§ flandrepo

Bij de aanpassing van de begroting 2025 #337

Gemerged Vlaamse Regering voegde 19 artikels samen in decreet-2002-07-05decreet-2019-12-20decreet-2015-07-03 · 16 mei 2025 5 checks vragen aandacht
Aangenomen tekst
10 juli 2025 · 8 blz.
337/13 Officiële PDF
19 artikels gewijzigd

De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 10 jul 2025. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

+1 −0 decreet-2002-07-05/art. 12 berekend
2§ 2. Een meegedeeld percentage of bedrag wordt het daaropvolgende jaar behouden, tenzij de beslissing vóór de in § 1 bedoelde datum door de gemeenteraad en de OCMW-raad wordt gewijzigd.2§ 2. Een meegedeeld percentage of bedrag wordt het daaropvolgende jaar behouden, tenzij de beslissing vóór de in § 1 bedoelde datum door de gemeenteraad en de OCMW-raad wordt gewijzigd.
3§ 3. Bij ontstentenis van een dergelijke beslissing of als die beslissing te laat aankomt, wordt 8 % van het gemeentelijk aandeel binnen het Vlaams Gemeentefonds rechtstreeks op de rekening van het OCMW gestort.3§ 3. Bij ontstentenis van een dergelijke beslissing of als die beslissing te laat aankomt, wordt 8 % van het gemeentelijk aandeel binnen het Vlaams Gemeentefonds rechtstreeks op de rekening van het OCMW gestort.
4§4. Als gemeenten worden samengevoegd, ontvangt het nieuwe OCMW automatisch voor het jaar van de samenvoeging een deel van het definitieve aandeel van de nieuwe gemeente dat overeenkomt met het procentuele aandeel van de gezamenlijke laatste definitieve aandelen van de oude OCMW’s in de gezamenlijke laatste definitieve aandelen van de oude gemeenten.
+1 −0 decreet-2002-07-05/art. 13 berekend
1Op het einde van de maanden januari tot en met oktober van elk jaar worden, onverminderd de bepalingen van artikel 21, aan elke gemeente en aan elk OCMW een voorschot uitbetaald dat gelijk is aan één tiende van hun aandeel, volgens de verhouding bepaald in artikel 12, en zonder de jaarlijkse inhouding bepaald in artikel 19sexies, § 1, en de vermindering bepaald in artikel 19septies van het laatste jaar waarvoor de Vlaamse regering de definitieve verdeling heeft bepaald.1Op het einde van de maanden januari tot en met oktober van elk jaar worden, onverminderd de bepalingen van artikel 21, aan elke gemeente en aan elk OCMW een voorschot uitbetaald dat gelijk is aan één tiende van hun aandeel, volgens de verhouding bepaald in artikel 12, en zonder de jaarlijkse inhouding bepaald in artikel 19sexies, § 1, en de vermindering bepaald in artikel 19septies van het laatste jaar waarvoor de Vlaamse regering de definitieve verdeling heeft bepaald.
2Als gemeenten worden samengevoegd, bestaat in het eerste jaar van de samenvoeging elk voorschot aan de nieuwe gemeente en elk voorschot aan het nieuwe OCMW uit de som van de voorschotten aan respectievelijk de oude gemeenten en de oude OCMW’s, die volgens het eerste lid zijn berekend.
+2 −2 decreet-2019-12-20/art. 26 berekend
1Vanaf 2020 kent de Vlaamse Regering aan de Vlaamse gemeenten, OCMW's, autonome gemeentebedrijven, havenbedrijven, hulpverleningszones, politiezones, ziekenhuizen en welzijnsverenigingen een dotatie toe ten belope van de helft van de door hen verschuldigde responsabiliseringsbijdragen, vermeld in artikel 19 van de wet van 24 oktober 2011 tot vrijwaring van een duurzame financiering van de pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van de lokale politiezones, tot wijziging van de wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid en houdende diverse wijzigingsbepalingen.1Vanaf 2020 kent de Vlaamse Regering aan de Vlaamse gemeenten, OCMW's, autonome gemeentebedrijven, havenbedrijven, hulpverleningszones, politiezones, ziekenhuizen en welzijnsverenigingen een dotatie toe ten belope van de helft van de door hen verschuldigde responsabiliseringsbijdragen, vermeld in artikel 19 van de wet van 24 oktober 2011 tot vrijwaring van een duurzame financiering van de pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van de lokale politiezones, tot wijziging van de wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid en houdende diverse wijzigingsbepalingen.
2De dotatie houdt geen rekening met de korting die de besturen kunnen krijgen op de responsabiliseringsbijdrage door de verschuldigde premie voor een aanvullende pensioenregeling voor hun contractueel personeel in mindering te brengen. 2De dotatie houdt geen rekening met de korting die de besturen kunnen krijgen op de responsabiliseringsbijdrage door de verschuldigde premie voor een aanvullende pensioenregeling voor hun contractueel personeel in mindering te brengen. De dotatie houdt ook geen rekening met de verhoging die de besturen kunnen krijgen op de responsabiliseringsbijdrage doordat een aanvullende pensioenregeling voor hun contractueel personeel ontbreekt.
3Voor de percentages van de wettelijke basisbijdrage en voor de responsabiliseringscoëfficiënt wordt uitgegaan van de percentages waarop de ramingen van de responsabiliseringsbijdragen door de Federale Pensioendienst van mei 2019 gebaseerd zijn. Wijzigingen aan die percentages worden enkel in rekening gebracht als ze een daling van de responsabiliseringsbijdrage van dat bestuur tot gevolg hebben.3Voor de wettelijke basisbijdrage wordt uitgegaan van een percentage van 43% en voor de responsabiliseringscoëfficiënt wordt uitgegaan van een percentage van 75%. Met die percentages wordt alleen rekening gehouden als ze een daling van de responsabiliseringsbijdrage tot gevolg hebben.
+2 −2 decreet-2019-12-20/art. 28 berekend
1De vastgestelde bedragen worden aan de besturen volledig betaald op de eerste werkdag van de maand december van elk jaar.1De vastgestelde bedragen worden aan de besturen jaarlijks uiterlijk op 23 december volledig betaald.
2Als het begrotingskrediet voor een bepaald jaar ontoereikend is, worden de dotaties aan de besturen pro rata het beschikbare begrotingskrediet betaald op de eerste werkdag van de maand december van dat jaar. Het nog te betalen saldo voor dat jaar wordt toegevoegd aan het begrotingskrediet van het volgende jaar en betaald binnen de twee maanden nadat daarvoor het nodige krediet op de begroting werd ingeschreven.2Als het begrotingskrediet voor een bepaald jaar ontoereikend is, worden de dotaties aan de besturen pro rata het beschikbare begrotingskrediet uiterlijk betaald op 23 december van dat jaar. Het nog te betalen saldo voor dat jaar wordt toegevoegd aan het begrotingskrediet van het volgende jaar en betaald binnen de twee maanden nadat daarvoor het nodige krediet op de begroting werd ingeschreven.
+1 −0 decreet-2019-12-20/art. 28/1 nieuw
1De dotatie, vermeld in artikel 26, wordt gebruikt voor de algemene financiering van de besturen, vermeld in artikel 26, en is volledig vrij van verantwoordings- en rapporteringsverplichtingen.
+2 −1 decreet-2019-12-20/art. 22 berekend
1Vanaf 2020 wordt op de begroting een algemene werkingssubsidie voor de gemeenten van het Vlaamse Gewest ingeschreven, als gedeeltelijke compensatie van de kosten en minderontvangsten door de vrijwaring van de open ruimte en om het behoud en de inrichting van de open ruimte te stimuleren.1Vanaf 2020 wordt op de begroting een algemene werkingssubsidie voor de gemeenten van het Vlaamse Gewest ingeschreven, als gedeeltelijke compensatie van de kosten en minderontvangsten door de vrijwaring van de open ruimte en om het behoud en de inrichting van de open ruimte te stimuleren.
2In 2020, 2021, 2022, 2023 en 2024 bedraagt de werkingssubsidie respectievelijk 20 %, 40 %, 60 %, 80 % en 100 % van het bedrag voor open ruimte in het Gemeentefonds van het voorgaande jaar, exclusief het aandeel van de steden, vermeld in artikel 6, § 1, 1°, a), b), c) en d), van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds, en aangevuld met een jaarlijkse groeivoet van 3,5 %. Vanaf 2025 wordt enkel nog de jaarlijkse groeivoet van 3,5 % toegepast.2In 2020, 2021, 2022, 2023 en 2024 bedraagt de werkingssubsidie respectievelijk 20 %, 40 %, 60 %, 80 % en 100 % van het bedrag voor open ruimte in het Gemeentefonds van het voorgaande jaar, exclusief het aandeel van de steden, vermeld in artikel 6, § 1, 1°, a), b), c) en d), van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds, en aangevuld met een jaarlijkse groeivoet van 3,5 %.
3In 2025 bedraagt de werkingssubsidie 100% van het bedrag voor open ruimte in het Gemeentefonds van het voorgaande jaar, exclusief het aandeel van de steden, vermeld in artikel 6, §1, 1°, a), b), c) en d), van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds, aangevuld met een groeivoet van 3,5%.
+0 −3 decreet-2019-12-20/art. 23/1 opgeheven
1Bij een samenvoeging van gemeenten mogen de nieuwe gemeenten niet minder ontvangen dan de som van de aandelen van de samen te voegen gemeenten of delen van gemeenten in het jaar dat voorafgaat aan de samenvoeging. Als de samenvoeging gepaard gaat met de opsplitsing van een of meer gemeenten wordt om de gewaarborgde ontvangst van de nieuwe gemeenten te berekenen, het aandeel van de op te splitsen gemeenten in het jaar dat voorafgaat aan de samenvoeging, ook opgesplitst, in dezelfde verhouding als de inwonersaantallen van de opgesplitste delen.
2De gewaarborgde ontvangst voor de nieuwe gemeenten, vermeld in het eerste lid, wordt, met ingang van het jaar van de samenvoeging, elk jaar geïndexeerd met 3,5%. De indexatie is cumulatief.
3In afwijking van artikel 23, tweede lid, zijn de bepalingen, vermeld in het eerste en tweede lid, ook van toepassing in geval van een samenvoeging met een stad zoals vermeld in artikel 6, § 1, 1°, a), b), c) of d), van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds.
+1 −0 decreet-2019-12-20/art. 25/1 nieuw
1De algemene werkingssubsidie wordt gebruikt voor de algemene financiering van de gemeenten van het Vlaamse Gewest en is volledig vrij van verantwoordings- en rapporteringsverplichtingen.
decreet-2015-07-03/art. 42 wijzigt · §3, 2°
Art. 10. In artikel 42, §3, 2°, van het decreet van 3 juli 2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2015, vervangen bij het decreet van 22 december 2017 en gewijzigd bij het decreet van 22 december 2023, wordt het bedrag “17.386.000” vervangen door het bedrag “17.051.300”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2003-07-18/art. 4.3.2.3 wijzigt · 2°
Art. 11. In artikel 4.3.2.3, 2°, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, wordt de zinsnede “is begrensd op 1,4” vervangen door de zinsnede “is maximaal 1,15”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2024-12-20/art. 79 wijzigt
Art. 12. In artikel 79 van het programmadecreet van 20 december 2024 bij de begroting 2025, wordt een punt 2°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “2°/1 artikel 28, dat van toepassing is vanaf het heffingsjaar 2026;”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (dit nummer bestaat al). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −1 decreet-2007-06-15/art. 98 berekend
342° 1,10 voor lesplaatsen die buiten een penitentiaire inrichting gelegen zijn in een vestigingsplaats met 300 of minder inwoners per km².342° 1,10 voor lesplaatsen die buiten een penitentiaire inrichting gelegen zijn in een vestigingsplaats met 300 of minder inwoners per km².
35De coëfficiënt voor het maatschappelijk belang van de opleidingen is 1,30 voor de studiegebieden aanvullende algemene vorming, algemene vorming, Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4.35De coëfficiënt voor het maatschappelijk belang van de opleidingen is 1,30 voor de studiegebieden aanvullende algemene vorming, algemene vorming, Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4.
36De coëfficiënt voor de studiegebieden met een structureel knelpuntkarakter is 1,05 voor de studiegebieden algemene personenzorg, schrijnwerkerij, groot transport, mechanica-elektriciteit en koeling en warmte . De Vlaamse Regering kan die studiegebieden aanpassen en ook op lokaal niveau vastleggen.36De coëfficiënt voor de studiegebieden met een structureel knelpuntkarakter is 1,05 voor de studiegebieden algemene personenzorg, schrijnwerkerij, groot transport, mechanica-elektriciteit , koeling en warmte en specifieke personenzorg. De Vlaamse Regering kan die studiegebieden aanpassen en ook op lokaal niveau vastleggen.
37De coëfficiënten voor het aantal deelgemeenten van gemeenten die op 1 januari 2016 meer dan 100.000 inwoners telden of het aantal gemeenten waar het centrum lesplaatsen heeft, zijn :37De coëfficiënten voor het aantal deelgemeenten van gemeenten die op 1 januari 2016 meer dan 100.000 inwoners telden of het aantal gemeenten waar het centrum lesplaatsen heeft, zijn :
381° 1,000 voor één gemeente of deelgemeente;381° 1,000 voor één gemeente of deelgemeente;
+1 −1 decreet-2007-06-15/art. 105 berekend
decreet-2007-06-15/art. 113novies wijzigt
decreet-2007-06-15/art. 113decies wijzigt
+1 −1 decreet-2007-06-15/art. 196sexies berekend
+0 −0 decreet-2005-12-23/art. 79 opgeheven
+0 −0 decreet-2005-12-23/art. 87 opgeheven
+1 −1 decreet-2024-12-20/art. 55 berekend
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd