§ flandrepo

Tot wijziging van meerdere decreten over het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, wat betreft de studietoelagen in het hoger onderwijs en de kinderdagverblijven en voor- en nabewaking in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad #759

Gemerged Vlaamse Regering voegde 2 artikels samen in decreet-2007-06-08 · 23 maart 2026 Alle checks geslaagd
Amendementen
5 mei 2026 · 3 blz.
759/8 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Zie de documentenfiche op vlaamsparlement.be ingediend op 5 mei 2026 (2025-2026) Amendementen op het ontwerp van decreet tot wijziging van meerdere decreten over het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, wat betreft de studietoelagen in het hoger onderwijs en de kinderdagverblijven en voor- en nabewaking in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad AMENDEMENT NR. 19 voorgesteld door Kim Buyst Artikel 3 Aan de ontworpen tekst, derde lid, een punt 6° toevoegen, dat luidt als volgt: “6° de hogeronderwijsinstelling heeft vastgesteld dat de sociale of individuele omstandigheden van de student van die aard zijn dat het niet mogelijk is om 54 studiepunten op te nemen.”. VERANTWOORDING Het ontwerp van decreet bevat een onduidelijkheid over de rechtsgevolgen van de beoordeling die de hogeronderwijsinstelling maakt met betrekking tot uitzonderlijke sociale of individuele omstandigheden. In de memorie van toelichting wordt uitdrukkelijk gesteld dat, naar aanleiding van het advies van de Raad van State, in een bijkomende uitzonderingsmogelijkheid wordt voorzien voor studenten voor wie de rector of algemeen directeur oordeelt dat hun sociale of individuele situatie dermate specifiek is dat het onmogelijk is om 54 studiepunten op te nemen. Daarbij wordt ook expliciet bepaald: “De hogeronderwijsinstelling bezorgt de student een bewijs van de goedkeuring voor het opnemen van minder dan 54 studiepunten. Het attest wordt bezorgd aan de afdeling Studietoelagen.” Hoewel uit de toelichting blijkt dat de decreetgever daarmee een vorm van maatwerk voor uitzonderlijke situaties nastreeft, blijft in de decretale bepalingen zelf onvoldoende duidelijk welke rechtsgevolgen verbonden zijn aan deze beoordeling door de hogeronderwijsinstelling. Het amendement verduidelijkt daarom expliciet dat de vaststelling door de hogeronderwijsinstelling dat een student zich in een uitzonderlijke sociale of individuele situatie bevindt, een rechtsgrond vormt om af te wijken van de minimumgrens van 54 studiepunten voor de toekenning van een studietoelage. Het amendement brengt daarmee de decretale tekst in overeenstemming met de bedoeling zoals omschreven in de memorie van toelichting en met de opmerkingen van de Raad van State over de nood aan voldoende uitzonderingsmogelijkheden voor behartigenswaardige gevallen. Daarnaast verduidelijkt het amendement dat hogeronderwijsinstellingen in uitzonderlijke situaties maatwerk kunnen leveren voor studenten die niet noodzakelijk onder een formeel bijzonder statuut vallen, maar wel objectief niet in staat zijn een traject van 54 studiepunten op te nemen. Het amendement creëert geen bijkomende administratieve verplichtingen voor hogeronderwijsinstellingen. Het verduidelijkt alleen de rechtsgevolgen van een beoordeling die instellingen volgens het ontwerp van decreet al moeten uitvoeren. Hogeronderwijsinstellingen kunnen daarvoor gebruikmaken van bestaande procedures en begeleidingsstructuren met betrekking tot bijzondere statuten, studievoortgang en studentenbegeleiding. ◼ AMENDEMENT NR. 20 voorgesteld door Kim Buyst Artikel 3 In de ontworpen tekst, zevende lid, punt 2° vervangen door wat volgt: “2° de student beantwoordde in het secundair onderwijs aan het leerlingenkenmerk ‘thuistaal niet-Nederlands’;”. VERANTWOORDING De huidige decretale formulering is te eng en sluit een belangrijke groep studenten met reële talige noden uit. Vandaag behalen veel studenten wel degelijk een diploma in het Nederlandstalig secundair onderwijs, maar hebben zij nog bijkomende taalnoden die een voltijds traject van 54 studiepunten bemoeilijken. De voorgestelde uitzondering biedt voor hen onvoldoende rechtszekerheid omdat zij buiten de decretale categorie vallen, hoewel zij in de praktijk vaak nood hebben aan een aangepast studietempo. Door aan te sluiten bij het bestaande leerlingenkenmerk ‘thuistaal niet-Nederlands’ wordt gewerkt met een objectieve, gekende en administratief hanteerbare indicator die beter aansluit bij de feitelijke taalnoden van studenten dan het loutere bezit van een diploma uit het Nederlandstalig secundair onderwijs. Het leerlingenkenmerk ‘thuistaal niet-Nederlands’ wordt in het Vlaamse onderwijsbeleid al gebruikt in het kader van het beleid rond gelijke onderwijskansen (GOK). De Vlaamse overheid erkent daarmee zelf dat leerlingen met dat kenmerk vaker geconfronteerd worden met bijkomende taal- en onderwijskansenuitdagingen en voorziet voor scholen in bijkomende ondersteuning en middelen voor deze doelgroep. Het is dan ook logisch en coherent om hetzelfde criterium te hanteren bij de beoordeling van studenten die objectief moeilijk een voltijds traject van 54 studiepunten kunnen opnemen. Het amendement verhoogt bovendien de rechtszekerheid en vermijdt arbitraire verschillen tussen studenten die wel of niet een Nederlandstalig diploma behaalden, terwijl hun feitelijke taalnoden vergelijkbaar kunnen zijn. Tijdens de hoorzitting van 30 april 2026 wees de Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad (VLUHR) erop dat de verhoging naar 54 studiepunten disproportionele effecten dreigt te hebben voor studenten met taalnoden en andere profielen die het moeilijk hebben. Het amendement komt tegemoet aan die bezorgdheden door de uitzondering beter af te stemmen op de feitelijke onderwijsrealiteit. ◼
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd