Artikel IV.31
§1. In afwijking van de bepalingen van artikel IV.28 en V.141/1, kan het hogeschoolbestuur personeelsleden bedoeld in artikel V.264, 2°, op hun verzoek benoemen. Elk personeelslid dat benoemd wordt, dient in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs.
Deze benoeming is mogelijk in het ambt waarvoor zij overgangsmaatregelen genieten en voor het volume van de opdracht waarop zij krachtens artikel V.275 aanspraak kunnen maken.
§2. In afwijking van de bepalingen van artikel IV.28 en V.141/1, kan het hogeschoolbestuur personeelsleden zoals bedoeld in artikel V.264, 2°, die op 1 januari 1996 met toepassing van artikel V.262 werden geconcordeerd naar een ambt waarvoor zij niet in het bezit zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs, op hun verzoek benoemen in een ambt waarvoor zij wel het vereiste bekwaamheidsbewijs bezitten.
Deze benoeming is mogelijk voor het volume van de opdracht waarop zij krachtens artikel V.275 aanspraak kunnen maken. Door deze benoeming verliezen deze personeelsleden het genot van de in artikel V.267 bedoelde overgangsmaatregelen en bekomen zij de salarisschaal verbonden aan het ambt waarin zij benoemd worden.