvlakten met Quercus robur
10391D0
104*
105Veenbossen
143X
10691E014491E0
107*145*
108Alluviale bossen met Alnion glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae)146Bossen op alluviale grond met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae)
147X
10991F014891F0
110Gemengde eiken-iepen-essenbossen langs de oevers van grote rivieren met Quercus robur, Ulmus laevis , Fraxinus excelsior of Fraxinus angustifolia(Ulmenion minoris)149Gemengde oeverformaties met Quercus robur, Ulmus laevis en Ulmus minor, Fraxinus excelsior of Fraxinus angustifolia, langs de grote rivieren (Ulmenion minoris)
150X
+4 −0 mestdecreet/art. 3
81°/5 gebiedstype 3: gebiedstype 3 als vermeld in artikel 14, § 1, vierde lid, 4° :81°/5 gebiedstype 3: gebiedstype 3 als vermeld in artikel 14, § 1, vierde lid, 4° :
92° grondwater: al het water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact met bodem of ondergrond staat;92° grondwater: al het water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact met bodem of ondergrond staat;
102°/1 Habitatrichtlijngebied: de gebieden, vermeld in artikel 2, 43°, c), van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
112°/2 groen Habitatrichtlijngebied: Habitatrichtlijngebied dat volgens ruimtelijke uitvoeringsplannen die definitief vastgesteld zijn met toepassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, in een van de volgende gebieden ligt:
12a) de gebieden die op provinciale of gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen aangewezen zijn onder de categorie “reservaat en natuur”, vermeld in artikel 2.2.6, §2, tweede lid, 7°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, of de categorie “bos”, vermeld in artikel 2.2.6, §2, tweede lid, 5°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
13b) de gebieden die op gewestelijke, provinciale of gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen aangewezen zijn onder de categorie “overig groen”, vermeld in artikel 2.2.6, §2, tweede lid, 6°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover het geen agrarisch gebied met ecologisch belang of agrarisch gebied met overdruk natuurverweving, betreft;
103° kaderrichtlijn Water: de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 (2000/60/EG) tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid;143° kaderrichtlijn Water: de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 (2000/60/EG) tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid;
114° kwetsbare zone water: een overeenkomstig artikel 3, lid 2, van de Nitraatrichtlijn aangewezen stuk land;154° kwetsbare zone water: een overeenkomstig artikel 3, lid 2, van de Nitraatrichtlijn aangewezen stuk land;
+17 −5 mestdecreet/art. 22
1§ 1. Bij bemesting mogen de opgebrachte meststoffen niet afspoelen.1§ 1. Bij bemesting mogen de opgebrachte meststoffen niet afspoelen.
2Bij bemesting worden dierlijke mest en andere meststoffen emissiearm als volgt opgebracht:2Bij bemesting worden dierlijke mest en andere meststoffen emissiearm als
31° op grasland met zode-injectie, sleepslangtechniek of sleufkouter;
3volgt opgebracht:
41° op grasland met zode-injectie, zodenbemester of sleufkouter. Op grasland dat gescheurd zal worden, mogen de meststoffen ook via het direct inwerken na spreiden worden opgebracht;
42° op beteelde landbouwgronden die geen grasland zijn, met mestinjectieof sleepslangtechniek;52° op beteelde landbouwgronden die geen grasland zijn, met mestinjectie, zodenbemester, sleufkouter of sleepslangtechniek;
53° op niet-beteelde landbouwgrond met mestinjectie of met het in twee opeenvolgende werkgangen uitspreiden en inwerken van de mest, waarbij de mest binnen twee uur na het uitspreiden moet zijn ingewerkt op het perceel in kwestie. Op zaterdagen is het verplicht om de dierlijke mest onmiddellijk in te werken.
63° op niet-beteelde landbouwgrond met mestinjectie of via het direct inwerken van de mest na spreiden.
6In afwijking van het tweede lid, worden de volgende meststoffen niet-emissiearm opgebracht:7In afwijking van het tweede lid, worden de volgende meststoffen niet-emissiearm opgebracht:
71° spuistroom, gft-compost of groencompost;81° spuistroom, gft-compost of groencompost;
134° vaste dierlijke mest arm aan ammoniakale stikstof en vaste andere meststoffen arm aan ammoniakale stikstof die gebruikt wordt voor bepaalde houtachtige teelten.144° vaste dierlijke mest arm aan ammoniakale stikstof en vaste andere meststoffen arm aan ammoniakale stikstof die gebruikt wordt voor bepaalde houtachtige teelten.
14In afwijking van het tweede lid, 3°, worden de vaste dierlijke mest en vaste andere meststoffen die arm zijn aan ammoniakale stikstof binnen 24 uur na de opbrenging ingewerkt.15In afwijking van het tweede lid, 3°, worden de vaste dierlijke mest en vaste andere meststoffen die arm zijn aan ammoniakale stikstof binnen 24 uur na de opbrenging ingewerkt.
16Ureumhoudende kunstmest wordt als volgt opgebracht:
171° via directe inwerking na het spreiden;
182° via injectie;
193° door bij de opbrenging ervan gebruik te maken van ureaseremmers;
204° via door de Vlaamse Regering, na advies van de instanties, vermeld in deel 2, hoofdstuk 2.17, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, vast te stellen alternatieve methodes die minstens even efficiënt zijn als de methodes, vermeld in punt 1°, 2° en 3°, voor de emissiearme opbrenging van ureumhoudende kunstmeststoffen.
21Het direct inwerken na spreiden als vermeld in het tweede en het vijfde lid wordt op een van de volgende wijzen uitgevoerd:
221° het spreiden en inwerken van de meststoffen in één enkele werkgang;
232° het spreiden en inwerken van de meststoffen, met verschillende vervoerscombinaties, waarbij voldaan is aan al de volgende voorwaarden:
24a) bij de start van het spreiden van de meststoffen is op hetzelfde perceel al een tweede vervoerscombinatie aanwezig die de gespreide meststoffen zal inwerken;
25b) uiterlijk onmiddellijk nadat de eerste opslagtank van de vervoerscombinatie die de mest spreidt, leeg is, wordt er gestart met het inwerken van de gespreide meststoffen;
26c) er wordt pas gestopt met het inwerken van de gespreide meststoffen als al de gespreide meststoffen ingewerkt zijn.
15Om gebruik te maken van de afwijking, vermeld in het derde lid, 2°, moet het gehalte aan ammoniakale stikstof, vermeld in het derde lid, 2°, bewezen worden volgens een analyse, uitgevoerd door een erkend laboratorium.27Om gebruik te maken van de afwijking, vermeld in het derde lid, 2°, moet het gehalte aan ammoniakale stikstof, vermeld in het derde lid, 2°, bewezen worden volgens een analyse, uitgevoerd door een erkend laboratorium.
16De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen ter uitvoering van dit artikel, kan de bemestingstechnieken, vermeld in het eerste lid, nader omschrijvenen kan aan het gebruik van de afwijking, vermeld in het derde lid, 2°, extra voorwaarden verbinden.28De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen ter uitvoering van dit artikel, kan de bemestingstechnieken, vermeld in deze paragraaf, nader omschrijven, kan de minimale hoeveelheid ureaseremmers die gebruikt moet worden, bepalen, en kan aan het gebruik van de afwijking, vermeld in het derde lid, 2°, extra voorwaarden verbinden.
17§ 2. ...29§ 2. ...
18§ 3. De Vlaamse Regering kan bepalen dat onder welbepaalde voorwaarden voor wetenschappelijke proefnemingen de toelating gegeven kan worden om af te wijken van voorgaande paragrafen.30§ 3. De Vlaamse Regering kan bepalen dat onder welbepaalde voorwaarden voor wetenschappelijke proefnemingen de toelating gegeven kan worden om af te wijken van voorgaande paragrafen.
+5 −3 mestdecreet/art. 23
22§ 4. Wanneer de aangifteplichtige overleden is of failliet verklaard rust de verplichting tot aangifte in het eerste geval op zijn erfgenamen of legatarissen en in het tweede geval op zijn curator.22§ 4. Wanneer de aangifteplichtige overleden is of failliet verklaard rust de verplichting tot aangifte in het eerste geval op zijn erfgenamen of legatarissen en in het tweede geval op zijn curator.
23§ 5. Elke aangifteplichtige landbouwer als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, doet elk jaar, per exploitatie, aangifte van de volgende gegevens:23§ 5. Elke aangifteplichtige landbouwer als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, doet elk jaar, per exploitatie, aangifte van de volgende gegevens:
241° het aantal standplaatsen van de dieren, vermeld in artikel 27, die konden gehouden worden op 1 januari van het lopende kalenderjaar;241° het aantal standplaatsen van de dieren, vermeld in artikel 27, die konden gehouden worden op 1 januari van het lopende kalenderjaar, gespecificeerd per stal;
252° per diercategorie , het gemiddeld aantal dierenvermeld in artikel 27, die gehouden zijn in het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van aangifte. De dieren die behoren tot de diersoort rundvee moeten niet vermeld worden;252° per diercategorie en gespecificeerd per stal, het gemiddelde aantal dieren, vermeld in artikel 27, die gehouden zijn in het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar van aangifte;
263° de opslagcapaciteit van mest op 1 januari van het lopende kalenderjaar, uitgedrukt in m®;263° de opslagcapaciteit van mest op 1 januari van het lopende kalenderjaar, uitgedrukt in m®;
274° de opgeslagen hoeveelheid mest op 1 januari van het lopende kalenderjaar uitgedrukt in m® en de samenstelling ervan uitgedrukt in kg stikstof en difosforpentoxide;274° de opgeslagen hoeveelheid mest op 1 januari van het lopende kalenderjaar uitgedrukt in m® en de samenstelling ervan uitgedrukt in kg stikstof en difosforpentoxide;
329° de hoeveelheid dierlijke mest, inclusief rechtstreekse uitscheiding bij begrazing, andere meststoffen en kunstmest, uitgedrukt in kg stikstof en difosforpentoxide, die in het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van aangifte, is afgezet op eigen landbouwgrond buiten het Vlaamse Gewest;329° de hoeveelheid dierlijke mest, inclusief rechtstreekse uitscheiding bij begrazing, andere meststoffen en kunstmest, uitgedrukt in kg stikstof en difosforpentoxide, die in het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van aangifte, is afgezet op eigen landbouwgrond buiten het Vlaamse Gewest;
3310° de productie aan voedingswater uitgedrukt in m® en de samenstelling ervan uitgedrukt in kg stikstof en difosforpentoxide in het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van aangifte;3310° de productie aan voedingswater uitgedrukt in m® en de samenstelling ervan uitgedrukt in kg stikstof en difosforpentoxide in het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van aangifte;
3411° de productie aan spuistroom uitgedrukt in m® en de samenstelling ervan uitgedrukt in kg stikstof en difosforpentoxide in het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van aangifte.3411° de productie aan spuistroom uitgedrukt in m® en de samenstelling ervan uitgedrukt in kg stikstof en difosforpentoxide in het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van aangifte;
3512° de ammoniakemissiereducerende maatregelen, vermeld in artikel 2, eerste lid, 5°, die op de exploitatie worden toegepast.
35Ter staving van het gegeven als vermeld in het eerste lid, 5°, beschikt de landbouwer in het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van aangifte over een overzicht van alle leveringen van kunstmest op zijn bedrijf, gestaafd door de nodige documenten.36Ter staving van het gegeven als vermeld in het eerste lid, 5°, beschikt de landbouwer in het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van aangifte over een overzicht van alle leveringen van kunstmest op zijn bedrijf, gestaafd door de nodige documenten.
36De Vlaamse Regering kan deze lijst aanvullen of wijzigen.37De Vlaamse Regering kan deze lijst aanvullen of wijzigen.
38§5/1. Elke aangifteplichtige uitbater van een bewerkings- of verwerkingseenheid als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, vermeldt in zijn aangifte de hoeveelheid NH3 die er het afgelopen jaar geëmitteerd is, gespecificeerd per NH3-emissiepunt.
37§ 6. De personeelsleden van de Vlaamse Landmaatschappij, de door haar erkende mestvoerders, de derden waarop de Vlaamse Landmaatschappij voor de uitoefening van haar taken een beroep doet, alsmede eenieder die in welke hoedanigheid ook kennis krijgen van de gegevens en inlichtingen, verzameld in uitvoering van dit decreet, zijn gehouden tot geheimhouding ervan. Deze geheimhoudingsverplichting doet geen afbreuk aan de regeling inzake openbaarmaking van milieu-informatie, vermeld in titel II, hoofdstuk 3, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 . Deze geheimhoudingsverplichting is niet van toepassing voor uitwisselingen van gegevens met instanties van de Vlaamse overheid als vermeld in artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.39§ 6. De personeelsleden van de Vlaamse Landmaatschappij, de door haar erkende mestvoerders, de derden waarop de Vlaamse Landmaatschappij voor de uitoefening van haar taken een beroep doet, alsmede eenieder die in welke hoedanigheid ook kennis krijgen van de gegevens en inlichtingen, verzameld in uitvoering van dit decreet, zijn gehouden tot geheimhouding ervan. Deze geheimhoudingsverplichting doet geen afbreuk aan de regeling inzake openbaarmaking van milieu-informatie, vermeld in titel II, hoofdstuk 3, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 . Deze geheimhoudingsverplichting is niet van toepassing voor uitwisselingen van gegevens met instanties van de Vlaamse overheid als vermeld in artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
38De Vlaamse Landmaatschappij mag de gegevens met betrekking tot de gemiddelde veebezetting als vermeld in paragraaf 1, 1°, overmaken aan de OVAM, die deze gegevens mag gebruiken in het kader van haar bevoegdheden rond de ophaling en verwerking van krengen.40De Vlaamse Landmaatschappij mag de gegevens met betrekking tot de gemiddelde veebezetting als vermeld in paragraaf 1, 1°, overmaken aan de OVAM, die deze gegevens mag gebruiken in het kader van haar bevoegdheden rond de ophaling en verwerking van krengen.
+20 −3 mestdecreet/art. 24
1§1. Elke landbouwer als vermeld in artikel 23, §1, die dieren houdtis ertoe gehouden een register bij te houden met betrekking tot de veestapel. In afwijking van het voorgaande moet voor dieren van de diersoort 1° RUNDVEE geen register bijgehouden worden.1§1. Elke landbouwer als vermeld in artikel 23, §1, die dieren houdt, is ertoe gehouden een register op stalniveau bij te houden voor de veestapel.
2Het register, vermeld in het eerste lid, wordt gebruikt voor het bepalen van de gemiddelde veebezetting . Voor dieren van de diersoort 1° RUNDVEE wordt de gemiddelde veebezetting bepaald op basis van de cijfergegevens over de dierenaantallen, vermeld in de databank van Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw.2Het register, vermeld in het eerste lid, wordt gebruikt om de gemiddelde veebezetting te bepalen. Voor dieren van de diersoort rundvee, vermeld in artikel 27, §1, 1°, wordt de gemiddelde veebezetting bepaald op basis van de cijfergegevens over de dierenaantallen, vermeld in de databank van Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw.
3In afwijking van het eerste en het tweede lid kan de Vlaamse Regering ook voor andere dieren dan runderen bepalen dat er geen of slechts een beperkt register moet bijgehouden worden of dat voor het bepalen van de gemiddelde veebezetting andere informatiebronnen dan louter het register, vermeld in het eerste lid, gebruikt worden.3In afwijking van het eerste en tweede lid kan de Vlaamse Regering bepalen dat er geen register of maar een beperkt register bijgehouden hoeft te worden of dat voor het bepalen van de gemiddelde veebezetting andere informatiebronnen dan louter het register, vermeld in het eerste lid, gebruikt worden.
4§ 2. Eenieder die minstens 10 000 kg N per jaar, uit kunstmest produceert, verdeelt, importeert of exporteert en deze levert aan verdelers of landbouwers, is ertoe gehouden een register bij te houden met betrekking tot de hoeveelheden en soorten meststoffen, inzonderheid hun gehalte aan N en P2O5 die hij importeert, exporteert, verdeelt of levert aan landbouwers.4§ 2. Eenieder die minstens 10 000 kg N per jaar, uit kunstmest produceert, verdeelt, importeert of exporteert en deze levert aan verdelers of landbouwers, is ertoe gehouden een register bij te houden met betrekking tot de hoeveelheden en soorten meststoffen, inzonderheid hun gehalte aan N en P2O5 die hij importeert, exporteert, verdeelt of levert aan landbouwers.
5Uiterlijk vanaf 1 juli 2020 moet het bijhouden van het register, vermeld in deze paragraaf, op een digitale wijze gebeuren waarbij de geregistreerde gegevens geautomatiseerd doorgestuurd worden naar de Mestbank. De Vlaamse Regering kan hiervoor de nadere regels bepalen en zal, als dit digitaal bijhouden en doorsturen niet uiterlijk vanaf 1 juli 2020 gerealiseerd kan worden, extra maatregelen nemen.5Uiterlijk vanaf 1 juli 2020 moet het bijhouden van het register, vermeld in deze paragraaf, op een digitale wijze gebeuren waarbij de geregistreerde gegevens geautomatiseerd doorgestuurd worden naar de Mestbank. De Vlaamse Regering kan hiervoor de nadere regels bepalen en zal, als dit digitaal bijhouden en doorsturen niet uiterlijk vanaf 1 juli 2020 gerealiseerd kan worden, extra maatregelen nemen.
11§ 6. Elke landbouwer die percelen landbouwgrond gebruikt, houdt een register bij met betrekking tot de hoeveelheid kunstmest die hij op zijn bedrijf ontvangt en gebruikt. Het gebruik van de kunstmest wordt geregistreerd op perceelsniveau.11§ 6. Elke landbouwer die percelen landbouwgrond gebruikt, houdt een register bij met betrekking tot de hoeveelheid kunstmest die hij op zijn bedrijf ontvangt en gebruikt. Het gebruik van de kunstmest wordt geregistreerd op perceelsniveau.
12Uiterlijk vanaf 1 juli 2020 moet het bijhouden van het register, vermeld in deze paragraaf, op een digitale wijze gebeuren waarbij de geregistreerde gegevens geautomatiseerd doorgestuurd worden naar de Mestbank. De Vlaamse Regering kan hiervoor de nadere regels bepalen en zal, als dit digitaal bijhouden en doorsturen niet uiterlijk vanaf 1 juli 2020 gerealiseerd kan worden, extra maatregelen nemen.12Uiterlijk vanaf 1 juli 2020 moet het bijhouden van het register, vermeld in deze paragraaf, op een digitale wijze gebeuren waarbij de geregistreerde gegevens geautomatiseerd doorgestuurd worden naar de Mestbank. De Vlaamse Regering kan hiervoor de nadere regels bepalen en zal, als dit digitaal bijhouden en doorsturen niet uiterlijk vanaf 1 juli 2020 gerealiseerd kan worden, extra maatregelen nemen.
13§7. Elke uitbater van een bewerkings- of verwerkingseenheid als vermeld in artikel 23, §1, eerste lid, 3°, registreert per NH3-emissiepunt de ammoniakemissies van zijn uitbating. De uitbater van een bewerkings- of verwerkingseenheid zorgt ervoor dat er op zijn uitbating voldoende meetapparatuur aanwezig is om een correcte registratie van de ammoniakemissie van zijn uitbating per NH3-emissiepunt toe te laten.
14De uitbater van de bewerkings- of verwerkingseenheid bezorgt een overzicht van de NH3-emissiepunten op zijn uitbating aan de Mestbank. Dat overzicht bevat minstens de volgende gegevens:
151° een plan met aanduiding van de aanwezige gebouwen en constructies, en met vermelding, per gebouw of constructie, van alle aanwezige emissiepunten;
162° per emissiepunt, vermeld in punt 1°, de volgende gegevens:
17a) de x- en y-coördinaten;
18b) de vermelding of de luchtaanvoer naar het emissiepunt in kwestie op natuurlijke of op mechanische wijze gebeurt, waarbij voor punten waar de luchtaanvoer op mechanische wijze gebeurt, ook per punt de volgende gegevens vermeld worden:
191) de vermelding of de uitstoot van het punt in kwestie verticaal of
20horizontaal georiënteerd is;
212) de diameter van het emissiepunt in kwestie, bij uitstoot;
223) het debiet van het emissiepunt in kwestie;
23c) de hoogte van het emissiepunt in kwestie, bij uitstoot;
24d) de temperatuur van de geëmitteerde lucht. Als de temperatuur van de geëmitteerde lucht kan variëren, de minimale en de maximale temperatuur van de geëmitteerde lucht;
25e) de meetapparatuur waarmee de NH3-emissie van het emissiepunt in kwestie bepaald zal worden, de exacte locatie waar de meetapparatuur geplaatst is, en de wijze waarop, op basis van de resultaten van meetapparatuur, de ammoniakemissie van dat emissiepunt bepaald zal worden.
26Bij elke wijziging van de uitbating bezorgt de uitbater aan de Mestbank een nieuw overzicht als vermeld in het tweede lid.
27De Mestbank kijkt na of op basis van de gegevens, vermeld in het overzicht, alle NH3-emissiepunten van de uitbating opgenomen zijn, zodat de ammoniakemissie van de volledige uitbating geregistreerd wordt, en of de vermelde meetapparatuur afdoende is om de ammoniakemissie per NH3-emissiepunt te bepalen. Als de gegevens, vermeld in het overzicht, onvoldoende zijn, kan de Mestbank de ontbrekende emissiepunten aanduiden of bepalen dat er ontbrekende meetapparatuur geplaatst moet worden.
28De Mestbank kent voor elk NH3-emissiepunt een identificatienummer toe.
29De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de toepassing van deze paragraaf en kan extra eisen bepalen voor de meetapparatuur die gebruikt moet worden om de NH3-emissie te bepalen. De Vlaamse Regering kan daarbij bepalen dat de gegevens van die meetapparatuur op automatische wijze aan de Mestbank bezorgd moeten worden, en kan de voorwaarden bepalen waaronder de NH3-emissie van een emissiepunt niet bepaald hoeft te worden op basis van meetapparatuur. De Vlaamse Regering kan nader bepalen op welke wijze het overzicht, vermeld in het tweede lid, aan de Mestbank bezorgd moet worden, en op welke wijze bezwaar kan ingediend worden tegen de beoordeling en in voorkomend geval de aanduiding van ontbrekende emissiepunten of bepaling van ontbrekende meetapparatuur als vermeld in het vierde lid.
+23 −39 mestdecreet/art. 34
1§1. Bedrijfsontwikkeling is mogelijk door:1§1. Bedrijfsontwikkeling is mogelijk door:
21° de overname van nutriëntenemissierechten met annulering van een 25% van de overgenomen nutriëntenemissierechten;21° de overname van nutriëntenemissierechten met annulering van 25% van de overgenomen nutriëntenemissierechten;
3De overnemer kan ervoor opteren om 25 percent van de overgenomen nutriëntenemissierechten te verwerken door verwerking van mest afkomstig van het eigen bedrijf in plaats van deze te laten annuleren. De verwerking van 25 percent nutriëntenemissierechten gebeurt in voorkomend geval, bovenop de mestverwerkingsplicht, zoals bepaald in artikel 29.
42° de overname van nutriëntenemissierechten zonder annulering :32° de overname van nutriëntenemissierechten zonder annulering in het kader van een familiale overdracht.
5a) ofwel indien alle nutriëntenemissierechten van een bepaald bedrijf overgenomen worden in het kader van een eerste installatie waarbij de overnemer jonger is dan 40 jaar en nog niet beschikt of beschikt heeft over een eigen bedrijf. De nutriëntenemissierechten die in het kader van een eerste installatie worden overgenomen, zijn gedurende drie kalenderjaren volgend op die overname slechts verder overdraagbaar op grond van 1° of op grond van 2°, a). Als de nutriëntenemissierechten worden overgenomen door een vennootschap met rechtspersoonlijkheid, moeten de bij de vennootschap betrokken personen samen minstens 51 % van de aandelen van die rechtspersoon bezitten. Als binnen de drie jaar na de datum waarop de overname van de nutriëntenemissierechten ingaat, de aandelen van de vennootschap met rechtspersoonlijkheid geheel of gedeeltelijk worden overgedragen, waardoor na de overdracht van die aandelen, niet minstens 51 % van de aandelen van die vennootschap nog eigendom zijn van de bij de vennootschap betrokken personen, of als de functie van zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder wordt toegewezen aan een derde die niet jonger is dan 40 jaar of aan een derde die beschikt of beschikt heeft over een eigen bedrijf, dan wordt alsnog ambtshalve een annulering van 25 % van de overgenomen nutriëntenemissierechten doorgevoerd. De annulering gaat in op de eerste dag van de derde maand die volgt op de via beveiligde zending verzonden kennisgevingsbrief van de Mestbank. Als de nutriëntenemissierechten tijdens die tijdsspanne verder worden overgedragen, dan gaat, in afwijking van de bepalingen van de vorige zin, de annulering in op de dag van de verdere overdracht. De annulering van de niet-ingevulde nutriëntenemissierechten die gepaard gaat met de annulering met 25 % van de overgenomen nutriëntenemissierechten, wordt bepaald op grond van de invulling van de nutriëntenemissierechten gedurende de laatste drie gekende kalenderjaren die voorafgaan aan de datum van de overname van de nutriëntenemissierechten;
6b) ofwel indien de nutriëntenemissierechten worden overgedragen aan een landbouwer, waarvan elke persoon die deel uitmaakt van de overnemende landbouwer :
71° hetzij zelf deel uitmaakt van de overlatende landbouwer;
4Onder een familiale overdracht als vermeld in het eerste lid, 2°, wordt begrepen een overdracht van nutriëntenemissierechten van een landbouwer naar een landbouwer, waarbij de relatie tussen de overlatende en de overnemende landbouwer, onder een van de volgende gevallen valt:
51° de overnemende landbouwer is de echtgenoot of echtgenote van de overlatende landbouwer;
82° hetzij een bloed- of aanverwant in de nederdalende lijn is van een natuurlijke persoon die deel uitmaakt van de overlatende landbouwer;62° de overnemende landbouwer is een bloed- of aanverwant in de rechte lijn van de overlatende landbouwer;
93° hetzij een bloed- of aanverwant is in de tweede graad in de zijlijn van een natuurlijke persoon die deel uitmaakt van de overlatende landbouwer;
104° hetzij de echtgenoot of echtgenote is van een natuurlijke persoon, die deel uitmaakt van de overlatende landbouwer;
115° hetzij een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid is onder de volgende voorwaarden:73° de overnemende landbouwer is een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid die voldoet aan de volgende twee voorwaarden:
12- minstens 80% van de aandelen van de personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid moet eigendom zijn van één of meerdere personen vermeld in punt 1° tot en met punt 4° of punt 6° ;
13- de zaakvoeder, beherende vennoot of bestuurder van de personenvennootschap moet een persoon zijn, vermeld in in punt 1° tot en met punt 4° of punt 6° .
8a) minstens 80% van de aandelen van de personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid is eigendom van de overlatende landbouwer, van diens echtgenoot of van een bloed- of aanverwant in de rechte lijn van de overlatende landbouwer;
9b) elke zaakvoeder, beherende vennoot of bestuurder van de personenvennootschap, is de overlatende landbouwer, diens echtgenoot of een bloed- of aanverwant in de rechte lijn van de overlatende landbouwer;
104° de overnemende landbouwer is, in het geval de overlatende landbouwer een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid betreft, een natuurlijke persoon die voldoet aan de volgende twee voorwaarden:
11a) de afgelopen drie jaren voorafgaand aan de overdracht waren minstens 80% van de aandelen van de overlatende landbouwer, steeds eigendom van de overnemende landbouwer, van diens echtgenoot of van een bloed- of aanverwant in de rechte lijn van de overnemende landbouwer;
12b) de afgelopen drie jaren voorafgaand aan de overdracht, was elke zaakvoeder, beherende vennoot of bestuurder van de overlatende landbouwer hetzij de overnemende landbouwer, hetzij diens echtgenoot, hetzij een bloed- of aanverwant in de rechte lijn van de overnemende landbouwer;
135° zowel de overnemende als de overlatende landbouwer zijn een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, en er is voldaan aan de volgende twee voorwaarden:
14a) de afgelopen drie jaren voorafgaand aan de overdracht waren minstens 80% van de aandelen van de overlatende landbouwer, steeds eigendom van de overnemende landbouwer, van een aandeelhouder van de overnemende landbouwer, of van een echtgenoot of een bloed- of aanverwant in de rechte lijn van een aandeelhouder van de overnemende landbouwer;
15b) elke zaakvoeder, beherende vennoot of bestuurder van de overnemende landbouwer, was de afgelopen drie jaren voorafgaand aan de overdracht, door één functie of door een opeenvolging van verschillende functies, hetzij als zaakvoerder, beherend vennoot of bestuurder van de overlatende landbouwer, hetzij als een echtgenoot of een bloed- of aanverwant in de rechte lijn van een zaakvoerder, beherend vennoot of bestuurder van de overlatende landbouwer, bij de overlatende landbouwer betrokken.
16Als binnen de vijf jaar na een overdracht als vermeld in het eerste lid, 2°, een nieuwe overdracht van nutriëntenemissierechten gebeurt, kan dit enkel op grond van het eerste lid, 1°, behoudens in het geval de tweede overnemende landbouwer zowel met de eerste overlatende landbouwer als met de tweede overlatende landbouwer, een relatie als vermeld in het tweede lid heeft.
14Deze nutriëntenemissierechten zijn gedurende de periode van vijf jaar die volgt op de overnamedatum, alleen verder overdraagbaar op grond van punt 1° of op grond van punt 2°, a), of op grond van een inbreng als vermeld in het derde lid. Als binnen vijf jaar na de datum waarop de overdracht van de nutriëntenemissierechten ingaat, de aandelen van de personenvennootschap geheel of gedeeltelijk worden overgedragen, waardoor, na de overdracht van die aandelen niet minstens 80 % van de aandelen van de personenvennootschap nog eigendom zijn van een of meer personen als vermeld in punt 1° tot en met punt 4° of punt 6°, of als na de datum waarop de overdracht van de nutriëntenemissierechten ingaat, een functie van zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder van de overnemende personenvennootschap toch wordt toegewezen aan een derde die niet vermeld is in punt 1° tot en met punt 4° of punt 6°, dan wordt alsnog ambtshalve een annulering van 25% van de overgenomen nutriëntenemissierechten doorgevoerd. De annulering gaat in op de eerste dag van de derde maand die volgt op de via beveiligde zending verzonden kennisgevingsbrief van de Mestbank. Als deze nutriëntenemissierechten tijdens die tijdsspanne verder worden overgedragen, dan gaat, in afwijking van de bepalingen van de vorige zin, de annulering in op de dag van de verdere overdracht. De annulering van de niet-ingevulde nutriëntenemissierechten die gepaard gaat met de annulering met 25% van de nutriëntenemissierechten, wordt bepaald op grond van de invulling van de nutriëntenemissierechten gedurende de laatste drie gekende kalenderjaren die voorafgaan aan de datum van de overname van de nutriëntenemissierechten.17Als binnen de vijf jaar na een overdracht waarbij de overnemende landbouwer een personenvennootschap is als vermeld in het tweede lid, 3° of 5°, niet langer voldaan is aan een van de twee voorwaarden, vermeld in het tweede lid, 3°, a) of b), respectievelijk 5°, a) of b), wordt alsnog ambtshalve een annulering van 25% van de overgenomen nutriëntenemissierechten doorgevoerd. De annulering gaat in op de eerste dag van de derde maand die volgt op de via beveiligde zending verzonden kennisgevingsbrief van de Mestbank. Als deze nutriëntenemissierechten tijdens die tijdspanne verder worden overgedragen, dan gaat, in afwijking van de bepalingen van de vorige zin, de annulering in op de dag van de verdere overdracht. De annulering van de niet-ingevulde nutriëntenemissierechten die gepaard gaat met de annulering met 25% van de nutriëntenemissierechten, wordt bepaald op grond van de invulling van de nutriëntenemissierechten gedurende de laatste drie gekende kalenderjaren die voorafgaan aan de datum van de overname van de nutriëntenemissierechten.
15Indien de nutriëntenemissierechten door de personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid worden overgedragen aan de landbouwer die de inbreng ervan heeft gedaan of aan één of meerdere personen als vermeld in in punt 1° tot en met punt 4° of punt 6° gebeurt de overname eveneens zonder annulering;
166° hetzij een bloed- of aanverwant in opgaande lijn is van een natuurlijke persoon die deel uitmaakt van een overlatende landbouwer in het geval deze laatste wegens geattesteerde ziekte van lange duur of overlijden niet meer in staat is de exploitatie te voeren.
18Als de landbouwer bestaat uit een vennootschap wordt elke wijziging van de vennoten, aandeelhouders of bestuurders van de vennootschap waaruit de landbouwer bestaat, beschouwd als een overname van nutriëntenemissierechten, waarbij 25% van de nutriëntenemissierechten van de landbouwer geannuleerd wordt als vermeld in het eerste lid, 1°, tenzij de relatie tussen de vennootschap voor de wijziging en de vennootschap na de wijziging, voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, 5°.
17Onder « deel uitmaken van een landbouwer » wordt verstaan : het als persoon of als lid van een groepering van personen uitbaten van een exploitatie van de landbouwer;19Als de overnemende landbouwer bestaat uit een groepering van meerdere personen, moet elk van de personen die deel uitmaken van de groepering, hetzij zelf de overlatende landbouwer zijn, hetzij onder een van de gevallen als vermeld in het tweede lid, 1° tot en met 5°, vallen.
18c) ...
19d) ...
20e) ...
21f) ofwel indien de nutriëntenemissierechten worden overgedragen van een landbouwer bestaande uit een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid aan een landbouwer waarvan elke persoon die deel uitmaakt van de overnemende landbouwer een persoon is die voldoet aan een van de voorwaarden beschreven in 1° tot en met 6° en die tegelijk eveneens voldoet aan een van de voorwaarden beschreven in 7° tot en met 12° :
221° het betreft een natuurlijke persoon die op 1 januari 2007 of sedert minstens de drie laatste jaren voorafgaand aan de overdrachtsdatum, ononderbroken zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder was van de overlatende vennootschap;
232° het betreft een bloed- of aanverwant in de nederdalende lijn van de persoon vermeld in 1° ;
243° het betreft een bloed- of aanverwant in de tweede graad in de zijlijn van de persoon vermeld in 1° ;
254° het betreft de echtgenoot of echtgenote van de persoon vermeld in 1° ;
265° het betreft een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid waarvan elke zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder een persoon is als vermeld in 1° tot en met 4° of 6°. De nutriëntenemissierechten zijn gedurende de periode van vijf jaar die volgt op de overnamedatum, alleen verder overdraagbaar op grond van punt 1° of op grond van punt 2°, a). Als binnen de vijf jaar na de datum waarop de overname van de nutriëntenemissierechten ingaat, toch een functie van zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder wordt toegewezen aan een derde die niet vermeld is in punt 1° tot en met punt 4° of punt 6°, dan wordt alsnog een ambtshalve annulering van 25 % van de overgenomen nutriëntenemissierechten doorgevoerd. De annulering gaat in op de eerste dag van de derde maand die volgt op de via beveiligde zending verzonden kennisgevingsbrief van de Mestbank. Als de nutriëntenemissierechten tijdens die tijdsspanne verder worden overgedragen, dan gaat, in afwijking van de bepalingen van de vorige zin, de annulering in op de dag van de verdere overdracht. De annulering van de niet-ingevulde nutriëntenemissierechten die gepaard gaat met de annulering met 25 % van de nutriëntenemissierechten, wordt bepaald op grond van de invulling van de nutriëntenemissierechten gedurende de laatste drie gekende kalenderjaren die voorafgaan aan de datum van de overname van de nutriëntenemissierechten;
276° het betreft een bloed- of aanverwant in opgaande lijn van de persoon vermeld in 1°, als de persoon, vermeld in 1°, wegens geattesteerde ziekte van lange duur of overlijden niet meer in staat is een exploitatie uit te baten;
287° het betreft een natuurlijk persoon die aandeelhouder is in de overlatende vennootschap en die sedert 1 januari 2007, of sedert minstens de drie laatste jaren voorafgaand aan de overdrachtsdatum, ononderbroken, zelf of samen met zijn bloed- of aanverwanten in de nederdalende lijn, zijn bloed- of aanverwanten in de tweede graad in de zijlijn, zijn echtgenoot of echtgenote, en zijn bloed- of aanverwanten in opgaande lijn, alle aandelen van de overlatende vennootschap bezit;
298° het betreft een bloed- of aanverwant in de nederdalende lijn van een aandeelhouder als vermeld in 7° ;
309° het betreft een bloed- of aanverwant in de tweede graad in de zijlijn van een aandeelhouder als vermeld in 7° ;
3110° het betreft de echtgenoot of de echtgenote van een aandeelhouder als vermeld in 7° ;
3211° het betreft een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid waarbij alle aandelen van de overnemende personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid eigendom zijn van één of meerdere personen vermeld in 7° tot en met 10° of 12°. De nutriëntenemissierechten zijn gedurende de periode van vijf jaar die volgt op de overnamedatum, alleen verder overdraagbaar op grond van punt 1° of op grond van punt 2°, a). Als binnen de vijf jaar na de datum waarop de overdracht van de nutriëntenemissierechten ingaat, de aandelen van de personenvennootschap toch geheel of gedeeltelijk worden overgedragen aan een derde die niet vermeld is in punt 7° tot en met punt 10° of punt 12°, dan wordt alsnog een ambtshalve annulering van 25 % van de overgenomen nutriëntenemissierechten doorgevoerd. De annulering gaat in op de eerste dag van de derde maand die volgt op de via beveiligde zending verzonden kennisgevingsbrief van de Mestbank. Als deze nutriëntenemissierechten tijdens die tijdsspanne verder worden overgedragen, dan gaat, in afwijking van de bepalingen van de vorige zin, de annulering in op de dag van de verdere overdracht. De annulering van de niet-ingevulde nutriëntenemissierechten die gepaard gaat met de annulering met 25 % van de nutriëntenemissierechten, wordt bepaald op grond van de invulling van de nutriëntenemissierechten gedurende de laatste drie gekende kalenderjaren die voorafgaan aan de datum van de overname van de nutriëntenemissierechten;
3312° het betreft een bloed- of aanverwant in opgaande lijn van een aandeelhouder vermeld in 7° als deze aandeelhouder wegens geattesteerde ziekte van lange duur of overlijden niet meer in staat is een exploitatie uit te baten;
20Als de overlatende landbouwer bestaat uit een groepering van meerdere personen, is aan de voorwaarde, vermeld in het tweede lid, voldaan als hetzij de overnemende landbouwer een persoon is die deel uitmaakt van de groepering van meerdere personen waaruit de overlatende landbouwer bestaat, hetzij de overnemende landbouwer met één van de personen die deel uitmaakt van de groepering waaruit de overlatende landbouwer bestaat, een relatie heeft die valt onder een van de gevallen als vermeld in het tweede lid, 1° tot en met 5°.
34Een aanvraag op grond van dit artikel wordt ongegrond verklaard als blijkt dat op de overdrachtsdatum of in de tijdsspanne tussen de overdrachtsdatum en de datum van de definitieve akteneming van de overdracht, niet voldaan is aan een van de voorwaarden, vermeld in dit artikel.21Een aanvraag op grond van dit artikel wordt ongegrond verklaard als blijkt dat op de overdrachtsdatum of in de tijdsspanne tussen de overdrachtsdatum en de datum van de definitieve akteneming van de overdracht, niet voldaan is aan een van de voorwaarden, vermeld in deze paragraaf.
35De landbouwer brengt met een beveiligde zending de Mestbank op de hoogte van de toewijzing van een functie van zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder, of van een aandelenoverdracht, waarvoor in het eerste lid, 2°, a), b), 5°, f), 5° of 11°, een annulering met 25 % van de overgenomen nutriëntenemissierechten is opgenomen. De melding kan alleen geldig worden gedaan binnen de negentig dagen na de toewijzing van de functie en binnen de negentig dagen na de overdracht van de aandelen.22Als na een overdracht als vermeld in het tweede lid, 3° of 5°, of het vijfde lid, er een wijziging van een functie van zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder of een aandelenoverdracht gebeurt, brengt de landbouwer met een beveiligde zending de Mestbank op de hoogte van de toewijzing van een functie van zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder, of van een aandelenoverdracht. De melding kan alleen geldig worden gedaan binnen de negentig dagen na de toewijzing van de functie en binnen de negentig dagen na de overdracht van de aandelen.
36In het eerste lid, 2°, a), wordt verstaan onder bij de vennootschap betrokken personen: de zaakvoerders, beherende vennoten of bestuurders van de vennootschap.
37De Vlaamse Regering bepaalt op welke wijze voldaan wordt aan de voorwaarde dat de overnemer jonger moet zijn dan 40 jaar, als vermeld in het eerste lid, 2°, a), wanneer de overnemer een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid is.
38Voor de toepassing van dit artikel wordt een kapitaalsvennootschap waarvan alle aandelen op naam zijn, gelijkgesteld met een personenvennootschap.
39De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de uitzonderingen, vermeld in het eerste lid.23De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot dit artikel.
40§ 2. Een verhoging van de mestproductie of een nieuwe mestproductie is uitgesloten voor bedrijven waarvoor geheel of gedeeltelijk een stopzettingsvergoeding werd bekomen in het kader van het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van één of meerdere diersoorten.24§ 2. Een verhoging van de mestproductie of een nieuwe mestproductie is uitgesloten voor bedrijven waarvoor geheel of gedeeltelijk een stopzettingsvergoeding werd bekomen in het kader van het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van één of meerdere diersoorten.
+21 −0 mestdecreet/art. 35
1§1. De niet-ingevulde nutriëntenemissierechten van een bedrijf worden van rechtswege geannuleerd op 1 januari 2024.
2De niet-ingevulde nutriëntenemissierechten, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald op grond van het gemiddelde van de invulling van de nutriëntenemissierechten gedurende de kalenderjaren 2020, 2021 en 2022. Voor elk van de voormelde drie jaren wordt het aantal ingevulde nutriëntenemissierechten, uitgedrukt in aantal NER-D, bepaald. Vervolgens wordt het gemiddelde van die drie getallen genomen. Het voormelde gemiddelde dat wordt uitgedrukt in aantal NER-D, is de gemiddelde invulling. De gemiddelde invulling, die wordt uitgedrukt in aantal NER-D, wordt vervolgens met 10% verhoogd.
3In afwijking van het tweede lid worden voor landbouwers die in de kalenderjaren 2020, 2021 of 2022 dieren van de diercategorie legkippen hielden, de niet-ingevulde nutriëntenemissierechten als volgt bepaald:
41° voor de diercategorie legkippen wordt het hoogste van de invulling van de nutrientenemissierechten gedurende de kalenderjaren 2020, 2021 en 2022 bepaald. Voor elk van die drie jaren wordt het aantal ingevulde nutriëntenemissierechten, uitgedrukt in aantal NER-D, door legkippen, bepaald. Dat hoogste getal, uitgedrukt in aantal NER-D, geeft de ingevulde nutriëntenemissierechten door legkippen weer;
52° als door de landbouwer in kwestie in de kalenderjaren 2020, 2021 of 2022 ook dieren van een andere diercategorie dan van de diercategorie legkippen gehouden werden, worden de niet-ingevulde nutriëntenemissierechten berekend overeenkomstig het tweede lid voor al de dieren van de andere diercategorieën dan de diercategorie legkippen;
63° ten slotte wordt de som genomen van het resultaat van punt 1° en 2°. Het
7resultaat van die som geeft de ingevulde nutriëntenemissierechten weer.
8Als het resultaat van de berekening, vermeld in het tweede of het derde lid, lager is dan het aantal nutriëntenemissierechten waarover het bedrijf op 31 december 2023 beschikte, annuleert de Mestbank de nutriëntenemissierechten voor het verschil tussen het resultaat van de berekening, vermeld in het tweede of het derde lid, en het aantal nutriëntenemissierechten waarover het bedrijf op 31 december 2023 beschikte.
9§2. Voor de toepassing van dit artikel wordt, in voorkomend geval, geen rekening gehouden met de NER-MVW of de TNER-D waarover het bedrijf beschikt.
10Voor de toepassing van dit artikel wordt, in voorkomend geval, geen rekening gehouden met de nutriëntenemissierechten die een bedrijf sinds 1 januari 2017 heeft verworven.
11§3. De Mestbank vermeldt het aantal nutriëntenemissierechten dat van rechtswege geannuleerd is, uiterlijk op 1 september 2024, in het internetloket dat de Mestbank ter beschikking stelt. De landbouwer kan daartegen bezwaar indienen uiterlijk op 1 oktober 2024.
12Als de gemiddelde invulling van de nutriëntenemissierechten, die wordt uitgedrukt in aantal NER-D, in de kalenderjaren in kwestie, vermeld in paragraaf 1, tweede en derde lid, door overmacht meer dan 10% lager was dan normaal, kan de landbouwer uiterlijk op 1 oktober 2024, bij de Mestbank een verzoek indienen om voor de annulering van de niet-ingevulde nutriëntenemissierechten:
131° geen rekening te houden met het jaar of de jaren waarin de gemiddelde invulling van de nutriëntenemissierechten, die wordt uitgedrukt in aantal NER-D, door overmacht meer dan 10% lager was dan normaal als de situatie van overmacht, waardoor de gemiddelde invulling van de nutriëntenemissierechten, die wordt uitgedrukt in aantal NER-D, meer dan 10% lager was dan normaal, zich voordeed in een of twee van de kalenderjaren in kwestie, vermeld in paragraaf 1, tweede en derde lid;
142° rekening te houden met de gemiddelde invulling van de nutriëntenemissierechten, die wordt uitgedrukt in aantal NER-D, in 2019 als de situatie van overmacht, waardoor de gemiddelde invulling van de nutriëntenemissierechten, die wordt uitgedrukt in aantal NER-D, meer dan 10% lager was dan normaal, zich voordeed in alle drie van de kalenderjaren in kwestie, vermeld in paragraaf 1, tweede en derde lid.
15De landbouwer kan uiterlijk op 1 oktober 2024, aan de Mestbank een andere berekening voor de annulering van de niet-ingevulde nutriëntenemissierechten voorstellen als er op een van de exploitaties die tot het bedrijf behoren, sinds 1 januari 2017 investeringen gedaan zijn in de dierplaatsen die op de exploitatie aanwezig zijn, op voorwaarde dat die investeringen gedaan zijn binnen het kader van een geldige omgevingsvergunning. De voorgestelde andere berekening houdt rekening met de investeringen die sinds 1 januari 2017 gedaan zijn in de dierplaatsen die op de exploitatie aanwezig zijn, en blijft binnen het kader van een geldige omgevingsvergunning.
16Het bezwaar, vermeld in het eerste lid, en de verzoeken, vermeld in het tweede en derde lid, worden met een beveiligde zending bezorgd aan het afdelingshoofd van de Mestbank.
17Het afdelingshoofd van de Mestbank neemt een beslissing binnen zes maanden vanaf de verzending van de beveiligde zending, vermeld in het vierde lid. De indiener van het bezwaar, vermeld in het eerste lid, of van het verzoek, vermeld in het tweede en derde lid, wordt via het internetloket dat de Mestbank ter beschikking stelt, op de hoogte gebracht van de voormelde beslissing. De indiening van het voormelde bezwaar of voormelde verzoek schorst de aangevochten beslissing niet.
18§4. De landbouwer krijgt een vergoeding van 1 euro per initieel nutriëntenemissierecht dat van rechtswege geannuleerd wordt. De voormelde vergoeding wordt alleen toegekend als de landbouwer op 31 december 2023 over meer nutriëntenemissierechten beschikte dan op 1 januari 2007.
19Het aantal initiële nutriëntenemissierechten waarvoor een vergoeding wordt toegekend, wordt bepaald door eerst het verschil te maken tussen het aantal nutriëntenemissierechten waarover de landbouwer op 31 december 2023 beschikte, en het aantal nutriëntenemissierechten waarover de landbouwer op 1 januari 2007 beschikte. Het resultaat van de voormelde berekening is de NER-groei.
20Het aantal initiële nutriëntenemissierechten waarvoor een vergoeding wordt gegeven, wordt bekomen door het totale aantal te annuleren nutriëntenemissierechten te vermenigvuldigen met de verhouding tussen de NER-groei en het totaal aan nutriëntenemissierechten waarover de landbouwer op 31 december 2023 beschikte.
21§5. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor het bepalen van de te annuleren nutriëntenemissierechten, voor de beoordeling van de situaties van overmacht als vermeld in paragraaf 3 en voor de berekening en toekenning van de vergoeding, vermeld in paragraaf 4.
+20 −1 mestdecreet/art. 40
1De Vlaamse Regering kan een regeling voor het opkopen van nutriëntenemissierechten vaststellen. Het opkopen van nutriëntenemissierechten kan gebiedsgericht in functie van milieuresultaten plaatsvinden.1§1. De Vlaamse Regering kan een regeling voor het opkopen van nutriëntenemissierechten vaststellen. Het opkopen van nutriëntenemissierechten kan gebiedsgericht in functie van milieuresultaten plaatsvinden.
2§2. Als in 2026, bij het onderzoek, vermeld in artikel 55, blijkt dat een of meer van de doelstellingen, vermeld in artikel 55, eerste lid, van het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof, niet gehaald zijn, zal de VLM nutriëntenemissierechten opkopen. Het opkopen van nutriëntenemissierechten zal tot en met 31 december 2027 op vrijwillige basis gebeuren. Na 1 januari 2028 kan ook een regeling voor gedwongen opkoop van nutriëntenemissierechten ingevoerd worden. Bedrijven waarvoor de ammoniakreductie voor de dieren van de diersoort rundvee, vermeld in de tabel in artikel 27, §1, 1°, ten opzichte van de referentiesituatie 2021, al met 15% gedaald is, worden vrijgesteld van een gedwongen opkoop van nutriëntenemissierechten.
3De opkoop van nutriëntenemissierechten heeft betrekking op landbouwers die beschikken over ingevulde nutriëntenemissierechten.
4De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels over de opkoop van nutriënten-emissierechten, vermeld in deze paragraaf, en kan daarbij:
51° bepalen dat het opkopen van nutriëntenemissierechten gebiedsgericht kan gebeuren;
62° bepalen dat het opkopen van nutriëntenemissierechten geheel of gedeeltelijk gericht zal zijn op bepaalde types van bedrijven of dat bepaalde types van bedrijven geheel of gedeeltelijk vrijgesteld zullen zijn van het opkopen van nutriëntenemissierechten;
73° bepalen dat het opkopen van nutriëntenemissierechten geheel of gedeeltelijk gericht zal zijn op nutriëntenemissierechten waarmee in de jaren die voorafgaan aan de opkoop van de nutriëntenemissierechten, dieren van een of meer aangeduide diercategorieën gehouden werden;
84° bepaalde types van bedrijven vrijstellen van een gedwongen opkoop van nutriënten-emissierechten;
95° de nadere regels bepalen voor de vergoedingen die betaald zullen worden aan de landbouwers van wie nutriëntenemissierechten opgekocht werden;
106° de nadere regels bepalen voor landbouwers van wie nutriëntenemissierechten opgekocht worden en die zowel over ingevulde als over niet-ingevulde nutriëntenemissierechten beschikken.
11§3. Er wordt bij de Mestbank een Stikstofdatabank voor Starters, hierna SDS te noemen, opgericht als de opkoopregelingen van nutriëntenemissierechten succesvol gebleken zijn waardoor de beschikbare nutriëntenemissierechten de ontwikkelingsmogelijkheden voor startende landbouwers beperken.
12De Vlaamse Regering beoordeelt of voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid. Als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, zal de Vlaamse Regering de SDS oprichten, met dien verstande dat de SDS ten vroegste op 1 januari 2026 opgericht wordt.
13Als de Vlaamse Regering beslist de SDS op te richten, wordt in de SDS de helft van de nutriëntenemissierechten geplaatst die met toepassing van artikel 31, §2, tweede lid, 2°, geannuleerd worden, vanaf het moment van de oprichting van de SDS.
14De Vlaamse Regering werkt een regeling uit om de nutriëntenemissierechten, geplaatst in de SDS, toe te wijzen aan startende landbouwers via een gericht doelgroepenbeleid.
15De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de oprichting, het beheer en de werking van de SDS en voor de toewijzing van nutriëntenemissierechten vanuit de SDS aan startende landbouwers en kan daarbij:
161° nader bepalen wat onder een startende landbouwer verstaan wordt;
172° de toewijzing van nutriëntenemissierechten vanuit de SDS beperken tot bepaalde types van landbouwers of tot landbouwbedrijven die in bepaalde gebieden gevestigd zijn;
183° voorwaarden opleggen aan het gebruik van nutriëntenemissierechten die vanuit de SDS toegewezen zijn;
194° de toewijzing van nutriëntenemissierechten vanuit de SDS beperken in de tijd;
205° een vergoeding invoeren voor de toewijzing van nutriëntenemissierechten uit de SDS.
+40 −13 mestdecreet/art. 41bis
1§1. Met het oog op het behoud en de versterking van natuurwaarden is op landbouwgronden gelegen in gebieden, aangewezen op gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen en sorterend onder de categorie van gebiedsaanduiding "bos" of "reservaat en natuur", definitief vastgesteld met toepassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, elke vorm van bemesting verboden met uitzondering van bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing, waarbij twee grootvee-eenheden (GVE) per hectare op jaarbasis worden toegelaten. Dit bemestingsverbod geldt :1§1. Met het oog op het behoud en de versterking van natuurwaarden is op landbouwgronden gelegen in gebieden, aangewezen op gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen en sorterend onder de categorie van gebiedsaanduiding "bos" of "reservaat en natuur", definitief vastgesteld met toepassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, elke vorm van bemesting verboden met uitzondering van bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing, waarbij twee grootvee-eenheden (GVE) per hectare op jaarbasis worden toegelaten. Dit bemestingsverbod geldt :
21° in de voor 1 januari 2009 aangeduide ruimtelijke gebieden, vanaf 1 januari 2009;21° in de voor 1 januari 2009 aangeduide ruimtelijke gebieden, vanaf 1 januari 2009;
32° in de na 1 januari 2009 aangeduide ruimtelijke gebieden :32° in de na 1 januari 2009 aangeduide ruimtelijke gebieden :
5b) als het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, geen gefaseerde inwerkingtreding voorziet, vanaf 1 januari van het jaar volgende op de datum van de definitieve vaststelling van het betrokken gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.5b) als het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, geen gefaseerde inwerkingtreding voorziet, vanaf 1 januari van het jaar volgende op de datum van de definitieve vaststelling van het betrokken gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
6Tot de vaststelling van de plannen, vermeld in paragraaf 5, kan in afwijking van het eerste lid op de graslanden die potentieel belangrijk zijn een supplementaire bemesting van maximaal 100 kg stikstof uit kunstmest per ha per jaar toegestaan worden, op voorwaarde dat daarover een beheersovereenkomst wordt afgesloten tussen de betrokken landbouwer en de Vlaamse Landmaatschappij, na advies van het Agentschap Natuur en Bos. Die beheersovereenkomst kan nog nadere beperkingen specificeren omtrent de toedieningsperiode van de kunstmest.6Tot de vaststelling van de plannen, vermeld in paragraaf 5, kan in afwijking van het eerste lid op de graslanden die potentieel belangrijk zijn een supplementaire bemesting van maximaal 100 kg stikstof uit kunstmest per ha per jaar toegestaan worden, op voorwaarde dat daarover een beheersovereenkomst wordt afgesloten tussen de betrokken landbouwer en de Vlaamse Landmaatschappij, na advies van het Agentschap Natuur en Bos. Die beheersovereenkomst kan nog nadere beperkingen specificeren omtrent de toedieningsperiode van de kunstmest.
7Met behoud van de toepassing van het eerste lid en van artikel 41ter is met het oog op het behoud en de versterking van natuurwaarden op landbouwgronden in groen Habitatrichtlijngebied elke vorm van bemesting verboden, met uitzondering van bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing, waarbij twee grootvee-eenheden (GVE) per hectare op jaarbasis worden toegelaten. Dat bemestingsverbod geldt:
81° in de ruimtelijke gebieden die voor 1 januari 2028 aangeduid zijn, vanaf 1 januari 2028. In afwijking daarvan geldt voor ruimtelijke uitvoeringsplannen die in een gefaseerde inwerkingtreding voorzien op basis waarvan de bestemming, vermeld in artikel 3, §2, 2°/2, op 1 januari 2029 of later gerealiseerd moet zijn, het bemestingsverbod vanaf 1 januari van het jaar waarin de bestemming, vermeld in artikel 3, §2, 2°/2, gerealiseerd moet zijn;
92° in de ruimtelijke gebieden die na 1 januari 2028 aangeduid zijn:
10a) als het ruimtelijk uitvoeringsplan in een gefaseerde inwerkingtreding voorziet, vanaf 1 januari van het jaar vanaf wanneer de bestemming, vermeld in artikel 3, §2, 2°/2, gerealiseerd moet zijn;
11b) als het ruimtelijk uitvoeringsplan niet in een gefaseerde inwerkingtreding voorziet, vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op de datum van de definitieve vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan in kwestie.
7Als op percelen waar een bemestingsverbod als vermeld in het eerste lid geldt, geen grasland als hoofdteelt of als nateelt aanwezig is, wordt voor de toepassing van dit decreet, voor het betrokken perceel nul als bemestingsnorm toegekend. 12Als op percelen waar een bemestingsverbod als vermeld in het eerste of het derde lid geldt, geen grasland als hoofdteelt of als nateelt aanwezig is, wordt voor de toepassing van dit decreet voor het perceel in kwestie nul als bemestingsnorm toegekend. De Mestbank slaat in de databank van de Mestbank de digitale ruimtelijke inventarisatie op van de landbouwgronden in de gebieden, vermeld in het eerste en het derde lid.
8De Mestbank slaat in de databank van de Mestbank de digitale ruimtelijke inventarisatie op van de landbouwgronden gelegen in de gebieden vermeld in het eerste lid.
9De Vlaamse Regering kan nadere regels stellen.13De Vlaamse Regering kan nadere regels stellen.
10§2. In afwijking van § 1 wordt aan bedrijven ontheffing van het verbod van bemesting gegeven voor die landbouwgronden binnen deze gebieden die:14§2. In afwijking van paragraaf 1 wordt aan bedrijven ontheffing van het verbod van bemesting gegeven voor de landbouwgronden binnen die gebieden die:
11- conform de aangifte op cartografisch materiaal in 2008 voor de voor 1 januari 2009 aangeduide ruimtelijke gebieden;151° conform de aangifte op cartografisch materiaal in 2008 voor de ruimtelijke gebieden die voor 1 januari 2009 aangeduid zijn, behoorden tot de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgronden voor zover het akkers of intensief grasland betreft;
12- conform de aangifte op cartografisch materiaal in het jaar voorafgaand aan het jaar van definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de na 1 januari 2009 aangeduide ruimtelijke gebieden behoorden tot de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgronden voor zover het akkers of intensief grasland betreft.162° conform de aangifte op cartografisch materiaal in het jaar dat voorafgaat aan het jaar van de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de ruimtelijke gebieden die na 1 januari 2009 maar voor 1 januari 2027 aangeduid zijn, behoorden tot de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgronden voor zover het akkers of intensief grasland betreft;
173° conform de aangifte op cartografisch materiaal in het jaar dat voorafgaat aan het jaar van de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de ruimtelijke gebieden die na 1 januari 2027 aangeduid zijn, behoorden tot de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgronden voor zover het akkers of intensief grasland betreft en voor zover de percelen niet in Habitatrichtlijngebied liggen.
13In geval van deze ontheffing gelden de bemestingsnormen zoals bedoeld in artikel 13.18In geval van deze ontheffing gelden de bemestingsnormen zoals bedoeld in artikel 13.
14§3. De Mestbank geeft :19§3. De Mestbank geeft :
15- voor de landbouwgronden gelegen in de voor 1 januari 2009 aangeduide gebieden binnen de negentig dagen na 1 januari 2009;20- voor de landbouwgronden gelegen in de voor 1 januari 2009 aangeduide gebieden binnen de negentig dagen na 1 januari 2009;
16- voor de landbouwgronden gelegen in de na 1 januari 2009 aangeduide gebieden binnen de zestig dagen na de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan aan de landbouwers kennis van de landbouwgronden die worden beschouwd als grasland dat valt onder de toepassing van de definities, bedoeld in artikel 3, § 6, 5°, 6°, 7°, 11° en 19°.21- voor de landbouwgronden gelegen in de na 1 januari 2009 aangeduide gebieden binnen de zestig dagen na de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan aan de landbouwers kennis van de landbouwgronden die worden beschouwd als grasland dat valt onder de toepassing van de definities, bedoeld in artikel 3, § 6, 5°, 6°, 7°, 11° en 19°.
244° een door de Mestbank aangeduide MER-deskundige erkend in de discipline fauna en flora.294° een door de Mestbank aangeduide MER-deskundige erkend in de discipline fauna en flora.
25De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast met betrekking tot de modaliteiten inzake de inventarisatie, de kennisgeving, de aanvraag tot correctie alsook de oprichting, en de werking van de Verificatiecommissie.30De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast met betrekking tot de modaliteiten inzake de inventarisatie, de kennisgeving, de aanvraag tot correctie alsook de oprichting, en de werking van de Verificatiecommissie.
26§4. Bij overdracht van een perceel landbouwgrond waarop een ontheffing geldt, vervalt de ontheffing.31§4. Bij overdracht van een perceel landbouwgrond waarop een ontheffing geldt, vervalt de ontheffing.
27In afwijking van het eerste lid, blijft de ontheffing gelden als het gebruiksrecht overgedragen wordt aan de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van de gebruiker.32In afwijking van het eerste lid, blijft de ontheffing gelden als het gebruiksrecht overgedragen wordt aan de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van de gebruiker.
28In afwijking van het eerste lid, blijft de ontheffing gelden als het gebruiksrecht van het perceel landbouwgrond wordt overgedragen naar een landbouwer waarvan elke persoon die deel uitmaakt van deze landbouwer :33In afwijking van het eerste lid, blijft de ontheffing gelden als het gebruiksrecht van het perceel landbouwgrond wordt overgedragen naar een landbouwer waarvan elke persoon die deel uitmaakt van deze landbouwer :
462° deel uitmaken van een landbouwer : het als persoon of als lid van een groepering van personen uitbaten van een exploitatie van de landbouwer. Een rechtspersoon wordt niet beschouwd als een groepering van personen.512° deel uitmaken van een landbouwer : het als persoon of als lid van een groepering van personen uitbaten van een exploitatie van de landbouwer. Een rechtspersoon wordt niet beschouwd als een groepering van personen.
47In afwijking van het eerste lid blijft de ontheffing gelden als het gebruiksrecht van het perceel landbouwgrond, in het kader van de omvorming van een landbouwer met meerdere exploitanten naar een of meer nieuwe landbouwers met één exploitant, waarbij de exploitant van elke nieuwe landbouwer deel uitmaakt van de landbouwer met meerdere exploitanten, wordt overgedragen van de landbouwer met meerdere exploitanten naar een van de nieuwe landbouwers met één exploitant.52In afwijking van het eerste lid blijft de ontheffing gelden als het gebruiksrecht van het perceel landbouwgrond, in het kader van de omvorming van een landbouwer met meerdere exploitanten naar een of meer nieuwe landbouwers met één exploitant, waarbij de exploitant van elke nieuwe landbouwer deel uitmaakt van de landbouwer met meerdere exploitanten, wordt overgedragen van de landbouwer met meerdere exploitanten naar een van de nieuwe landbouwers met één exploitant.
48§5. In plannen conform artikel 48 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu kan in functie van het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijk milieu, gemoduleerd ontheffing worden verleend van het verbod op bemesting zoals bedoeld in § 1 tot maximum de bemestingsnormen, vermeld in artikel 13.53§5. In plannen conform artikel 48 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu kan in functie van het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijk milieu, gemoduleerd ontheffing worden verleend van het verbod op bemesting zoals bedoeld in § 1 tot maximum de bemestingsnormen, vermeld in artikel 13.
49In deze plannen kunnen de bemestingsnormen ter stimulering van verdergaande stappen inzake het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijk milieu mits vergoeding van de inkomstenverliezen, gemoduleerd verstrengd worden.54In deze plannen kunnen de bemestingsnormen ter stimulering van verdergaande stappen inzake het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijk milieu mits vergoeding van de inkomstenverliezen, gemoduleerd verstrengd worden.
50§6. Ontheffing van het verbod, bedoeld in § l, wordt gegeven op de huiskavel, die bestaat op het ogenblik van de definitieve vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan.55§6. Ontheffing van het verbod, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt gegeven op de huiskavel, die bestaat op het ogenblik van de definitieve vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan.
51§ 7. ...
56Ontheffing van het verbod, vermeld in paragraaf 1, derde lid, wordt gegeven:
571° voor de ruimtelijke uitvoeringsplannen die voor 1 januari 2023 definitief vastgesteld zijn: op de op 1 januari 2022 tot het bedrijf behorende percelen die tot de huiskavel behoren;
582° voor de ruimtelijke uitvoeringsplannen die na 1 januari 2023 definitief vastgesteld zijn: op de tot het bedrijf behorende percelen die op het ogenblik van de definitieve vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan tot de huiskavel behoren.
59§7. Met behoud van de toepassing van paragraaf 4 vervallen op landbouwgronden in Habitatrichtlijngebied de ontheffingen, vermeld in paragraaf 2, op 1 januari 2028.
60Op landbouwgronden in Habitatrichtlijngebied vervalt de mogelijkheid om een supplementaire bemesting van maximaal 100kg stikstof uit kunstmest, toe te staan als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, op het moment dat het bemestingsverbod waarvoor een compensatievergoeding als vermeld in paragraaf 10, tweede lid, bekomen wordt, ingaat en uiterlijk op 1 januari 2028.
52§8. Als een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan een gebied aanduidt binnen de categorie van gebiedsaanduiding "bos" of "reservaat en natuur", terwijl dat gebied reeds sorteerde onder de categorie van gebiedsaanduiding "bos" of "reservaat en natuur" in het gewestplan of in een vorig gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, dan:61§8. Als een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan een gebied aanduidt binnen de categorie van gebiedsaanduiding "bos" of "reservaat en natuur", terwijl dat gebied reeds sorteerde onder de categorie van gebiedsaanduiding "bos" of "reservaat en natuur" in het gewestplan of in een vorig gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, dan:
531° wordt voor de landbouwgronden, gelegen in dat gebied geen nieuwe ontheffing, als vermeld in § 2, toegekend;621° wordt voor de landbouwgronden, gelegen in dat gebied geen nieuwe ontheffing, als vermeld in § 2, toegekend;
542° blijft voor de landbouwgronden, gelegen in dat gebied de op deze landbouwgronden bestaande ontheffing behouden en kan deze ontheffing overeenkomstig de bepalingen van § 4, overgedragen worden, met dien verstande dat voor het bepalen van de overdrachtsmogelijkheden, overeenkomstig § 4, er rekening wordt gehouden met eventuele vroegere overdrachten van deze ontheffing;632° blijft voor de landbouwgronden, gelegen in dat gebied de op deze landbouwgronden bestaande ontheffing behouden en kan deze ontheffing overeenkomstig de bepalingen van § 4, overgedragen worden, met dien verstande dat voor het bepalen van de overdrachtsmogelijkheden, overeenkomstig § 4, er rekening wordt gehouden met eventuele vroegere overdrachten van deze ontheffing;
553° is § 3 niet van toepassing.643° is § 3 niet van toepassing.
56§9. Als met het oog op de realisatie van natuurbehoudsdoelstellingen een inrichtingsproject uitgevoerd wordt in een gebied dat volgens een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan sorteert onder de categorie van gebiedsaanduiding "bos" of "reservaat en natuur", dan kan, in afwijking van dit artikel, tot het aflopen van het inrichtingsproject voor dat gebied de opbrenging van meststoffen tijdelijk worden geregeld via een gebruiksovereenkomst die het Agentschap Natuur en Bos, de NV Waterwegen en Zeekanaal of een andere Vlaamse overheidsinstelling, heeft opgemaakt met de betrokken landbouwer.65§9. Als met het oog op de realisatie van natuurbehoudsdoelstellingen een inrichtingsproject uitgevoerd wordt in een gebied dat volgens een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan sorteert onder de categorie van gebiedsaanduiding "bos" of "reservaat en natuur", dan kan, in afwijking van dit artikel, tot het aflopen van het inrichtingsproject voor dat gebied de opbrenging van meststoffen tijdelijk worden geregeld via een gebruiksovereenkomst die het Agentschap Natuur en Bos, de NV Waterwegen en Zeekanaal of een andere Vlaamse overheidsinstelling, heeft opgemaakt met de betrokken landbouwer.
57Deze mogelijkheid is uitsluitend toepasbaar voor inrichtingsprojecten waarvan de realisatie om dwingende redenen van openbaar belang noodzakelijk is en waarbij het bovendien gaat om :66Deze mogelijkheid is uitsluitend toepasbaar voor inrichtingsprojecten waarvan de realisatie om dwingende redenen van openbaar belang noodzakelijk is en waarbij het bovendien gaat om :
581° hetzij inrichtingsprojecten die betrekking hebben op een gebied dat volgens een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan sorteert onder de categorie van gebiedsaanduiding "bos" of "reservaat en natuur" terwijl dat gebied in het gewestplan of in een vorig gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan niet sorteerde onder de categorie van gebiedsaanduiding "bos" of "reservaat en natuur";671° hetzij inrichtingsprojecten die betrekking hebben op een gebied dat volgens een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan sorteert onder de categorie van gebiedsaanduiding "bos" of "reservaat en natuur" terwijl dat gebied in het gewestplan of in een vorig gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan niet sorteerde onder de categorie van gebiedsaanduiding "bos" of "reservaat en natuur";
69Voor de toepassing van dit artikel wordt onder definitief onteigeningsbesluit verstaan, een onteigeningsbesluit waarvoor de termijn voor het instellen van een vordering bij de Raad van State verstreken is en waartegen geen vordering bij de Raad van State meer hangende is.78Voor de toepassing van dit artikel wordt onder definitief onteigeningsbesluit verstaan, een onteigeningsbesluit waarvoor de termijn voor het instellen van een vordering bij de Raad van State verstreken is en waartegen geen vordering bij de Raad van State meer hangende is.
70De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de inhoud en de wijze van opmaak van de gebruiksovereenkomst, vermeld in het derde lid, en met betrekking tot de wijze waarop en de termijnen waarbinnen deze gebruiksovereenkomst aan de Mestbank overgemaakt moet worden.79De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de inhoud en de wijze van opmaak van de gebruiksovereenkomst, vermeld in het derde lid, en met betrekking tot de wijze waarop en de termijnen waarbinnen deze gebruiksovereenkomst aan de Mestbank overgemaakt moet worden.
80§10. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en overeenkomstig de Europese regels inzake staatssteun, is er een flankerend beleid voor de bemestingsverboden, vermeld in dit artikel en in artikel 41ter, die door het decreet van 26 januari 2024 over de programmatische aanpak stikstof, verruimd zijn of versneld ingevoerd zijn.
81Het flankerend beleid, vermeld in het eerste lid, bestaat uit:
821° een compensatievergoeding van:
83a) 15.000 euro per hectare voor percelen waarop het bemestingsverbod ingaat op 1 januari 2024;
84b) 14.375 euro per hectare voor percelen waarop het bemestingsverbod ingaat op 1 januari 2025;
85c) 13.750 euro per hectare voor percelen waarop het bemestingsverbod ingaat op 1 januari 2026;
86d) 13.125 euro per hectare voor percelen waarop het bemestingsverbod ingaat op 1 januari 2027;
87e) 12.500 euro per hectare voor percelen waarop het bemestingsverbod ingaat op 1 januari 2028;
882° een bijkomende vergoeding voor terreininvesteringen;
893° een specifiek flankerend beleid voor landbouwers waarvan op meer dan 20% van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond, een verruimde of versnelde invoering van het bemestingsverbod als vermeld in het eerste lid van toepassing is, waardoor de leefbaarheid van het bedrijf ernstig in het gedrang komt.
90Voor het flankerend beleid, vermeld in het tweede lid, 3°, kunnen de instrumenten, vermeld in deel 2 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting, ingezet worden. De Vlaamse Regering zal hiervoor een inrichtingsnota vaststellen, overeenkomstig de bepalingen van deel 4, titel 2, van hetzelfde decreet.
91De bijkomende vergoeding voor terreininvesteringen als vermeld in het tweede lid, 2°, heeft betrekking op:
921° hetzij nieuwe terreininvesteringen die nodig zijn voor het ontwikkelen van gelijkaardige activiteiten als de activiteiten die uitgevoerd werden op de tot het bedrijf behorende landbouwgronden waarop een verruimde of versnelde invoering van het bemestingsverbod als vermeld in het eerste lid, van toepassing is;
932° hetzij niet-afgeschreven terreininvesteringen die omwille van het invoeren van de nulbemesting niet meer bruikbaar zijn en die niet heringezet kunnen worden.
94De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de uitvoering van deze paragraaf en bepaalt, voor wat betreft het flankerende beleid, vermeld in deze paragraaf:
951° de nadere voorwaarden, gespecificeerd per maatregel van het flankerend beleid, waaraan voldaan moet zijn om toegang te hebben tot het flankerende beleid;
962° de nadere regels aangaande het aanvragen, opvolgen en toekennen van
97het flankerend beleid.
+9 −6 mestdecreet/art. 41ter
1§1. Met het oog op het behoud en de versterking van natuurwaarden is op niet-intensieve graslanden in bosgebieden, zoals aangeduid op de plannen, vastgesteld met toepassing van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, en op landbouwgronden gelegen in natuurgebieden, natuurontwikkelingsgebieden of natuurreservatenzoals aangeduid op de plannen vastgesteld met toepassing van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, elke vorm van bemesting verbodenmet uitzondering van bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing, waarbij twee grootvee-eenheden (GVE) per ha op jaarbasis worden toegelaten.1§1. Met het oog op het behoud en de versterking van natuurwaarden is op niet-intensieve graslanden in bosgebieden, zoals aangeduid op de plannen, vastgesteld met toepassing van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, en op landbouwgronden in natuurgebieden, natuurontwikkelingsgebieden of natuurreservaten, zoals aangeduid op de plannen die vastgesteld zijn met toepassing van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, elke vorm van bemesting verboden, met uitzondering van bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing, waarbij twee grootvee-eenheden (GVE) per hectare op jaarbasis worden toegelaten.
2Met behoud van de toepassing van het eerste lid is met het oog op het behoud en de versterking van natuurwaarden vanaf 1 januari 2028 elke vorm van bemesting verboden, met uitzondering van bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing, waarbij twee grootvee-eenheden (GVE) per hectare op jaarbasis worden toegelaten, op Habitatrichtlijngebied dat als bosgebied, groengebied, parkgebied of bufferzone als vermeld in artikel 2, derde lid, punt
34.2 tot en met punt 4.5, van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen, is aangeduid op de plannen, vastgesteld met toepassing van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996.
2Als op percelen waar een bemestingsverbod als vermeld in het eerste lid geldt, geen grasland als hoofdteelt of als nateelt aanwezig is, wordt voor de toepassing van dit decreet, voor het betrokken perceel nul als bemestingsnorm toegekend.4Als op percelen waar een bemestingsverbod als vermeld in het eerste lid geldt, geen grasland als hoofdteelt of als nateelt aanwezig is, wordt voor de toepassing van dit decreet voor het perceel in kwestie nul als bemestingsnorm toegekend.
3Tot de vaststelling van de plannen, vermeld in paragraaf 4, kan in afwijking van het eerste lid op de graslanden die potentieel belangrijk zijn een supplementaire bemesting van maximaal 100 kg stikstof uit kunstmest per ha per jaar toegestaan worden, op voorwaarde dat daarover een beheerovereenkomst wordt afgesloten tussen de betrokken landbouwer en de Vlaamse Landmaatschappij, na advies van het Agentschap Natuur en Bos. Die beheerovereenkomst kan nog nadere beperkingen specificeren omtrent de toedieningsperiode van de kunstmest.
4§2. Er wordt ontheffing van het verbod, bedoeld in paragraaf 1, gegeven voor die percelen die op 1 januari 2015 een ontheffing hadden, in uitvoering van artikel 15ter, § 2, van het meststoffendecreet. Deze ontheffingen zijn eenmalig overdraagbaar, overeenkomstig de bepalingen van artikel 41bis, § 4, met dien verstande dat voor het beoordelen van de overdraagbaarheid van de ontheffingen rekening wordt gehouden met overdrachten van de ontheffingen die in het verleden gebeurd zijn, in toepassing van artikel 15ter van het meststoffendecreet.5§2. Er wordt ontheffing van het verbod, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, gegeven voor die percelen die op 1 januari 2015 een ontheffing hadden, in uitvoering van artikel 15ter, § 2, van het meststoffendecreet. Deze ontheffingen zijn eenmalig overdraagbaar, overeenkomstig de bepalingen van artikel 41bis, § 4, met dien verstande dat voor het beoordelen van de overdraagbaarheid van de ontheffingen rekening wordt gehouden met overdrachten van de ontheffingen die in het verleden gebeurd zijn, in toepassing van artikel 15ter van het meststoffendecreet.
5§3. Voor landbouwgronden in natuurgebieden, natuurontwikkelingsgebieden of natuurreservaten, zoals aangeduid op de plannen, vastgesteld met toepassing van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, wordt er ontheffing van het verbod, vermeld in paragraaf 1, gegeven voor die percelen die een huiskavel, als vermeld in artikel 15ter, § 7, van het Meststoffendecreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 23 december 2010, zijn.6§3. Voor landbouwgronden in natuurgebieden, natuurontwikkelingsgebieden of natuurreservaten, zoals aangeduid op de plannen, vastgesteld met toepassing van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, wordt er ontheffing van het verbod, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, gegeven voor die percelen die een huiskavel, als vermeld in artikel 15ter, § 7, van het Meststoffendecreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 23 december 2010, zijn.
7Ontheffing van het verbod, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, wordt gegeven op de percelen die op 1 januari 2022 tot de huiskavel behoren.
6§4. In plannen conform artikel 48 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu kan gemoduleerd ontheffing worden verleend van het verbod op bemesting zoals bedoeld in paragraaf 1 tot maximum de bemestingsnormen, bedoeld in artikel 13.8§4. In plannen conform artikel 48 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu kan gemoduleerd ontheffing worden verleend van het verbod op bemesting zoals bedoeld in paragraaf 1 tot maximum de bemestingsnormen, bedoeld in artikel 13.
7In deze plannen kunnen de bemestingsnormen ter stimulering van verdergaande stappen inzake het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijk milieu mits vergoeding van de inkomstenverliezen, gemoduleerd verstrengd worden.9In deze plannen kunnen de bemestingsnormen ter stimulering van verdergaande stappen inzake het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijk milieu mits vergoeding van de inkomstenverliezen, gemoduleerd verstrengd worden.
10§5. Met behoud van de toepassing van artikel 41bis, §4, vervallen op landbouwgronden in Habitatrichtlijngebied de ontheffingen, vermeld in paragraaf 2, vanaf 1 januari 2028.
+24 −19 mestdecreet/art. 63
1§1. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan elke landbouwer, die de nutriënten niet heeft afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet.1§1. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan elke landbouwer, die de nutriënten niet heeft afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet.
2Het aantal nutriënten dat niet is afgezet overeenkomstig dit decreet, is de som van het aantal kg stikstof dat niet is afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet als vermeld in artikel 62bis, § 11, 1°, en het aantal kg P2O5 die de landbouwer niet heeft afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet als vermeld in artikel 62bis, § 11, 2°.2Het aantal nutriënten dat niet is afgezet overeenkomstig dit decreet, is de som van het aantal kg stikstof dat niet is afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet als vermeld in artikel 62bis, § 11, 1°, en het aantal kg P2O5 die de landbouwer niet heeft afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet als vermeld in artikel 62bis, § 11, 2°.
3De hoogte van de administratieve geldboete verschilt naargelang de soort mest die niet correct is afgezet. De administratieve geldboete bedraagt:3De hoogte van de administratieve geldboete verschilt naargelang de soort mest die niet correct is afgezet. De administratieve geldboete bedraagt:
18Als na de toewijzing, vermeld in het zesde lid, 5°, het aantal nutriënten dat niet is afgezet overeenkomstig dit decreet als vermeld in het tweede lid, nog niet volledig is toegewezen aan één of meerdere mestsoorten als vermeld in het derde lid, wordt het aantal kg P2O5 respectievelijk kg N dat nog niet is toegewezen, toegewezen aan de mestsoort, vermeld in het derde lid, 6°.18Als na de toewijzing, vermeld in het zesde lid, 5°, het aantal nutriënten dat niet is afgezet overeenkomstig dit decreet als vermeld in het tweede lid, nog niet volledig is toegewezen aan één of meerdere mestsoorten als vermeld in het derde lid, wordt het aantal kg P2O5 respectievelijk kg N dat nog niet is toegewezen, toegewezen aan de mestsoort, vermeld in het derde lid, 6°.
19Bij herhaling van een overtreding binnen de 5 jaar na het opleggen, via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, wordt het bedrag van de administratieve geldboete, berekend overeenkomstig deze paragraaf, verdubbeld.19Bij herhaling van een overtreding binnen de 5 jaar na het opleggen, via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, wordt het bedrag van de administratieve geldboete, berekend overeenkomstig deze paragraaf, verdubbeld.
20§2. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt aan elke landbouwer die op zijn bedrijf op jaarbasis gemiddeld meer dieren houdt dan de toegekende nutriëntenemissierechten en tijdelijke nutriëntenemissierechten op jaarbasis voor die diersoort gemiddeld toelaten te houden, een administratieve geldboete opgelegd voor de dieren waarvoor de landbouwer niet beschikt over nutriëntenemissierechten.20§2. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt aan elke landbouwer die op zijn bedrijf op jaarbasis gemiddeld meer dieren houdt dan de toegekende nutriëntenemissierechten en tijdelijke nutriëntenemissierechten op jaarbasis voor die diersoort gemiddeld toelaten te houden, een administratieve geldboete opgelegd voor de dieren waarvoor de landbouwer niet beschikt over nutriëntenemissierechten.
21De administratieve geldboete wordt berekend volgens de volgende formule:21De administratieve geldboete wordt berekend volgens de volgende formule:
22NER-D2 - NER-D1 x 1 euro = AGNER-D1;22NER-D2 - NER-D1 x 1 euro = AGNER-D1;
32In geval aan deze verbintenis wel blijkt voldaan te zijn, wordt de vastgestelde boete definitief kwijtgescholden.32In geval aan deze verbintenis wel blijkt voldaan te zijn, wordt de vastgestelde boete definitief kwijtgescholden.
33Bij herhaling van een overtreding als vermeld in het eerste lid binnen de 5 jaar na het opleggen, via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, houdt men echter rekening met de definitief kwijtgescholden boete, en bedraagt de administratieve geldboete bijgevolg AGNER-D2.33Bij herhaling van een overtreding als vermeld in het eerste lid binnen de 5 jaar na het opleggen, via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, houdt men echter rekening met de definitief kwijtgescholden boete, en bedraagt de administratieve geldboete bijgevolg AGNER-D2.
34§3. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt aan het bedrijf dat niet voldoet aan de mestverwerkingplicht, vermeld in artikel 29, aan de verwerking van de 25 % nutriëntenemissierechten als vermeld in artikel 34, § 1, 1°, tweede lid, of aan de bijkomende mestverwerkingsplicht, vermeld in artikel 62, § 5, een administratieve geldboete opgelegd.34§3. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt aan het bedrijf dat niet voldoet aan de mestverwerkingplicht, vermeld in artikel 29, aan de verwerking van de 25 % nutriëntenemissierechten als vermeld in artikel 34, § 1, 1°, tweede lid, zoals laatst gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2019, of aan de bijkomende mestverwerkingsplicht, vermeld in artikel 62, § 5, een administratieve geldboete opgelegd.
35Deze administratieve geldboete bedraagt 2 euro per kg stikstof, die niet is verwerkt overeenkomstig artikel 29.35Deze administratieve geldboete bedraagt 2 euro per kg stikstof, die niet is verwerkt overeenkomstig artikel 29.
36Bij de vaststelling van een tweede en volgende overtreding, binnen de vijf jaren na het jaar waarin een eerdere overtreding werd begaan als vermeld in het eerste lid, bedraagt de administratieve geldboete 4 euro per kg stikstof.36Bij de vaststelling van een tweede en volgende overtreding, binnen de vijf jaren na het jaar waarin een eerdere overtreding werd begaan als vermeld in het eerste lid, bedraagt de administratieve geldboete 4 euro per kg stikstof.
37§4. Lastens de producent, verdeler, importeur of exporteur van andere meststoffen, de uitbater van een mestverzamelpunt, een bewerkings- of een verwerkingseenheid, de erkende mestvoerder of de producent, verdeler, importeur of exporteur van kunstmest, die de door hen geproduceerde, verhandelde of overgedragen meststoffen niet afgezet of geëxporteerd hebben overeenkomstig de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten wordt een administratieve geldboete opgelegd van 5 euro per kg N en 5 euro per kg P2O5, waarvan op basis van de berekening, opgemaakt overeenkomstig artikel 62bis, § 12, niet blijkt dat deze afgezet is overeenkomstig de bepalingen van dit decreet.37§4. Lastens de producent, verdeler, importeur of exporteur van andere meststoffen, de uitbater van een mestverzamelpunt, een bewerkings- of een verwerkingseenheid, de erkende mestvoerder of de producent, verdeler, importeur of exporteur van kunstmest, die de door hen geproduceerde, verhandelde of overgedragen meststoffen niet afgezet of geëxporteerd hebben overeenkomstig de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten wordt een administratieve geldboete opgelegd van 5 euro per kg N en 5 euro per kg P2O5, waarvan op basis van de berekening, opgemaakt overeenkomstig artikel 62bis, § 12, niet blijkt dat deze afgezet is overeenkomstig de bepalingen van dit decreet.
38Bij herhaling van een overtreding binnen de 5 jaar na het opleggen, via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, wordt de administratieve geldboete berekend overeenkomstig de voorgaande leden, verdubbeld.38Bij herhaling van een overtreding binnen de 5 jaar na het opleggen, via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, wordt de administratieve geldboete berekend overeenkomstig de voorgaande leden, verdubbeld.
39§5. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan eenieder bij wie tijdens een doorlichting wordt vastgesteld dat hij op een perceel meer meststoffen opbrengt of laat opbrengen dan toegelaten, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet.39§5. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan eenieder bij wie tijdens een doorlichting wordt vastgesteld dat hij op een perceel meer meststoffen opbrengt of laat opbrengen dan toegelaten, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet.
40De administratieve geldboete bedraagt 600 euro vermenigvuldigd met het aantal hectares landbouwgrond waarop er meer meststoffen opgebracht zijn dan toegelaten, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet, met dien verstande dat de administratieve geldboete steeds minimaal 600 euro bedraagt.40De administratieve geldboete bedraagt 600 euro vermenigvuldigd met het aantal hectares landbouwgrond waarop er meer meststoffen opgebracht zijn dan toegelaten, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet, met dien verstande dat de administratieve geldboete steeds minimaal 600 euro bedraagt.
41In afwijking van het tweede lid wordt, als men enkel meer heeft opgebracht of heeft laten opbrengen dan op dat perceel toegelaten overeenkomstig artikel 16, 41bis en 41ter van dit decreet, de administratieve geldboete berekend door het aantal hectares landbouwgrond waarop er meer meststoffen opgebracht zijn dan toegelaten, overeenkomstig de bepalingen van artikel 16, 41bis en 41ter, te vermenigvuldigen met 300, met dien verstande dat de administratieve geldboete steeds minimaal 300 euro bedraagt.41In afwijking van het tweede lid wordt, als men enkel meer heeft opgebracht of heeft laten opbrengen dan op dat perceel toegelaten overeenkomstig artikel 16, 41bis en 41ter van dit decreet, de administratieve geldboete berekend door het aantal hectares landbouwgrond waarop er meer meststoffen opgebracht zijn dan toegelaten, overeenkomstig de bepalingen van artikel 16, 41bis en 41ter, te vermenigvuldigen met 300, met dien verstande dat de administratieve geldboete steeds minimaal 300 euro bedraagt.
42De bedragen, vermeld in deze paragraaf, worden verdubbeld als aan de betrokkene in de vijf jaren voor het opleggen, via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, een administratieve geldboete opgelegd is wegens het opbrengen of laten opbrengen van meer meststoffen dan toegelaten, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet.42De bedragen, vermeld in deze paragraaf, worden verdubbeld als aan de betrokkene in de vijf jaren voor het opleggen, via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, een administratieve geldboete opgelegd is wegens het opbrengen of laten opbrengen van meer meststoffen dan toegelaten, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet.
43§6. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan elke aangifteplichtige als vermeld in artikel 23 die de aangifte niet of te laat heeft ingediend.43§6. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan elke aangifteplichtige als vermeld in artikel 23 die de aangifte niet of te laat heeft ingediend.
44De administratieve geldboete bedraagt 250 euro, waarvan 200 euro met uitstel. Het uitstel ten belope van 200 euro komt van rechtswege te vervallen als de aangifteplichtige aan één van de volgende twee voorwaarden niet heeft voldaan:44De administratieve geldboete bedraagt 250 euro, waarvan 200 euro met uitstel. Het uitstel ten belope van 200 euro komt van rechtswege te vervallen als de aangifteplichtige aan één van de volgende twee voorwaarden niet heeft voldaan:
451° de aangifteplichtige heeft de aangifte alsnog ingediend binnen de termijn, vermeld in het derde lid;451° de aangifteplichtige heeft de aangifte alsnog ingediend binnen de termijn, vermeld in het derde lid;
51De administratieve geldboete wordt opgelegd per aangifte die niet of niet tijdig werd ingediend, met dien verstande dat de verzamelaanvraag als een afzonderlijke aangifte wordt beschouwd.51De administratieve geldboete wordt opgelegd per aangifte die niet of niet tijdig werd ingediend, met dien verstande dat de verzamelaanvraag als een afzonderlijke aangifte wordt beschouwd.
52Als aan de betrokken aangifteplichtige in de vijf jaren voor het opleggen via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, in uitvoering van dit decreet een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet, niet tijdig of foutief indienen van de aangifte bedraagt de administratieve geldboete 500 euro, volledig opgelegd zonder uitstel.52Als aan de betrokken aangifteplichtige in de vijf jaren voor het opleggen via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, in uitvoering van dit decreet een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet, niet tijdig of foutief indienen van de aangifte bedraagt de administratieve geldboete 500 euro, volledig opgelegd zonder uitstel.
53§7. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan elke aangifteplichtige als vermeld in artikel 23 die de aangifte foutief heeft ingediend.53§7. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan elke aangifteplichtige als vermeld in artikel 23 die de aangifte foutief heeft ingediend.
54De administratieve geldboete bedraagt 250 euro per aangiftegegeven dat in de aangifte foutief werd aangeduid of dat verkeerdelijk niet vermeld werd in de aangifte, met dien verstande dat de administratieve geldboete maximaal 1000 euro per aangifte bedraagt en de verzamelaanvraag als een afzonderlijke aangifte wordt beschouwd.54De administratieve geldboete bedraagt 250 euro per aangiftegegeven dat in de aangifte foutief werd aangeduid of dat verkeerdelijk niet vermeld werd in de aangifte, met dien verstande dat de administratieve geldboete maximaal 1000 euro per aangifte bedraagt en de verzamelaanvraag als een afzonderlijke aangifte wordt beschouwd.
55De bedragen, vermeld in deze paragraaf, worden verdubbeld als aan de betrokken aangifteplichtige in de vijf jaren voor het opleggen via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, in uitvoering van dit decreet een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet, niet tijdig of foutief indienen van de aangifte..55De bedragen, vermeld in deze paragraaf, worden verdubbeld als aan de betrokken aangifteplichtige in de vijf jaren voor het opleggen via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, in uitvoering van dit decreet een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet, niet tijdig of foutief indienen van de aangifte..
56§8. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt aan de landbouwer, vermeld in artikel 26, tweede lid, die voor een of meerdere exploitaties, en voor een of meerdere diercategorieën van de diersoort varkens, het nutriëntenbalansstelsel als vermeld in artikel 26, niet toepast of die het toepast en de nutriëntenbalans en de bijhorende stavingsstukken van deze balans niet kan voorleggen, een administratieve geldboete opgelegd.56§8. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt aan de landbouwer, vermeld in artikel 26, tweede lid, die voor een of meerdere exploitaties, en voor een of meerdere diercategorieën van de diersoort varkens, het nutriëntenbalansstelsel als vermeld in artikel 26, niet toepast of die het toepast en de nutriëntenbalans en de bijhorende stavingsstukken van deze balans niet kan voorleggen, een administratieve geldboete opgelegd.
57De administratieve geldboete bedraagt 1 euro, vermenigvuldigd met de gemiddelde veebezetting van het aantal dieren van de diersoort varkens, die op de betrokken exploitatie of de betrokken exploitaties gedurende dat jaar werden gehouden.57De administratieve geldboete bedraagt 1 euro, vermenigvuldigd met de gemiddelde veebezetting van het aantal dieren van de diersoort varkens, die op de betrokken exploitatie of de betrokken exploitaties gedurende dat jaar werden gehouden.
58Bij herhaling van een overtreding binnen de 5 jaar na het opleggen, via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, bedraagt de administratieve geldboete 2 euro, vermenigvuldigd met de gemiddelde veebezetting van het aantal dieren van de diersoort varkens, die op de betrokken exploitatie of de betrokken exploitaties gedurende dat jaar werden gehouden.58Bij herhaling van een overtreding binnen de 5 jaar na het opleggen, via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, bedraagt de administratieve geldboete 2 euro, vermenigvuldigd met de gemiddelde veebezetting van het aantal dieren van de diersoort varkens, die op de betrokken exploitatie of de betrokken exploitaties gedurende dat jaar werden gehouden.
59§9. Lastens eenieder die in uitvoering van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten een staalname of analyse moet laten uitvoeren en deze staalname of analyse niet of niet correct laat uitvoeren, wordt een administratieve geldboete opgelegd.59§9. Lastens eenieder die in uitvoering van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten een staalname of analyse moet laten uitvoeren en deze staalname of analyse niet of niet correct laat uitvoeren, wordt een administratieve geldboete opgelegd.
60De administratieve geldboete bedraagt:60De administratieve geldboete bedraagt:
611° 150 euro per nitraatresidubepaling die niet of niet correct werd uitgevoerd;611° 150 euro per nitraatresidubepaling die niet of niet correct werd uitgevoerd;
622° 250 euro per staalname of analyse, andere dan een nitraatresidubepaling, die niet of niet correct werd uitgevoerd.622° 250 euro per staalname of analyse, andere dan een nitraatresidubepaling, die niet of niet correct werd uitgevoerd.
63De bedragen, vermeld in deze paragraaf, worden verdubbeld als aan de betrokkene in de vijf jaren voor het opleggen via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, in uitvoering van dit decreet een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet of niet correct laten uitvoeren van een staalname of analyse.63De bedragen, vermeld in deze paragraaf, worden verdubbeld als aan de betrokkene in de vijf jaren voor het opleggen via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, in uitvoering van dit decreet een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet of niet correct laten uitvoeren van een staalname of analyse.
64§10. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd:64§10. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd:
651° van 250 euro aan eenieder die een register als vermeld in artikel 24, § 1, § 5 of § 6, niet of foutief bijhoudt;651° van 250 euro aan eenieder die een register als vermeld in artikel 24, § 1, § 5 of § 6, niet of foutief bijhoudt;
662° van 250 euro aan de uitbater van een mestverzamelpunt, die een register als vermeld in artikel 24, § 3, niet of foutief bijhoudt;662° van 250 euro aan de uitbater van een mestverzamelpunt, die een register als vermeld in artikel 24, § 3, niet of foutief bijhoudt;
706° van 250 euro per stavingsstuk, ander dan een stavingsstuk, vermeld onder punt 4°, van de aangifte als vermeld in artikel 23 of van een register als vermeld in artikel 24 dat niet of foutief is bijgehouden, met dien verstande dat voor stavingsstukken die betrekking hebben op een aangifte, de administratieve geldboete maximaal 1000 euro per aangifte bedraagt en de verzamelaanvraag als een afzonderlijke aangifte wordt beschouwd.706° van 250 euro per stavingsstuk, ander dan een stavingsstuk, vermeld onder punt 4°, van de aangifte als vermeld in artikel 23 of van een register als vermeld in artikel 24 dat niet of foutief is bijgehouden, met dien verstande dat voor stavingsstukken die betrekking hebben op een aangifte, de administratieve geldboete maximaal 1000 euro per aangifte bedraagt en de verzamelaanvraag als een afzonderlijke aangifte wordt beschouwd.
71De bedragen, vermeld in deze paragraaf, worden verdubbeld als aan de betrokkene in de vijf jaren voor het opleggen via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, in uitvoering van dit decreet een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet of foutief bijhouden van een of meerdere stukken als vermeld in het eerste lid..71De bedragen, vermeld in deze paragraaf, worden verdubbeld als aan de betrokkene in de vijf jaren voor het opleggen via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, in uitvoering van dit decreet een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet of foutief bijhouden van een of meerdere stukken als vermeld in het eerste lid..
72§11. Onverminderd artikel 71 en 72 wordt aan iedere landbouwer aan wie een annulering met 25 % van de overgenomen nutriëntenemissierechten wordt opgelegd en die geen geldige melding doet als vermeld in artikel 34, §1, derde lid, een administratieve geldboete opgelegd.72§11. Onverminderd artikel 71 en 72 wordt aan iedere landbouwer die geen geldige melding doet als vermeld in artikel 34, §1, negende lid, een administratieve geldboete opgelegd.
73De administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, wordt berekend volgens de volgende formule:73De administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, wordt berekend volgens de volgende formule:
74X: [(het aantal NER-Dred vermenigvuldigd met 2) vermenigvuldigd met M] en gedeeld door 365;74X: [(het aantal NER-Dred vermenigvuldigd met 2) vermenigvuldigd met M] en gedeeld door 365;
75waarbij:75waarbij:
76X = het bedrag van de administratieve geldboete, uitgedrukt in euro;76X = het bedrag van de administratieve geldboete, uitgedrukt in euro;
77NER-Dred: het aantal NER-D dat met toepassing van artikel 34, §1, eerste lid, 2°, door de Mestbank werd gereduceerd;77NER-Dred: het aantal NER-D dat met toepassing van artikel 34, §1, zou gereduceerd worden indien de melding, vermeld in artikel 34, §1, negende lid, zou gedaan zijn geweest;
78M: het aantal kalenderdagen tussen de datum van de toewijzing van een functie van zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder, of van een aandelenoverdracht, waarvoor met toepassing van artikel 34, § 1, eerste lid, 2°, een annulering met 25 % van de overgenomen nutriëntenemissierechten wordt opgelegd en de datum waarop de Mestbank de overgenomen nutriëntenemissierechten effectief heeft geannuleerd met toepassing van artikel 34, § 1, eerste lid, 2°.78M: het aantal kalenderdagen tussen de datum van de wijziging van de vennoten, aandeelhouders of bestuurders en de datum waarop de Mestbank de overgenomen nutriëntenemissierechten effectief heeft geannuleerd.
79§12. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan eenieder die hetzij als aanbieder, hetzij als ontvanger, hetzij als vervoerder, hetzij als AGR-GPS dienstverlener, hetzij in enige andere hoedanigheid betrokken is bij een transport van meststoffen, en een zware overtreding op de in het Mestdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten opgenomen bepalingen rond het vervoer en het gebruik van meststoffen begaat.79§12. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan eenieder die hetzij als aanbieder, hetzij als ontvanger, hetzij als vervoerder, hetzij als AGR-GPS dienstverlener, hetzij in enige andere hoedanigheid betrokken is bij een transport van meststoffen, en een zware overtreding op de in het Mestdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten opgenomen bepalingen rond het vervoer en het gebruik van meststoffen begaat.
80De volgende personen begaan een zware overtreding op de in het Mestdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten opgenomen bepalingen rond het vervoer en het gebruik van meststoffen als vermeld in het eerste lid:80De volgende personen begaan een zware overtreding op de in het Mestdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten opgenomen bepalingen rond het vervoer en het gebruik van meststoffen als vermeld in het eerste lid:
811° de twee exploitanten die betrokken zijn bij een inscharing waarvoor geen inscharingscontract als vermeld in artikel 47, § 1, werd opgemaakt;811° de twee exploitanten die betrokken zijn bij een inscharing waarvoor geen inscharingscontract als vermeld in artikel 47, § 1, werd opgemaakt;
1082° 800 euro voor de overtreding, vermeld in het tweede lid, 18°.1082° 800 euro voor de overtreding, vermeld in het tweede lid, 18°.
109Bij herhaling van een overtreding binnen de vijf jaar na het opleggen van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, wordt het bedrag van de administratieve geldboete, berekend overeenkomstig het derde en het vierde lid, verdubbeld.109Bij herhaling van een overtreding binnen de vijf jaar na het opleggen van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, wordt het bedrag van de administratieve geldboete, berekend overeenkomstig het derde en het vierde lid, verdubbeld.
110§13. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan eenieder die hetzij als aanbieder, hetzij als ontvanger, hetzij als vervoerder, hetzij als AGR-GPS-dienstverlener, hetzij in enige andere hoedanigheid betrokken is bij een transport van meststoffen, en die in deze hoedanigheid een lichte overtreding op de in het Mestdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten opgenomen bepalingen rond het vervoer en het gebruik van meststoffen begaat.110§13. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan eenieder die hetzij als aanbieder, hetzij als ontvanger, hetzij als vervoerder, hetzij als AGR-GPS-dienstverlener, hetzij in enige andere hoedanigheid betrokken is bij een transport van meststoffen, en die in deze hoedanigheid een lichte overtreding op de in het Mestdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten opgenomen bepalingen rond het vervoer en het gebruik van meststoffen begaat.
111Elke overtreding op de in het Mestdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten opgenomen bepalingen rond het vervoer en het gebruik van meststoffen, die niet vermeld is in paragraaf 12, tweede lid, wordt als een lichte overtreding op de in het Mestdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten opgenomen bepalingen rond het vervoer en het gebruik van meststoffen als vermeld in het eerste lid, beschouwd.111Elke overtreding op de in het Mestdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten opgenomen bepalingen rond het vervoer en het gebruik van meststoffen, die niet vermeld is in paragraaf 12, tweede lid, wordt als een lichte overtreding op de in het Mestdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten opgenomen bepalingen rond het vervoer en het gebruik van meststoffen als vermeld in het eerste lid, beschouwd.
112Deze administratieve geldboete bedraagt 50 euro per vracht en per overtreding als vermeld in het eerste lid die werd begaan, met dien verstande dat de administratieve geldboete per transportdocument, begrensd wordt tot maximaal 200 euro.112Deze administratieve geldboete bedraagt 50 euro per vracht en per overtreding als vermeld in het eerste lid die werd begaan, met dien verstande dat de administratieve geldboete per transportdocument, begrensd wordt tot maximaal 200 euro.
113Bij herhaling van een overtreding binnen de twee jaar na het opleggen van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, wordt het bedrag van de administratieve geldboete, berekend overeenkomstig het derde lid, verdubbeld.113Bij herhaling van een overtreding binnen de twee jaar na het opleggen van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, wordt het bedrag van de administratieve geldboete, berekend overeenkomstig het derde lid, verdubbeld.
114§14. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan de landbouwer die in een bepaald kalenderjaar vanggewassen moet inzaaien en gedurende een bepaalde periode moet aanhouden, overeenkomstig artikel 14, § 3, § 8 of § 9, en dit niet of niet volledig heeft gedaan.114§14. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan de landbouwer die in een bepaald kalenderjaar vanggewassen moet inzaaien en gedurende een bepaalde periode moet aanhouden, overeenkomstig artikel 14, § 3, § 8 of § 9, en dit niet of niet volledig heeft gedaan.
115De administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, bedraagt 250 euro per hectare, voor het aantal hectares waarvoor in een bepaald kalenderjaar niet voldaan is aan de verplichting, vermeld in artikel 14, § 3, § 4, eerste lid, 3°, of § 9.115De administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, bedraagt 250 euro per hectare, voor het aantal hectares waarvoor in een bepaald kalenderjaar niet voldaan is aan de verplichting, vermeld in artikel 14, § 3, § 4, eerste lid, 3°, of § 9.
116Als een landbouwer in de vijf jaren voor het opleggen via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, in uitvoering van dit decreet een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet of onvoldoende inzaaien of aanhouden van een vanggewas of wegens de niet-naleving van equivalente maatregelen, wordt de administratieve geldboete, in afwijking van het tweede lid, berekend door het getal Z te vermenigvuldigen met:116Als een landbouwer in de vijf jaren voor het opleggen via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, in uitvoering van dit decreet een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet of onvoldoende inzaaien of aanhouden van een vanggewas of wegens de niet-naleving van equivalente maatregelen, wordt de administratieve geldboete, in afwijking van het tweede lid, berekend door het getal Z te vermenigvuldigen met:
1242° als, na de toewijzing, vermeld in punt 1°, niet alle hectares, gelegen in gebiedstype 2 of gebiedstype 3, waarvoor niet voldaan is aan de verplichting, vermeld in artikel 14, § 8, zijn toegewezen, worden de resterende hectares, waarvoor niet voldaan is aan de verplichting, vermeld in artikel 14, § 8, vervolgens toegewezen aan de tweede schijf, voor een aantal hectares, dat maximaal gelijk is aan 20% van het doelareaal van de betrokken landbouwer in het betreffende jaar, uitgedrukt in hectare als vermeld in artikel 14, § 8;1242° als, na de toewijzing, vermeld in punt 1°, niet alle hectares, gelegen in gebiedstype 2 of gebiedstype 3, waarvoor niet voldaan is aan de verplichting, vermeld in artikel 14, § 8, zijn toegewezen, worden de resterende hectares, waarvoor niet voldaan is aan de verplichting, vermeld in artikel 14, § 8, vervolgens toegewezen aan de tweede schijf, voor een aantal hectares, dat maximaal gelijk is aan 20% van het doelareaal van de betrokken landbouwer in het betreffende jaar, uitgedrukt in hectare als vermeld in artikel 14, § 8;
1253° als, na de toewijzingen, vermeld in punt 1° en punt 2°, niet alle hectares, gelegen in gebiedstype 2 of gebiedstype 3, waarvoor niet voldaan is aan de verplichting, vermeld in artikel 14, § 8, zijn toegewezen, worden de resterende hectares waarvoor niet voldaan is aan de verplichting, vermeld in artikel 14, § 8, vervolgens toegewezen aan de derde schijf.1253° als, na de toewijzingen, vermeld in punt 1° en punt 2°, niet alle hectares, gelegen in gebiedstype 2 of gebiedstype 3, waarvoor niet voldaan is aan de verplichting, vermeld in artikel 14, § 8, zijn toegewezen, worden de resterende hectares waarvoor niet voldaan is aan de verplichting, vermeld in artikel 14, § 8, vervolgens toegewezen aan de derde schijf.
126§15. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan de landbouwer, die in een bepaald kalenderjaar, mits de naleving van één of meerdere equivalente maatregelen als vermeld in artikel 14, § 5, vrijgesteld is van een maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 2°, 3° en 4°, en de equivalente maatregelen in kwestie niet naleeft.126§15. Onverminderd de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan de landbouwer, die in een bepaald kalenderjaar, mits de naleving van één of meerdere equivalente maatregelen als vermeld in artikel 14, § 5, vrijgesteld is van een maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 2°, 3° en 4°, en de equivalente maatregelen in kwestie niet naleeft.
127De administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, wordt als volgt berekend:127De administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, wordt als volgt berekend:
1281° als op basis van de equivalente maatregel of maatregelen die niet nageleefd zijn een vrijstelling van de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 2°, werd bekomen: 5 euro per kg werkzame N die de betrokken landbouwer in het kalenderjaar in kwestie minder had mogen opbrengen als de op zijn bedrijf toegelaten bemesting in het kalenderjaar in kwestie verminderd was geworden, overeenkomstig artikel 14, § 4, eerste lid, 2° ;1281° als op basis van de equivalente maatregel of maatregelen die niet nageleefd zijn een vrijstelling van de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 2°, werd bekomen: 5 euro per kg werkzame N die de betrokken landbouwer in het kalenderjaar in kwestie minder had mogen opbrengen als de op zijn bedrijf toegelaten bemesting in het kalenderjaar in kwestie verminderd was geworden, overeenkomstig artikel 14, § 4, eerste lid, 2° ;
1303° als op basis van de equivalente maatregel of maatregelen die niet nageleefd zijn een vrijstelling van de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 4°, werd bekomen: 1000 euro.1303° als op basis van de equivalente maatregel of maatregelen die niet nageleefd zijn een vrijstelling van de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 4°, werd bekomen: 1000 euro.
131Als aan de betrokken aangifteplichtige in de vijf jaren voor het opleggen via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, in uitvoering van dit decreet een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet of onvoldoende inzaaien of aanhouden van een vanggewas of wegens de niet-naleving van equivalente maatregelen, worden de bedragen, vermeld in deze paragraaf, vermenigvuldigd met het getal Z. Het getal Z is één plus het aantal keren dat aan de betrokken aangifteplichtige in de vijf jaren voor het opleggen van de administratieve geldboete een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet of onvoldoende inzaaien of aanhouden van een vanggewas of wegens de niet-naleving van equivalente maatregelen.131Als aan de betrokken aangifteplichtige in de vijf jaren voor het opleggen via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, in uitvoering van dit decreet een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet of onvoldoende inzaaien of aanhouden van een vanggewas of wegens de niet-naleving van equivalente maatregelen, worden de bedragen, vermeld in deze paragraaf, vermenigvuldigd met het getal Z. Het getal Z is één plus het aantal keren dat aan de betrokken aangifteplichtige in de vijf jaren voor het opleggen van de administratieve geldboete een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet of onvoldoende inzaaien of aanhouden van een vanggewas of wegens de niet-naleving van equivalente maatregelen.
132§16. Lastens elke landbouwer die de maatregelen, hem opgelegd in uitvoering van artikel 15, § 10 en § 11, niet of niet correct heeft nageleefd, wordt een administratieve geldboete opgelegd.132§16. Lastens elke landbouwer die de maatregelen, hem opgelegd in uitvoering van artikel 15, § 10 en § 11, niet of niet correct heeft nageleefd, wordt een administratieve geldboete opgelegd.
133De administratieve geldboete bedraagt:133De administratieve geldboete bedraagt:
1341° 300 euro voor elk bemestingsplan als vermeld in artikel 15, § 10, 2°, en § 11, 2°, dat niet of niet correct is opgemaakt;1341° 300 euro voor elk bemestingsplan als vermeld in artikel 15, § 10, 2°, en § 11, 2°, dat niet of niet correct is opgemaakt;
1374° 500 euro voor elk advies van de gecertificeerde adviesinstantie als vermeld in artikel 15, § 11, 5°, dat niet opgevolgd wordt.1374° 500 euro voor elk advies van de gecertificeerde adviesinstantie als vermeld in artikel 15, § 11, 5°, dat niet opgevolgd wordt.
138De bedragen, vermeld in deze paragraaf, worden verdubbeld als aan de betrokkene in de vijf jaren voor het opleggen via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet of niet correct naleven van de maatregelen, hem opgelegd in uitvoering van artikel 15, § 10 en § 11.138De bedragen, vermeld in deze paragraaf, worden verdubbeld als aan de betrokkene in de vijf jaren voor het opleggen via de beveiligde zending, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, een administratieve geldboete opgelegd is wegens het niet of niet correct naleven van de maatregelen, hem opgelegd in uitvoering van artikel 15, § 10 en § 11.
139§17. Lastens eenieder die een maatregel, met uitzondering van een maatregel die het uitvoeren of laten uitvoeren van een analyse betreft, hem opgelegd in uitvoering van artikel 62, § 1, niet of niet correct heeft nageleefd, wordt een administratieve geldboete opgelegd.139§17. Lastens eenieder die een maatregel, met uitzondering van een maatregel die het uitvoeren of laten uitvoeren van een analyse betreft, hem opgelegd in uitvoering van artikel 62, § 1, niet of niet correct heeft nageleefd, wordt een administratieve geldboete opgelegd.
140De administratieve geldboete bedraagt 500 euro per keer dat een maatregel, opgelegd in uitvoering van artikel 62, § 1, die niet of niet correct is nageleefd. Als een maatregel, opgelegd in uitvoering van artikel 62, § 1, moet toegepast worden op een bepaald aantal hectares, bedraagt de boete 500 euro, vermenigvuldigd met het aantal hectares, waarop de maatregel niet is toegepast, met dien verstande dat de boete minstens 500 euro bedraagt.140De administratieve geldboete bedraagt 500 euro per keer dat een maatregel, opgelegd in uitvoering van artikel 62, § 1, die niet of niet correct is nageleefd. Als een maatregel, opgelegd in uitvoering van artikel 62, § 1, moet toegepast worden op een bepaald aantal hectares, bedraagt de boete 500 euro, vermenigvuldigd met het aantal hectares, waarop de maatregel niet is toegepast, met dien verstande dat de boete minstens 500 euro bedraagt.
141Bij herhaling van een overtreding binnen de vijf jaar na het opleggen via het aangetekend schrijven, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, wordt de administratieve geldboete berekend, overeenkomstig het tweede lid, verdubbeld.141Bij herhaling van een overtreding binnen de vijf jaar na het opleggen via het aangetekend schrijven, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, wordt de administratieve geldboete berekend, overeenkomstig het tweede lid, verdubbeld.
142§18. Met behoud van de bepalingen van artikel 71 en 72 wordt een administratieve geldboete opgelegd aan de uitbater van een bewerkings- of verwerkingseenheid, die de verplichtingen, vermeld in artikel 24, §7, niet naleeft.
143De geldboete bedraagt:
1441° 10.000 euro per kalenderjaar waarin de Mestbank niet beschikt over een correct overzicht als vermeld in artikel 24, §7, tweede lid;
1452° 5000 euro per kalenderjaar waarvoor de uitbater van de bewerkings- of verwerkingseenheid geen correcte registratie heeft van de ammoniakemissie van zijn uitbating, verhoogd met 2500 euro per kalenderjaar en per ontbrekend of niet-correct werkend meetapparaat.
146Bij herhaling van een overtreding binnen vijf jaar na het opleggen bij beveiligde zending als vermeld in artikel 64, §1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, wordt de administratieve geldboete die overeenkomstig het tweede lid berekend is, verdubbeld.
+29 −37 mestdecreet/art. 84
1§1. Een attest waaruit blijkt dat een perceel niet fosfaatverzadigd is, afgeleverd op grond van artikel 15quater, § 4 van hetzelfde decreet van 23 januari 1991, heeft dezelfde rechtsgevolgen als een attest afgeleverd op grond van artikel 17, § 5.1§1. Een attest waaruit blijkt dat een perceel niet fosfaatverzadigd is, afgeleverd op grond van artikel 15quater, § 4 van hetzelfde decreet van 23 januari 1991, heeft dezelfde rechtsgevolgen als een attest afgeleverd op grond van artikel 17, § 5.
2§2. Percelen gelegen in zandgronden, waarvan de landbouwer, in uitvoering van artikel 13, § 2, zoals het gold op 31 december 2010, door een textuuranalyse van het betreffende perceel reeds aangetoond heeft dat de textuurklasse van dat perceel niet textuurklasse P, S of Z is, worden in afwijking van artikel 3, 72°, niet aanzien als zandgrond.2§2. Percelen gelegen in zandgronden, waarvan de landbouwer, in uitvoering van artikel 13, § 2, zoals het gold op 31 december 2010, door een textuuranalyse van het betreffende perceel reeds aangetoond heeft dat de textuurklasse van dat perceel niet textuurklasse P, S of Z is, worden in afwijking van artikel 3, 72°, niet aanzien als zandgrond.
3§3. Aan landbouwers die in het kalenderjaar 2011 maatregelen opgelegd kregen, in uitvoering van artikel 38, en de opgelegde maatregelen in 2011 niet volledig hebben nageleefd, worden in 2012 de volgende maatregelen opgelegd :3§3. Aan landbouwers die in het kalenderjaar 2011 maatregelen opgelegd kregen, in uitvoering van artikel 38, en de opgelegde maatregelen in 2011 niet volledig hebben nageleefd, worden in 2012 de volgende maatregelen opgelegd :
41° de maatregelen vermeld in artikel 14, § 4, als de landbouwer in 2011 de maatregelen, als vermeld in artikel 2, § 1, van het ministerieel besluit van 11 februari 2011 tot nadere bepaling van de strengere verbodsbepalingen ter uitvoering van artikel 38 van het Mestdecreet van 22 december 2006, opgelegd kreeg;41° de maatregelen vermeld in artikel 14, § 4, als de landbouwer in 2011 de maatregelen, als vermeld in artikel 2, § 1, van het ministerieel besluit van 11 februari 2011 tot nadere bepaling van de strengere verbodsbepalingen ter uitvoering van artikel 38 van het Mestdecreet van 22 december 2006, opgelegd kreeg;
52° de maatregelen vermeld in artikel 14, § 5, als de landbouwer in 2011, de maatregelen, als vermeld in artikel 2, § 2, van het ministerieel besluit van 11 februari 2011 tot nadere bepaling van de strengere verbodsbepalingen ter uitvoering van artikel 38 van het Mestdecreet van 22 december 2006, opgelegd kreeg;52° de maatregelen vermeld in artikel 14, § 5, als de landbouwer in 2011, de maatregelen, als vermeld in artikel 2, § 2, van het ministerieel besluit van 11 februari 2011 tot nadere bepaling van de strengere verbodsbepalingen ter uitvoering van artikel 38 van het Mestdecreet van 22 december 2006, opgelegd kreeg;
63° de maatregelen vermeld in artikel 14, § 6, als de landbouwer in 2011, de maatregelen, als vermeld in artikel 2, § 3, van het ministerieel besluit van 11 februari 2011 tot nadere bepaling van de strengere verbodsbepalingen ter uitvoering van artikel 38 van het Mestdecreet van 22 december 2006, opgelegd kreeg.63° de maatregelen vermeld in artikel 14, § 6, als de landbouwer in 2011, de maatregelen, als vermeld in artikel 2, § 3, van het ministerieel besluit van 11 februari 2011 tot nadere bepaling van de strengere verbodsbepalingen ter uitvoering van artikel 38 van het Mestdecreet van 22 december 2006, opgelegd kreeg.
7§4. De Vlaamse Regering kan voor een periode tot en met 1 september 2011, afwijkingen voorzien op artikel 8, als blijkt dat de landbouwers niet bij machte zijn om de wijzigingen die aan dit decreet in 2011 zijn ingevoerd, uit te voeren.7§4. De Vlaamse Regering kan voor een periode tot en met 1 september 2011, afwijkingen voorzien op artikel 8, als blijkt dat de landbouwers niet bij machte zijn om de wijzigingen die aan dit decreet in 2011 zijn ingevoerd, uit te voeren.
8§ 5. Voor overdrachten van nutriëntenemissierechten, als vermeld in artikel 34, gelden de volgende bepalingen:
91° in afwijking van de annulering met 25 %, vermeld in artikel 34, § 1, eerste lid, 2°, a), wordt geen annulering van de nutriëntenemissierechten toegepast als de toewijzing van een functie van zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder, of de aandelenoverdracht, waarvoor anders een annulering met 25 % van de overgenomen nutriëntenemissierechten door die bepaling is vastgesteld, wordt gedaan vóór de dag van de inwerkingtreding van artikel 61 van het decreet van 28 februari 2014 houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en natuur;
102° in afwijking van de annulering met 25 %, vermeld in artikel 34, § 1, eerste lid, 2°, b), 5°, wordt geen annulering van de nutriëntenemissierechten toegepast als de toewijzing van een functie van zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder waarvoor anders een annulering met 25 % van de overgenomen nutriëntenemissierechten door die bepaling is vastgesteld, wordt gedaan vóór de dag van de inwerkingtreding van artikel 61 van het decreet van 28 februari 2014 houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en natuur;
113° in afwijking van artikel 34, § 1, eerste lid, 2°, b), 5°, tweede lid, eerste zin, § 1, eerste lid, 2°, f), 5°, tweede zin, en § 1, eerste lid, 2°, f), 11°, tweede zin, zijn de nutriëntenemissierechten op grond van alle overdrachtsmogelijkheden, vermeld in artikel 34, overdraagbaar, als de akteneming van de overgenomen nutriëntenemissierechten is gedaan vóór de inwerkingtreding van artikel 61 van het decreet van 28 februari 2014 houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en natuur.
12§ 6. Voor alle overdrachten van nutriëntenemissierechten, vermeld in artikel 34, waarvan de datum van overname van de nutriëntenemissierechten is vastgesteld vóór de datum van de inwerkingtreding van artikel 61 van het decreet van 28 februari 2014 houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en natuur, waarbij de overname werd goedgekeurd op grond van artikel 34, § 1, eerste lid, 2°, b), 5°, of § 1, eerste lid, 2°, f), en waarbij de datum van de aandelenoverdrachten of de toewijzingen van een functie van zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder, vermeld in punt 2°, zich situeert vóór de datum van inwerkingtreding van artikel 61 van het decreet van 28 februari 2014 houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en natuur, gelden volgende overgangsregelingen:
131° in afwijking van artikel 34, § 1, derde lid, kan tot zes maanden na de datum van de inwerkingtreding van artikel 61 van het decreet van 28 februari 2014 houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en natuur, een geldige melding worden gedaan;
142° in afwijking van artikel 34, § 1, eerste lid, 2°, b), 5°, laatste zin, § 1, eerste lid, 2°, f), 5°, laatste zin, en § 1, eerste lid, 2°, f), 11°, laatste zin, worden de niet-ingevulde nutriëntenemissierechten bepaald op grond van de invulling van de nutriëntenemissierechten gedurende de laatste drie gekende kalenderjaren die voorafgaan aan de datum waarop:
15a) een aandelenoverdracht werd gedaan waardoor niet meer voldaan is aan de voorwaarde dat minstens 80 % van de aandelen van de personenvennootschap nog eigendom moet zijn van een of meer personen als vermeld in punt 1° tot en met punt 4° of punt 6° van artikel 34, § 1, eerste lid, 2°, b), 5° ;
16b) de functie van zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder is toegewezen aan een derde die niet vermeld is in punt 1° tot en met punt 4° of punt 6° van artikel 34, § 1, eerste lid, 2°, f), 5°, of een aandelenoverdracht is gedaan aan een of meer personen die niet vermeld zijn in punt 7° tot en met punt 10° of punt 12° van artikel 34, § 1, eerste lid, 2°, f), 11° ;
173° in afwijking van artikel 31, § 2, wordt, als een annulering wordt toegepast op grond van artikel 34, § 1, 2°, b), 5°, of § 1, eerste lid, 2°, f), de niet correct afgezette mestproductie bepaald op grond van de mestafzet op het bedrijf gedurende de drie gekende kalenderjaren die voorafgaan aan de datum waarop een functie van zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder is toegewezen of waarop een aandelenoverdracht, als vermeld in punt 2°, a) of b), is gedaan.
8§5. De overname van nutriëntenemissierechten mits verwerking van mest, vermeld in artikel 34, §1, eerste lid, 1°, zoals laatst gewijzigd bij het decreet van 12 juni 2015, en de overname van nutriëntenemissierechten waarop de meldingsplicht van artikel 34, §1, derde lid, zoals laatst gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2019, van toepassing is, worden uitgevoerd en beoordeeld op basis van de bepalingen van artikel 34 en de uitvoeringsbesluiten ervan zoals die van kracht zijn op 1 januari 2023.
9§6. In afwijking van artikel 22, §1, tweede lid, 1°, kan er tot 1 januari 2028 op grasland ook gebruikgemaakt worden van een sleepslangtechniek.
18§7. In afwachting van een vaststelling door de Vlaamse Regering van de nadere regels om vast te stellen welke meststoffen als traagwerkende meststof beschouwd worden en aangaande de wijze waarop aangetoond wordt dat een meststof een traagwerkende meststof is als vermeld in artikel 3, § 5, 22°, worden als traagwerkende meststof beschouwd, de andere meststoffen en bewerkte dierlijke mest die stikstof in dusdanige vorm bevatten, dat slechts een beperkt gedeelte van de totale stikstof vrijkomt in het jaar van opbrenging als vermeld in artikel 8, § 4, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014.10§7. In afwachting van een vaststelling door de Vlaamse Regering van de nadere regels om vast te stellen welke meststoffen als traagwerkende meststof beschouwd worden en aangaande de wijze waarop aangetoond wordt dat een meststof een traagwerkende meststof is als vermeld in artikel 3, § 5, 22°, worden als traagwerkende meststof beschouwd, de andere meststoffen en bewerkte dierlijke mest die stikstof in dusdanige vorm bevatten, dat slechts een beperkt gedeelte van de totale stikstof vrijkomt in het jaar van opbrenging als vermeld in artikel 8, § 4, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014.
19§8. In afwachting van een bepaling door de Vlaamse Regering van de meststoffen die een meststof zijn waarvan de stikstofinhoud laag is als vermeld in artikel 8, § 4, derde lid, worden als meststoffen type 3 waarvan de stikstofinhoud laag is beschouwd, de andere meststoffen en bewerkte dierlijke mest waarvan de stikstofinhoud laag is als vermeld in artikel 8, § 4, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014, met dien verstande dat bij het gebruik van deze meststoffen, er moet op toegezien worden dat de opgebrachte hoeveelheid in overeenstemming is met de bepalingen van artikel 8, § 4, derde lid, van dit decreet.11§8. In afwachting van een bepaling door de Vlaamse Regering van de meststoffen die een meststof zijn waarvan de stikstofinhoud laag is als vermeld in artikel 8, § 4, derde lid, worden als meststoffen type 3 waarvan de stikstofinhoud laag is beschouwd, de andere meststoffen en bewerkte dierlijke mest waarvan de stikstofinhoud laag is als vermeld in artikel 8, § 4, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014, met dien verstande dat bij het gebruik van deze meststoffen, er moet op toegezien worden dat de opgebrachte hoeveelheid in overeenstemming is met de bepalingen van artikel 8, § 4, derde lid, van dit decreet.
20§9. Voor het jaar 2015 wordt voor de toepassing van artikel 8, § 4, derde lid, 15 november gelezen als 31 december.12§9. Voor het jaar 2015 wordt voor de toepassing van artikel 8, § 4, derde lid, 15 november gelezen als 31 december.
21§10. In afwijking van artikel 13, § 1 en § 2, kunnen landbouwers in het jaar 2015 nog opteren voor een systeem van bemestingsnormen, gebaseerd op de totale opgebrachte hoeveelheid stikstof als vermeld in artikel 13, § 1, vijfde lid, 1°, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014. Een landbouwer die hiervoor opteert moet in het jaar 2015 zijn stikstofbemesting beperken tot de hoeveelheden, vermeld in artikel 13, § 2, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014, met dien verstande dat voor het bepalen van de toegelaten hoeveelheden, sierteelt en boomkweek als een groente van groep II en dat aardbeien op zandgronden of op niet-zandgronden, aanzien worden als een groente van groep II op zandgronden.13§10. In afwijking van artikel 13, § 1 en § 2, kunnen landbouwers in het jaar 2015 nog opteren voor een systeem van bemestingsnormen, gebaseerd op de totale opgebrachte hoeveelheid stikstof als vermeld in artikel 13, § 1, vijfde lid, 1°, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014. Een landbouwer die hiervoor opteert moet in het jaar 2015 zijn stikstofbemesting beperken tot de hoeveelheden, vermeld in artikel 13, § 2, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014, met dien verstande dat voor het bepalen van de toegelaten hoeveelheden, sierteelt en boomkweek als een groente van groep II en dat aardbeien op zandgronden of op niet-zandgronden, aanzien worden als een groente van groep II op zandgronden.
22De landbouwer die voor het jaar 2015 kiest voor het systeem van bemestingsnormen, gebaseerd op de totale opgebrachte hoeveelheid stikstof, deelt dit in het jaar 2016 mee bij de aangifte, vermeld in artikel 23.14De landbouwer die voor het jaar 2015 kiest voor het systeem van bemestingsnormen, gebaseerd op de totale opgebrachte hoeveelheid stikstof, deelt dit in het jaar 2016 mee bij de aangifte, vermeld in artikel 23.
23Voor de landbouwer die in het jaar 2015 kiest voor het systeem van bemestingsnormen, gebaseerd op de totale opgebrachte hoeveelheid stikstof als vermeld in artikel 13, § 1, vijfde lid, 1°, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014, wordt voor de berekening van de administratieve geldboete, vermeld in artikel 63, § 1, voor het kalenderjaar 2015, het aantal nutriënten dat niet is afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet, bepaald als de som van het aantal kg N die niet is afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet, berekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 63, § 1, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014, en het aantal kg P2O5 die de landbouwer niet heeft afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet, berekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 63, § 2, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014.15Voor de landbouwer die in het jaar 2015 kiest voor het systeem van bemestingsnormen, gebaseerd op de totale opgebrachte hoeveelheid stikstof als vermeld in artikel 13, § 1, vijfde lid, 1°, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014, wordt voor de berekening van de administratieve geldboete, vermeld in artikel 63, § 1, voor het kalenderjaar 2015, het aantal nutriënten dat niet is afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet, bepaald als de som van het aantal kg N die niet is afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet, berekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 63, § 1, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014, en het aantal kg P2O5 die de landbouwer niet heeft afgezet overeenkomstig de bepalingen van dit decreet, berekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 63, § 2, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014.
24§11. In afwijking van artikel 13, § 3, tweede lid, kan de hoeveelheid plantbeschikbare fosfaat in de bodem ook bepaald worden op basis van een bodemanalyse die uitgevoerd is vóór 1 augustus 2015 en waarbij, hoewel de X-Y-coördinaten niet vermeld zijn, het geanalyseerde perceel toch op een eenduidige manier geïdentificeerd kan worden.16§11. In afwijking van artikel 13, § 3, tweede lid, kan de hoeveelheid plantbeschikbare fosfaat in de bodem ook bepaald worden op basis van een bodemanalyse die uitgevoerd is vóór 1 augustus 2015 en waarbij, hoewel de X-Y-coördinaten niet vermeld zijn, het geanalyseerde perceel toch op een eenduidige manier geïdentificeerd kan worden.
25§12. In afwijking van artikel 13, § 3, derde lid, worden, in afwachting van de aanpassing van het door de Mestbank ter beschikking gestelde internetloket, mogen de bodemanalyses, vermeld in artikel 13, § 3, op een andere wijze aan de Mestbank overgemaakt worden.17§12. In afwijking van artikel 13, § 3, derde lid, worden, in afwachting van de aanpassing van het door de Mestbank ter beschikking gestelde internetloket, mogen de bodemanalyses, vermeld in artikel 13, § 3, op een andere wijze aan de Mestbank overgemaakt worden.
26§13. In afwachting van een bepaling door de Vlaamse Regering van het aantal staalnames met bijhorend bemestingsadvies dat in een bepaald jaar minimaal uitgevoerd moet worden opdat er een voldoende aantal staalnames als vermeld in artikel 13, § 7, eerste lid, zou zijn, wordt het aantal staalnames met bijhorend bemestingsadvies dat in een bepaald jaar minimaal uitgevoerd moet worden bepaald als de som, afgerond naar het hogere geheel getal, van de volgende twee getallen:18§13. In afwachting van een bepaling door de Vlaamse Regering van het aantal staalnames met bijhorend bemestingsadvies dat in een bepaald jaar minimaal uitgevoerd moet worden opdat er een voldoende aantal staalnames als vermeld in artikel 13, § 7, eerste lid, zou zijn, wordt het aantal staalnames met bijhorend bemestingsadvies dat in een bepaald jaar minimaal uitgevoerd moet worden bepaald als de som, afgerond naar het hogere geheel getal, van de volgende twee getallen:
271° één zesde van het aantal hectares landbouwgrond dat tot het bedrijf behoort, dat niet gelegen is in gebiedstype 0 en waarop in het betreffende jaar, overeenkomstig de verzamelaanvraag:191° één zesde van het aantal hectares landbouwgrond dat tot het bedrijf behoort, dat niet gelegen is in gebiedstype 0 en waarop in het betreffende jaar, overeenkomstig de verzamelaanvraag:
28a) hetzij een blijvende teelt wordt geteeld die behoort tot de teeltgroep sierteelt of boomkweek, groenten van groep I of groenten van groep II;20a) hetzij een blijvende teelt wordt geteeld die behoort tot de teeltgroep sierteelt of boomkweek, groenten van groep I of groenten van groep II;
31Het aantal hectares tot het bedrijf behorende landbouwgronden die niet gelegen zijn in gebiedstype 0 en waarop in een bepaald jaar, overeenkomstig de verzamelaanvraag, zowel een teelt wordt geteeld als vermeld in het eerste lid, 1°, als een teelt als vermeld in het eerste lid, 2°, wordt enkel meegerekend voor het bepalen van het getal, vermeld in het eerste lid, 2°.23Het aantal hectares tot het bedrijf behorende landbouwgronden die niet gelegen zijn in gebiedstype 0 en waarop in een bepaald jaar, overeenkomstig de verzamelaanvraag, zowel een teelt wordt geteeld als vermeld in het eerste lid, 1°, als een teelt als vermeld in het eerste lid, 2°, wordt enkel meegerekend voor het bepalen van het getal, vermeld in het eerste lid, 2°.
32Als de som, vermeld in het eerste lid, groter is dan het aantal percelen tot het bedrijf behorende landbouwgronden die niet gelegen zijn in gebiedstype 0 en waarop een teelt wordt geteeld die behoort tot de teeltgroep sierteelt of boomkweek, groenten van groep I of groenten van groep II of aardbeien, dan wordt het aantal staalnames met bijhorend bemestingsadvies beperkt tot het aantal percelen tot het bedrijf behorende landbouwgronden die niet gelegen zijn in gebiedstype 0 en waarop een teelt wordt geteeld die behoort tot de teeltgroep sierteelt of boomkweek, groenten van groep I of groenten van groep II of aardbeien..24Als de som, vermeld in het eerste lid, groter is dan het aantal percelen tot het bedrijf behorende landbouwgronden die niet gelegen zijn in gebiedstype 0 en waarop een teelt wordt geteeld die behoort tot de teeltgroep sierteelt of boomkweek, groenten van groep I of groenten van groep II of aardbeien, dan wordt het aantal staalnames met bijhorend bemestingsadvies beperkt tot het aantal percelen tot het bedrijf behorende landbouwgronden die niet gelegen zijn in gebiedstype 0 en waarop een teelt wordt geteeld die behoort tot de teeltgroep sierteelt of boomkweek, groenten van groep I of groenten van groep II of aardbeien..
33§14. Voor het jaar 2015 zijn de focusgebieden als vermeld in artikel 14, § 1, vierde lid, de focusgebieden, aangeduid op de kaart die als bijlage opgenomen is bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2012 tot bepaling van de nitraatresidudrempelwaarde, vermeld in artikel 14, § 1, vijfde lid, van het Mestdecreet van 22 december 2006.25§14. Voor het jaar 2015 zijn de focusgebieden als vermeld in artikel 14, § 1, vierde lid, de focusgebieden, aangeduid op de kaart die als bijlage opgenomen is bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2012 tot bepaling van de nitraatresidudrempelwaarde, vermeld in artikel 14, § 1, vijfde lid, van het Mestdecreet van 22 december 2006.
34§15. In afwijking van artikel 14, § 5, tweede lid, moeten de aanvragen tot vrijstelling in het jaar 2015 uiterlijk op 1 augustus bij de Mestbank ingediend worden.26§15. In afwijking van artikel 14, § 5, tweede lid, moeten de aanvragen tot vrijstelling in het jaar 2015 uiterlijk op 1 augustus bij de Mestbank ingediend worden.
35§16. In het jaar 2015 is de maatregel, vermeld in artikel 14, § 6, 2°, niet van toepassing.27§16. In het jaar 2015 is de maatregel, vermeld in artikel 14, § 6, 2°, niet van toepassing.
36§17. In afwachting van een vaststelling door de Vlaamse Regering van de nadere regels aangaande het bemestingsplan als vermeld in artikel 14, § 7, 6°, en § 8, eerste lid, 6°, is het bemestingsplan dat bijgehouden moet worden, een bemestingsplan als vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 3°, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014.28§17. In afwachting van een vaststelling door de Vlaamse Regering van de nadere regels aangaande het bemestingsplan als vermeld in artikel 14, § 7, 6°, en § 8, eerste lid, 6°, is het bemestingsplan dat bijgehouden moet worden, een bemestingsplan als vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 3°, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014.
37§18. In het jaar 2015 moet een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau als vermeld in artikel 15 uitgevoerd worden door:29§18. In het jaar 2015 moet een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau als vermeld in artikel 15 uitgevoerd worden door:
381° de landbouwer die in het jaar 2015 maatregelen als vermeld in artikel 14, § 4, § 5 of § 6, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014, opgelegd kreeg;301° de landbouwer die in het jaar 2015 maatregelen als vermeld in artikel 14, § 4, § 5 of § 6, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014, opgelegd kreeg;
392° de landbouwer die in het jaar 2015 maatregelen als vermeld in artikel 14, § 3, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014, opgelegd kreeg, en in het jaar 2015 omwille van zijn ligging, beschouwd wordt als een focusbedrijf, overeenkomstig de bepalingen van artikel 14, § 4, tweede lid, 1°.312° de landbouwer die in het jaar 2015 maatregelen als vermeld in artikel 14, § 3, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014, opgelegd kreeg, en in het jaar 2015 omwille van zijn ligging, beschouwd wordt als een focusbedrijf, overeenkomstig de bepalingen van artikel 14, § 4, tweede lid, 1°.
40In het jaar 2015 moet een nitraatresiduevaluatie uitgevoerd worden op één door de Mestbank aangeduid perceel landbouwgrond door de landbouwer die in het jaar 2015 maatregelen als vermeld in artikel 14, § 3, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014, opgelegd kreeg, en in het jaar 2015 omwille van zijn ligging, niet beschouwd wordt als een focusbedrijf, overeenkomstig de bepalingen van artikel 14, § 4, tweede lid, 1°.32In het jaar 2015 moet een nitraatresiduevaluatie uitgevoerd worden op één door de Mestbank aangeduid perceel landbouwgrond door de landbouwer die in het jaar 2015 maatregelen als vermeld in artikel 14, § 3, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014, opgelegd kreeg, en in het jaar 2015 omwille van zijn ligging, niet beschouwd wordt als een focusbedrijf, overeenkomstig de bepalingen van artikel 14, § 4, tweede lid, 1°.
41§19. Percelen die beschikken over een attest als vermeld in artikel 17, § 6, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014, worden ingedeeld in klasse IV als vermeld in artikel 13, § 3, tenzij ze beschikken over een analyse op basis waarvan ze, in toepassing van artikel 13, § 3, in een lagere klasse ingedeeld worden.33§19. Percelen die beschikken over een attest als vermeld in artikel 17, § 6, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014, worden ingedeeld in klasse IV als vermeld in artikel 13, § 3, tenzij ze beschikken over een analyse op basis waarvan ze, in toepassing van artikel 13, § 3, in een lagere klasse ingedeeld worden.
42§20. Voor het kalenderjaar 2015 of een eerder kalenderjaar wordt de mestverwerkingsplicht, vermeld in artikel 29, opgelegd aan bedrijfsgroepen als vermeld in artikel 29 van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014, en wordt, bij het niet voldoen aan deze mestverwerkingsplicht, aan de bedrijfsgroep een administratieve geldboete als vermeld in artikel 63, § 21, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014, opgelegd.34§20. Voor het kalenderjaar 2015 of een eerder kalenderjaar wordt de mestverwerkingsplicht, vermeld in artikel 29, opgelegd aan bedrijfsgroepen als vermeld in artikel 29 van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014, en wordt, bij het niet voldoen aan deze mestverwerkingsplicht, aan de bedrijfsgroep een administratieve geldboete als vermeld in artikel 63, § 21, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014, opgelegd.
43§21. Voor feiten, gepleegd in het kalenderjaar 2015 of een eerder kalenderjaar, worden de administratieve geldboetes opgelegd op basis van de bepalingen van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014.35§21. Voor feiten, gepleegd in het kalenderjaar 2015 of een eerder kalenderjaar, worden de administratieve geldboetes opgelegd op basis van de bepalingen van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 28 februari 2014.
44In afwijking hiervan worden gedragingen of feiten die betrekking hebben op het jaar 2015 en die vallen onder het toepassingsgebied van artikel 63, § 1, § 2, § 4, § 7, § 8 en § 9, opgelegd op basis van de bepalingen van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 12 juni 2015 tot wijziging van het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen.36In afwijking hiervan worden gedragingen of feiten die betrekking hebben op het jaar 2015 en die vallen onder het toepassingsgebied van artikel 63, § 1, § 2, § 4, § 7, § 8 en § 9, opgelegd op basis van de bepalingen van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 12 juni 2015 tot wijziging van het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen.
45§22. Voor de toepassing van artikel 14, § 6, wordt een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau, uitgevoerd in het kalenderjaar 2018 die, overeenkomstig de nitraatresidudrempelwaarden voor focusbedrijven, als categorie nul is beoordeeld, overeenkomstig artikel 15 van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 30 juni 2017, beschouwd als een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau waarvan het resultaat positief was als vermeld in artikel 15, § 9.37§22. Voor de toepassing van artikel 14, § 6, wordt een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau, uitgevoerd in het kalenderjaar 2018 die, overeenkomstig de nitraatresidudrempelwaarden voor focusbedrijven, als categorie nul is beoordeeld, overeenkomstig artikel 15 van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 30 juni 2017, beschouwd als een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau waarvan het resultaat positief was als vermeld in artikel 15, § 9.
46Een landbouwer die, overeenkomstig artikel 14, § 5, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 30 juni 2017, in 2019 beschouwd werd als een landbouwer met een vrijstelling van de kwalificatie als focusbedrijf wordt van rechtswege geacht een vrijstelling als vermeld in artikel 14, § 6, te vragen voor het jaar 2019.38Een landbouwer die, overeenkomstig artikel 14, § 5, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 30 juni 2017, in 2019 beschouwd werd als een landbouwer met een vrijstelling van de kwalificatie als focusbedrijf wordt van rechtswege geacht een vrijstelling als vermeld in artikel 14, § 6, te vragen voor het jaar 2019.
47In afwijking van artikel 14, § 6, kan de landbouwer voor het jaar 2019, tot uiterlijk 31 mei een aanvraag tot vrijstelling indienen of intrekken.39In afwijking van artikel 14, § 6, kan de landbouwer voor het jaar 2019, tot uiterlijk 31 mei een aanvraag tot vrijstelling indienen of intrekken.
51a) de landbouwer werd in 2018 beschouwd als een landbouwer met een vrijstelling van de kwalificatie als focusbedrijf, overeenkomstig artikel 14, § 5, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 30 juni 2017;43a) de landbouwer werd in 2018 beschouwd als een landbouwer met een vrijstelling van de kwalificatie als focusbedrijf, overeenkomstig artikel 14, § 5, van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 30 juni 2017;
52b) in 2018 werd op een tot het bedrijf behorend perceel landbouwgrond een nitraatresidu gemeten dat hoger was dan de overeenkomstige eerste drempelwaarde, vermeld in artikel 14, § 1, zoals vervangen door het decreet van 12 juni 2015, behoudens indien het nitraatresidu gemeten werd in het kader van een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau.44b) in 2018 werd op een tot het bedrijf behorend perceel landbouwgrond een nitraatresidu gemeten dat hoger was dan de overeenkomstige eerste drempelwaarde, vermeld in artikel 14, § 1, zoals vervangen door het decreet van 12 juni 2015, behoudens indien het nitraatresidu gemeten werd in het kader van een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau.
53§23. Een landbouwer die, overeenkomstig de artikelen 14 en 15 van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 30 juni 2017, in het kalenderjaar 2019 het nitraatresidu op één perceel moest laten bepalen of een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau moest laten uitvoeren, behoudt deze verplichting, met dien verstande dat de beoordeling van de resultaten van de uitgevoerde nitraatresidumetingen en in voorkomend geval de oplegging van de gevolgen van het niet uitvoeren van de opgelegde nitraatresidumetingen, gebeurt overeenkomstig de bepalingen van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 6 mei 2011 tot wijziging van het Mestdecreet van 22 december 2006.45§23. Een landbouwer die, overeenkomstig de artikelen 14 en 15 van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 30 juni 2017, in het kalenderjaar 2019 het nitraatresidu op één perceel moest laten bepalen of een nitraatresiduevaluatie op bedrijfsniveau moest laten uitvoeren, behoudt deze verplichting, met dien verstande dat de beoordeling van de resultaten van de uitgevoerde nitraatresidumetingen en in voorkomend geval de oplegging van de gevolgen van het niet uitvoeren van de opgelegde nitraatresidumetingen, gebeurt overeenkomstig de bepalingen van dit decreet, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 6 mei 2011 tot wijziging van het Mestdecreet van 22 december 2006.
54§24. In afwachting dat de Vlaamse Regering nader heeft bepaald op welke wijze de indeling in gebiedstypes, naar aanleiding van een tweejaarlijkse evaluatie als vermeld in artikel 14, § 2, moet gebeuren, geldt voor de indeling van de afstroomzones in gebiedstypes, de indeling als vermeld in de lijst die als bijlage 4 bij dit decreet is gevoegd.46§24. In afwachting dat de Vlaamse Regering nader heeft bepaald op welke wijze de indeling in gebiedstypes, naar aanleiding van een tweejaarlijkse evaluatie als vermeld in artikel 14, § 2, moet gebeuren, geldt voor de indeling van de afstroomzones in gebiedstypes, de indeling als vermeld in de lijst die als bijlage 4 bij dit decreet is gevoegd.
55§25. In afwijking van artikel 14, § 4, eerste lid, 3°, is een landbouwer in het jaar 2019 vrijgesteld van de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 3°, als in 2019 op elk van de tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond, gelegen in gebiedstype 2 of gebiedstype 3, waarop een groente van groep I, een groente van groep II of een groente van groep III wordt verbouwd, de bemesting gebeurt onder begeleiding van een erkend praktijkcentrum en overeenkomstig de bepalingen van het rapport `Het documenteren en milieukundig bijstellen van het KNS en andere bemestingsadviessystemen in de tuinbouw met het oog op een ruimere toepassing in de tuinbouw zoals voorzien in het Actieprogramma 2011-2014', zoals beschikbaar op de website van de Vlaamse Landmaatschappij.47§25. In afwijking van artikel 14, § 4, eerste lid, 3°, is een landbouwer in het jaar 2019 vrijgesteld van de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 3°, als in 2019 op elk van de tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond, gelegen in gebiedstype 2 of gebiedstype 3, waarop een groente van groep I, een groente van groep II of een groente van groep III wordt verbouwd, de bemesting gebeurt onder begeleiding van een erkend praktijkcentrum en overeenkomstig de bepalingen van het rapport `Het documenteren en milieukundig bijstellen van het KNS en andere bemestingsadviessystemen in de tuinbouw met het oog op een ruimere toepassing in de tuinbouw zoals voorzien in het Actieprogramma 2011-2014', zoals beschikbaar op de website van de Vlaamse Landmaatschappij.
56Een landbouwer die gebruik wil maken van de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, meldt dit uiterlijk op 31 mei 2019 aan de Mestbank via een beveiligde zending.48Een landbouwer die gebruik wil maken van de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, meldt dit uiterlijk op 31 mei 2019 aan de Mestbank via een beveiligde zending.
57In het kader van de begeleiding, vermeld in het eerste lid, leeft de landbouwer ook de volgende voorwaarden na:49In het kader van de begeleiding, vermeld in het eerste lid, leeft de landbouwer ook de volgende voorwaarden na:
62Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder een erkend praktijkcentrum als vermeld in het eerste lid een praktijkcentrum als vermeld in artikel 2, 1°, van het ministerieel besluit van 15 oktober 2007 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 april 2007 betreffende steun aan investeringen in de omkaderingssector van land- en tuinbouw.54Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder een erkend praktijkcentrum als vermeld in het eerste lid een praktijkcentrum als vermeld in artikel 2, 1°, van het ministerieel besluit van 15 oktober 2007 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 april 2007 betreffende steun aan investeringen in de omkaderingssector van land- en tuinbouw.
63Een landbouwer die in het jaar 2019 gebruikmaakt van de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, en de voorwaarden, vermeld in deze paragraaf, niet naleeft, wordt voor de berekening van de administratieve geldboete, vermeld in artikel 63, § 15, beschouwd als een landbouwer die overeenkomstig artikel 14, § 5, een vrijstelling van de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 3°, heeft bekomen en de betrokken equivalente maatregelen niet heeft nageleefd.55Een landbouwer die in het jaar 2019 gebruikmaakt van de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, en de voorwaarden, vermeld in deze paragraaf, niet naleeft, wordt voor de berekening van de administratieve geldboete, vermeld in artikel 63, § 15, beschouwd als een landbouwer die overeenkomstig artikel 14, § 5, een vrijstelling van de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 3°, heeft bekomen en de betrokken equivalente maatregelen niet heeft nageleefd.
64§26. In afwijking van artikel 14, § 4, eerste lid, 4°, is een landbouwer die in het jaar 2019 precisielandbouwtechnieken toepast voor de bemesting van zijn percelen, gelegen in gebiedstype 2 of gebiedstype 3, vrijgesteld van de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 4°.56§26. In afwijking van artikel 14, § 4, eerste lid, 4°, is een landbouwer die in het jaar 2019 precisielandbouwtechnieken toepast voor de bemesting van zijn percelen, gelegen in gebiedstype 2 of gebiedstype 3, vrijgesteld van de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 4°.
65Opdat een landbouwtechniek aanzien wordt als een precisielandbouwtechniek als vermeld in het eerste lid is aan al de volgende voorwaarden voldaan:57Opdat een landbouwtechniek aanzien wordt als een precisielandbouwtechniek als vermeld in het eerste lid is aan al de volgende voorwaarden voldaan:
661° het transportmiddel waarmee de bemesting wordt uitgevoerd, is uitgerust met een positiebepalingssysteem op basis van GPS, gewassensoren en een systeem dat de exact toegediende dosis meststoffen bepaalt;581° het transportmiddel waarmee de bemesting wordt uitgevoerd, is uitgerust met een positiebepalingssysteem op basis van GPS, gewassensoren en een systeem dat de exact toegediende dosis meststoffen bepaalt;
69Een landbouwer die gebruik wil maken van de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, meldt dit uiterlijk op 31 mei 2019 aan de Mestbank, via een beveiligde zending, en vermeldt hierbij de gegevens en karakteristieken van het transportmiddel waarbij de precisielandbouwtechniek wordt uitgevoerd.61Een landbouwer die gebruik wil maken van de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, meldt dit uiterlijk op 31 mei 2019 aan de Mestbank, via een beveiligde zending, en vermeldt hierbij de gegevens en karakteristieken van het transportmiddel waarbij de precisielandbouwtechniek wordt uitgevoerd.
70Een landbouwer die in het jaar 2019 gebruikmaakt van de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, en de voorwaarden, vermeld in deze paragraaf niet naleeft, wordt voor de berekening van de administratieve geldboete, vermeld in artikel 63, § 15, beschouwd als een landbouwer die overeenkomstig artikel 14, § 5, een vrijstelling van de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 4°, heeft bekomen en de betrokken equivalente maatregelen niet heeft nageleefd.62Een landbouwer die in het jaar 2019 gebruikmaakt van de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, en de voorwaarden, vermeld in deze paragraaf niet naleeft, wordt voor de berekening van de administratieve geldboete, vermeld in artikel 63, § 15, beschouwd als een landbouwer die overeenkomstig artikel 14, § 5, een vrijstelling van de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 4°, heeft bekomen en de betrokken equivalente maatregelen niet heeft nageleefd.
71§27. In afwijking van artikel 14, § 8, zevende lid, kan de landbouwer voor het jaar 2019 tot uiterlijk 31 mei een melding indienen of intrekken.63§27. In afwijking van artikel 14, § 8, zevende lid, kan de landbouwer voor het jaar 2019 tot uiterlijk 31 mei een melding indienen of intrekken.
72§28. De nutriëntenemissierechten-MVW waarover landbouwers op 2 maart 2022 beschikken, blijven behouden en worden beoordeeld en in voorkomend geval geannuleerd overeenkomstig de bepalingen van artikel 35, 36 en 37 en de uitvoeringsbesluiten ervan, zoals die van kracht zijn op 1 januari 2022.64§28. De nutriëntenemissierechten-MVW waarover landbouwers op 2 maart 2022 beschikken, blijven behouden en worden beoordeeld en in voorkomend geval geannuleerd overeenkomstig de bepalingen van artikel 35, 36 en 37 en de uitvoeringsbesluiten ervan, zoals die van kracht zijn op 1 januari 2022.
73§29. In afwijking van artikel 35, 36 en 37 en de uitvoeringsbesluiten ervan, zoals die van kracht zijn op 1 januari 2022, en in afwijking van paragraaf 28 worden de nutriëntenemissierechten-MVW die geannuleerd zouden worden omdat het bedrijf niet voldoende bedrijfseigen mest heeft verwerkt of laten verwerken, niet geannuleerd maar geschorst als tegelijk voldaan is aan de volgende voorwaarden:65§29. In afwijking van artikel 35, 36 en 37 en de uitvoeringsbesluiten ervan, zoals die van kracht zijn op 1 januari 2022, en in afwijking van paragraaf 28 worden de nutriëntenemissierechten-MVW die geannuleerd zouden worden omdat het bedrijf niet voldoende bedrijfseigen mest heeft verwerkt of laten verwerken, niet geannuleerd maar geschorst als tegelijk voldaan is aan de volgende voorwaarden:
741° het bedrijf heeft uiterlijk op 1 november van het kalenderjaar in kwestie aan de Mestbank via het door de Mestbank ter beschikking gestelde internetloket gemeld dat het in dat kalenderjaar minder dieren heeft gehouden, waardoor de bedrijfseigen productie van dierlijke mest in dat kalenderjaar onvoldoende zal zijn om te voldoen aan de mestverwerkingsplicht met betrekking tot de nutriëntenemissierechten-MVW;661° het bedrijf heeft uiterlijk op 1 november van het kalenderjaar in kwestie aan de Mestbank via het door de Mestbank ter beschikking gestelde internetloket gemeld dat het in dat kalenderjaar minder dieren heeft gehouden, waardoor de bedrijfseigen productie van dierlijke mest in dat kalenderjaar onvoldoende zal zijn om te voldoen aan de mestverwerkingsplicht met betrekking tot de nutriëntenemissierechten-MVW;
752° het bedrijf heeft de aanvraag voor bedrijfsontwikkeling na bewezen mestverwerking minstens twee kalenderjaren vóór het kalenderjaar in kwestie ingediend;672° het bedrijf heeft de aanvraag voor bedrijfsontwikkeling na bewezen mestverwerking minstens twee kalenderjaren vóór het kalenderjaar in kwestie ingediend;
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd