Artikel 47septiesdecies
§ 1. Er wordt een college van beroep opgericht, bestaande uit drie kamers waarvan twee kamers ten behoeve van het personeel waarop dit decreet van toepassing is. Er is een kamer voor :
- 1°het gesubsidieerd vrij onderwijs;
- 2°het gesubsidieerd officieel onderwijs.
§ 2. De bevoegde kamer van het college van beroep doet in een met redenen omklede beslissing uitspraak over de evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' door enerzijds na te gaan of de evaluatie op een zorgvuldige en kwaliteitsvolle manier is gebeurd, anderzijds dient zij de redelijkheid van de sanctie te beoordelen.
De bevoegde kamer van het college van beroep heeft de volgende bevoegdheden :
- 1°nagaan of de procedureregels op het niveau van de instelling of het centrum zijn nageleefd. Aan de hand van elementen uit het dossier moet worden nagegaan of :
- -zowel de procedure betreffende de evaluatie als de procedure betreffende het vastleggen van de functiebeschrijvingen werden nageleefd;
- -de rechten van verdediging niet werden geschonden;
- 2°nagaan of de evaluatie is gebeurd volgens de regels en in de geest van de functiebeschrijvingen en evaluatie;
- 3°oordelen of de beslissing betreffende een evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' steunt op motieven die de toekenning van een evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' in rechte en in feite aanvaardbaar maken;
- 4°oordelen of er een redelijke verhouding bestaat tussen de feiten en de uiteindelijke beslissing tot het geven van een evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende';
- 5°de beslissing betreffende een evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' vernietigen.
§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen inzake de samenstelling en de uitoefening van het mandaat van de leden van het college van beroep met dien verstande dat :
- 1°iedere kamer van het college van beroep wordt voorgezeten door een onafhankelijk persoon;
- 2°er een pariteit is tussen de vertegenwoordigers van de werkgevers- en werknemersorganisaties;
- 3°de bevoegde kamer van het college van beroep beslist bij gewone meerderheid van stemmen;
- 4°de voorzitter stemgerechtigd is : bij staking van stemmen na een tweede stemronde is de stem van de voorzitter doorslaggevend;
- 5°bij de stemming er steeds pariteit moet zijn tussen de vertegenwoordigers van de werkgevers- en werknemersorganisaties, behoudens bij een tweede zitting wanneer op de eerste zitting de vertegenwoordigers van één van beide organisaties afwezig bleven.
De Vlaamse Regering benoemt de voorzitter en bepaalt de vergoedingen waarop hij recht heeft.
§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen inzake het secretariaat en de werkingskosten van het college van beroep.
§ 5. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen betreffende beroepsprocedure en betreffende de werking van de kamers van het college van beroep in het procedurereglement, met dien verstande dat :
- 1°op straffe van verval het beroep dient ingesteld te worden binnen een termijn van twintig kalenderdagen volgend op de overhandiging van de kopie van het evaluatieverslag met eindconclusie 'onvoldoende' door de eerste evaluator of door de inrichtende macht voor de directeur, de adviseur-coördinator van de pedagogische begeleidingsdienst en desgevallend de adjunct-directeur of door de evaluator aangeduid door de scholengemeenschap voor de directeur belast met de functie van directeur coördinatie-scholengemeenschap. Als de laatste dag van de voormelde termijn een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag. De voormelde termijn van twintig kalenderdagen kan worden opgeschort tijdens een vakantieperiode. Indien de beroepsmogelijkheden in strijd met artikel 47decies, § 2, niet vermeld zijn in het evaluatieverslag, dan neemt de termijn van twintig kalenderdagen een aanvang vier maanden nadat aan de betrokkene de kopie van het evaluatieverslag met eindconclusie "onvoldoende" werd overhandigd;
- 2°het beroep de evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' opschort;
- 3°voor het vaststellen van de redenen tot wraking van de voorzitter en de leden zal worden uitgegaan van het bepaalde in artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek;
- 4°de rechten van de verdediging tijdens de procedure worden gewaarborgd;
- 5°een beroep kan worden behandeld volgens de vereenvoudigde procedure als het beroep zonder voorwerp of klaarblijkelijk onontvankelijk is, of als het college van beroep klaarblijkelijk onbevoegd is om van het beroep kennis te nemen.