Artikel 2.7.4.2.5
§1. In afwijking van artikel 2.7.4.1.1, §1, wordt voor de verkrijgingen, vermeld in tabel II van artikel 2.7.4.1.1, §1, het tarief van de erfbelasting verlaagd:
- 1°tot 3% voor het gedeelte van de nettoverkrijging dat kleiner is dan of gelijk is aan 50.000 euro;
- 2°tot 9% voor het gedeelte van de nettoverkrijging dat groter is dan 50.000 euro en niet meer bedraagt dan 100.000 euro.
Het verlaagde tarief wordt toegepast op een nettoverkrijging tot een bedrag van maximaal 100.000 euro per nalatenschap.
Het gedeelte van de nettoverkrijging dat het maximum, vermeld in het tweede lid, te boven gaat, wordt onderworpen aan het tarief voor verkrijgingen, vermeld in tabel II van artikel 2.7.4.1.1, §1.
Het verlaagde tarief, vermeld in het eerste lid, wordt alleen toegepast als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
- 1°op de datum van het openvallen van de nalatenschap heeft de erflater geen partner als vermeld in artikel 1.1.0.0.2, zesde lid, 4°, en geen bloedverwanten in de rechte nederdalende lijn of daarmee gelijkgestelde personen als vermeld in artikel 1.1.0.0.2, zesde lid, 5°;
- 2°de erflater heeft in een niet-herroepen testament op ondubbelzinnige wijze een of meer natuurlijke personen aangewezen die de toepassing van het verlaagde tarief kunnen vragen.
Als maar één natuurlijke persoon door de erflater is aangewezen conform het vierde lid, 2°, wordt het verlaagde tarief, vermeld in het eerste lid, exclusief toegepast op de volledige of gedeeltelijke nettoverkrijging van die persoon.
Als meer dan één natuurlijke persoon door de erflater is aangewezen conform het vierde lid, 2°, wordt het verlaagde tarief, vermeld in het eerste lid, toegepast op de nettoverkrijgingen van die personen.
Als het totaal van de nettoverkrijgingen, vermeld in het zesde lid, het maximumbedrag van 100.000 euro te boven gaat, wordt het verlaagde tarief toegepast op dat maximumbedrag. Het maximum wordt verdeeld naar verhouding van de persoonlijke nettoverkrijgingen ten opzichte van de samengenomen nettoverkrijgingen, tenzij de erflater een andere verdeling heeft bepaald.
§2. Als de nettoverkrijging, vermeld in paragraaf 1, goederen omvat die vrijgesteld zijn conform artikel 2.7.6.0.5, wordt het vrijgestelde gedeelte proportioneel verdeeld tussen het gedeelte van de nettoverkrijging dat is onderworpen aan het tarief, vermeld in paragraaf 1, en het gedeelte van de nettoverkrijging dat is onderworpen aan het tarief, vermeld in tabel II van artikel 2.7.4.1.1, §1.
§3. Het gedeelte van de nettoverkrijging waarop het verlaagde tarief, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt toegepast, wordt bij voorrang toegerekend op het gedeelte van de verkrijging waarop het tarief, vermeld in tabel II van artikel 2.7.4.1.1, §1, wordt toegepast, en vervolgens op het gedeelte van de verkrijging waarop het tarief, vermeld in artikel 2.7.4.2.2, wordt toegepast.