§ flandrepo

Decreet over de onderwijsinternaten

Vlaamse Regering #1701 Staatsblad 14 augustus 2023 NUMAC 2023044110
10 artikels gewijzigd
+10 −6 decreet-2009-05-08/art. 2
1Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder :1Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder :
21° basisonderwijs : het gewoon en buitengewoon basisonderwijs;21° basisonderwijs : het gewoon en buitengewoon basisonderwijs;
32° bestuur : het orgaan dat voor de onderwijsinstelling of het CLB de bestuurshandelingen verricht, overeenkomstig de door de wet, het decreet, het bijzonder decreet of de statuten toegewezen bevoegdheden;32° bestuur : het orgaan dat voor de onderwijsinstelling , het CLB of het leersteuncentrum de bestuurshandelingen verricht, overeenkomstig de door de wet, het decreet, het bijzonder decreet of de statuten toegewezen bevoegdheden;
43° CLB : een centrum voor leerlingenbegeleiding als vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;43° CLB : een centrum voor leerlingenbegeleiding als vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
54° consortium : het consortium zoals vermeld in artikel 2, 8°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenonderwijs;54° consortium : het consortium zoals vermeld in artikel 2, 8°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenonderwijs;
65° competenties : de kennis, vaardigheden en attitudes die het personeelslid nodig heeft om zijn taken naar behoren te kunnen uitoefenen;65° competenties : de kennis, vaardigheden en attitudes die het personeelslid nodig heeft om zijn taken naar behoren te kunnen uitoefenen;
76° decretale en reglementaire bepalingen inzake minimumdoelen : de specifieke reglementering per onderwijsniveau inzake ontwikkelingsdoelen, eindtermen, basiscompetenties, leerplannen, handelingsplannen, minimumleerplannen en minimumlessenroosters;76° decretale en reglementaire bepalingen inzake minimumdoelen : de specifieke reglementering per onderwijsniveau inzake ontwikkelingsdoelen, eindtermen, basiscompetenties, leerplannen, individueel aangepaste curricula, minimumleerplannen en minimumlessenroosters;
87° deeltijds kunstonderwijs : het deeltijds kunstonderwijs;87° deeltijds kunstonderwijs : het deeltijds kunstonderwijs;
97°/1 doorlichting : elke vorm van kwaliteitstoezicht door de onderwijsinspectie die resulteert in een verslag en in een advies aan de Vlaamse Regering over de voorlopige erkenning of erkenning van de instelling of van afzonderlijke structuuronderdelen;97°/1 doorlichting : elke vorm van kwaliteitstoezicht door de onderwijsinspectie die resulteert in een verslag en in een advies aan de Vlaamse Regering over de voorlopige erkenning of erkenning van de instelling of van afzonderlijke structuuronderdelen;
108° erkenningsvoorwaarden : de wettelijke of decretale voorwaarden waaraan een onderwijsinstelling moet voldoen om aan haar leerlingen of cursisten de van rechtswege geldende studiebewijzen toe te kennen ;108° erkenningsvoorwaarden : de wettelijke of decretale voorwaarden waaraan een onderwijsinstelling moet voldoen om aan haar leerlingen of cursisten de van rechtswege geldende studiebewijzen toe te kennen of de wettelijke of decretale voorwaarden waaraan een CLB of een leersteuncentrum moet voldoen;
119° gezondheidsindex : het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen;119° gezondheidsindex : het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen;
1210° hoger beroepsonderwijs : het onderwijs zoals vermeld in de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;1210° hoger beroepsonderwijs : het onderwijs zoals vermeld in de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;
1311° instelling : onderwijsinstelling of CLB ;1311° instelling : onderwijsinstelling, onderwijsinternaat, CLB of leersteuncentrum;
1411°/1 leersteuncentrum: een centrum als vermeld in artikel 5, 10°, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun;
1412° nascholing : het geheel van vormingsactiviteiten die tot doel hebben de kennis, vaardigheden en attitudes die personeelsleden tijdens hun opleiding of tijdens hun werkervaring hebben verworven, te verbreden en te verdiepen met het oog op hun verdere professionalisering;1512° nascholing : het geheel van vormingsactiviteiten die tot doel hebben de kennis, vaardigheden en attitudes die personeelsleden tijdens hun opleiding of tijdens hun werkervaring hebben verworven, te verbreden en te verdiepen met het oog op hun verdere professionalisering;
1513° onderwijsinstelling : een pedagogisch geheel waar onderwijs georganiseerd wordt en waaraan een uniek instellingsnummer toegekend is;1613° onderwijsinstelling : een pedagogisch geheel waar onderwijs georganiseerd wordt en waaraan een uniek instellingsnummer toegekend is;
1713°/1 onderwijsinternaat: een onderwijsinternaat dat erkend is overeenkomstig artikel 6 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten;
1614° onderwijskoepels : een van volgende representatieve groeperingen van inrichtende machten van gesubsidieerde instellingen :1814° onderwijskoepels : een van volgende representatieve groeperingen van inrichtende machten van gesubsidieerde instellingen :
17a) Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten;19a) Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten;
25a) artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het personeel van de pedagogische begeleidingsdienst en het statutair meesters-, vak- en dienstpersoneel;27a) artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het personeel van de pedagogische begeleidingsdienst en het statutair meesters-, vak- en dienstpersoneel;
26b) artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;28b) artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;
2716° pedagogische begeleiding: de externe professionele ondersteuning van onderwijsinstellingen en CLB's in hun zorg voor kwaliteitsonderwijs en kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding ingebed in een duurzame instellingsnabije relatie;2916° pedagogische begeleiding: de externe professionele ondersteuning van onderwijsinstellingen, CLB’s en leersteuncentra in hun zorg voor kwaliteitsonderwijs, kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding en kwaliteitsvolle leersteun ingebed in een duurzame instellingsnabije relatie;
2816°/1 referentiekader onderwijskwaliteit : het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvol onderwijs door onderwijsinstellingen uitzet; het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van de onderwijsinstelling;3016°/1 referentiekader onderwijskwaliteit : het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvol onderwijs door onderwijsinstellingen uitzet; het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van de onderwijsinstelling;
2916°/2 referentiekader CLB-kwaliteit : het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding door de CLB's uitzet; het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van het CLB;3116°/2 referentiekader CLB-kwaliteit : het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding door de CLB's uitzet; het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van het CLB;
3216°/3 referentiekader kwaliteitsvolle leersteun: het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvolle leersteun door de leersteuncentra uitzet; het kader is opgebouwd rond de drie rubrieken: resultaten en effecten, ontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van het leersteuncentrum;
3316°/4 referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit: het kader dat de ver- wachtingen voor kwaliteitsvol verblijf en kwaliteitsvolle begeleiding uitzet. Het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken: resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, beleid en kwaliteitsontwikkeling en het houdt rekening met context en input van het onderwijsinternaat;
3017° representatieve vakorganisatie : personeelsvereniging die aangesloten is bij een syndicale organisatie die vertegenwoordigd is in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en die een werking ontplooit ten behoeve van de inspectie;3417° representatieve vakorganisatie : personeelsvereniging die aangesloten is bij een syndicale organisatie die vertegenwoordigd is in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en die een werking ontplooit ten behoeve van de inspectie;
3118° scholengemeenschap : de scholengemeenschap zoals bedoeld in artikel 3, 39°, van de codificatie betreffende het secundair onderwijs en de scholengemeenschap basisonderwijs zoals bedoeld in artikel 3, 52bis, van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs;3518° scholengemeenschap : de scholengemeenschap zoals bedoeld in artikel 3, 39°, van de codificatie betreffende het secundair onderwijs en de scholengemeenschap basisonderwijs zoals bedoeld in artikel 3, 52bis, van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs;
3219° secundair onderwijs : het gewoon voltijds secundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs;3619° secundair onderwijs : het gewoon voltijds secundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs;
3320° structuuronderdeel : onderverdeling in het onderwijsaanbod die afzonderlijk erkend kan worden;3720° structuuronderdeel : onderverdeling in het onderwijsaanbod die afzonderlijk erkend kan worden;
3420°/1 toezichtkader : kader dat de onderwijsinspectie gebruikt om haar doorlichtingsinstrumenten te ontwikkelen, gebaseerd op de referentiekaders zoals bedoeld in punt 16°/1 en 16°/2. Het toezichtkader heeft betrekking op de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling, en beleid en houdt rekening met context en input van de instelling;3820°/1 toezichtkader : kader dat de onderwijsinspectie gebruikt om haar doorlichtingsinstrumenten te ontwikkelen, gebaseerd op de referentiekaders zoals bedoeld in punt 16°/1, 16°/2, 16°/3 en 16°/4. Het toezichtkader heeft betrekking op de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling, en beleid en houdt rekening met context en input van de instelling;
3521° volwassenenonderwijs : onderwijs dat erkend en gefinancierd of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap en dat georganiseerd wordt door de erkende centra voor volwassenenonderwijs en de erkende centra voor basiseducatie, vermeld in het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.3921° volwassenenonderwijs : onderwijs dat erkend en gefinancierd of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap en dat georganiseerd wordt door de erkende centra voor volwassenenonderwijs en de erkende centra voor basiseducatie, vermeld in het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.
3622° leeftijdsgrens : na het einde van het jaar waarin een personeelslid de leeftijd van 65 heeft bereikt.4022° leeftijdsgrens : na het einde van het jaar waarin een personeelslid de leeftijd van 65 heeft bereikt.
+1 −1 decreet-2009-05-08/art. 3
1Dit deel is, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs en op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleidingen op de pedagogische begeleidingsdiensten.1Dit deel is, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde leersteuncentra, op de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinternaten en op de pedagogische begeleidingsdiensten.
+8 −0 decreet-2009-05-08/art. 4
1§ 1. Elke onderwijsinstelling is, rekening houdend met haar pedagogisch of agogisch project, ervoor verantwoordelijk kwaliteitsonderwijs te verstrekken en het geboden onderwijs kwaliteitsvol te ondersteunen.1§ 1. Elke onderwijsinstelling is, rekening houdend met haar pedagogisch of agogisch project, ervoor verantwoordelijk kwaliteitsonderwijs te verstrekken en het geboden onderwijs kwaliteitsvol te ondersteunen.
2Elk CLB is, rekening houdend met de eigen missie en het eigen begeleidingsproject, ervoor verantwoordelijk een kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding te verstrekken en de schoolinterne leerlingenbegeleiding te ondersteunen en te helpen optimaliseren.2Elk CLB is, rekening houdend met de eigen missie en het eigen begeleidingsproject, ervoor verantwoordelijk een kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding te verstrekken en de schoolinterne leerlingenbegeleiding te ondersteunen en te helpen optimaliseren.
3Elk leersteuncentrum is, rekening houdend met de eigen visie en het eigen beleid, ervoor verantwoordelijk kwaliteitsvolle leersteun te verstrekken aan de scholen voor gewoon onderwijs.
4Elk onderwijsinternaat zorgt, rekening houdend met de eigen missie en visie, voor kwaliteitsvol verblijf voor en begeleiding van internen, gericht op hun ontwikkeling en de realisatie van hun schoolloopbaan.
3§ 2. Het verstrekken van kwaliteitsonderwijs, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, houdt minimaal in dat de onderwijsinstelling :5§ 2. Het verstrekken van kwaliteitsonderwijs, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, houdt minimaal in dat de onderwijsinstelling :
41° de onderwijsreglementering respecteert;61° de onderwijsreglementering respecteert;
71° de CLB-reglementering respecteert;91° de CLB-reglementering respecteert;
82° aan de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader CLB-kwaliteit, vastgelegd door de Vlaamse Regering, tegemoetkomt.102° aan de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader CLB-kwaliteit, vastgelegd door de Vlaamse Regering, tegemoetkomt.
11Het verstrekken van kwaliteitsvolle leersteun, vermeld in paragraaf 1, derde lid, houdt minimaal in dat het leersteuncentrum:
121° de reglementering die van toepassing is op de leersteuncentra, respecteert;
132° tegemoetkomt aan de kwaliteitsverwachtingen die opgenomen zijn in het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun, dat is vastgelegd door de Vlaamse Regering.
14Het verstrekken van een kwaliteitsvolle onderwijsinternaatswerking als vermeld in paragraaf 1, vierde lid, houdt minimaal in dat het onderwijsinternaat:
151° de onderwijsinternaatsreglementering respecteert;
162° aan de kwaliteitsverwachtingen tegemoetkomt die opgenomen zijn in het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit, vastgelegd door de Vlaamse Regering.
+1 −1 decreet-2009-05-08/art. 12
1§ 1. De Vlaamse Regering stelt voor scholen, centra, internaten en instellingen beleidsprioriteiten vast voor de nascholingsinitiatieven die noodzakelijk zijn om de implementatie van onderwijshervormingen te ondersteunen. Ze bepaalt eveneens de doelgroepen die kunnen deelnemen aan deze nascholingsinitiatieven.1§ 1. De Vlaamse Regering stelt voor scholen, centra, onderwijsinternaten en instellingen beleidsprioriteiten vast voor de nascholingsinitiatieven die noodzakelijk zijn om de implementatie van onderwijshervormingen te ondersteunen. Ze bepaalt eveneens de doelgroepen die kunnen deelnemen aan deze nascholingsinitiatieven.
2Ze bepaalt de wijze waarop die beleidsprioriteiten worden vastgesteld. Deze beleidsprioriteiten worden meegedeeld aan het Vlaams Parlement.2Ze bepaalt de wijze waarop die beleidsprioriteiten worden vastgesteld. Deze beleidsprioriteiten worden meegedeeld aan het Vlaams Parlement.
3§ 2. De Vlaamse Gemeenschap stelt elk jaar een bedrag ter beschikking voor deze nascholingsinitiatieven.3§ 2. De Vlaamse Gemeenschap stelt elk jaar een bedrag ter beschikking voor deze nascholingsinitiatieven.
+1 −1 decreet-2009-05-08/art. 13
1Deze titel, met uitzondering van artikel 14, § 3, eerste lid, van dit decreet, is niet van toepassing op de basiseducatie en de Centra voor Volwassenenonderwijs, die niet in rekening worden gebracht voor het vaststellen van de personeelsformatie van de pedagogische begeleidingsdiensten, vermeld in artikel 16.1Deze titel, met uitzondering van artikel 14, § 3, eerste lid, van dit decreet, is niet van toepassing op de basiseducatie, de centra voor volwassenenonderwijs en de onderwijsinternaten, die niet in rekening worden gebracht voor het vaststellen van de personeelsformatie van de pedagogische begeleidingsdiensten, vermeld in artikel 16.
+3 −2 decreet-2009-05-08/art. 35
1§ 1. Bij iedere aanvraag tot voorlopige erkenning van een nieuwe instelling onderzoekt de onderwijsinspectie of de decretaal vastgelegde voorwaarden voor een voorlopige erkenning, vervuld zijn.1§ 1. Bij iedere aanvraag tot voorlopige erkenning van een nieuwe instelling onderzoekt de onderwijsinspectie of de decretaal vastgelegde voorwaarden voor een voorlopige erkenning, vervuld zijn.
2De inspecteur-generaal kan de leden van de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken belasten met een specifieke opdracht als vermeld in artikel 8 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken. De betrokken inspecteurs-adviseurs van de levensbeschouwelijke vakken maken een verslag op over die specifieke opdracht.2Voor scholen kan de inspecteur-generaal de leden van de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken belasten met een specifieke opdracht als vermeld in artikel 8 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken. De betrokken inspecteurs-adviseurs van de levensbeschouwelijke vakken maken een verslag op over die specifieke opdracht.
3Na het onderzoek bezorgt de onderwijsinspectie een rapport met een advies over de voorlopige erkenning aan de Vlaamse Regering.3Na het onderzoek bezorgt de onderwijsinspectie een rapport met een advies over de voorlopige erkenning aan de Vlaamse Regering.
4De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 31 augustus volgend op de aanvraag van de voorlopige erkenning. Dit is een termijn van orde. 4De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 31 augustus volgend op de aanvraag van de voorlopige erkenning. Dit is een termijn van orde. Voor onderwijsinternaten geldt de termijn, vermeld in artikel 7 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten.
5§ 2. Uiterlijk zes maanden na de start van het schooljaar onderzoekt de onderwijsinspectie, via een doorlichting, of de school voldoet aan de decretaal vastgelegde voorwaarden voor een erkenning.5§ 2. Uiterlijk zes maanden na de start van het schooljaar onderzoekt de onderwijsinspectie, via een doorlichting, of de school voldoet aan de decretaal vastgelegde voorwaarden voor een erkenning.
6De inspecteur-generaal kan de leden van de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken belasten met een specifieke opdracht als vermeld in artikel 8 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken. De betrokken inspecteurs-adviseurs van de levensbeschouwelijke vakken maken een verslag op over die specifieke opdracht.6De inspecteur-generaal kan de leden van de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken belasten met een specifieke opdracht als vermeld in artikel 8 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken. De betrokken inspecteurs-adviseurs van de levensbeschouwelijke vakken maken een verslag op over die specifieke opdracht.
7Na de doorlichting bezorgt de onderwijsinspectie een rapport met een advies als vermeld in artikel 39, § 4, aan de Vlaamse Regering.7Na de doorlichting bezorgt de onderwijsinspectie een rapport met een advies als vermeld in artikel 39, § 4, aan de Vlaamse Regering.
8De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 31 maart van het schooljaar van voorlopige erkenning over de erkenning. Dit is een termijn van orde.8De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 31 maart van het schooljaar van voorlopige erkenning over de erkenning. Dit is een termijn van orde.
9§3. In afwijking van paragraaf 1 wordt de voorlopige erkenning van de leersteuncentra geregeld in artikel 29 en 30 van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun.
+14 −4 decreet-2009-05-08/art. 38
32° aan de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader onderwijskwaliteit, vermeld in artikel 4, § 2, eerste lid, tegemoetkomt.32° aan de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader onderwijskwaliteit, vermeld in artikel 4, § 2, eerste lid, tegemoetkomt.
4In het basis- en het secundair onderwijs, met uitzondering voor de nieuwe onderwijsinstellingen, spreekt de onderwijsinspectie ook een evaluatie uit over het gelijke onderwijskansenbeleid.4In het basis- en het secundair onderwijs, met uitzondering voor de nieuwe onderwijsinstellingen, spreekt de onderwijsinspectie ook een evaluatie uit over het gelijke onderwijskansenbeleid.
53° in het basis- en het secundair onderwijs een kwaliteitsvol beleid op leerlingenbegeleiding ontwikkelt, implementeert en evalueert, in toepassing van de reglementaire verplichtingen van instellingen op het vlak van leerlingenbegeleiding.53° in het basis- en het secundair onderwijs een kwaliteitsvol beleid op leerlingenbegeleiding ontwikkelt, implementeert en evalueert, in toepassing van de reglementaire verplichtingen van instellingen op het vlak van leerlingenbegeleiding;
64° in het basis- en het secundair onderwijs voor leerlingen met een IAC-verslag kwaliteitsvolle individueel aangepaste curricula realiseert, waarbij er in het buitengewoon onderwijs bijkomende aandacht is voor de mogelijkheid tot terugkeer naar het gewoon onderwijs en er in het gewoon onderwijs bijkomende aandacht is voor de afweging van redelijke aanpassingen;
75° in het secundair onderwijs voor leerlingen met een OV4-verslag kwaliteitsvolle onderwijstrajecten realiseert, waarbij er in het buitengewoon onderwijs bijkomende aandacht is voor de mogelijkheid tot terugkeer naar het gewoon onderwijs en er in het gewoon onderwijs bijkomende aandacht is voor de afweging van redelijke aanpassingen.
6Tijdens een doorlichting van een CLB gaat de onderwijsinspectie na of het CLB :8Tijdens een doorlichting van een CLB gaat de onderwijsinspectie na of het CLB :
71° de CLB-reglementering respecteert;91° de CLB-reglementering respecteert;
82° aan de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader CLB-kwaliteit, vermeld in artikel 4, § 2, tweede lid, tegemoetkomt.102° aan de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader CLB-kwaliteit, vermeld in artikel 4, § 2, tweede lid, tegemoetkomt.
93° de kernactiviteiten signaalfunctie en consultatieve leerlingenbegeleiding kwaliteitsvol uitvoert.113° de kernactiviteiten signaalfunctie en consultatieve leerlingenbegeleiding kwaliteitsvol uitvoert.
12Tijdens een doorlichting van een onderwijsinternaat gaat de onderwijsinspectie na of het internaat:
131° de onderwijsinternaatsreglementering respecteert;
142° aan de kwaliteitsverwachtingen die opgenomen zijn in het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit, vermeld in artikel 4, §2, vierde lid, tegemoetkomt.
15Tijdens een doorlichting van een leersteuncentrum gaat de onderwijsinspectie na of het leersteuncentrum:
161° de reglementering die van toepassing is op de leersteuncentra respecteert;
172° tegemoetkomt aan de kwaliteitsverwachtingen die opgenomen zijn in het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun, vermeld in artikel 4, §2, tweede
18lid.
10De inspectie onderzoekt daarbij ook de opdrachten die de instelling eventueel heeft toegewezen aan de scholengemeenschap of de scholengroep waartoe zij behoort. De scholengemeenschappen of de scholengroepen zijn ertoe gehouden de inspectie alle informatie hierover te verstrekken.19De inspectie onderzoekt daarbij ook de opdrachten die de instelling eventueel heeft toegewezen aan de scholengemeenschap of de scholengroep waartoe zij behoort. De scholengemeenschappen of de scholengroepen zijn ertoe gehouden de inspectie alle informatie hierover te verstrekken.
11Als de inspectie tijdens een doorlichting tekorten vaststelt, onderzoekt ze of de instelling deze tekorten al dan niet zelfstandig en zonder externe ondersteuning weg kan werken.20Als de inspectie tijdens een doorlichting tekorten vaststelt, onderzoekt ze of de instelling deze tekorten al dan niet zelfstandig en zonder externe ondersteuning weg kan werken.
12§ 2. ...21§ 2. ...
22§3. De onderwijsinspectie stelt op basis van het referentiekader onderwijskwaliteit, op basis van het referentiekader CLB-kwaliteit, op basis van het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun en op basis van het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit, vermeld in artikel 4, §2, eerste tot en met vierde lid, het toezichtkader en de doorlichtingsinstrumenten op en maakt die bekend.
13§ 3. De onderwijsinspectie stelt op basis van het referentiekader onderwijskwaliteit en op basis van het referentiekader CLB-kwaliteit, vermeld in artikel 4, § 2, eerste en tweede lid, het toezichtkader en de doorlichtingsinstrumenten op en maakt die bekend. Het toezichtkader peilt in ieder geval vanuit het referentiekader onderwijskwaliteit naar de reglementaire verplichtingen van instellingen inzake de minimumdoelen, de erkenningsvoorwaarden en de financierings- en subsidiëringsvoorwaarden en naar de reglementaire verplichtingen van instellingen op het vlak van:23Voor scholen peilt het toezichtkader in ieder geval vanuit het referentiekader onderwijskwaliteit naar de reglementaire verplichtingen van instellingen inzake de minimumdoelen, de erkenningsvoorwaarden en de financierings- en subsidiëringsvoorwaarden en naar de reglementaire verplichtingen van instellingen op het vlak van:
141° het beleid inzake gelijke onderwijskansen;241° het beleid inzake gelijke onderwijskansen;
152° het zorgbeleid en de leerlingenbegeleiding, met inbegrip van de ondersteuning van leerlingen met bijzondere noden vanuit de ondersteuningsnetwerken;252° het zorgbeleid, de leerlingenbegeleiding en de leersteun;
163° het talenbeleid;263° het talenbeleid;
174° het beleid inzake de oriëntering van leerlingen;274° het beleid inzake de oriëntering van leerlingen;
218° het beleid inzake participatie.318° het beleid inzake participatie.
22§ 4. De inspectie baseert zich voor de bepaling van de frequentie en de intensiteit van de doorlichting op het profiel van de instelling dat tot stand komt op basis van :32§ 4. De inspectie baseert zich voor de bepaling van de frequentie en de intensiteit van de doorlichting op het profiel van de instelling dat tot stand komt op basis van :
231° een reeks vooraf vastgestelde en meegedeelde gegevens met betrekking tot de instelling, waaronder de resultaten op de Vlaamse toetsen indien van toepassing. Die gegevens zijn te relateren aan elementen in het referentiekader onderwijskwaliteit of het referentiekader CLB-kwaliteit, vermeld in artikel 4, §2, eerste en tweede lid;331° een reeks vooraf vastgestelde en meegedeelde gegevens over de instelling. Die gegevens zijn te relateren aan elementen in het referentiekader onderwijskwaliteit, het referentiekader CLB-kwaliteit, het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun of het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit, vermeld in artikel 4, §2, eerste tot en met vierde lid;
242° het vorige doorlichtingsverslag en, in voorkomend geval, de opvolgingsverslagen.342° het vorige doorlichtingsverslag en, in voorkomend geval, de opvolgingsverslagen.
25In afwijking van het eerste lid, kan de inspectie, naar aanleiding van ernstige klachten over een instelling, op vraag van de Vlaamse Regering een doorlichting uitvoeren.35In afwijking van het eerste lid, kan de inspectie, naar aanleiding van ernstige klachten over een instelling, op vraag van de Vlaamse Regering een doorlichting uitvoeren.
+3 −3 decreet-2009-05-08/art. 42
1§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere procedureregels voor de organisatie van de doorlichtingen. Daarbij wordt onder meer aandacht besteed aan :1§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere procedureregels voor de organisatie van de doorlichtingen. Daarbij wordt onder meer aandacht besteed aan :
21° de manier waarop personeelsleden van de instelling, ouders van leerlingen en leerlingenof cursisten worden gehoord bij de doorlichting;21° de manier waarop personeelsleden van de instelling, ouders van leerlingen en internen, en leerlingen, internen of cursisten worden gehoord bij de doorlichting;
32° de manier waarop personeelsleden van de instelling, ouders van leerlingen en leerlingenof cursisten worden geïnformeerd over het resultaat van de doorlichting.32° de manier waarop personeelsleden van de instelling, ouders van leerlingen en internen, en leerlingen, internen of cursisten worden geïnformeerd over het resultaat van de doorlichting.
4§ 2. Het bestuur en de personeelsleden van de instelling, de ouders van leerlingen en leerlingenof cursisten worden als eersten geïnformeerd over het resultaat van de doorlichting, vóór de verslagen openbaar worden, zoals bepaald door artikel 44 van dit decreet.4§ 2. Het bestuur en de personeelsleden van de instelling, de ouders van leerlingen en internen, en leerlingen, internen of cursisten worden als eersten geïnformeerd over het resultaat van de doorlichting, vóór de verslagen openbaar worden, zoals bepaald door artikel 44 van dit decreet.
5§ 3. Bij het bepalen van de verdere procedureregels, vermeld in paragraaf 1, draagt de Vlaamse Regering er zorg voor dat de start van de doorlichting tijdig aangekondigd wordt door de onderwijsinspectie. In afwijking hiervan, kan de doorlichting of opvolgingsdoorlichting slechts zeven kalenderdagen op voorhand worden aangekondigd, indien de doorlichting beperkt is tot een controle van de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne.5§ 3. Bij het bepalen van de verdere procedureregels, vermeld in paragraaf 1, draagt de Vlaamse Regering er zorg voor dat de start van de doorlichting tijdig aangekondigd wordt door de onderwijsinspectie. In afwijking hiervan, kan de doorlichting of opvolgingsdoorlichting slechts zeven kalenderdagen op voorhand worden aangekondigd, indien de doorlichting beperkt is tot een controle van de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne.
+1 −1 decreet-2009-05-08/art. 44bis
1§1. De inspecteurs hebben het recht om voor de uitoefening van hun opdracht inzage te krijgen in of kopie te krijgen van persoonsgegevens. De persoonsgegevens hebben betrekking op leerlingen verbonden aan de onderwijsinstellingof begeleid door het centrum voor leerlingenbegeleidingen betreffen de gegevens die de onderwijsinstelling of het centrum voor leerlingenbegeleidingkrachtens de onderwijsof CLB-reglementering in het dossier verwerken, zoals de administratieve gegevens, inschrijvingsgegevens, afwezigheden, studieresultaten en zorggegevens. De bevoegdheid heeft ook betrekking op gegevens die toegankelijk zijn via een informaticasysteem of via elk ander elektronisch apparaat.1§1. De inspecteurs hebben het recht om voor de uitoefening van hun opdracht inzage te krijgen in of kopie te krijgen van persoonsgegevens. De persoonsgegevens hebben betrekking op leerlingen die verbonden zijn aan de onderwijsinstelling, of begeleid worden door het centrum voor leerlingenbegeleiding, of ondersteund worden door een leersteuncentrum en op internen die ingeschreven zijn in een onderwijsinternaat. Het betreft de gegevens die de onderwijsinstelling, het centrum voor leerlingenbegeleiding, het leersteuncentrum of het onderwijsinternaat krachtens de onderwijs-, onderwijsinternaats- of CLB-reglementering of de reglementering over de leersteuncentra in het dossier verwerken, zoals de administratieve gegevens, inschrijvingsgegevens, afwezigheden, studieresultaten en zorggegevens. De bevoegdheid heeft ook betrekking op gegevens die toegankelijk zijn via een informaticasysteem of via elk ander elektronisch apparaat.
2Als anonieme gegevens beschikbaar en actueel zijn, vragen de inspecteurs in eerste instantie inzage in die gegevens. Als dat nodig is in het licht van de opdracht, kunnen de inspecteurs inzage vragen in persoonsgegevens, als daarvoor de Europese, federale en Vlaamse regels over het verwerken van die gegevens worden gevolgd. Onder anonieme gegevens wordt verstaan: gegevens die geen betrekking hebben op een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon of op persoonsgegevens die zodanig anoniem zijn gemaakt dat de betrokkene niet of niet meer identificeerbaar is.2Als anonieme gegevens beschikbaar en actueel zijn, vragen de inspecteurs in eerste instantie inzage in die gegevens. Als dat nodig is in het licht van de opdracht, kunnen de inspecteurs inzage vragen in persoonsgegevens, als daarvoor de Europese, federale en Vlaamse regels over het verwerken van die gegevens worden gevolgd. Onder anonieme gegevens wordt verstaan: gegevens die geen betrekking hebben op een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon of op persoonsgegevens die zodanig anoniem zijn gemaakt dat de betrokkene niet of niet meer identificeerbaar is.
3De Vlaamse Regering stelt voorwaarden vast om de transparantie en de uitoefening van de rechten van de betrokkenen te verzekeren.3De Vlaamse Regering stelt voorwaarden vast om de transparantie en de uitoefening van de rechten van de betrokkenen te verzekeren.
+2 −1 decreet-2009-05-08/art. 46
74° minstens 2 % van de personeelsleden met relevante beroepservaring inzake de coördinatie van leerlingenbegeleiding of in de CLB's;74° minstens 2 % van de personeelsleden met relevante beroepservaring inzake de coördinatie van leerlingenbegeleiding of in de CLB's;
85° minstens 2 % van de personeelsleden met relevante beroepservaring in het kunstonderwijs of in kunstvakken;85° minstens 2 % van de personeelsleden met relevante beroepservaring in het kunstonderwijs of in kunstvakken;
96° minstens 7 % van de personeelsleden met relevante beroepservaring in het buitengewoon onderwijs.96° minstens 7 % van de personeelsleden met relevante beroepservaring in het buitengewoon onderwijs;
107° minstens 3% uit personeelsleden met relevante beroepservaring in het onderwijsinternaatsgebeuren.
10§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt wat moet verstaan worden onder relevante beroepservaring.11§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt wat moet verstaan worden onder relevante beroepservaring.
11De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de samenstelling van de inspectie, rekening houdend met de bepalingen, vermeld in § 1 en § 2.12De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de samenstelling van de inspectie, rekening houdend met de bepalingen, vermeld in § 1 en § 2.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd