Artikel 2
In dit decreet wordt verstaan onder :
- 1°decreet van 7 mei 2004 : het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten;
- 2°gebouw van de eredienst : de gebouwen vermeld in artikel 4, 81, 117, 153, 189 en 232 van het decreet van 7 mei 2004, met inbegrip van de pastorieën en de bisschoppelijke seminaries;
- 2°/1gewezen gebouw van de eredienst: een gebouw dat, op het moment van de subsidieaanvraag, maximaal vijf jaar geleden is onttrokken aan de eredienst;
- 3°betrokken gemeente- of provinciebestuur : het gemeente- of provinciebestuur dat met toepassing van artikel 52/1 van het decreet van 7 mei 2004 de eventuele tekorten van de exploitatie moet bijpassen van het bestuur van de eredienst dat met toepassing van artikel 4, 81, 117, 153, 189 of 232 van het decreet van 7 mei 2004 belast is met het onderhoud en de bewaring van het gebouw van de eredienst waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, of het provinciebestuur dat moet tussenkomen in de tekorten van de instelling voor morele dienstverlening van de Centrale Vrijzinnige Raad, met toepassing van 26, 4°, van de wet van 21 juni 2002 betreffende de Centrale Raad der niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen van België, de afgevaardigden en de instellingen belast met het beheer van de materiële en financiële belangen van de erkende niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen.