§ flandrepo
7 regels · van kracht sinds 1 sep 2022

Artikel 59ter

§ 1. Met uitzondering van de preventieve schorsing in toepassing van artikel 24, artikel 52bis, artikel 53bis, § 5, en artikel 73undecies, § 4, kan het personeelslid tegen de preventieve schorsing of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris in beroep gaan bij de kamer van beroep, vermeld in artikel 71. Op straffe van verval moet het beroep worden ingesteld binnen een termijn van twintig kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste aanbieding door de post van de schriftelijke mededeling van de preventieve schorsing die door de raad van bestuur, of de afgevaardigd bestuurder voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum, aangetekend wordt verstuurd. De voormelde termijn van twintig kalenderdagen kan worden opgeschort tijdens een vakantieperiode. Als de laatste dag van de voormelde termijn een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.

Het beroep wordt ingesteld bij beroepsschrift en moet alle middelen bevatten die tegen de preventieve schorsing of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris kunnen worden ingebracht. Daartoe ontvangt het betrokken personeelslid met dezelfde zending als die waarmee hem de preventieve schorsing wordt meegedeeld, een kopie van zijn dossier.

Het personeelslid dat over nieuwe elementen beschikt, kan tegen zijn preventieve schorsing of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris een beroep instellen, van zodra minstens drie maanden verstreken zijn sinds de dag na het versturen van de ter post aangetekende brief met de kennisgeving van de preventieve schorsing.

§ 2. Het beroep schort de preventieve schorsing niet op; de afhouding van salaris wordt wel opgeschort.

§ 3. Ten aanzien van betwistingen inzake het niet in acht nemen door de raad van bestuur - de afgevaardigd bestuurder voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst - van de bepalingen van artikel 59 of het kennelijk onredelijke karakter van de preventieve schorsing doet de kamer van beroep in laatste aanleg uitspraak. De kamer van beroep kan de preventieve schorsing bevestigen of vernietigen. Als de preventieve schorsing waartegen beroep werd aangetekend, gepaard gaat met een tuchtonderzoek, beslist de kamer van beroep in afwijking van artikel 72, 3°, bij unanimiteit wanneer ze de preventieve schorsing wenst te vernietigen.

Bij een beroep tegen een preventieve schorsing met afhouding van salaris of tegen de afhouding van salaris heeft de kamer van beroep de bevoegdheid om de afhouding van salaris te bevestigen, te vernietigen of te beperken.

§ 4. De Vlaamse Regering kan de nadere regelen van de beroepsprocedure bepalen en waarborgt de rechten van verdediging van de betrokken personeelsleden.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd