Artikel 5
De aanvraag tot erkenning moet ingediend worden bij het agentschap Sport Vlaanderen uiterlijk op 10 september van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het begin van de olympiade.
Het agentschap Sport Vlaanderen brengt voor 15 oktober de organisatie op de hoogte als haar aanvraag tot erkenning onontvankelijk is en vermeldt de reden van de onontvankelijkheid. Een aanvraag is onontvankelijk als ze niet tijdig is ingediend of als blijkt dat de organisatie niet kan voldoen aan de erkenningsvoorwaarden.
Het agentschap Sport Vlaanderen onderzoekt de aanvraag tot erkenning en brengt voor 1 oktober bij de minister advies uit over de erkenning.
Voor 1 november deelt de minister aan de organisatie zijn beslissing mee om ze te erkennen voor de duur van de olympiade of zijn voornemen om ze niet te erkennen.
De erkenning loopt vanaf 1 januari volgend op de aanvraag tot erkenning en geldt voor de duur van de olympiade.
De organisatie die het bericht krijgt van het voornemen van de minister om haar erkenning niet in aanmerking te nemen, kan daartegen een gemotiveerd bezwaar indienen dat binnen vijftien dagen na de melding van het bericht ingediend moet worden bij het agentschap Sport Vlaanderen. Als de organisatie daarom verzoekt, kan ze gehoord worden.
Het agentschap Sport Vlaanderen stelt binnen dertig dagen na de ontvangst van het bezwaarschrift een gemotiveerd advies op. De minister beslist uiterlijk dertig dagen na de ontvangst van dat advies om de organisatie al dan niet te erkennen.