§ flandrepo

Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 en het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, wat betreft de afstemming op het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid

Staatsblad 15 mei 2019 NUMAC 2019012255
8 artikels gewijzigd
+13 −0 groeipakketdecreet-van-2018/art. 27
1§ 1. Aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, wordt geen selectieve participatietoeslag kleuteronderwijs toegekend in een van de volgende gevallen:
21° in het schooljaar in kwestie is hij niet ingeschreven in een onderwijsinstelling als vermeld in artikel 26;
32° gedurende het schooljaar in kwestie en het daaraan voorafgaande schooljaar is hij niet voldoende aanwezig geweest.
4§ 2. Een leerling wordt tijdens een schooljaar geacht voldoende aanwezig te zijn als:
51° hij 150 halve schooldagen aanwezig is op school, in het geval dat de leerling tijdens het jaar waarin het schooljaar in kwestie begint de leeftijd van 3 jaar bereikt. In afwijking hiervan moet de leerling die pas na 31 december van hetzelfde schooljaar de leeftijd van 3 jaar bereikt, 100 halve schooldagen aanwezig zijn op school;
62° hij 185 halve schooldagen aanwezig is op school, in het geval dat de leerling tijdens het jaar waarin het schooljaar in kwestie begint de leeftijd van 4 jaar bereikt;
73° hij 250 halve schooldagen aanwezig is op school, in het geval dat de leerling tijdens het jaar waarin het schooljaar in kwestie begint de leeftijd van 5 jaar bereikt;
84° hij niet meer dan 29 halve schooldagen ongewettigd afwezig is op school, in het geval dat de leerling tijdens het jaar waarin het schooljaar in kwestie begint de leeftijd van 6 of 7 jaar bereikt.
9§ 3. Een kleuter wordt geacht een halve dag aanwezig te zijn als dit blijkt uit de registratie in het aanwezigheidsregister van de school.
10Een leerplichtige kleuter is ongewettigd afwezig wanneer deze problematisch afwezig is, zoals bedoeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van de leerlingen in het basisonderwijs.
11§ 4. In afwijking van paragraaf 3, bepaalt de Vlaamse Regering wanneer een leerling geacht wordt voldoende aanwezig te zijn, wanneer de erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs, overeenkomstig artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, over een afwijkende uurregeling beschikt.
12§ 5. In afwijking van paragraaf 2 en paragraaf 3, eerste lid, wordt een kleuter tijdens het betrokken schooljaar geacht voldoende aanwezig te zijn, indien een attest van een arts, een paramedicus als vermeld in het koninklijk besluit van 2 juli 2009 tot vaststelling van de lijst van de paramedische beroepen, of een houder van een diploma in kinesitherapie als vermeld in artikel 21bis, § 2, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitvoering van de gezondheidsberoepen, voorgelegd wordt. Het attest bevat een verklaring dat de in een school ingeschreven kleuter tijdens het betrokken schooljaar niet of slechts onregelmatig naar school kan gaan. Het attest wordt door de aanvrager of de wettelijke vertegenwoordiger van de leerling bij wie de betrokken leerling zijn hoofdverblijfplaats heeft, teruggestuurd naar de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering.
13§ 6. In afwijking van paragraaf 3 worden halve dagen aanwezigheid in de rijdende kleuterschool zoals bepaald in artikel 168 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 beschouwd als aanwezigheid in de erkende school waar de leerling ingeschreven is.
+5 −0 groeipakketdecreet-van-2018/art. 28
1§ 1. Om het recht op een selectieve participatietoeslag kleuteronderwijs vast te stellen, meldt het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming aan het agentschap Opgroeien regie:
21° welke leerlingen op de laatste schooldag van juni in een onderwijsinstelling als vermeld in artikel 26, zijn ingeschreven;
32° welke leerlingen in het kleuteronderwijs gedurende het schooljaar in kwestie en het daaraan voorafgaande schooljaar niet voldoende aanwezig zijn geweest als vermeld in artikel 27, § 2 tot en met § 6.
4§ 2. Het agentschap Opgroeien regie meldt aan het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming het aantal kinderen dat selectieve participatietoeslagen kleuteronderwijs ontvangt.
5§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de gegevens, vermeld in paragraaf 1 en 2, moeten worden meegedeeld.
+8 −0 groeipakketdecreet-van-2018/art. 30
1§ 1. Aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, wordt geen selectieve participatietoeslag lager onderwijs toegekend in een van de volgende gevallen:
21° in het schooljaar in kwestie is hij niet ingeschreven in een onderwijsinstelling als vermeld in artikel 29;
32° hij is ongewettigd afwezig geweest of niet voldoende aanwezig geweest;
43° uiterlijk vijftien kalenderdagen na de datum van uitschrijving in het lager onderwijs is hij niet opnieuw in het lager onderwijs ingeschreven.
5§ 2. Een leerling wordt tijdens een schooljaar geacht niet voldoende aanwezig te zijn als de leerling gedurende het schooljaar in kwestie 30 al dan niet gespreide halve schooldagen ongewettigd afwezig is geweest en het daaraan voorafgaande schooljaar hetzij eveneens 30 al dan niet gespreide halve schooldagen ongewettigd afwezig is geweest, hetzij minder dan 250 halve schooldagen aanwezig is geweest indien de leerling toen nog niet onderworpen was aan de leerplicht maar wel ingeschreven was in een kleuterschool.
6§ 3. Een leerling in het lager onderwijs wordt geacht aanwezig te zijn als hij niet als ongewettigd afwezig is geregistreerd in het aanwezigheidsregister van de school.
7Een leerling is ongewettigd afwezig wanneer deze problematisch afwezig is, zoals bedoeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van de leerlingen in het basisonderwijs.
8§ 4. In afwijking van paragraaf 2 bepaalt de Vlaamse Regering het aantal halve schooldagen dat een leerling maximaal per schooljaar ongewettigd afwezig mag zijn, wanneer de erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs, overeenkomstig artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs, georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, over een afwijkende uurregeling beschikt.
+6 −0 groeipakketdecreet-van-2018/art. 31
1§ 1. Om het recht op een selectieve participatietoeslag lager onderwijs vast te stellen, meldt het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming aan het agentschap Opgroeien regie:
21° welke leerlingen op de laatste schooldag van juni in een onderwijsinstelling als vermeld in artikel 29, zijn ingeschreven;
32° welke leerlingen in het lager onderwijs ongewettigd afwezig zijn geweest of niet voldoende aanwezig zijn geweest als vermeld in artikel 30, § 2 tot en met § 4;
43° welke leerlingen uiterlijk vijftien kalenderdagen na de datum van uitschrijving in het lager onderwijs niet opnieuw zijn ingeschreven in het lager onderwijs.
5§ 2. Het agentschap Opgroeien regie meldt aan het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming het aantal kinderen dat selectieve participatietoeslagen lager onderwijs ontvangt.
6§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de gegevens, vermeld in paragraaf 1 en 2, moeten worden meegedeeld.
+3 −0 groeipakketdecreet-van-2018/art. 33
1§ 1. De selectieve participatietoeslag secundair onderwijs is meeneembaar voor rechthebbende leerlingen van het secundair onderwijs die in het buitenland of in een andere gemeenschap secundair onderwijs volgen, op voorwaarde dat er voor de in het buitenland of in een andere gemeenschap gevolgde studierichting of opleiding geen equivalente opleiding bestaat in een onderwijsinstelling of een centrum als vermeld in artikel 32, en op voorwaarde dat de onderwijsinstelling, de studierichting of de opleiding erkend is door de bevoegde overheid in de gemeenschap of het land in kwestie. Onder meeneembaarheid wordt verstaan, het krijgen van een selectieve participatietoeslag secundair onderwijs voor een studieprogramma of opleiding, gevolgd in een andere gemeenschap of in het buitenland.
2Artikel 34, 35, tweede lid, en 48, § 3 en § 6, zijn niet van toepassing op rechthebbende leerlingen die in het buitenland secundair onderwijs volgen.
3§ 2. Om te bepalen of er een equivalente opleiding bestaat als vermeld in paragraaf 1, baseert de uitbetalingsactor zich op het bindende advies van NARIC-Vlaanderen, vermeld in artikel 5, 26°, van het decreet van 8 juni 2007.
+10 −0 groeipakketdecreet-van-2018/art. 34
1§ 1. Aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, wordt geen selectieve participatietoeslag secundair onderwijs toegekend in een van de volgende gevallen:
21° in het schooljaar in kwestie is hij niet ingeschreven in een onderwijsinstelling of centrum als vermeld in artikel 32;
32° hij is ongewettigd afwezig geweest;
43° uiterlijk vijftien kalenderdagen na de datum van uitschrijving uit een instelling voor secundair onderwijs of uit de leertijd in een centrum zoals bedoeld in artikel 32 is hij niet opnieuw ingeschreven in een instelling voor secundair onderwijs of in de leertijd in een centrum zoals bedoeld in artikel 32.
5In afwijking van het eerste lid, 3°, behoudt de rechthebbende leerling in het secundair onderwijs die op 30 juni van het schooljaar in kwestie niet langer ingeschreven is in een instelling voor secundair onderwijs of een centrum zoals bedoeld in artikel 32, zijn toelage, op voorwaarde dat hij in de loop van dat schooljaar zijn kwalificatie behaalde.
6§ 2. Een leerling wordt tijdens een schooljaar geacht niet voldoende aanwezig te zijn als de leerling gedurende het schooljaar in kwestie 30 al dan niet gespreide halve schooldagen ongewettigd afwezig is geweest tijdens de lessen in de erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor voltijds gewoon of buitengewoon secundair onderwijs, en/of het werkplekleren dat deel uitmaakt van de opleiding in de periode van 1 september tot en met 30 juni, en als hij gedurende het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar in kwestie 30, al dan niet gespreide halve schooldagen ongewettigd afwezig is geweest tijdens de lessen in de erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor voltijds gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of de erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs, en/of het werkplekleren dat deel uitmaakt van de opleiding in de periode van 1 september tot en met 30 juni.
7§ 3. Een leerling in het secundair onderwijs en het deeltijds leerplichtonderwijs wordt geacht aanwezig te zijn wanneer deze tijdens de lessen of het werkplekleren daadwerkelijk aanwezig is of niet ongewettigd afwezig is.
8Een leerling is ongewettigd afwezig wanneer deze problematisch afwezig is, zoals bedoeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs of in het stelsel van leren en werken.
9In afwijking van het tweede lid is een leerling die met een erkende leerovereenkomst of -verbintenis in het kader van de leertijd een opleiding volgt in een erkend en gesubsidieerd centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, onwettig afwezig wanneer deze problematisch afwezig is als vermeld in de uitvoeringsreglementering aangenomen door de Vlaamse Regering in het kader van de leertijd krachtens artikelen 58 en 59 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap.
10§ 4. In afwijking van paragraaf 2, bepaalt de Vlaamse Regering het aantal halve schooldagen dat een leerling in het voltijds secundair onderwijs maximaal per schooljaar ongewettigd afwezig mag zijn, wanneer de onderwijsinstelling in kwestie overeenkomstig artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs, over een afwijkende uurregeling beschikt.
+7 −0 groeipakketdecreet-van-2018/art. 36
1§ 1. Om het recht op en het bedrag van een selectieve participatietoeslag in het secundair onderwijs vast te stellen, meldt het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming aan het agentschap Opgroeien regie:
21° welke leerlingen in welk structuuronderdeel zijn ingeschreven in een onderwijsinstelling of een centrum als vermeld in artikel 32;
32° de datum van inschrijving;
43° de datum van eventuele uitschrijving;
54° welke leerlingen ongewettigd afwezig zijn geweest als vermeld in artikel 34, § 2 tot en met § 4,.
6§ 2. Het agentschap Opgroeien regie meldt aan het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming het aantal kinderen dat selectieve participatietoeslagen secundair onderwijs ontvangt.
7§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de gegevens, vermeld in paragraaf 1 en 2, moeten worden meegedeeld. De Vlaamse Regering bepaalt ook welke instellingen aan het agentschap Opgroeien regie moeten melden dat een leerling een interne leerling is en de wijze waarop ze dat moeten melden.
+25 −0 groeipakketdecreet-van-2018/art. 48
1§ 1. Bij de berekening van het bedrag van de selectieve participatietoeslag in het secundair onderwijs wordt eerst nagegaan of de rechthebbende leerling in de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs zit, vervolgens of de rechthebbende leerling, vermeld in artikel 24, voldoet aan de voorwaarden voor de categorie van gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling, vermeld in artikel 38, vervolgens of de leerling in het derde leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs of beroepsonderwijs zit.
2§ 2. Voor gehuwde, zelfstandige of alleenstaande rechthebbende leerlingen als vermeld in artikel 24, in het voltijds secundair onderwijs is het bedrag van de volledige selectieve participatietoeslag gelijk aan 3.268,73 euro.
3De minimale selectieve participatietoeslag bedraagt 712,98 euro.
4§ 3. Voor rechthebbende leerlingen als vermeld in artikel 24, in het derde leerjaar van de derde graad van het voltijds technisch secundair onderwijs en het voltijds beroepssecundair onderwijs bedraagt de volledige selectieve participatietoeslag:
51° 1.861,09 euro voor interne leerlingen;
62° 1.132,07 euro voor externe leerlingen.
7De uitzonderlijke selectieve participatietoeslag voor externe leerlingen bedraagt 1.329,23 euro.
8De minimale selectieve participatietoeslag bedraagt:
91° 725,16 euro voor interne leerlingen;
102° 280,60 euro voor externe leerlingen.
11§ 4. Voor andere rechthebbende leerlingen als vermeld in artikel 24, in het voltijds secundair onderwijs dan de leerlingen, vermeld in paragraaf 2 en 3, bedraagt de volledige selectieve participatietoeslag:
121° 1550,86 euro voor interne leerlingen;
132° 943,30 euro voor externe leerlingen.
14De uitzonderlijke selectieve participatietoeslag voor externe leerlingen bedraagt 1107,57 euro.
15De minimale selectieve participatietoeslag bedraagt:
161° 604,31 euro voor interne leerlingen;
172° 233,75 euro voor externe leerlingen.
18§ 5. Voor rechthebbende leerlingen als vermeld in artikel 24, in stelsel leren en werken zoals bedoeld in het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap bedraagt een volledige selectieve participatietoeslag 537,45 euro.
19De uitzonderlijke selectieve participatietoeslag bedraagt 693,34 euro.
20De minimale selectieve participatietoeslag bedraagt 196,55 euro.
21§ 6. Voor rechthebbende leerlingen als vermeld in artikel 24, ingeschreven in de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs, bedraagt de volledige selectieve participatietoeslag:
221° 3.640,66 euro voor interne leerlingen;
232° 1.212,27 euro voor externe leerlingen.
24De minimale selectieve participatietoeslag bedraagt 829,80 euro.
25§ 7. Het uiteindelijke bedrag van de selectieve participatietoeslag wordt afgerond tot twee cijfers na de komma.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd