§ flandrepo
9 regels · van kracht sinds

Artikel 12

§ 1. Iedere inrichtende macht richt voor elk van haar scholen een LOC op. [Iedere inrichtende macht richt voor elk van haar centra voor leerlingenbegeleiding een lokaal onderhandelingscomité op. (ing. decr. 18 mei 1999, art. 162, I: 15 mei 1999) ]

§ 2. In afwijking van § 1 kan de inrichtende macht na akkoord met de afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties van elke betrokken school:

  1. -één LOC oprichten per pedagogische entiteit;
  2. -één LOC oprichten per maximum 5 scholen samen die behoren tot haar inrichtende macht;

[- een LOC oprichten voor alle scholen van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap van het basisonderwijs of van het secundair onderwijs behoren. (verv. decr. 10 juli 2003, art. 78, I: 1 september 2003) ]

§ 3. De per school opgerichte LOC's kunnen overeenkomen een gemeenschappelijk LOC op te richten.

Die overeenkomst geldt voor de duur van het mandaat van de samenstellende onderhandelingscomités en bevat de aangelegenheden waarvoor het gemeenschappelijk LOC bevoegd is, maar houdt niet in dat de samenstellende LOC's ophouden te bestaan.

[§ 4. In afwijking van §§ 1, 2 en 3 wordt in de scholengemeenschap van het secundair onderwijs voor de scholen van eenzelfde pedagogische entiteit, één LOC opgericht.

Dit LOC kan ook andere scholen omvatten, behorend tot diezelfde pedagogische entiteit, op voorwaarde dat de scholengemeenschap van het secundair onderwijs met deze scholen een samenwerkingsakkoord heeft gesloten en de afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties van elke betrokken school hiermee akkoord gaan. (ing. decr. 18 mei 1999, art. 162, I: 15 mei 1999) ]

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd