§ flandrepo

Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (VIII)

N-VAcd&vOpen Vld N-VA, cd&v, Open Vld #850 Staatsblad 6 juli 2021 NUMAC 2021021188
42 artikels gewijzigd
+1 −0 decreet-1997-02-25/art. 37vicies quinquies
2In afwijking van het eerste lid kunnen een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP uiterlijk op 15 december 2019 een voorstel van aanmeldingsprocedure voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021 voorleggen aan de CLR.2In afwijking van het eerste lid kunnen een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP uiterlijk op 15 december 2019 een voorstel van aanmeldingsprocedure voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021 voorleggen aan de CLR.
3In afwijking van het eerste lid kunnen een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP uiterlijk op 15 november 2020 een voorstel van aanmeldingsprocedure voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2021-2022 aan de CLR voorleggen.3In afwijking van het eerste lid kunnen een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP uiterlijk op 15 november 2020 een voorstel van aanmeldingsprocedure voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2021-2022 aan de CLR voorleggen.
4In afwijking van het eerste lid kunnen een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP uiterlijk op 15 november 2021 een voorstel van aanmeldingsprocedure voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2022-2023 aan de CLR voorleggen.
4§ 2. Het dossier daartoe bevat minstens de volgende onderdelen :5§ 2. Het dossier daartoe bevat minstens de volgende onderdelen :
51° de start en de duur van de aanmeldingsperiode of alle deelperiodes en de motivering ervan, overeenkomstig artikel 37undevicies;61° de start en de duur van de aanmeldingsperiode of alle deelperiodes en de motivering ervan, overeenkomstig artikel 37undevicies;
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 37vicies sexies
21° een aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure indienen bij de CLR. In dat geval toetst de CLR het voorstel overeenkomstig artikel 37vicies quinquies, § 3. De CLR neemt over het aangepaste voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan;21° een aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure indienen bij de CLR. In dat geval toetst de CLR het voorstel overeenkomstig artikel 37vicies quinquies, § 3. De CLR neemt over het aangepaste voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan;
32° het voorstel van aanmeldingsprocedure, vermeld in artikel 37vicies quinquies voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel overeenkomstig artikel 37vicies quinquies, § 3. De Vlaamse Regering neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen inzake het verloop van de procedure.32° het voorstel van aanmeldingsprocedure, vermeld in artikel 37vicies quinquies voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel overeenkomstig artikel 37vicies quinquies, § 3. De Vlaamse Regering neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen inzake het verloop van de procedure.
4In afwijking van het eerste lid, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk op 31 januari 2021 de initiatieven nemen zoals bepaald in het eerste lid, 1° en 2°.4In afwijking van het eerste lid, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk op 31 januari 2022 de initiatieven nemen zoals bepaald in het eerste lid, 1° en 2°.
5§ 2. Bij een negatief besluit, van de CLR over het, overeenkomstig paragraaf 1, 1°, voorgelegde aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP uiterlijk dertig kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit het aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure of het voorstel van aanmeldingsprocedure, vermeld in artikel 37vicies quinquies, voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel overeenkomstig artikel 37vicies quinquies, § 3.5§ 2. Bij een negatief besluit, van de CLR over het, overeenkomstig paragraaf 1, 1°, voorgelegde aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP uiterlijk dertig kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit het aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure of het voorstel van aanmeldingsprocedure, vermeld in artikel 37vicies quinquies, voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel overeenkomstig artikel 37vicies quinquies, § 3.
6De Vlaamse Regering neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen inzake het verloop van de procedure.6De Vlaamse Regering neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen inzake het verloop van de procedure.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 110/0
1De bepalingen in hoofdstuk 1/1 en 1/2 zijn enkel nog van toepassing voor de inschrijvingen in het secundair onderwijs voor het schooljaar 2019-2020, 2020-2021 en 2021-2022 .1De bepalingen in hoofdstuk 1/1 en 1/2 zijn enkel nog van toepassing voor de inschrijvingen in het secundair onderwijs voor het schooljaar 2019-2020, 2020-2021, 2021-2022 en 2022-2023.
+1 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 110/25
2In afwijking van het eerste lid kunnen een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP uiterlijk op 15 december 2019 een voorstel van aanmeldingsprocedure voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021 voorleggen aan de CLR.2In afwijking van het eerste lid kunnen een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP uiterlijk op 15 december 2019 een voorstel van aanmeldingsprocedure voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021 voorleggen aan de CLR.
3In afwijking van het eerste lid kunnen een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP uiterlijk op 15 november 2020 een voorstel van aanmeldingsprocedure voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2021-2022 aan de CLR voorleggen.3In afwijking van het eerste lid kunnen een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP uiterlijk op 15 november 2020 een voorstel van aanmeldingsprocedure voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2021-2022 aan de CLR voorleggen.
4In afwijking van het eerste lid kunnen een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP uiterlijk op 15 november 2021 een voorstel van aanmeldingsprocedure voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2022-2023 aan de CLR voorleggen.
4§ 2. Het dossier daartoe bevat ten minste de volgende onderdelen :5§ 2. Het dossier daartoe bevat ten minste de volgende onderdelen :
51° de start en de duur van de aanmeldingsperiode of alle deelperiodes en de motivering ervan, overeenkomstig artikel 110/19;61° de start en de duur van de aanmeldingsperiode of alle deelperiodes en de motivering ervan, overeenkomstig artikel 110/19;
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 110/26
21° een aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure indienen bij de CLR. In dat geval toetst de CLR het voorstel overeenkomstig artikel 110/25, § 3. De CLR neemt over het aangepaste voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan;21° een aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure indienen bij de CLR. In dat geval toetst de CLR het voorstel overeenkomstig artikel 110/25, § 3. De CLR neemt over het aangepaste voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan;
32° het voorstel van aanmeldingsprocedure, vermeld in artikel 110/25, voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel overeenkomstig artikel 110/25, § 3. De Vlaamse Regering neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake het verloop van de procedure.32° het voorstel van aanmeldingsprocedure, vermeld in artikel 110/25, voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel overeenkomstig artikel 110/25, § 3. De Vlaamse Regering neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake het verloop van de procedure.
4In afwijking van het eerste lid, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk op 31 januari 2021 de initiatieven nemen zoals bepaald in het eerste lid, 1° en 2°.4In afwijking van het eerste lid, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk op 31 januari 2022 de initiatieven nemen zoals bepaald in het eerste lid, 1° en 2°.
5§ 2. Bij een negatief besluit van de CLR over het overeenkomstig paragraaf 1, 1° voorgelegde aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP uiterlijk dertig kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit het aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure of het voorstel van aanmeldingsprocedure, vermeld in artikel 110/25, voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel overeenkomstig artikel 110/25, § 3.5§ 2. Bij een negatief besluit van de CLR over het overeenkomstig paragraaf 1, 1° voorgelegde aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP uiterlijk dertig kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit het aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure of het voorstel van aanmeldingsprocedure, vermeld in artikel 110/25, voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel overeenkomstig artikel 110/25, § 3.
6De Vlaamse Regering neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen inzake het verloop van de procedure.6De Vlaamse Regering neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen inzake het verloop van de procedure.
+2 −1 decreet-2018-04-27/art. 115
1In het schooljaar 2021-2022 wordt het omkaderingssysteem zoals bepaald in artikel 29, 38, 39, 40 en 41geëvalueerd met het oog op een mogelijke bijsturing of het implementeren van een nieuw omkaderingssysteem vanaf 1 september 2023 opdat het tegemoet komt aan de noden van de sector. De Vlaamse Regering kan verdere thema's van deze evaluatie bepalen.1In 2023 wordt het omkaderingssysteem, vermeld in artikel 29, 38, 39, 40 en 41, geëvalueerd met het oog op een mogelijke bijsturing of op de implementatie van een nieuw omkaderingssysteem, opdat het tegemoetkomt aan de noden van de sector.
2De Vlaamse Regering kan verdere thema's van die evaluatie bepalen.
+3 −3 decreet-2020-05-08/art. 18
1In afwijking van artikel 28 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, kan het volwassenenonderwijs als afstandsonderwijs georganiseerd worden voor de resterende periode van het schooljaar 2019-2020 na de schorsing met ingang van 13 maart 2020 van de lessen en activiteiten als gevolg van de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken. Afstandsonderwijs voldoet ten minste aan de volgende criteria:1In afwijking van artikel 28 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs kan het volwassenenonderwijs tijdens het schooljaar 2021-2022 ook als afstandsonderwijs georganiseerd worden. Dat afstandsonderwijs voldoet ten minste aan de volgende criteria:
21° het voldoet aan de wettelijke bepalingen van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;21° het beantwoordt aan de wettelijke bepalingen van hetzelfde decreet van 15 juni 2017;
32° het cursusmateriaal en de didactische middelen zijn geschikt voor multimediaal gebruik;32° het cursusmateriaal en de didactische middelen zijn geschikt voor multimediaal gebruik;
43° de wijze van evalueren is duidelijk omschreven;43° de wijze van evalueren is duidelijk omschreven;
54° de deelname van de cursisten wordt systematisch opgevolgd.54° de deelname van cursisten wordt systematisch gevolgd.
+1 −1 decreet-2020-10-30/art. 4
1In afwijking van artikel 37septies, § 1, achtste en negende lid, van hetzelfde decreet is voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2020-2021voor het schooljaar 2021-2022, naast de schriftelijke bevestiging ook een elektronische bevestiging mogelijk.1In afwijking van artikel 37septies, § 1, achtste en negende lid, van hetzelfde decreet is voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2021-2022 voor het schooljaar 2022-2023, naast de schriftelijke bevestiging ook een elektronische bevestiging mogelijk.
+1 −1 decreet-2020-10-30/art. 5
1In aanvulling op artikel 37undecies, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt bij inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021na het verstrijken van de termijn van zestig kalenderdagen de leerling definitief ingeschreven. Als de school pas nadat de inschrijving al gerealiseerd werd, kennis neemt van een verslag, start de termijn van zestig kalenderdagen de dag van de kennisneming.1In aanvulling op artikel 37undecies, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt bij inschrijvingen voor het schooljaar 2021-2022 na het verstrijken van de termijn van zestig kalenderdagen de leerling definitief ingeschreven. Als de school pas nadat de inschrijving al gerealiseerd werd, kennis neemt van een verslag, start de termijn van zestig kalenderdagen de dag van de kennisneming.
+1 −1 decreet-2020-10-30/art. 6
1In afwijking van artikel 37terdecies, § 1 en § 2, van hetzelfde decreet geldt voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2020-2021voor het schooljaar 2020-2021en voor het schooljaar 2021-2022dat:1In afwijking van artikel 37terdecies, § 1 en § 2, van hetzelfde decreet geldt voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2021-2022 voor het schooljaar 2021-2022 en voor het schooljaar 2022-2023 dat:
21° de beslissing dat een leerling wordt geweigerd, schriftelijk of elektronisch aan de ouders kan worden meegedeeld;21° de beslissing dat een leerling wordt geweigerd, schriftelijk of elektronisch aan de ouders kan worden meegedeeld;
32° een schoolbestuur dat een leerling weigert, dat aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap moet melden via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, en niet aan het LOP. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. De melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerling, en de feitelijke en juridische grond van de weigering. De Vlaamse Regering kan de regels voor de opslagperioden en voor de verwerkingsactiviteiten en procedures bepalen, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking.32° een schoolbestuur dat een leerling weigert, dat aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap moet melden via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, en niet aan het LOP. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. De melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerling, en de feitelijke en juridische grond van de weigering. De Vlaamse Regering kan de regels voor de opslagperioden en voor de verwerkingsactiviteiten en procedures bepalen, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking.
+1 −1 decreet-2020-10-30/art. 7
1In afwijking van artikel 37quindecies, § 2, van hetzelfde decreet kan voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2020-2021voor het schooljaar 2020-2021en voor het schooljaar 2021-2022, de bemiddeling van het LOP niet alleen binnen tien kalenderdagen na de schriftelijke mededeling worden opgestart, maar ook binnen tien kalenderdagen na de verzending van de elektronische mededeling.1In afwijking van artikel 37quindecies, § 2, van hetzelfde decreet kan voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2021-2022 voor het schooljaar 2021- 2022 en voor het schooljaar 2022-2023, de bemiddeling van het LOP niet alleen binnen tien kalenderdagen na de schriftelijke mededeling worden opgestart, maar ook binnen tien kalenderdagen na de verzending van de elektronische mededeling.
+1 −1 decreet-2020-10-30/art. 21
1In afwijking van artikel 110/7, § 1, achtste en negende lid, van dezelfde codex is voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2020-2021voor het schooljaar 2021-2022, naast de schriftelijke bevestiging ook een elektronische bevestiging mogelijk.1In afwijking van artikel 110/7, § 1, achtste en negende lid, van dezelfde codex is voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2021-2022 voor het schooljaar 2022-2023, naast de schriftelijke bevestiging ook een elektronische bevestiging mogelijk.
+1 −1 decreet-2020-10-30/art. 22
1In aanvulling op artikel 110/11, § 2, tweede lid, van dezelfde codex wordt bij inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021na het verstrijken van de termijn van zestig kalenderdagen de leerling definitief ingeschreven. Als de school pas nadat de inschrijving al gerealiseerd werd, kennis neemt van een verslag, start de termijn van de zestig kalenderdagen de dag van de kennisneming.1In aanvulling op artikel 110/11, § 2, tweede lid, van dezelfde codex wordt bij inschrijvingen voor het schooljaar 2021-2022 na het verstrijken van de termijn van zestig kalenderdagen de leerling definitief ingeschreven. Als de school pas nadat de inschrijving al gerealiseerd werd, kennis neemt van een verslag, start de termijn van de zestig kalenderdagen de dag van de kennisneming.
+1 −1 decreet-2020-10-30/art. 23
1In afwijking van artikel 110/13, § 1 en § 2, van dezelfde codex geldt voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2020-2021voor het schooljaar 2020-2021en voor het schooljaar 2021-2022dat:1In afwijking van artikel 110/13, § 1 en § 2, van dezelfde codex geldt voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2021-2022 voor het schooljaar 2021-2022 en voor het schooljaar 2022-2023 dat:
21° de beslissing dat een leerling wordt geweigerd, schriftelijk of elektronisch aan de ouders kan worden meegedeeld;21° de beslissing dat een leerling wordt geweigerd, schriftelijk of elektronisch aan de ouders kan worden meegedeeld;
32° een schoolbestuur dat een leerling weigert, dat aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap moet melden via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, en niet aan het LOP. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. De melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerling, en de feitelijke en juridische grond van de weigering. De Vlaamse Regering kan de regels bepalen voor de opslagperioden en voor de verwerkingsactiviteiten en procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking.32° een schoolbestuur dat een leerling weigert, dat aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap moet melden via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, en niet aan het LOP. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. De melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerling, en de feitelijke en juridische grond van de weigering. De Vlaamse Regering kan de regels bepalen voor de opslagperioden en voor de verwerkingsactiviteiten en procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking.
+1 −1 decreet-2020-10-30/art. 24
1In afwijking van artikel 110/15, § 2, van dezelfde codex kan voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2020-2021voor het schooljaar 2020- 2021en voor het schooljaar 2021-2022, de bemiddeling van het LOP niet alleen binnen tien kalenderdagen na de schriftelijke mededeling worden opgestart, maar ook binnen tien kalenderdagen na de verzending van de elektronische mededeling.1In afwijking van artikel 110/15, § 2, van dezelfde codex kan voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2021-2022 voor het schooljaar 2021-2022 en voor het schooljaar 2022-2023, de bemiddeling van het LOP niet alleen binnen tien kalenderdagen na de schriftelijke mededeling worden opgestart, maar ook binnen tien kalenderdagen na de verzending van de elektronische mededeling.
+1 −1 decreet-2020-10-30/art. 24
1In afwijking van artikel 110/15, § 2, van dezelfde codex kan voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2020-2021voor het schooljaar 2020- 2021en voor het schooljaar 2021-2022, de bemiddeling van het LOP niet alleen binnen tien kalenderdagen na de schriftelijke mededeling worden opgestart, maar ook binnen tien kalenderdagen na de verzending van de elektronische mededeling.1In afwijking van artikel 110/15, § 2, van dezelfde codex kan voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2021-2022 voor het schooljaar 2021-2022 en voor het schooljaar 2022-2023, de bemiddeling van het LOP niet alleen binnen tien kalenderdagen na de schriftelijke mededeling worden opgestart, maar ook binnen tien kalenderdagen na de verzending van de elektronische mededeling.
+4 −0 decreet-2019-05-17/art. II.1
1In het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018, wordt in hoofdstuk IV, afdeling 3, onderafdeling A, een artikel 37/6/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
2"Art. 37/6/1. De bepalingen van hoofdstuk IV, afdeling 3, zijn enkel nog van toepassing voor de inschrijvingen in het basisonderwijs voor het schooljaar 2019-2020, 2020-2021, 2021-2022 en 2022-2023.
3Voor de toepassing van de termijnen bepaald in hoofdstuk IV/1, hoofdstuk IV/2 en hoofdstuk IV/3 worden de door de regering, overeenkomstig artikel 50, bepaalde vakantieperioden niet meegerekend.
4De bepalingen van hoofdstuk IV/1, IV/2 en IV/3 zijn van toepassing voor de inschrijvingen in het basisonderwijs voor het schooljaar 2023-2024 en de daaropvolgende schooljaren.".
+3 −0 decreet-2019-05-17/art. III.5
1In dezelfde codex wordt in deel IV, titel 2, hoofdstuk 1/1, afdeling 1, ingevoegd bij artikel III.4, een artikel 253/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
2"Art. 253/1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing voor de inschrijvingen als regelmatige leerling in het gewoon secundair onderwijs voor lesbijwoning vanaf het schooljaar 2023-2024 of later.
3Voor de toepassing van de termijnen bepaald in dit hoofdstuk worden de door de Vlaamse Regering, overeenkomstig artikel 12, bepaalde vakantieperioden niet meegerekend.".
+4 −0 decreet-2019-05-17/art. III.14
1In dezelfde codex wordt in deel IV, titel 2, hoofdstuk 1/1, afdeling 3, onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel III.13, een artikel 253/7 ingevoegd, dat luidt als volgt:
2"Art. 253/7. § 1. Een schoolbestuur beslist jaarlijks en uiterlijk op 31 januari per school, per vestigingsplaats of per structuuronderdeel, of het voor het daaropvolgende schooljaar leerlingen wil kunnen weigeren omwille van bereikte capaciteit. In bevestigend geval gelden de bepalingen van onderafdeling 3, in het andere geval gelden de bepalingen van onderafdeling 2. Ook indien het schoolbestuur beslist voor het daaropvolgende schooljaar niet te weigeren omwille van capaciteit, kan het zich aansluiten bij een aanmeldingsprocedure. In dat geval zijn de bepalingen van onderafdeling 3 van toepassing.
3§ 2. De Vlaamse Regering kan, in afwijking van paragraaf 1, capaciteitsgebieden afbakenen op basis van dreigende of bestaande capaciteitsproblemen wanneer de vragen tot inschrijving de door de schoolbesturen bepaalde capaciteit benaderen of overschrijden, waardoor het recht op inschrijving vermeld in artikel 253/3, niet meer kan worden gegarandeerd. In capaciteitsgebieden zijn schoolbesturen verplicht voor al hun scholen en vestigingsplaatsen, gelegen in het capaciteitsgebied, om gezamenlijk een aanmeldingsprocedure te organiseren.
4Onverminderd het in paragraaf 1 gestelde, zijn vanaf de inschrijvingen voor schooljaar 2023-2024 capaciteitsgebieden: het werkingsgebied van het LOP Antwerpen en van het LOP Gent.".
+2 −0 decreet-2019-05-17/art. III.21
1In dezelfde codex wordt in deel IV, titel 2, hoofdstuk 1/1, afdeling 3, onderafdeling 3, ingevoegd bij artikel III.19, een artikel 253/12 ingevoegd, dat luidt als volgt:
2"Art. 253/12. Voor de aanmeldingen voor de inschrijvingen vanaf het schooljaar 2023-2024 meldt een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP, uiterlijk op 31 januari voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, voor welke scholen, vestigingsplaatsen of structuuronderdelen de inschrijvingen zullen worden voorafgegaan door een digitale aanmeldingsprocedure, conform artikel 253/11 en de eventuele toepassing van de voorrang voor ondervertegenwoordigde groepen, conform artikel 253/15, aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.".
+12 −0 decreet-2019-05-17/art. III.25
1In dezelfde codex wordt in deel IV, titel 2, hoofdstuk 1/1, afdeling 3, onderafdeling 3, ingevoegd bij artikel III.19, een artikel 253/16 ingevoegd, dat luidt als volgt:
2"Art. 253/16. § 1. Voor de inschrijvingen vanaf het schooljaar 2023-2024 ordent het schoolbestuur, of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, het daartoe gemandateerde schoolbestuur of het LOP, op het einde van de aanmeldingsperiode, voor zijn school of voor elk van zijn scholen alle aangemelde leerlingen als volgt:
31° eerst de leerlingen die tot dezelfde leefentiteit behoren, vermeld in artikel 253/14, § 1, 1° ;
42° dan de kinderen met een ouder die personeelslid is als vermeld in 253/14, § 1, 2° ;
53° in voorkomend geval, de leerlingen behorend tot de ondervertegenwoordigde groep, vermeld in artikel 253/15;
64° dan de overige leerlingen, in voorkomend geval met inbegrip van de resterende leerlingen uit de ondervertegenwoordigde groep, vermeld in artikel 253/15.
7§ 2. Binnen elk van de groepen, vermeld in paragraaf 1, worden de aangemelde leerlingen geordend en krijgen ze een plaats toegewezen aan de hand van een door de Vlaamse Regering ter beschikking gesteld standaardalgoritme, gebaseerd op de volgende principes:
8a) een leerling krijgt een toevalsnummer per school of vestigingsplaats waarvoor hij heeft aangemeld;
9b) een leerling die voor meerdere scholen of vestigingsplaatsen gunstig gerangschikt is, krijgt de hoogste school of vestigingsplaats van voorkeur toegewezen en wordt verwijderd in de scholen of vestigingsplaatsen van lagere keuze;
10c) na de definitieve toewijzing kunnen er geen leerlingen zijn die elkaars hogere keuze hebben;
11d) na de definitieve ordening van de niet gunstig gerangschikte leerlingen kunnen er geen leerlingen zijn met een hoger volgnummer op elkaars hogere keuzeschool of -vestigingsplaats.
12§ 3. Nadat de aanmeldingsperiode is beëindigd en voor de ordening van de aangemelde leerlingen, kunnen de aanmeldende scholen op basis van het aantal aanmeldingen - en eventueel het aantal leerlingen dat de school als eerste keuze opgaf - hun capaciteit voor het eerste leerjaar A, of het eerste leerjaar B, dan wel samen, verhogen, conform de bepalingen in artikel 253/13, § 2.".
+3 −0 decreet-2019-05-17/art. III.46
1In dezelfde codex wordt in deel V, titel 2, hoofdstuk 2, afdeling 2, onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel III.45, een artikel 295/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
2"Art. 295/1. De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing voor de inschrijvingen als regelmatige leerling in het buitengewoon secundair onderwijs voor lesbijwoning vanaf het schooljaar 2023-2024 of later.
3Voor de toepassing van de termijnen bepaald in deze afdeling worden de door de Vlaamse Regering, overeenkomstig artikel 12, bepaalde vakantieperioden niet meegerekend.".
+13 −0 decreet-2019-05-17/art. IV.4
1In dezelfde codificatie wordt in deel VIII, hoofdstuk 1, afdeling 3, een artikel VIII.5/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
2"Art. VIII.5/1. Een lokaal overlegplatform secundair onderwijs heeft volgende opdrachten:
31° het opmaken van een omgevingsanalyse inzake ongelijke onderwijskansen binnen het werkingsgebied. De participanten van het lokaal overleg leveren daartoe de noodzakelijke kwantitatieve en kwalitatieve gegevens;
42° het maken van afspraken inzake het nastreven van de doelstellingen inzake gelijke kansen;
53° het maken van afspraken inzake de opvang, het aanbod en de toeleiding van leerlingen naar het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers en de opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers in het gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs;
64° het maken van afspraken inzake de uitoefening van de bemiddelingsbevoegdheid;
75° het maken van afspraken over de toepassing van de voorrang zoals bepaald in deel IV, titel 2, hoofdstuk 1/1, van de Codex Secundair Onderwijs;
86° het maken van afspraken over de communicatie over het inschrijvingsbeleid van de scholen en de afstemming ervan op de communicatie door de Vlaamse overheid;
97° het vastleggen van de criteria en de procedures volgens dewelke scholen voor secundair onderwijs de inschrijving van een elders definitief uitgesloten leerling kunnen weigeren zoals bepaald in artikel 253/25, § 4, en 253/56, § 4, van de Codex Secundair Onderwijs;
108° het uitwerken van aanvullende bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal;
119° tijdens de schooljaren 2023-2024, 2024-2025, 2025-2026 en 2026-2027 het monitoren van de effecten in het werkingsgebied van de mogelijkheid om maximaal 20% voorrang te verlenen aan ondervertegenwoordigde groepen, zoals bepaald in artikel 253/15 van de Codex Secundair Onderwijs.
12Een lokaal overlegplatform kan beslissen om bijkomende opdrachten op te nemen.
13De Vlaamse Regering kan bijkomende opdrachten toewijzen aan de lokale overlegplatforms.".
+2 −0 decreet-2019-05-17/art. IV.5
1In artikel VIII.8 van dezelfde codificatie, wordt paragraaf 4 vervangen door wat volgt:
2" § 4. Voor inschrijving of ontbinding van inschrijving voor schooljaar 2023-2024 en verder geldt dat wanneer de Commissie ten gronde adviseert en oordeelt naar recht over klachten die betrekking hebben op de toepassing van artikel 37/11, §§ 2 en 3, en artikel 37/48, §§ 2 en 3, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 253/6, §§ 2 en 3, en artikel 253/37, §§ 2 en 3, van de Codex Secundair Onderwijs de samenstelling van de Commissie, in afwijking van paragraaf 1 en 2, wordt uitgebreid met leden met expertise op het gebied van de praktische realisatie van redelijke aanpassingen. Daarbij wordt, in afwijking van paragraaf 1 en paragraaf 2, in elk geval de betrokkenheid verzekerd van personen met een handicap of een organisatie die hen vertegenwoordigt, van een personeelsvertegenwoordiging en een vertegenwoordiging van de onderwijsverstrekkers. Deze leden zetelen met een raadgevend mandaat.".
+3 −0 decreet-2019-05-17/art. IV.6
1Artikel VIII.9 van dezelfde codificatie wordt vervangen door wat volgt:
2"Art. VIII.9. De Commissie adviseert en oordeelt naar recht inzake het recht op inschrijving, voor inschrijvingen tot en met schooljaar 2022-2023, overeenkomstig de bepalingen van artikel 37quaterdecies en artikel 37sedecies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 110/14 en 110/16 van de Codex Secundair Onderwijs, en voor inschrijvingen voor schooljaar 2023-2024 en verder, overeenkomstig de bepalingen van artikelen 37/33, 37/34, 37/69 en 37/70 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikelen 253/30, 253/31, 253/60 en 253/61 van de Codex Secundair Onderwijs.
3Tegen een uitspraak van de Commissie staat geen beroep open bij de Vlaamse Regering.".
+3 −0 decreet-2019-05-17/art. IV.6
1Artikel VIII.9 van dezelfde codificatie wordt vervangen door wat volgt:
2"Art. VIII.9. De Commissie adviseert en oordeelt naar recht inzake het recht op inschrijving, voor inschrijvingen tot en met schooljaar 2022-2023, overeenkomstig de bepalingen van artikel 37quaterdecies en artikel 37sedecies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 110/14 en 110/16 van de Codex Secundair Onderwijs, en voor inschrijvingen voor schooljaar 2023-2024 en verder, overeenkomstig de bepalingen van artikelen 37/33, 37/34, 37/69 en 37/70 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikelen 253/30, 253/31, 253/60 en 253/61 van de Codex Secundair Onderwijs.
3Tegen een uitspraak van de Commissie staat geen beroep open bij de Vlaamse Regering.".
+3 −0 decreet-2019-05-17/art. VI.3
1In dezelfde codex wordt in deel IV, titel 2, hoofdstuk 1/2, afdeling 1, ingevoegd bij artikel VI.2, een artikel 253/32 ingevoegd, dat luidt als volgt:
2"Art. 253/32. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing voor de inschrijvingen als regelmatige leerling in het gewoon secundair onderwijs in scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad voor lesbijwoning vanaf het schooljaar 2023-2024 of later.
3Voor de toepassing van de termijnen bepaald in dit hoofdstuk, worden de door de Vlaamse Regering, overeenkomstig artikel 12, bepaalde vakantieperioden niet meegerekend.".
+3 −0 decreet-2019-05-17/art. VI.12
1In dezelfde codex wordt in deel IV, titel 2, hoofdstuk 1/2, afdeling 3, onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel VI.11, een artikel 253/38 ingevoegd, dat luidt als volgt:
2"Art. 253/38. De Vlaamse Regering kan capaciteitsgebieden afbakenen op basis van dreigende of bestaande capaciteitsproblemen wanneer de vragen tot inschrijving de door de schoolbesturen bepaalde capaciteit benaderen of overschrijden, waardoor het recht op inschrijving, vermeld in artikel 253/34, niet meer kan worden gegarandeerd. In capaciteitsgebieden zijn schoolbesturen verplicht voor al hun scholen en vestigingsplaatsen, gelegen in het capaciteitsgebied, om gezamenlijk een aanmeldingsprocedure te organiseren.
3Onverminderd het in het eerste lid gestelde, is het LOP Brussel-Hoofdstad vanaf de inschrijvingen voor schooljaar 2023-2024 capaciteitsgebied.".
+2 −0 decreet-2019-05-17/art. VI.15
1In dezelfde codex wordt in deel IV, titel 2, hoofdstuk 1/2, afdeling 3, onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel VI.11, een artikel 253/41 ingevoegd, dat luidt als volgt:
2"Art. 253/41. Voor de aanmeldingen voor de inschrijvingen vanaf het schooljaar 2023-2024 meldt het LOP Brussel-Hoofdstad, indien van toepassing, uiterlijk op 31 januari aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap of het voorrang zal verlenen aan ondervertegenwoordigde groepen, conform artikel 253/46.".
+14 −0 decreet-2019-05-17/art. VI.21
1In dezelfde codex wordt in deel IV, titel 2, hoofdstuk 1/2, afdeling 3, onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel VI.11, een artikel 253/47 ingevoegd, dat luidt als volgt:
2"Art. 253/47. § 1. Voor de inschrijvingen vanaf het schooljaar 2023-2024 ordent het schoolbestuur, of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, het daartoe gemandateerde schoolbestuur of het LOP, op het einde van de aanmeldingsperiode, voor zijn school of voor elk van zijn scholen alle aangemelde leerlingen als volgt:
31° eerst de leerlingen die tot dezelfde leefentiteit behoren als vermeld in artikel 253/43, eerste lid, 1° ;
42° dan de kinderen met een ouder die personeelslid is als vermeld in 253/43, eerste lid, 2° ;
53° dan de kinderen van ouders die in overeenstemming met artikel 253/44 het Nederlands in voldoende mate machtig zijn;
64° dan de kinderen die 9 jaar Nederlandstalig basisonderwijs volgden, in overeenstemming met artikel 253/45;
75° in voorkomend geval, de leerlingen behorend tot de ondervertegenwoordigde groep, vermeld in artikel 253/46;
86° dan de overige leerlingen, in voorkomend geval met inbegrip van de resterende leerlingen uit punten 3°, 4° en 5°.
9Binnen elk van de groepen, vermeld in het eerste lid, worden de aangemelde leerlingen geordend en krijgen ze een plaats toegewezen aan de hand van een door de Vlaamse Regering ter beschikking gesteld standaardalgoritme, gebaseerd op volgende principes:
10a) een leerling krijgt een toevalsnummer per school of vestigingsplaats waarvoor hij heeft aangemeld;
11b) een leerling die voor meerdere scholen of vestigingsplaatsen gunstig gerangschikt is, krijgt de hoogste school of vestigingsplaats van voorkeur toegewezen en wordt verwijderd in de scholen of vestigingsplaatsen van lagere keuze;
12c) na de definitieve toewijzing kunnen er geen leerlingen zijn die elkaars hogere keuze hebben;
13d) na de definitieve ordening van de niet gunstig gerangschikte leerlingen kunnen er geen leerlingen zijn met een hoger volgnummer op elkaars hogere keuzeschool of -vestigingsplaats.
14§ 2. Nadat de aanmeldingsperiode is beëindigd en voor de ordening van de aangemelde leerlingen, kunnen de aanmeldende scholen op basis van het aantal aanmeldingen - en eventueel het aantal leerlingen dat de school als eerste keuze opgaf - hun capaciteit voor het eerste leerjaar A, of het eerste leerjaar B, dan wel samen, verhogen, conform de bepalingen in artikel 253/42, § 2.".
+1 −0 decreet-2019-05-17/art. VII.1
1Dit decreet treedt in werking op 1 september 2022.
+1 −1 decreet-2020-05-29/art. 4
1In afwijking van artikel 64, § 4, van hetzelfde decreet kan de tijdelijke onderwijsbevoegdheid die de Vlaamse Regering toekent voor het schooljaar 2019- 2020, ook tijdens het schooljaar 2020-2021uitgeoefend worden.1In afwijking van artikel 64, § 4, van hetzelfde decreet kan de tijdelijke onderwijsbevoegdheid die de Vlaamse Regering toekent voor het schooljaar 2019- 2020, ook tijdens het schooljaar 2021-2022 uitgeoefend worden.
+1 −1 decreet-2021-02-12/art. 3
1In aanvulling op artikel 84 van hetzelfde decreet kan de Vlaamse Regering in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 augustus 2021 aan scholen voor gewoon basisonderwijs bijkomende werkingsmiddelen toekennen om de kosten te compenseren die ze gemaakt hebben om hun onderwijsaanbod in veilige omstandigheden te organiseren. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het bedrag per school berekend wordt en de wijze waarop het uitbetaald wordt.1In aanvulling op artikel 84 van hetzelfde decreet kan de Vlaamse Regering in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2021 aan scholen voor gewoon basisonderwijs bijkomende werkingsmiddelen toekennen om de kosten te compenseren die ze gemaakt hebben om hun onderwijsaanbod in veilige omstandigheden te organiseren. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het bedrag per school berekend wordt en de wijze waarop het uitbetaald wordt.
+1 −1 decreet-2021-02-12/art. 4
1In aanvulling op artikel 85sexies van hetzelfde decreet kan de Vlaamse Regering in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 augustus 2021 aan scholen voor buitengewoon basisonderwijs bijkomende werkingsmiddelen toekennen om de kosten te compenseren die ze gemaakt hebben om hun onderwijsaanbod in veilige omstandigheden te organiseren. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het bedrag per school berekend wordt en de wijze waarop het uitbetaald wordt.1In aanvulling op artikel 85sexies van hetzelfde decreet kan de Vlaamse Regering in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2021 aan scholen voor buitengewoon basisonderwijs bijkomende werkingsmiddelen toekennen om de kosten te compenseren die ze gemaakt hebben om hun onderwijsaanbod in veilige omstandigheden te organiseren. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het bedrag per school berekend wordt en de wijze waarop het uitbetaald wordt.
+1 −1 decreet-2021-02-12/art. 7
1In aanvulling op artikel 248 van de Codex Secundair Onderwijs kan de Vlaamse Regering in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 augustus 2021 aan scholen voor gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs bijkomende werkingsmiddelen toekennen om de kosten te compenseren die ze gemaakt hebben om hun onderwijsaanbod in veilige omstandigheden te organiseren. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het bedrag per school of per centrum berekend wordt en de wijze waarop het uitbetaald wordt.1In aanvulling op artikel 248 van de Codex Secundair Onderwijs kan de Vlaamse Regering in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2021 aan scholen voor gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs bijkomende werkingsmiddelen toekennen om de kosten te compenseren die ze gemaakt hebben om hun onderwijsaanbod in veilige omstandigheden te organiseren. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het bedrag per school of per centrum berekend wordt en de wijze waarop het uitbetaald wordt.
+1 −1 decreet-2021-02-12/art. 9
1In aanvulling op artikel 328 van dezelfde codex kan de Vlaamse Regering in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 augustus 2021 aan scholen voor buitengewoon secundair onderwijs bijkomende werkingsmiddelen toekennen om de kosten te compenseren die ze gemaakt hebben om hun onderwijsaanbod in veilige omstandigheden te organiseren. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het bedrag per school berekend wordt en de wijze waarop het uitbetaald wordt.1In aanvulling op artikel 328 van dezelfde codex kan de Vlaamse Regering in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2021 aan scholen voor buitengewoon secundair onderwijs bijkomende werkingsmiddelen toekennen om de kosten te compenseren die ze gemaakt hebben om hun onderwijsaanbod in veilige omstandigheden te organiseren. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het bedrag per school berekend wordt en de wijze waarop het uitbetaald wordt.
+7 −6 decreet-2021-02-12/art. 13
1§ 1. Het leerkrediet, vermeld in artikel II.203 van dezelfde codex, van een student die tijdens het academiejaar 2020-2021 was ingeschreven voor een opleidingsonderdeel waarvoor de eerste examenkans voor 22 februari 2021 viel en die na deelname aan de laatste examenkans tijdens het academiejaar 2020-2021 niet geslaagd is voor dat opleidingsonderdeel , wordt aan die student teruggegeven voor de opgenomen studiepunten die betrekking hebben op het opleidingsonderdeel waarvoor de student niet geslaagd is, als die student verklaart dat hij zich bevond in een overmachtssituatie die toe te schrijven is aan COVID-19. Deze regeling geldt uitsluitend voor opleidingsonderdelen waarvan het resultaat werd bekendgemaakt voor 22 februari 2021.1§ 1. Het leerkrediet, vermeld in artikel II.203 van dezelfde codex, van een student die tijdens het academiejaar 2020-2021 na deelname aan de laatste examenkans niet geslaagd is voor een opleidingsonderdeel en waarvoor die student verklaart dat hij zich bevond in een overmachtssituatie die toe te schrijven is aan de COVID-19-maatregelen, wordt aan die student teruggegeven voor de opgenomen studiepunten die betrekking hebben op het opleidingsonderdeel waarvoor de student niet geslaagd is.
2Met behoud van de toepassing van het eerste lid wordt het leerkrediet van een student die in het academiejaar 2020-2021 voor 15 maart 2021 van opleiding of instelling veranderd is, of van een student die naar een opleiding van het hoger beroepsonderwijs overgestapt is, aan de student teruggeven voor de opgenomen studiepunten in de initiële opleiding in het academiejaar 2020-2021 waarvoor hij niet geslaagd was in de eerste examenkans van dat academiejaar, als die student verklaart dat hij zich bevond in een overmachtssituatie die toe te schrijven is aan de COVID-19-maatregelen.
2§ 2. Studenten die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, die zich tijdens het academiejaar 2020-2021 in een overmachtssituatie bevonden die toe te schrijven is aan COVID-19en die daardoor na deelname aan hun laatste examenkans niet geslaagd zijn voor een opleidingsonderdeel, kunnen bij de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering rechtstreeks een aanvraag indienen om hun leerkrediet aan te passen. Die dienst controleert of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden, past het leerkredietsaldo in voorkomend geval aan en deelt de beslissing aan de student mee.3§ 2. Studenten die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, die zich tijdens het academiejaar 2020-2021 in een overmachtssituatie bevonden die toe te schrijven aan de COVID-19-maatregelen en die daardoor ofwel na deelname aan de laatste examenkans niet geslaagd zijn voor een opleidingsonderdeel, ofwel na deelname aan de eerste examenkans niet geslaagd zijn voor een opleidingsonderdeel en veranderd zijn van opleiding of overgestapt zijn naar een opleiding van het hoger beroepsonderwijs, kunnen bij de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering rechtstreeks een aanvraag indienen om hun leerkrediet aan te passen. Die dienst controleert of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden, past het leerkredietsaldo in voorkomend geval aan en deelt de beslissing aan de student mee.
3§ 3. De student dient de aanvraag, vermeld in paragaaf 2, in bij de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de dag van de proclamatie van de examenresultaten van de laatste zittijd.4§ 3. De student dient de aanvraag, vermeld in paragaaf 2, in bij de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de dag van de proclamatie van de examenresultaten van de laatste zittijd.
4De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering stelt een aanvraagformulier ter beschikking waarmee studenten een aanvraag kunnen indienen voor de teruggave van leerkrediet in het kader van een overmachtssituatie die toe te schrijven is aan COVID-19. Daarin wordt minstens opgenomen dat de student de volgende gegevens op erewoord verklaart:5De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering stelt een aanvraagformulier ter beschikking waarmee studenten een aanvraag kunnen indienen voor de teruggave van leerkrediet in het kader van een overmachtssituatie die toe te schrijven is aan de COVID-19-maatregelen. Daarin wordt minstens opgenomen dat de student de volgende gegevens op erewoord verklaart:
51° de naam, het rijksregisternummer en het e-mailadres van de student;61° de naam, het rijksregisternummer en het e-mailadres van de student;
62° de naam en het adres van de onderwijsinstelling waar de student ingeschreven was tijdens het academiejaar 2020-2021;72° de naam en het adres van de onderwijsinstelling of onderwijsinstellingen waar de student ingeschreven was tijdens het academiejaar 2020-2021;
73° de verklaring dat de student zich in een overmachtssituatie bevond die toe te schrijven was aan COVID-19;83° de verklaring dat de student zich in een overmachtssituatie bevond die toe te schrijven was aan de COVID-19-maatregelen;
84° het aantal opgenomen studiepunten voor de opleidingsonderdelen waarvoor de eerste examenkans voor 22 februari 2021 viel, waarvoor de student niet geslaagd isna deelname aan de laatste examenkansen waarvoor het leerkrediet wordt teruggevraagd.94° het aantal opgenomen studiepunten voor de opleidingsonderdelen waarvoor de student niet geslaagd is, ofwel na deelname aan de laatste examenkans, ofwel na deelname aan de eerste examenkans waarna de student veranderd is van opleiding of overgestapt is naar een opleiding van het hoger beroepsonderwijs, en waarvoor het leerkrediet wordt teruggevraagd.
9De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering kan aan een student die een aanvraag als vermeld in paragraaf 2 heeft ingediend, vragen om een document van de hogeschool of de universiteit te bezorgen waarin de examenresultaten van de opleidingsonderdelen, vermeld in het tweede lid, 4°, zijn opgenomen.10De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering kan aan een student die een aanvraag als vermeld in paragraaf 2 heeft ingediend, vragen om een document van de hogeschool of de universiteit te bezorgen waarin de examenresultaten van de opleidingsonderdelen, vermeld in het tweede lid, 4°, zijn opgenomen.
+1 −1 decreet-2021-02-12/art. 14
1In afwijking van artikel II.205, eerste lid, van dezelfde codex wordt een student die bij de start van het academiejaar 2021-2022 onvoldoende leerkrediet heeft en die overeenkomstig artikel 14 een aanvraag bij de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering heeft ingediend, in afwachting van een definitieve beslissing over de teruggave van zijn leerkrediet, onder voorbehoud ingeschreven onder de voorwaarden die gelden bij een gunstige beslissing van de bevoegde dienst. Na de beslissing van de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering neemt de instelling een definitieve beslissing over de inschrijving van die student.1In afwijking van artikel II.205, eerste lid, van dezelfde codex wordt een student die bij de start van het academiejaar 2021-2022 onvoldoende leerkrediet heeft en die overeenkomstig artikel 13 een aanvraag bij de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering heeft ingediend, in afwachting van een definitieve beslissing over de teruggave van zijn leerkrediet, onder voorbehoud ingeschreven onder de voorwaarden die gelden bij een gunstige beslissing van de bevoegde dienst. Na de beslissing van de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering neemt de instelling een definitieve beslissing over de inschrijving van die student.
+2 −0 decreet-2021-02-12/art. 17
1In aanvulling op artikel III.1 tot en met III.45 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, kan de Vlaamse Regering in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2021 aan de daarin opgesomde internaten en tehuizen voor kinderen met ouders die geen vaste verblijfplaats hebben, bijkomende werkingsmiddelen toekennen voor de vergoeding van de kosten van de veilige organisatie van het aanbod.
2De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het bedrag per internaat of tehuis berekend wordt en de wijze waarop het uitbetaald wordt.
+1 −1 decreet-2021-02-12/art. 18
1In aanvulling op artikel 83 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs kan de Vlaamse Regering in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 augustus 2021 tijdens de duur van de COVID-19-pandemie aan academies van het gesubsidieerd onderwijs bijkomende werkingsmiddelen toekennen om de kosten te compenseren die ze gemaakt hebben om het onderwijsaanbod in veilige omstandigheden te organiseren tijdens de COVID-19-pandemie. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het bedrag per academie berekend wordt en de wijze waarop het uitbetaald wordt.1In aanvulling op artikel 83 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs kan de Vlaamse Regering in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2021 tijdens de duur van de COVID-19-pandemie aan academies van het gesubsidieerd onderwijs bijkomende werkingsmiddelen toekennen om de kosten te compenseren die ze gemaakt hebben om het onderwijsaanbod in veilige omstandigheden te organiseren tijdens de COVID-19-pandemie. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het bedrag per academie berekend wordt en de wijze waarop het uitbetaald wordt.
+1 −1 decreet-2021-02-12/art. 19
1In aanvulling op artikel 84 van hetzelfde decreet kan de Vlaamse Regering in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 augustus 2021 aan academies van het gemeenschapsonderwijs bijkomende werkingsmiddelen toekennen om de kosten te compenseren die ze gemaakt hebben om het onderwijsaanbod in veilige omstandigheden te organiseren tijdens de coronapandemie. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het bedrag per academie berekend wordt en de wijze waarop het uitbetaald wordt.1In aanvulling op artikel 84 van hetzelfde decreet kan de Vlaamse Regering in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2021 aan academies van het gemeenschapsonderwijs bijkomende werkingsmiddelen toekennen om de kosten te compenseren die ze gemaakt hebben om het onderwijsaanbod in veilige omstandigheden te organiseren tijdens de coronapandemie. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het bedrag per academie berekend wordt en de wijze waarop het uitbetaald wordt.
+1 −1 decreet-2021-02-12/art. 20
1In aanvulling op artikel 26 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding kan de Vlaamse Regering in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 augustus 2021 aan centra voor leerlingenbegeleiding bijkomende werkingsmiddelen toekennen om de kosten te compenseren die ze gemaakt hebben om hun werking in veilige omstandigheden te organiseren. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het bedrag per centrum berekend wordt en de wijze waarop het uitbetaald wordt.1In aanvulling op artikel 26 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding kan de Vlaamse Regering in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2021 aan centra voor leerlingenbegeleiding bijkomende werkingsmiddelen toekennen om de kosten te compenseren die ze gemaakt hebben om hun werking in veilige omstandigheden te organiseren. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het bedrag per centrum berekend wordt en de wijze waarop het uitbetaald wordt.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd