§ flandrepo
19 regels · van kracht sinds 23 jan 2023

Artikel 2.6.1.1.1

§1. De uitvoering van de in paragraaf 2 vermelde taken wordt vanaf 1 januari 1991 voor het hele Vlaamse Gewest uitsluitend toevertrouwd aan een vennootschap die de rechtsvorm heeft van een naamloze vennootschap en opgericht is door de Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Vlaanderen of een dochtermaatschappij hiervan, hierna “de Vennootschap” genoemd.

Het Vlaamse Gewest dient steeds direct of indirect te beschikken over ten minste de helft plus één van de aandelen in het kapitaal van de Vennootschap.

De Vennootschap is een instelling met een publieke taak als vermeld in artikel I.3, 6°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, uitsluitend voor wat het uitvoeren van de taken, vermeld in paragraaf 2 en 2/1, betreft.

§2. Aan de Vennootschap worden voor het hele Vlaamse Gewest de volgende taken van algemeen belang toevertrouwd volgens de regels en voorwaarden vastgesteld in de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 2.6.1.1.3:

  1. 1°het opmaken of laten opmaken van de plannen voor nieuwe rioolwaterzuiveringsinfrastructuur, inzonderheid rioolwaterzuiveringsinstallaties, collectoren, pompstations en prioritaire rioleringen, alsmede het uitvoeren of laten uitvoeren ervan conform het investeringsplan opgemaakt overeenkomstig de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 2.6.1.1.3;
  2. 2°het exploiteren of laten exploiteren, onderhouden, herstellen en vervangen van de in punt 1° bedoelde installaties;
  3. 3°het financieren van de investeringen nodig voor de in punt 1° bedoelde installaties en de in punt 2° vermelde vervangingen;
  4. 4°het overnemen, aanpassen en verbeteren van de bestaande rioolwaterzuiveringsinfrastructuur, met uitzondering van niet prioritaire gemeentelijke riolen;
  5. 5°het exploiteren of laten exploiteren, onderhouden, herstellen en vervangen van de rioolwaterzuiveringsinstallaties die aangekocht werden van de Vlaamse Milieumaatschappij, het financieren van de investeringen nodig voor het in bedrijf houden, het aanpassen en verbeteren van deze installaties voor zover deze aanpassingen en verbeteringen zijn opgenomen in een technisch plan zoals bedoeld onder 1° ;
  6. 6°het financieren van de aankoop en vervanging van de rioolwaterzuiveringsinstallaties die aangekocht werden van de Vlaamse Milieumaatschappij;
  7. 7°het sluiten van contracten voor de sanering van afvalwater dat niet afkomstig is uit huishoudelijke activiteiten;
  8. 8°het monitoren van de goede werking van de installaties bedoeld onder punt 1° en 5°, alsook het monitoren van de overstorten;
  9. 9°de technische kwaliteitsbewaking over het concept en de uitvoering van de projecten, die voorkomen op het in artikel 2.6.1.3.1, §2, bedoelde subsidiëringsprogramma, waarvoor de Vlaamse Regering nadere regels kan vaststellen;
  10. 10°desgevallend, de financiering van de uitvoering van door de Vlaamse Regering hiertoe goedgekeurde en aangeduide investeringen in hemel- en afvalwaterzuiveringsinfrastructuur in de plaats van de gemeentelijke rioolbeheerder;
  11. 11°het uitvoeren van projecten, onderhoud, vervanging en financiering ervan in het kader van een energiefonds dat zichzelf integraal terugverdient met het oog op het optimaliseren en vergroenen van het energieverbruik nodig voor de exploitatie.

§2/1. Naast de taken, vermeld in paragraaf 2, kan de Vlaamse Regering aan de Vennootschap bijkomende taken van algemeen belang opdragen buiten de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 2.6.1.1.3, voor de duur die zij bepaalt, voor zover die verband houden met de taken van algemeen belang van de Vennootschap. De regels en voorwaarden van die bijkomende taken worden vastgesteld in een of meer bijzondere overeenkomsten als vermeld in artikel 2.6.1.1.4.

§3. De Vennootschap voert het investeringsplan, opgemaakt overeenkomstig de voorschriften van de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 2.6.1.1.3, uit binnen de gestelde meerjarenplanning en krachtens de wetgeving over de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, met naleving van die wetgeving.

De rechten en verplichtingen zoals bepaald in de artikelen 9 tot en met 15 en artikel 16 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, zijn van toepassing op de Vennootschap bij het vervullen van de taken die haar in toepassing van deze onderafdeling worden toevertrouwd.

§4. De Vlaamse Regering stelt de vergoeding vast die de Vennootschap ontvangt voor het vervullen van de in dit artikel bedoelde taken en stelt de nadere regels ter zake vast.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd