Artikel 31
Artikel 15 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
« Art. 15. Aan elke persoon die niet door de Vlaamse Regering van de meldingsplicht is vrijgesteld en die op bestendige wijze kinderen opvangt die naar de basisschool, vermeld in artikel 3, 6°, van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs, gaan, zonder dat aan het agentschap mee te delen, of aan elke persoon die de toegang, vermeld in artikel 14, tweede lid, weigert, kan een bestuurlijke geldboete worden opgelegd van 500 euro.
De bestuurlijke geldboete kan worden opgelegd binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de dag dat Kind en Gezin het verslag van vaststelling van de toezichthouder ontvangt, en op voorwaarde dat de betrokken organisator de kans heeft gehad om gehoord te worden over de vermeende inbreuk en over de hoogte van de geldboete, waarbij de organisator zich mag laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat of een derde. Als een bestuurlijke geldboete wordt opgelegd, vermeldt de beslissing het bedrag, de wijze waarop en de termijn waarin die moet worden betaald. De kennisgeving van de beslissing aan de betrokkene vermeldt de wijze waarop en de termijn waarbinnen beroep ingesteld kan worden tegen de beslissing.
De betrokkene kan op straffe van verval van het recht tot het instellen van het beroep binnen een termijn van een maand vanaf de kennisgeving van de beslissing waarbij hem een bestuurlijke geldboete wordt opgelegd, tegen die beslissing bij de Raad van State beroep aantekenen met een verzoekschrift. Dat beroep schorst de uitvoering van de beslissing.
Als de betrokkene weigert de bestuurlijke geldboete te betalen, wordt ze bij dwangbevel ingevorderd. Een dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling.
De vordering tot voldoening van de bestuurlijke geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de beslissing, vermeld in het tweede lid, of, in geval van beroep, vanaf de datum van de in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, bepaald in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het opleggen en het betalen van de bestuurlijke geldboete. ».