Decreet tot wijziging van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs, wat betreft het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht
5 artikels gewijzigd
| 1 | Voor de toepassing van dit bijzonder decreet wordt onder gemeenschapsonderwijs begrepen, het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van: | ||
| 2 | 1° het onderwijs ingericht door de universiteiten; | ||
| 3 | 2° het onderwijs ingericht door de hogescholen; | ||
| 4 | 3° het hoger zeevaartonderwijs; | ||
| 5 | 4° ...; | ||
| 6 | 5° het schriftelijk onderwijs. |
| 4 | 3° twee meerderjarige stemgerechtigde leden, door de groepen onder 1° en 2° gecoöpteerd uit de lokale sociale, economische en culturele milieus; | 4 | 3° twee meerderjarige stemgerechtigde leden, door de groepen onder 1° en 2° gecoöpteerd uit de lokale sociale, economische en culturele milieus; |
| 5 | 4° de directeur, die de vergaderingen bijwoont met raadgevende stem; | 5 | 4° de directeur, die de vergaderingen bijwoont met raadgevende stem; |
| 6 | 5° in het secundair onderwijs twee stemgerechtigde leden, aangewezen door de leerlingenraad. Indien er geen leerlingenraad bestaat of indien de leerlingenraad ervoor kiest geen gebruik te maken van die mogelijkheid, dan worden de leden rechtstreeks verkozen door en uit de leerlingen. In het buitengewoon secundair onderwijs oordeelt de directeur in overleg met de pedagogische raad over de opportuniteit van een of meer leerlingen in de schoolraad, rekening houdend met de mogelijkheden en de draagkracht van de leerlingen. Wanneer de school opleidingsvorm 4 aanbiedt, is de opname van een of meer leerlingen verplicht. | 6 | 5° in het secundair onderwijs twee stemgerechtigde leden, aangewezen door de leerlingenraad. Indien er geen leerlingenraad bestaat of indien de leerlingenraad ervoor kiest geen gebruik te maken van die mogelijkheid, dan worden de leden rechtstreeks verkozen door en uit de leerlingen. In het buitengewoon secundair onderwijs oordeelt de directeur in overleg met de pedagogische raad over de opportuniteit van een of meer leerlingen in de schoolraad, rekening houdend met de mogelijkheden en de draagkracht van de leerlingen, met uitzondering van de leerlingen die in een gemeenschapsinstelling verblijven. Wanneer de school opleidingsvorm 4 aanbiedt, is de opname van een of meer leerlingen verplicht. |
| 7 | § 2. Voor de verkiezingen bedoeld in § 1, 1°, is ieder die het ouderlijk gezag of de voogdij uitoefent over een kind dat ingeschreven is in een onder de schoolraad ressorterende school, stemgerechtigd en verkiesbaar. | 7 | § 2. Voor de verkiezingen bedoeld in § 1, 1°, is ieder die het ouderlijk gezag of de voogdij uitoefent over een kind dat ingeschreven is in een onder de schoolraad ressorterende school, stemgerechtigd en verkiesbaar. |
| 8 | Meerderjarige leerlingen en ontvoogde minderjarigen zijn stemgerechtigd, maar niet verkiesbaar. Niemand kan over meer dan een stem beschikken. | 8 | Meerderjarige leerlingen en ontvoogde minderjarigen zijn stemgerechtigd, maar niet verkiesbaar. Niemand kan over meer dan een stem beschikken. |
| 14 | § 6. Een verkozen lid van de schoolraad dat zijn mandaat voortijdig beëindigt, wordt opgevolgd door diegene die bij de laatste verkiezing de eerste niet verkozen kandidaat was. Bij voortijdige beëindiging van een mandaat van gecoöpteerd lid, gebeurt er een nieuwe coöptatie. Het aldus verkozen of gecoöpteerd lid voleindigt het mandaat. | 14 | § 6. Een verkozen lid van de schoolraad dat zijn mandaat voortijdig beëindigt, wordt opgevolgd door diegene die bij de laatste verkiezing de eerste niet verkozen kandidaat was. Bij voortijdige beëindiging van een mandaat van gecoöpteerd lid, gebeurt er een nieuwe coöptatie. Het aldus verkozen of gecoöpteerd lid voleindigt het mandaat. |
| 15 | § 7. De Raad van het Gemeenschapsonderwijs stelt de kiesprocedure voor de schoolraden vast en bepaalt de wijze waarop de coöptatie van de leden, bedoeld in § 1, 3°, gebeurt. | 15 | § 7. De Raad van het Gemeenschapsonderwijs stelt de kiesprocedure voor de schoolraden vast en bepaalt de wijze waarop de coöptatie van de leden, bedoeld in § 1, 3°, gebeurt. |
| 16 | §8. De ouders van de leerlingen die in een gemeenschapsinstelling verblijven, zijn niet stemgerechtigd en niet verkiesbaar voor de schoolraad. | ||
| 1 | In het secundair onderwijs bepaalt de schoolraad de wijze waarop de leerlingen worden betrokken bij de werking van de schoolraad. Hij kan daartoe een leerlingenraad oprichten. | ||
| 2 | Leerlingen die in een gemeenschapsinstelling verblijven, kunnen geen deel uitmaken van de leerlingenraad. |
| 1 | § 1. De raad van bestuur heeft volgende bovoegdheden: | ||
| 2 | 1° inzake algemeen beleid: | ||
| 3 | a) de oprichting, samenvoeging en afschaffing van onderwijsinstellingen, centra voor leerlingenbegeleiding en vestigingsplaatsen, binnen de grenzen die worden gesteld door het grondwettelijk beginsel van de vrije keuze; | ||
| 4 | b) het formuleren van voorstellen tot oprichting, samenvoeging en afschaffing van scholengroepen; | ||
| 5 | c) het formuleren van voorstellen tot oprichting, samenvoeging en afschaffing van scholengemeenschappen met inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs; | ||
| 6 | d) het organiseren van de vrijwillige samenwerking met andere scholengroepen; | ||
| 7 | e) het aangaan van samenwerkingsakkoorden met inrichtende machten of schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs; | ||
| 8 | f) het beslechten van geschillen tussen scholen of schoolraden en tussen het centrum voor leerlingenbegeleiding en scholen binnen de scholengroep; | ||
| 9 | g) het beheer van de autonome internaten; | ||
| 10 | h) het beheer van het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht. | ||
| 11 | 2° inzake het pedagogisch beleid: | ||
| 12 | a) het bekrachtigen van de schoolreglementen, bedoeld in artikel 14, § 1, 3°, van dit bijzonder decreet; | ||
| 13 | b) de organisatie van de werking van het centrum voor leerlingenbegeleiding, op advies van het college van directeurs; de organisatie van een centrum voor leerlingenbegeleiding dat meer dan een scholengroep bedient, komt toe aan de scholengroep met het grootst aantal leerlingen; | ||
| 14 | c) de verdeling van de studiegebieden en de programmatie van studierichtingen; | ||
| 15 | d) het formuleren van voorstellen aan de afgevaardigd-bestuurder inzake de programmatie van unieke studierichtingen; | ||
| 16 | e) het sluiten van de overeenkomst met een centrum voor leerlingenbegeleiding. | ||
| 17 | 3° inzake het personeelsbeleid: | ||
| 18 | a) de benoeming van personeelsleden overeenkomstig het personeelsstatuut; | ||
| 19 | b) de toewijzing en beëindiging van het mandaat van directeur en het mandaat van algemeen directeur; | ||
| 20 | c) de aanstelling van de overige leden van het bestuurspersoneel, op voordracht van het college van directeurs; | ||
| 21 | d) maatregelen inzake tucht en orde met betrekking tot personeelsleden; | ||
| 22 | e) beslissingen over de taakverdeling van de leden van het bestuurspersoneel van de scholengroep. | ||
| 23 | 4° inzake het materieel en financieel beleid: | ||
| 24 | a) het beheer en de toewijzing van de middelen van de scholengroep aan de scholen en het centrum voor leerlingenbegeleiding; | ||
| 25 | b) het voeren van het boekhoudkundig plan; | ||
| 26 | c) het afsluiten van overeenkomsten ten bezwarende titel, uitgezonderd deze met betrekking tot zakelijke rechten en onverminderd het andersbepaalde in dit bijzonder decreet; | ||
| 27 | d) de goedkeuring van de begroting en de jaarrekening van de scholengroep, op voorstel van de algemeen directeur; | ||
| 28 | e) het formuleren van voorstellen tot verwerving of vervreemding van onroerende goederen; | ||
| 29 | f) het formuleren van voorstellen voor nieuwbouw of verbouwingen; | ||
| 30 | g) het sluiten van overeenkomsten inzake de huur en de verhuring van gebouwen; de duur van de overeenkomsten inzake verhuring van gebouwen is niet langer dan 9 jaar; | ||
| 31 | h) het beleid inzake de contractuele personeelsleden; | ||
| 32 | i) de verdeling tussen de scholen van de middelen voor kleine infrastructuurwerken en voor beslissingen inzake daden van behoud en de middelen voor daden van voorlopig beheer aan de schoolinfrastructuur; | ||
| 33 | j) het innen van de inschrijvingsgelden van de cursisten. | ||
| 34 | § 2. De beslissingen bedoeld in § 1, 2°, b), worden genomen in overleg met de algemeen directeurs van de scholengroepen waarvoor het centrum voor leerlingenbegeleiding de begeleiding doet. | ||
| 35 | § 3. De raden van bestuur van de scholengroepen zijn bevoegd voor alle aangelegenheden die bij dit bijzonder decreet niet uitdrukkelijk aan andere bestuursorganen zijn toegewezen. |
| 1 | § 1. Inzake algemeen beleid is de Raad bevoegd voor: | ||
| 2 | 1° het opstellen van de neutraliteitsverklaring en de verklaring van gehechtheid aan het gemeenschapsonderwijs; | ||
| 3 | 2° de interne kwaliteitszorg van het gemeenschapsonderwijs, op voorstel van de afgevaardigd-bestuurder; | ||
| 4 | 3° het uitwerken van een algemeen strategisch plan voor het gemeenschapsonderwijs, met inbegrip van het formuleren van voorstellen aan de raden van bestuur van scholengroepen inzake onderwijsorganisatie en studieaanbod in het kader van de vrijwaring van de grondwettelijk gewaarborgde keuzevrijheid; | ||
| 5 | 4° de beslissing over het oprichten, samenvoegen en afschaffen van een scholengroep, op voorstel van de raad van bestuur van de scholengroepen waarbij de weigering tot bekrachtiging moet worden gemotiveerd; | ||
| 6 | 5° de beslissing over het oprichten, samenvoegen en afschaffen van scholengemeenschappen met inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs, op voorstel van de raad van bestuur van de Scholengroepen waarbij de weigering tot bekrachtiging moet worden gemotiveerd; | ||
| 7 | 6° het oprichten, samenvoegen en afschaffen van interne adviesorganen en pedagogische diensten, op voorstel van de afgevaardigd-bestuurder; | ||
| 8 | 7° de programmatie van unieke studierichtingen, op voorstel van de afgevaardigd-bestuurder; | ||
| 9 | 8° de vernietiging van beslissingen tot afschaffing van scholen, internaten, vestigingsplaatsen, of centra voor leerlingenbegeleiding wanneer dit de grondwettelijk gewaarborgde keuzevrijheid in gevaar brengt; | ||
| 10 | 9° de ondersteuning van de andere bestuursniveaus, op voorstel van de afgevaardigd-bestuurder; | ||
| 11 | 10° het opstellen van een procedure voor de aanstelling van de algemeen directeur van een scholengroep, op voorstel van de afgevaardigd-bestuurder; | ||
| 12 | 11° de goedkeuring van het jaarverslag, op voorstel van de afgevaardigd-bestuurder; | ||
| 13 | 12° de toewijzing en beëindiging van het mandaat van afgevaardigd-bestuurder; | ||
| 14 | 13° het afsluiten van samenwerkingsakkoorden met het gesubsidieerd onderwijs en andere instellingen of diensten ter uitvoering van zijn bevoegdheden; | ||
| 15 | 14° het aanwijzen van de scholengroepen die belast worden met het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht. | ||
| 16 | § 2. In de gevallen bedoeld in artikel 33, § 1, 4° en 5°, kan de Raad na de tweede weigering tot bekrachtiging een beslissing nemen in de plaats van de raad van bestuur van een scholengroep. Elke weigeringsbeslissing wordt gemotiveerd. |